Weidezoet en Suikerspin

Inmiddels staat overal de moerasspirea in bloei. Met zijn cremewitte bloemen. In het Engels heet de moerasspirea meadow sweet, letterlijk vertaald weide zoet. De bloemen ruiken inderdaad heerlijk, en omdat de planten bijna anderhalve meter hoog zijn hoef je ook niet (ver) te bukken om ze goed te kunnen ruiken. Bij ons helemaal makkelijk want ze staan zo goed als op het pad.
Suikerspin is de beschrijving die ik tegen kwam op een blogje van Paul van de knollentuin. Heel passend inderdaad, niet alleen vanwege de zoete geur, maar ook vanwege de fluffy vorm.

Moerasspirea in vroege ochtendlicht

Punt wederik

Woekert ie? Nou, t is wel een enthousiaste groeier
Is de bloemkleur subtiel? Nou niet bepaald, echt knal en knal geel.
Past ie in een natuurlijke tuin? Ja zeker.

Waar komt ie vandaan? Oost en zuid oost Europa.
Standplaats: Zon en half schaduw, liefst iets vochtig.

Zacht groen blad, met gele bloemtoortsen
Met een vleugje oranje in het hart
En soms bijna dubbele bloemen

Dit is de puntwederik of lysimachia punctata. Er is ook een bontbladige vorm, maar daar houd ik niet van. De naam zou van de Macedonische koning van Thracie, Lysimachus komen (leefde paar honderd jaar v C), maar waarom, dat kan ik niet vinden na een korte google-actie. En punctata wordt vertaald als ‘gestippeld’. Hmmmmm, hoezo stippels?

 

Gele knoopjes en Gele lissen

De foto’s van deze twee geelbloeiers zijn van begin juni, andere blogjes kregen voorrang, maar nu zijn ze toch aan de beurt.

De gele lis, iris pseudocarus, bloeit -per bloem- kort, maar als je een dikke bos hebt, zoals bij ons in de vijver, bij elkaar toch nog wel een paar weken. Steeds nieuwe bloemen. Wilde plant, houdt van natte voeten, en stevige zwaardvormige bladeren. Inmiddels (25 juni) zijn de lissen uitgebloeid. Op de dikke bloemstengels vormen zich nu even dikke zaaddozen. Ik probeer deze altijd allemaal af te knippen, voordat de zaaddozen openspringen en de zaden vrijkomen. Mooie zaden trouwens, kleine, glanzend bruine schijfjes van zo’n halve cm in doorsnee en 1 mm dik. De zaden blijven ook goed drijven, en zo kunnen ze via het water op een andere plek van de vijveroever (of rivieroever) terechtkomen en daar nieuwe kolonies vormen.

De santolina of heiligenbloem. Het blad van dit mediterrane struikje is het mooist. En de vorm van de struikjes blijft het mooist als je ze elk jaar weer terugsnoeit. Bij een paar struuikjes knip ik de bloemstengels weg, maar bij anderen laat ik ze zitten. Dan heb je eerst deze leuke kleine knoopjes. Deze santolina groeit bij ons in de (kurk)droge gemetselde bloembak aan de zuidwestkant van het huis. Samen met lavendel en centrantus ruber, alledrie mediterrane planten die van deze omgeving houden.

Santolina in knop

Op bovenstaande foto van 3 weken geleden waren de knopjes nog bijna dicht en zag je alleen een hint van geel. Nu zijn het inmiddels knalgeelbloeiende schijfjes, van ruim een centimeter in diameter. Met een intense (en overigens niet al te aangename) geur. Zie onder.

Trio mediterranee: van achter naar voren: lavendel, santolina, witte spoorbloem

 

Alpenvrouwenmantel

Alchemilla alpina

Op dit moment staat in veel tuinen de vrouwenmantel uitbundig te bloeien met geelgroene bloemen. Een veel minder opvallend familielid is de alpenvrouwenmantel.

Een echte bodembedekker, en een stuk kleiner, 10-20 cm hoog. Ook hier zijn de bloemen geel-groen, maar wat minder opvallend dan die van de gewone vrouwenmantel. De onderkant van de bladeren en de brede liggende stengels zijn zilverachtig behaard, en als je van boven op het blad kijkt zie je de diep ingesneden blaadjes (dat is andere van bij de A. vulgaris) en een fijn zilver randje. In het Duits het deze vrouwenmantel ook wel Alpensilbermantel.

