Draaikevertjes

  1. De eerste regels van het gedicht ‘ Schrijverke’  van Guido Gezelle (1857) gaan als volgt:O krinklende winklende waterding,
    Met ’t zwarte kabotseken aan,
    Wat zien ik toch geren uw kopke flink
    Al schrijven op ’t waterke gaan!

    Ik had er nooit bij stilgestaan hoe een schrijverke eruit zag….

  2. In de vijver vlak bij de conibeer zagen we een merkwaardig fenomeen. Een enorm gekrioel op het wateroppervlak, allerlei beestjes in rondjes draaiend boven op het watervlak. Zo bizar. In onze vijver hadden we wel eens schaatsenrijdertjes gezien, maar dit gekrioel…
    Het lukte niet een beestje te vangen om van dichtbij te bekijken. Daarom maar een filmpje gemaakt en ’s avonds gaan zoeken op internet. We kamen tot: draaikevertje, synoniem is schrijvertje.

Zo ontmoeten de beginzinnen van vroeger (Nederlandse les op de middelbare school) en een filmpje van nu elkaar in een rondjesdraaiend kevertje….

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *