Kruidenboeken

Tussen 1470 en 1670 verschenen in Europa allerlei gedrukte kruidenboeken, soms beschrijvend en later steeds meer met illustraties. Drie belangrijke Duitse botanisten waren Brunsfels, Fuchs en Bock.

Hieronymus Bock, noemde zichzelf in zijn Latijnse boeken ‘Tragus’. Geboren in 1498 in Heidelsheim in Duitsland. Zijn ouders wilden dat hij het klooster in zou gaan, maar het liep anders. Bock werd een schoolmeester en later ging hij de tuinen beheren voor de hertog Paladine Ludwig in Zweibrücken. Dat deed hij van 1523 tot 1533. Toen Ludwig stierf, verloor Bock zijn baan. De nieuwe katholieke eigenaar van het landgoed wilde niet dat er een Lutherse tuinman voor hem werkte. Bock ging als Lutherse pastor aan het werk in Hornback en deed dat tot aan zijn dood in 1554. Daarnaast was hij arts en zijn vrije tijd besteedde hij aan botanie, planten bestuderen.
Hij werd door Brunsfels gevraagd om een botanisch boek te schrijven in het Duits. Dat werd het ‘New Kreutterbuch,’ een kruidenboek dat voor het eerst verscheen in 1539, toen nog zonder illustraties. Gedrukt in Straatsburg door Wendel Rihel. Een tweede editie verscheen in 1546, met veel houtsnede illustraties. De titel werd ingekort tot ‘Kreuter Bůch.’

Hieronymus Bock, Duits botanist, 1498-1554; tekening en houtsnede van David Kandel. Kleurtjes van Tineke.

Een behoorlijk aantal van de illustraties was nieuw, getekend en uitgesneden door David Kandel. Zijn initialen zie je in de figuur hierboven. Er wordt gefluisterd dat hij een groot aantal figuren heeft gekopieerd, en op kleinere schaal afgedrukt, uit een beroemd kruidenboek van Fuchs. Dat boek verscheen in 1542 tussen de eerste ongeïllustreerde druk van Bock en de tweede geïllustreerde druk. Plagiaat avant la lettre?

Het belang van Bock als plantkundige ligt niet zo zeer in zijn afbeeldingen als in zijn beschrijvingen. Hij keek als een van de eerste plantkundigen op een moderne manier, objectief, naar de planten. Hij verafschuwde alle bijgeloof rond planten, gebruikt voor bezwerende spreuken of tovenarij.

The Morville Year

Lange avonden, warm bij de vloerverwarming.
Wat minder buiten.
De tuin glijdt zo zoetjes aan richting winterrust.
De laatste Gardeners World van het seizoen ligt al weer achter ons.

Voor je wekelijkse portie tuinvitaminen is er een oplossing. Lees eens een mooi tuinboek. Of eigenlijk een boek, waar een van de hoofdrollen door een tuin gespeeld wordt, maar waar de andere bewoners van de tuin even belangrijk zijn.
Zo’n boek als The Morville Year, van Katherine Swift. Een serie columns die ze schreef in de periode 2001 tot 2005 voor de zaterdageditie van The Times. Over haar tuin in Morville, Shropshire, UK. Vanaf de lente, gesorteerd per seizoen, beschrijft ze liefdevol wat ze zoal ziet in de tuin. Niet mooier dan het is. Ze neemt de lezer mee in haar tuinavonturen, en laat ook zien wat er niet lukt. Zoals de roos, die ze al drie keer verplaatst heeft, omdat de plek steeds niet goed bleek. Of de aanleg van de langwerpige vijver, waarmee ze de tuinman bijna gek kreeg, omdat ze tot twee keer toe de juist gemetselde muurtjes liet veranderen. Waar ik van geniet is dat ze regelmatig in de historie duikt, van een plant, van een tuinmens, van een plaats, van een land. Voor mij zijn dat vele kersjes op een taart.

Met dank aan Jitske, die me dit boek leende.

Een van Katherine’s zinnen in de inleiding sprak me bijzonder aan. Ook voor mij geldt dat schrijven in ’t Groentje, boeken lezen, in de tuin bezig zijn, kijken, fotograferen, rondsnuffelen op internet, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Reading, writing and gardening remain for me indissoluble, the garden not simply the physical place where I spend most of my days, but a mental space built out of thoughts and emotions, associations and memories – mine and other people’s.

Een ander boek van Katherine is the Morville Hours.

In het Groen

Van Digitale letters naar letters op papier.
Dat ga ik ook nog wel een keer doen.

Rob van der Linden heeft dat al gedaan. Een hele tijd was ik geabonneerd op zijn digitale columns, de Groenflits. Elke twee weken verscheen die in mijn mailbox. De meeste columns waren groen-gerelateerd, met wetenswaardigheden en bijzonderheden, soms over de planten, soms uit de geschiedenis, soms over een bijzondere plek. Ruim 300 colums heeft Rob in 10 jaar geschreven, en nu is een selectie van 55 stuks verschenen op papier.

‘In het Groen, over paardebloemproblemen, kraaivrees, groen grind, de witte vrouw met de groene sluier en nog veel meer… 55 columns’?
Het boek kan worden besteld in boekwinkels en ook bij bol.com. Als je het bij Rob zelf bestelt, dan kan hij het eventueel nog signeren 🙂 . Zie link.

Open tuin 7/8 juli 2018

In de vakantieperiode, zonder vast werkritme, vloeien de dagen in elkaar over. Vrijdag lijkt zaterdag. Hele lange weekenden. Wanneer hadden we ook al weer de laatste regenbui. Is het pas een week geleden dat we Open Tuinen hadden? Het lijkt veel langer geleden, maar de kalender zegt: precies 1 week.

Nog even een terugblik, op een mooi weekend. Zondag middag de meeste mensen, een komen en gaan. Ook een meneer met zijn vrouw in een rolstoel. Daar is onze tuin niet op ingericht. Flink duwen door het grindpad. Het tuinpad op tot aan de vijver. En vanaf het centrale grasveld kon ze ook een en ander bekijken. Maar niet de uithoeken.
En tone een van de trouwe lezers van dit blog met een stok liep en gesteund werd door haar man, bedacht ik me: ook voor mensen slecht ter been is de tuin, met allerlei op- en afstapjes niet echt makkelijk. Een soort hindernisbaan. Veel bezoeker namen plantjes mee (had een voorraadje van het opgepotte spul te koop, die is nu iets kleiner).

Die dames in het blauw (toeval zeiden ze), wilden wel poseren. De kattenstaart vonden ze mooi. ! stond 1 potje, voor de andere 2 een plantje ter plekke uitgeschept.
Gewapend met folders van Open Tuinen Caroussel Drenthe, kwamen ze tuinen kijken in Groningen..
Tjee, wat staat er veel in de tuin. UIt Usquert.
Eddy in het oerwoud. Hij staat op het bruggetje over de vijver.

De tijd is elastisch.
Soms uitgerekt, lekker langzaam.
Loom in de zon.
Dan weer ingekort.

Het perfecte boek….

… voor iemand die van tuinieren houdt
… voor iemand die mooi taalgebruik waardeert
… voor iemand die geniet van fijnzinnige humor
… voor iemand die een filosofische bespiegeling apprecieert

… voor iemand waar je van houdt

Mijn wilde tuin- aantekeningen van een wildtuinier
van Meir Shalev, Nederlandse vertaling 2018.
Uitstekende vertaling van Ruben Verhasselt

Ik kreeg het van Eddy op mijn verjaardag in februari. Bijna 50 korte impressies en gedachten van Meir over zijn wilde tuin, in een kurkdroog dal in het noorden van Israel. De korte verhalen afgewisseld met een paar kleurige aquarellen van planten.
Liefdevol, dat is een woord dat past bij zijn beschrijvingen.
Dit is een boek om een keer per week op te pakken, als je op een rustig plekje, in een lekkere stoel zit. Je neemt even de tijd voor jezelf, laat het boek nog even dicht. En reist in gedachten al vast naar het dal van Jizreel, naar de tuin van Meir Shalev. Je slaat het boek open en je bent er. Je leunt op het hek aan de rand van de tuin en luistert naar Meir, die je iets laat zien in zijn tuin dat hem op gedachten brengt en hem inzichten in het leven geeft.

Juweeltjes.
Mooi om lekker lang van te genieten.
Twee of drie verhaaltjes per keer.
De eerste in februari, winter.
Gister de laatste twee, op het terras, in de tuin.

Och, och, de clematis.

Dit is de titel van een van de laatste verhaaltjes.
Leg ik hier niet verder uit. Mooi om zelf te lezen.
Prachtig advies.

Gedicht: Rozen zijn rood

Vandaag weer een etappe van de pronkjewail-wandelroute gelopen. Van Bedum – Westerwijtwerd – Middelstum – Toornwerd – Kantens – Rottum – Doodstil – Zandeweer – Uithuizen.

Iets langer geworden dan gepland, ruim 28 kilometer. Net gegeten, daarna lekkere espresso met stukje chocola, en nu om half tien ’s avonds op de bank, poes half naast/half op schoot (helemaal lukt niet omdat de laptop er ook op ligt) de foto’s van de wandeling aan het bekijken.

Zoals die bij dit blog. Een kostelijk gedicht op de muur bij een bloemenwinkel in Bedum.  Eddy heeft hem meteen uit zijn hoofd geleerd, en gedurende de dag herhaaldelijk voorgedragen. Vooral met nadruk op de laatste zin (laatste woord).

Rozen zijn rood
Violen zijn blauw
Dichten is moeilijk.
Kamerplant.

Rokjes

Zacht geel.
Een tikje eigenwijs.
De bloemtrompetten
nonchalant, naar een kant.

In fantasieland is het anders.
Daar hangen de rokjes klaar,
voor het lentefeest van dit jaar.
Morgen komen de elfjes ze passen.
Ze dansen dan de hele nacht,
’s morgens vroeg, als het lichter wordt,
dan hangen ze de rokjes 
weer aan de primulakapstokjes.
Niemand die het zag. 

Wintertuin

Rust in de tuin, want het is winter. Na een paar dagen vorst met overdag zon, zijn er nog een paar snippers sneeuw te zien. In de schaduw van een schuur, in de richels van de dakpannen. Met de bus naar Annen op vrijdagochtend, ga ik. Buiten het dorp door het open gebied waar de wind snijdt, loop ik.

Na de wandeling.
Welkom, kom binnen, koffie.
Fauteuils voor het raam.

Goed gesprek, over toen
en nu. Over nu en straks.
Blik over de tuin.

Achtertuin van Wim