Filmpje

Na een fikse wandeling, met stevige wind, is lekker zitten op het tuinbankje in de achtertuin. Schoenen uit en lekker met blote voeten wiebelen. Het bankje staat met de rugleuning tegen ons fietsenschuurtje en vanaf de bank heb ik mooi overzicht over de tuin. Een beetje schaduw, omdat de roos veilchen blau over de schuur heen groeit en een beetje over de bank heen hangt. Het waait nog steeds flink, dat hoor je aan de bomen rij achter in de tuin.  En dichtbij, idyllisch. Volop bloemen en beestjes en de zachtzoete geur van de laatste rozen  .Op de achtergrond zingt de merel. Ik neem uitgebreid de tijd om hier van te genieten. Een impressie op dit filmpje.

Stempelpost Saaxumhuizen

De stempelpost van de Pronkjewailroute in Saaxumhuizen is te vinden bij de  bloemenboerderij een stukje buiten het dorp.  Met een straffe westenwind wandelen we van Warffum naar Pieterburen. Via Breede , Den Andel (leuk dorpje), Saaxumhuizen. Bij de bloemenboerderij is een enorme pluktuin, waar heel veel bloeit. Iets later in het seizoen is er een maisdoolhof. Nu steekt het verhoogde plateau van waaruit je over het doolhof  heen kunt kijken nog een beetje mal boven de kleine mais uit. Voor alle seizoen is er een palendoolhof. Huh? Van een afstandje zie je alleen ‘woud’ van 2 meter hoge palen, op een raster van 1 x 1 meter uit elkaar. Als je dichterbijkomt blijkt er op ongeveer 1 meter hoog een touw te zijn gespannen waarmee de gangen van het doolhof worden aangegeven. Transparant is het wel.

Op het terrein wijst een bordje ons naar rechts voor de stempelpost. Dat is bluf. We lopen wel het hele terrein over, zien de mooie bloemen tuin en de klompengolf en frisbeegolf routes en het palendoolhof. Geen stempelpost. Op de terugweg naar de uitgang een nieuw bordje, dat geeft aan dat de stempelpost in het winkeltje en rustpunt is,  vanaf de ingang naar links…

 

Een van de forse pluktuinbedden
Groepje stokrozen, dat heeft toch wel wat
Toortsen, ezelsoren, margrieten

Ik denk dat het express is om de wandelaars even verder op het terrein te lokken. Slimme truc.

Het perfecte boek….

… voor iemand die van tuinieren houdt
… voor iemand die mooi taalgebruik waardeert
… voor iemand die geniet van fijnzinnige humor
… voor iemand die een filosofische bespiegeling apprecieert

… voor iemand waar je van houdt

Mijn wilde tuin- aantekeningen van een wildtuinier
van Meir Shalev, Nederlandse vertaling 2018.
Uitstekende vertaling van Ruben Verhasselt

Ik kreeg het van Eddy op mijn verjaardag in februari. Bijna 50 korte impressies en gedachten van Meir over zijn wilde tuin, in een kurkdroog dal in het noorden van Israel. De korte verhalen afgewisseld met een paar kleurige aquarellen van planten.
Liefdevol, dat is een woord dat past bij zijn beschrijvingen.
Dit is een boek om een keer per week op te pakken, als je op een rustig plekje, in een lekkere stoel zit. Je neemt even de tijd voor jezelf, laat het boek nog even dicht. En reist in gedachten al vast naar het dal van Jizreel, naar de tuin van Meir Shalev. Je slaat het boek open en je bent er. Je leunt op het hek aan de rand van de tuin en luistert naar Meir, die je iets laat zien in zijn tuin dat hem op gedachten brengt en hem inzichten in het leven geeft.

Juweeltjes.
Mooi om lekker lang van te genieten.
Twee of drie verhaaltjes per keer.
De eerste in februari, winter.
Gister de laatste twee, op het terras, in de tuin.

Och, och, de clematis.

Dit is de titel van een van de laatste verhaaltjes.
Leg ik hier niet verder uit. Mooi om zelf te lezen.
Prachtig advies.

Een slak genaamd Isaac

Er was eens een slak die Isaac heette. Isaacs ouders warren geletterde slakken en die gaven elk groep jonge slakjes een naam met een opeenvolgende letter. De eerst lichting slakjes had een naam beginnend met een A, Isaac kwam uit de negende groep, naar Ivan, Ilona , Ids en nog een heel stel anderen. Isaac was genoemd naar Isaac Newton, en of het nou toeval was of niet, Isaac had belangstelling voor de natuur en alles wat daar gebeurde. Hij probeerde allerlei dingen uit, proefondervindelijk. Zo kwam het dat Isaac leerde vliegen.

