Vanuit ons hotel in Saint Valery en Caux was het een flink stuk rijden naar Giverny, naar de tuin en het huis van Claude Monet. ‘Dat moet je gezien hebben’. De tuin, de waterlelievijver, het beroemde bruggetje, het huis van de familie Monet.









Tja, wat zou ik er van zeggen. We waren niet alleen. Als je de tuin met een paar mensen zou delen, vast erg mooi. Maar met vele bussen tegelijk…. dat is echt te veel. Veel van de kleine paadjes waren afgesloten, vroeger kon je daar nog doorheen lopen. Voordeel is dan weer dat je foto’s kunt maken zonder dat er overal mensen lopen. Aan een deel van de foto’s is de mensenmassa niet te zien. We kregen de tip om meteen/ eerst naar de waterlelie tuin te gaan. Als ik een advies mag geven: doe dat niet. Tussen half 10 en 10 komen er vele bussen, die allemaal denken dat het handig is om vroeg te zijn. Maar – in ieder geval de dag dat wij er waren – was het veel handiger om eerst de andere kant van de tuin (via het tunneltje onder de weg door) te bekijken, en dan pas tegen half 12 naar de waterlelievijver te gaan. Een enorme winkel, met veel Monet- memorabilia. In het vroegere atelier van Monet, veel licht en veel ruimte voor zijn soms grote schilderijen. Wat tegenvallende toiletfaciliteiten (nog geen handvol toiletten voor 500.000 mensen per jaar is wel karig ).Het huis hebben we niet meer bekeken – was immers een tuinenreis – en nog wat tijd in het dorpje doorgebracht. Pas bij het weggaan zagen we het Monet museum (schilderijen), maar ook mooie tuinen daarbij. Da’s een idee voor als ik ooit weer eens in Giverny kom.


