Drieurenbloem

Deze eenjarige, hibiscus trionum, bloeit met grote creme-witte bloemen met een donkerrood hart. Goed te zien dat het familie van de malta en kaasjeskruid is. De bloemknoppen vormen een soort lampionnetjes voor ze open gaan, en na de bloei ook weer. Dan drogen ze langzaam in en worden bijna doorschijnend, terwijl de zaden langzaam rijp worden en zwart doorschijnen.

Kunstwerkje van de natuur.

Bestens in een pot op terras te kweken, elk jaar opnieuw zaaien. Althans als je een slakrijke tuin hebt. Anders zijn de kleinen zaailingen in een nacht afgegraasd.

Voorkiem – Varen

De voortplanting bij varens in twee stappen. Een varen vormt sporen, meestal aan de onderkant van het blad. Microscopisch kleine stormachtige deeltjes. Na kieming vormt de spore een vrij levend plantje, de voorkiem. De voorkiem maakt vervolgens eicellen en zwemmende zaadcellen. Als het vochtig genoeg is vinden de zaadcellen de eicel en is er sprake van bevruchting. Nu kan uit de voorkiem de echte varen groeien. Omdat de bevruchting afhankelijk is van water groeien de meeste varens op een vochtige of natte bodem.

Onderdeel van het informatiebord over varens, onderdeel van het Evolutiepad in Hortus Botanicus Haren. Getekend door straatgenoot Ilaria Rosso.

Deze zomer groeit in een pot op het terras een rijstplant. Die houd ik continu nat, simulatie van rijstvelden. Op het oppervlak van de aarde in de pot verschenen in de loop van de tijd allerlei mossen, waaronder een levermos. Dacht ik. Maar laten dat nou net de voorkiemen van een varen zijn! Na een tijdje begon er namelijk een mini varentje uit te groeien. Een hartvormig groen schijfje. Ik had nog nooit bewust zo’n voorkiem gezien. Leuk! Inmiddels ruim een week verder en de varentjes hebben al meer geveerde blaadjes.

Beestjez – Grote Beer en Wespspin

Vooruit nog twee kriebelbeestjes. Een harig zwart rupsje dat ik tegen kwam toen ik kweekgras uit een zijborder aan het trekken was. Het beestje ging er op een holletje van door en verdween in een grote pol prachtriet. Het is de rups van de Grote Beer, een vlinder.

En dan deze, (nog) niet in eigen tuin gezien. Houdt van hoog open grasland, en soms ook gewoon bij een muur. Beide foto’s zijn in Hortus Haren genomen, daar zijn ze veel te vinden in de vlinderbijenweide, in de hondsrugtuin, maar ook gewoon in de hoek van de muur van het Evolutiepad. De westspin is een van de grootste spinnen van Nederland, ziet er exotisch uit, maar is het niet. En gevaarlijk ? Alleen voor meneer wespspin, veel kleiner en saai bruin van kleur. Vaak overleeft ie de paring niet.

Helenium Tura

Een mooie bloeier voor de late zomer, begin herfst is helenium, of zonnekruid. Er zijn lage en hoge soorten in warme gele, oranje of soms donkerrode soorten. Bij de vroege bloeiers verschijnen de bloemen vanaf begin juli, soms zelfs eind juni, tot in augustus. Bovenaan de stengels gaan er steeds weer nieuwe knoppen open. Bij de late bloeiers kun je bloemen verwachten in augustus-september.

Een sterke soort is de helenium Tura. Daar hebben we twee flinke bossen van in de tuin, bijna 150 cm hoog. Ze staan nu in volle bloei. Als ik eraan denk zal ik volgend jaar in mei/ juni een deel van de stengels (met een derde) terugsnoeien, dan wordt de bos nog breder en bloeit een deel van de bloemen later.

De kleine oranje soort die ik heb bloeit vroeger, maar heeft wel moeite door de slakkenvraat in het begin van de zomer heen te groeien. Misschien nog op zoek naar een sterke donkere ….

Gedeukte gouden tor

Gister liep ik langs de druif en zag daar een grote oranje spin in een web zitten. Toen ik van dicht bij ging kijken werd ik afgeleid, er hing een grote prooi in het web. Een grote kever. Hier kon de spin blijkbaar niet mee. Ik viste de kever uit het web, zette haar op een blad en kon een goed kijken hoe ze eruit zag. Ze ging uitgebreid poetsen, pootjes langs schild bewegen, vleugels in een uit klappen om het spinrag van haar lijf te krijgen. Een glimmende metallic kever, groot ook. Ze zag er wel een beetje verfrommeld uit. Maar dat hoort zo: het is de gedeukte gouden tor ssp metallica. Alhoewel, als ik waarneming.nl mag geloven is het moeilijk de gouden tor en de gedeukte gouden tor uit elkaar te houden.

Aan een duidelijke foto is soms ook aan de bovenzijde wel te zien om welke soort het gaat. Zaken die dan een rol spelen zijn de exacte kleur groen (of andere iridiserende kleurvariant), de deuken in het dekschild, de hoeveelheid witte haarvlekken op de dekschilden en halsschild en de aan/afwezigheid van wittig toment op de knietjes (alleen zichtbaar bij een goede kijkhoek op gebogen knieën).

