Laatste etappe

Geen tuin, maar landschap. Vandaag liepen we de laatste etappe van de Pronkjewailwandelroute (noord). 250 kilometer door het Noord Groningse landschap. Met juweeltjes van dorpjes, verstilde kerkjes, bos (meer dan je denkt) en prachtige open en ruige landschappen. Vandaag van Kolham naar Stad gewandeld. Duidelijk merkbaar dat we weer dichter bij de bewoonde wereld komen. Flinke delen van de weg over fietspad langs de oude provinciale weg (en een halve kilometer verderop de snelweg).

Toch een beetje tuin, de buurttuin in Noorddijk, tegenover het 13e eeuwse kerkje.

We waren niet erg onder de indruk van Scharmer en de borgmeren. Meerstad, zag er beter uit, veel water, eilandjes, zonnepanelen op veel van de nieuwe huizen. En ook een paar huizen waar de lelijkheid van af spatte. Nou ja, ieder zijn meug.

Op een rijtje.

Vlak ten noorden van de stad, in Noorddijk, de laatste pauze bij rustpunt Noaberstee, met een kopje thee en appeltaart. Naar het noorden kijkend, weilanden en weidse landschap. Op nog geen 5 minuten (fietsen) het winkelcentrum van Leeuwenborg.

Eindigend, waar we waren begonnen eind mei, aan de voet van de Martinitoren.

Wildeman en tuinvrouw

Toastje met jam in de Wildemansheerd

Zaterdag liepen we de  een na laatste etappe van Pronkjewail wandelroute Noord. Van Steendam (eigenlijk Siddeburen), langs het Schildmeer, door het moerassige natuurgebied ’t RoegWold, via Schaaphok en Woudbloem (echt waar) naar Kolham. 230 kilometer hebben we er nu opzitten, waarvan 25 voor deze etappe.

Tuinmuur, met ervoor heel veel verbena bonariensis
Stukje groentetuin. Veel voor vlinders.
Echt mooi vonden de zussen het beeldje niet, maar het zit al jaren in het raam. Hun moeder vond het beeldje zo mooi. Emotionele waarde, onschatbaar.

In de verschillende dorpjes zijn stempelposten, en deze keer was er onder andere een rustpunt bij de Wildemansheerd in Schipwolde. Behalve de stempel op de kaart kregen we een zakje met…. toastjes. En die konden we zelf besmeren met de zelfgemaakte aardbeien/rabarber jam in de koelkast. Zelf smeren, want zo’n rustpunt is ‘zelf-service’. De vrouw des huizes was wel aanwezig, en samen met haar zus bezig in de tuin. Mooie gelegenheid om een tuinpraatje te maken. Er lag een foldertje van open tuinen Groei& Bloei in het rustpunt-huisje. Of ze ook mee deden, vroeg ik. Nee, zei zus 1 , vroeger deed onze moeder mee. Nu willen we eerst de tuin wat meer op orde krijgen, voordat we eventueel weer een keer mee doen. Aan de noordkant van de tuin een gemetselde tuinmuur, met raampjes erin. Ziet er altijd leuk uit. Engels. En een mooie plek voor een beeldje.
De andere zus bleek de tuinvrouw te zijn van een medetuinier hier in Haren. We blijken een gezamenlijke tuinkennis te hebben. Ik nodigde haar uit om ook eens bij ons langs te komen.

Rariteit: Joke’s uiltje

Hetty-Hanne stuurde me deze foto. Niet een echte rariteit, wel een uiltje met een verhaal. Toen Hetty- Hanne verhuisde, kreeg ze een huisje zonder tuin, maar wel met een plaatsje.  Joke stuurde 10 euro op met als doel: een lekker flesje wijn kopen, om op het plaatje te drinken. Dat heeft Hetty-Hanne niet gedaan. Ze ging op zoek naar iets om het wat treurige plaatsje
op te vrolijken. Het werd dit uiltje.

Hetty-Hanne groette het uiltje iedere dag. 
Nu, na twee jaar later, is het nog bijzonderder. Joke is overleden, en H-H glimlacht iedere dag in het voorbijgaan even naar het uiltje en heeft het idee dat Joke via het uiltje teruglacht. Een mooie herinnnnering.

Zweden: mussen

Van 10-18 augustus gefietst in Zweden.
Langs de westkust van Helsingborg naar Goteborg.
Toeristenseizoen was over, heel rustig.
Hitte was ook over, temperatuur 19-22 graden, meestal droog.
In de stadjes en dorpjes en bij terrasjes kwamen we heel veel mussen.
Om kruimeltjes te vangen.

Hier ben ik…
… hier ga ik weer

In de botanische tuin in Goteborg zagen we er een heleboel..
Tientallen mussen die hingen in de bloeiaren van de sporobolus heteropis, een fluffy grasje. Zo leuk dat we de tweede dag in Goteborg nog even terug gingen om naar de acrobatisch musjes te kijken. Ook in grote perken afrikaantjes zaten ze massaal, de zaden uit de uitgebloeide bloemen te plukken. En op de pergola’s.

Gezellig bijpraten op de pergola
Zoekplaat met mussen, 1 is heel makkelijk te zien. De meeste hangen in het gras eronder.