Doet het goed langs de rand van het pad

De alpenvrouwenmantel is zeer winterhard. Niet zo gek als je weet dat de natuurlijke habitat het midden en hooggebergte is, met ook populaties in Groenland. De bloeiperiode is mei – juni.

Een klein polletje dat zich tussen de stenen van het pad had uitgezaaid vanmiddag aan een open-tuin-bezoekster uit Yde meegegeven. Zij heeft een niet al te grote tuin, en kon zo’n klein blijvend, langzaamgroeiend plantje wel huisvesten.

Vanaf de bank 17 juni

Vanaf de bank recht naar achter kijkend, achter de gele lissen ligt de vijver.

Blik in de achtertuin vanaf de tuinbank bij de schuur.
Een indruk van de volheid van de tuin, half juni.

Vanaf de bank, 45 graden naar links tov eerste foto, met de stipa gigantea (sierhaver), de witte rosa multiflora (laag) en de zachtroze roos Pauls’s himalayan Musk (hoog).
Vanaf de bank, 90 graden naar links tov foto 1. In verlengde van tuinpad, tegen de garage van buurman Jan, de nestkast waarin de koolmezen woorden.

 

Who dunnit: de graspoeper

Sinds een paar weken verschijnt er regelmatig een drol op ons grasveld. Soms een beetje met mos overdekt, maar meestal gewoon pardoes in het gras. Getsie.
Wie is de graspoeper?

Onze eigen katten niet, denken we. Waarom zouden ze dat opeens doen. Zou het Flock, van de buren zijn?
Of Suzan van een paar huizen verderop? Of de grote cyper die af en toe langskomt. Of die kleine zwarte?

Wie is de graspoeper
Die deze plekken veroorzaakt in ons gras/mosveld?

Nu lopen we elke ochtend naar buiten om te kijken of er een drol ligt. Dan met tuinschepje opwippen en in de border erachter mikken. Curieus dat er gele plekjes ontstaan waar een drol heeft gelegen, maar eromheen juist een donkergroene kring.

Open Tuin Kabouter

Aan de weg
Naast het huis

Vandaag meegedaan met landelijk OpenTuinen Weekend van Groei & Bloei. Voor ons half weekend, alleen de zaterdag meegedaan. De Harense afdeling hield een eigen Open Tuinen weekend twee weken geleden, maar toen waren wij niet thuis, dus nu een keertje met landelijke weekend meegedaan.

De open tuin kabouter, die fluit naar langslopende mensen of poezen

Misschien was dat de reden dat er maar weinig aanloop was.
Geen probleem, voor de bezoekers die kwamen was er ruime aandacht en ik ben lekker de hele dag in de tuin geweest. O.a. hegje gesnoeid en kamperfoelie ingetoomd.

Voor als de zondvloed komt

Vorig weekend stonden de rozen prachtig in bloei. Zoals deze Ghislaine de Feligonde. Het zou hard gaan regenen en stormen. Dus snel een paar foto’s gemaakt voor het geval al het bloemen-moois de weersomstandigheden niet overleeft.

Eerst donker gekleurd…
… dan lichter gekleurd…..
…. tot bijna wit

Het heeft wel hard gewaaid, en onder de roos lag een tapijtje van bloemblaadjes. De regen viel mee. En er zitten nog steeds heel veel knoppen aan de struiken. Hoop dat die er volgende ook nog zijn, dan doen we mee met Open Tuinen Weekend.

Choisya Ternata

Nederlandse namen die ik ben tegengekomen voor deze wintergroene heester: glansmispel en oranje bloesem (soms Mexicaanse oranje bloesem). Het heesterje staat nu nog in een pot, binnen overwinterd in de serre.
De foto is van een week of twee geleden, toen het struikje nog in bloei was. Heerlijke geur, pot op hoekje van terras. Inmiddels zijn de bloemen vrijwel verdwenen. De choisya is een stek van een grotere struik bij Willie in de tuin. Als je googled op de Latijnse naam van de plant, kom je vaak de kruising choisya ‘Aztec Pearl’ tegen. Ik denk dat ons exemplaar ook zo’n parel is. Na twee jaar in pot durf ik het wel aan het heestertje, langzaamgroeiend, in de volle grond te zetten. Wel vlakbij het terras, bij de kleine vijver. Omdat ie zo lekker ruikt.


Wacht even …..
< nu loop ik even naar buiten om aan het blad te ruiken>
…. wist je dat het blad ook erg lekker ruikt als je het kneust?