Tja als je nu ook op de kleur van de knieën moet gaan letten …

Walstropijlstaart

Terwijl tijdens de nachtvlindernacht vooral wat kleinere nachtvlinders en micro’s op het laken verschenen, had ik vandaag een mooie pijlstaart gewoon midden op het terras. Ik was in de tuin bezig en toen ik terug kwam zat meteen voor de tuinstoel deze vlinder op de grond. Voorzichtig opgepakt en op een plant gezet. En natuurlijk even opzoeken: het is de walstropijlstaart. Komt voor op walstro, maar vooral veel op wilgenroosje. Laten we daar nou net een flinke bos van in de tuin hebben!.
De nachtvlinder is zeldzaam.

Gibbosum

Een geelbloeiende pelargonium is toch wel een bijzonderheid. Pelargonium gibbosum is er zo een. Afkomstig uit zeer droge gebieden in Zuid Afrika, een vreemd groeiende plant, beetje struikachtig.
Dik, bijna vetplantachtig blad en curieuze lange stengelstukken tussen twee ‘knopen’, met ter plekke van de knoop een soort verbrede knie. Bij ons staat dit exemplaar sinds kort tussen de andere pelargoniums op het overdekte terras. Gekregen van Walter, tuinbaas Hortus, en fanatiek pelargonium-verzamelaar.
Terwijl ik dit schrijf, lees ik dat de plant sterk geurt (het is nu 22:10) .
Ik ga even ruiken, ben zo terug.

…..

Inderdaad, een bijzonder geurtje, beetje kruidig. Hoogte van de plant wordt tot een halve meter, een slordige groeier. Bloem geelgroen, bloei in de herfst (soms al vanaf mei). Standplaats zon/ halfschaduw.. Bij ons in een pot, moet ‘winters naar binnen.

Als de plant ouder wordt verhouten de stengels, en worden ze breekbaar. Ondersteunen schijnt te helpen. De bladeren zijn blauwgroen en glad . Hoort tot de polyactium group. In England voor het eerst beschreven in 1712, ik vind een verwijzing dat deze pelargonium in Nederland als in 1687 is beschreven. Maar waar?

Leuk verhaaltje: Op jacht naar de Gibbosum. Link.

Bijna 11

Vorige week kreeg ik deze foto’s en bericht van Noor doorgestuurd.

Hallo Oma, kan je het naar de buurvrouw sturen en vragen of er wat leuke bloemen bij zitten voor mijn. groentje?

Ja zeker, Noor.

Foto’s gemaakt tijdens vakantie in Zweden.

NB. Terwijl ik rond 21:00 in de serre dit blog aan het schrijven ben, komt Noor, met Oma Sieneke langs. Plantenvraagje. Ze verheugt zich al op het lezen van het Groentje, morgen in de auto op weg naar huis.

Dag van het hunebed

Drenthe is de provincie van het hunebed, en daar past een ‘Dag van het Hunebed’ bij. Dit jaar op 17 augustus. Met heel veel activiteiten. Ingrid kwam dit weekend logeren, dus mooie gelegenheid om te wandelen op de hei, in de Drentsche bossen (Ees) en naar het hunebedcentrum in Borger te gaan. Daar ligt het grootste hunebed van Nederland, de D27, en een mooie keientuin.

Vanwege de Dag van het Hunebed, waren er ook verschillende andere activiteiten. Zoals het standje van het Drentsch Landschap, waar je kon raden welke poep van welk dier was.

Nachtvlindernacht 22 aug 2025

Op 22 en 23 augustus kon je op allerlei plekken naar nachtvlinders kijken. Het waren nationale nachtvlindernachten. Op allerlei plekken in het land werden witte lakens gespannen die werden beschenen met een felle lamp. En dan wachten op wat komen gaat. Ik was op vrijdag avond in de Hortus in Haren , met ruim 20 andere geïnteresseerden. Bij de aanmelding werd gezegd: als het regent of erg hard waait gaat het niet door. Ik dacht…. er zijn dan geen vlinders, maar het had er vooral mee te maken dat er geen spatje regen op de felle (en hete) lampen mocht komen. Bas, een van de deskundigen, had voor de zekerheid een paraplu mee.

Geen hele spectaculaire vondsten deze avond, aldus de experts.
Maar wel 48 soorten gevonden, volgens de inventarisatie van Ronald.
Grappig, het moeten er meer zijn geweest want ik heb ook nog foto’s gemaakt van de hagedoornvlinder en het weidehalmuiltje. Dus 50!

Vruchtbladroller
Stro-uiltje
Bruine grijsbandspanner
Dwergvedermot
Scherphoekvedermot
Zwarte-c-uil
Naaldboombeertje
Huismoeder
Haarbos
Parelmoermot
Agaatvlinder
Gele eenstaart
Waterleliemot
Witte dominomot
Glad beertje
Jakobsbladroller
Kleine groenbandspanner
Open-breedbandhuismoeder
Boogsnuituil
Blauwooggrasmot
Gestreepte goudspanner
Gestippelde oogspanner
Gewone breedvleugeluil
Berkeneenstaart
Beukeneenstaart
Buxusmot
Appeltak
Aangebrande spanner
Gewone spikkelspanner
Paardenkopbladroller
Koperuil
Grijsgevlekte grasmineermot
Plakker
Gewone spiegelmot
Piramidevlinder
Rode eikenlichtmot
Goudvenstertje
Paardenbloemspanner
Vogelkersstippelmot
Blauwe distelbladroller
Blauwbandspanner
Zwartkamdwergspanner
Marmerspanner
psi uil/drietand
guldenroededwergspanner
eikenpalpmot
rode knopbladroller
melkwitte zomervlinder