Zweden : Rozentuin

In het centrum van Göteborg ligt een mooi park, aangelegd door de Garden Society van Gothenburg, Trädgårdsföreningen, vanaf 1850.Met een fraaie kas, palm house, nagebouwd van de Crystal Palace kas in Hydepark in Londen. De onderdelen zijn in Schotland gemaakt, naar Zweden verscheept, en ter plekke in elkaar gezet. Vanaf 1878 konden de inwoners van Göteborg de tropische planten en palmen in de kas bewonderen. Veel nieuwe is de rozentuin. Het rosarium is on 1987 aangelegd, met hulp van plant donaties van ene Gote Haglund, die een enorme rozencollectie had.
Ik was wel wat verbaasd dat er, ook half augustus, nog zo veel rozen in bloei waren. Uiteraard steeds even snuiven, in hoeverre de rozen ook geuren. DE neus wil ook wat.
De rozentuin bestaat uit drie delen, een deel met moderne rozen, vaak doorbloeiend, een deel met oude rozen. En tot slot het ‘rozen-acrchief’, een verzameling rozen die in het westen van Zweden groeien. Deze laatste tuin is onderdeel van een programma voor instandhouding van plant0diversiteit. Met meer dan 1200 soorten rozen is dit een van de grootste rosariums in Noord-Europa.

Moderne rozen

Zweden: publiek groen

In de meeste Zweedse plaatstjes die we bezochten waren zeer kleurrijke openbare plantenbakken, hangmanden, of miniparkjes te bewonderen. Met duidelijk veel aandacht. Alles keurig gewaterd en geen dood bloemetje te zien.

Miniparkje in Falbenberg
Bloembakken op de wandelpromenade in Helsingborg
Linnaeus parkje in Haga, Göteborg

In Zweden was de zomer van 2018 ook extreem heet en droog (tot aan de week dat wij er waren). Op allerlei beboste heuvels waren er hele stukken bruin. Van dichterbij bleken dat de eikenbomen te zijn. Die hadden massaal de watertoevoer naar hun blaadjes stopgezet. Resultaat: geen afgevallen blad, maar ingedroogde knisperige blaadjes aan alle bomen. In de dorpen en steden hadden alle laanbomen in de straten een soort ring van grote plastic tassen om de stam, gevuld met water, en met hele kleine gaatjes onderin. Langzaam gaven ze water af aan de bodem.

Zweden: rosa rugosa

Al fietsend door west Zweden, langs het Kattegat, is er een plant die veel indruk heeft gemaakt. De rosa rugosa of rimpelroos. Half augustus is de plant al uitgebloeid. De opvallende kleur zit hem in deze tijd van het jaar in de overvloed aan grote oranje bottels. In dit gebied – in Skane en Halland – wordt de heester heel veel gebruikt als erfafscheiding. Maar ook in de Botanische Tuin kwamen we hem veel tegen in gemengde borders. En ook gewoon in de natuur en natuurgebieden waar we doorheenfietsen. Een  feestje.

Langs het tuinhek
Aan zee, net rechts van de foto staat de vuurtoren van Glommen, Halland, Zweden.

Kopje koffie

Op de voorgrond de grote Afrikaan, vorig jaar zaad van verzameld, bij een gezamenlijk tuinbezoekje. Bij ons in een pot, bij Jitske in de volle grond. Dan blijkt ie een stuk voller te worden.

Woensdagochtend, kopje koffie in de tuin bij Jitske.
Er zijn al heel wat planten die we geruild hebben.
Een vaste judaspenning, een calamagrostis verhuisde naar Jitske.
Een euphorbia, een siergrasje, een fuchsia verhuisden naar onze tuin.

Op de achtergrond mijn fiets

Theemuseum

Etappe Pronkjewail-wandelroute van Zoutkamp naar Wehe den Hoorn.
Rond lunchtijd waren we in Houwerzijl. Daar heb je een theemuseum, met theehuis en theetuin. Het museum bezochten we niet, wel een kopje thee op het terras van het theehuis. In de schaduw van dakplatanen, heel genoeglijk.

Na de thee schoven we op naar een bankje in de theetuin. En daar aten we onze boterhammetjes op. Met uitzicht op een rechthoekige vijver met een grote theepot als ‘water feature’.

Vanaf het lunch bankje
Theepot met straaltje water uit de tuit

Onweersbeestjes

De wandeletappe van 22 juli ging (voor ons) van Wehe den Hoorn naar Winsum. In Eenrum sloten Pieter en Mirjam aan. Na het halen van een stempeltje bij cafe Bulthuis (” We zijn heel zuinig op onze kerk”, zei de cafebaas, wachtte even en vervolgde “we gebruiken hem nooit”), op naar de Kleine Plantage. De planten stonden er prachtig bij, en de kleuren knalden ons tegemoet. Toen we de kwekerij opliepen, en ook de rest van de dag,  waren er tientallen minikleinebeestjes in de lucht en op ons. Kriebelig, volgens Mirjam. Onweersbeestjes, zei de man van de Kleine Plantage. Hij hoopte vurig op onweer, eigenlijk regen, want het water geven van de planten de afgelopen periode op de kwekerij was inmiddels een dagtaak geworden.

Kleur bij de entree
Planten voor de verkoop, ook hier volop kleur
Een stukje tuin bij de Kleine Plantage
Wandelen tussen de geschoren heggen

Begin mei waren Eddy en ik ook al in Eenrum, toen op de fiets en rhodondendrons kijken in de Notaristoen, en ook even langs de Kleine Plantage. Daar hadden we het eerste stukje Pronkjewailpad gelopen, de route gaat namelijk over het terrein van de kwekerij.