Op een dag gleed Isaac op zijn slakkenvoet over een hobbelig grindpad. In gedachten peuzelde hij de verlepte bloemblaadjes op die daar lagen. Dat is namelijk het dagelijks werk van slakken. Restjes opruimen, van uitgebloeide bloemen, en plantjes. Heerlijk, deze blaadjes, waar zouden ze vandaan komen, vroeg Isaac zich af. Misschien zijn ze lekkerder als ze nog verser zijn. Met zijn ogen op steeltjes keek Isaac rond of hij de bron van de bloemblaadjes kon vinden. Overal groen, zag hij, op slakkenooghoogte, maar geen gekleurde bloemen. En aan de ene kant een witte muur die als een steile klif omhoog stak. Isaac’s blik dwaalde omhoog. Ver, ver boven hem uit zag hij iets overhangen vanuit de klif. Heel scherp zag hij het niet op die afstand, maar het leek wel gekleurd. Misschien wel bloemen, dacht Isaac, en hij maakte een sprongetje van plezier.

Toen bleek het natuurkundig inzicht van Isaac: als daar heel ver boven bloemen waren, en hier beneden lagen bloemblaadjes…. dan was vast de zwaartekracht aan het werk geweest die de blaadjes van boven naar beneden bracht. Dus alles wat hij hoefde te doen om verse bloemblaadjes te vinden was tegen de zwaartekracht in te gaan. Hoe? Slakkeneindje voor slakkeneindje, de grote klif beklimmen. Hij was er bijna.

Isaac op weg naar de verse bloemen, de zwaartekracht trotserend
Nog een klein stukje
Vanuit de serre, buiten miezert het, zie ik een slak tegen de muur opklimmen

He kijk, daar loopt een huisjesslak tegen de muur op weg naar de hanging basket, zeg ik tegen Eddy. Ik pak de slak voorzichtig bij zijn huisje en gooi hem met een grote boog naar achter in de tuin. Een vliegende slak, die kom ik regelmatig tegen in onze tuin.

Ongelijk

Ik had ongelijk in mijn aanname dat de preibloem niet meer uit zou komen.
Weer twee weken later, de stengel is langer geworden en helemaal naar beneden gebogen. Afgelopen vrijdag, twee dagen geleden, is de bloemknop alsnog opengegaan. Met een bundel kleine witte minibloempjes, elk op hun eigen steel.

De slanke hals van de prei
Opengesprongen
Van dichtbij

Open (thee)tuin

Vandaag weer een etappe van het pronkjewailpad gewandeld, van Uithuizen, via Noordpolderzijl naar Warffum. Omdat het ook open tuinen weekend was voor de afdeling Groningen van Groei en Bloei meteen gekeken of we wat tuinen konden mee pikken. In Usquert waren we al voorbij een tuin gewandeld, geen bordje gezien, en we gingen niet terug. In Warffum , helemaal aan het eind van de wandeling  wandelden we langs de theetuin van kwekerij De Beemd. Kopje thee en nog een korte wandeling door de tuin. Vol, hoog, kruipdoor sluipdoor paadjes. Lekker wild en heel veel vaste planten die wij ook bij ons in de tuin hebben staan. En veel rozen, want die kweken ze ook. In alle soorten en maten.

Romantisch pleintje bij de theetuin
Open tuin: je ziet ze niet, maar ze zijn er wel: allerlei paadjes.

Heel lang geleden ben ik daar ook al eens geweest in juni 2004. Met de Harense afdeling van Groei en Bloei. Jan Jaap Boehle leidde ons toen rond, in mijn herinnering -en ook toen ik de foto’s terugvond, zie onder –  heel open en met bruggetjes. Flink veranderd

De beemd , kwekerij in juni 2014. Toen nog van beide broers Boehle.

Terugkerend thema: varkentjes

Omdat we toch in Warffum waren EN omdat het open tuinen weekend was EN omdat ik deze tuin nog een keer wilde zien, brachten we vandaag een (kort) bezoek aan de tuin van Els de Boer, aan het Smeltenspad.
Kort omdat we al weer 18 km gewandeld hadden en de trein wilden halen die op zondag maar 1 x per uur gaat.

We pikten een korte inleiding van Els mee, die al 40 jaar op deze plek tuiniert. Inmiddels een oppervlak van 3000 m2 en een conglomeraat van afzonderlijke tuinkamers. We kregen een folder met de route door de tuin en een mondelinge instructie van Els mee.
Centraal in de achtertuin een heel diepe vijver, naar het voorbeeld van Le Roy wilde de familie de Boer een vijver op grondwaternivo (bleek -1,5 meter te zijn, dus flink graven), en hoogtes, gemaakt met de uitgegraven grond. UIteindelijk bleek een echte Le Roy tuin wel erg bewerkelijk en werd het een Els en Jan de Boer tuin. Tjok en tjokvol met planten. Veel planten. En bij het rondlopen bleek ook dat varketjes een steeds terugkerend thema waren. Helaas is de ‘varkensconferentie’,  een tuinkamer met 4 buxusvarkentjes dit jaar gerooid, de buxus was aangetast door een ziekte. Els heeft een klein model op die plek in de tuin neergezet. De buxus knooptuin (knot garden) vertoonde overigens  ook al tekenen van aantasting….

Model van de Varkensconferentie
Overal varkentjes in de tuin
Els de Boer, T-shirt kleurt mooi bij de rozen en geraniums, geeft een korte toelichting van de route.
16000 steentjes gebruikt voor stapelmuurtjes overal
De rood oranje bruine tuin, deel van de voortuin

Met de foto’s die we gemaakt hebben en de foto’s op de website van Els en de folder hebben we een goede eerste indruk van de tuin. Zeker de moeite  waard om eens terug te gaan. Als we een middagje Warffum doen, er is ook een openlucht museum.

 

Ontzegelvork

Een gereedschap dat de meeste mensen niet dagelijksgebruiken is de ontzegelvork. Het is een imkergereedschap, en de imker gebruikt het ook maar een paar dagen per jaar. Namelijk die momenten vaak begin juni en in augustus dat het tijd is om de honing te oogsten. De bijen hebben de nectar verzameld in de raten, er honing van gemaakt en alle cellen in de raat keurig afgesloten met een wasdekseltje.

Die dekseltjes moeten erafgehaald worden voor dat je de honing uit de raten kunt slingeren. Dat kan dus met een ontzegelvork. Gister heb ik Doeke, een lokale imker, geholpen met het ontzegelen en slingeren van de honing.
Nog verser kun je de honing niet hebben!

Boven een bak leg je een volle raat op twee schuine ijzers, en dan met de platte vork met vlijmscherpe tandjes  alle zegeltjes verwijderen. Rechtsachter het slingerapparaat.
Je ziet dat ik mijn linkerhand NU zorgvuldig naast en niet boven de zegelvork houdt, proefondervindelijk ervaren dat de vork scherp is.
Deze raat kaan bijna in het slingerapparaat. Let op het lege honingpotje linksboven.
Tadaa , het eerste potje honing. Normaliter blijft de honing eerst een dag of twee in grote emmers staan zodat de belletjes eruit gaan. Maar ik wilde natuurlijk meteen een potje mee, belletjes geen bezwaar.

Voor degenen die dit blog al wat langer lezen: een paar jaar lang hebben we twee bijenkasten van Doeke bij ons in de tuin gehad, toen heb ik het imkeren van dichtbij meegemaakt.

Knotsgek

Voor het contrast en moiie silhouet even voor een witte muur gezet

Deze zegge nam ik vorig jaar mee bij een plantenruil. Als die tijd als paar groene sprietjes in een potje gestaan. Totdat ie nu is gaan bloeien. En niet zomaar met een simpel gras-aartje. Nee, met robuuste knotsen.

Detail: dat verzin je toch niet.

Heet ie knotszegge?
Even opzoeken.
Nee, geen knotszegge, ziet er anders uit.
Sterzegge dan?
Even opzoeken.
Hmm, bloeiwijze lijkt er wel op.
Maar op alle foto’s die ik zie zitten er meerdere sterretjes aan een halm.
Hier maar 1…
Misschien groeit ie nog door.

Stik nie op ‘ne prei

Uitspraak van Maarten, studiegenoot van lang geleden. Weet niet eens wat het betekent, misschien is het Veghels, want daar kwam Maarten vandaan.
Zoiets als ” Rustig aan”, denk ik.

Ik moest er aan denken toen ik de preibloem zag die we al bijna twee weken op ons aanrecht hebben staan. Preibloemstengel eigenlijk, die steeds weer in andere bochten staat, afhankelijk waar het licht was.

Bij het bereiden van een preischotel stuitte ik op een prei met een zich ontwikkelende bloemstengel, die heb ik toen in een bierglas dat bij de afwas stond op het aanrecht gezet. Inmiddels twee keer zo lang, heel bochtig. De bloem gaat niet meer open denk ik.
Wel sculptureel, ik categoriseer deze blog als kunst.