Groot Kalkschuim wandelt

Van een afstandje leek het op vogelpoep, van de reiger of zo. Toegegeven, het is het soort ding waar je zomaar aan voorbij zou kunnen lopen, het lijkt op een vogelpoep. Maar het is geen vogelpoep, geen braaksel, geen alg en geen schimmel.

Van dichtbij zijn de kleine witte ‘vingertjes’ te zien. Dat is geen toeval, hier zit organisatie achter. Obsidentify, een determinatie app, wist het zeker: dit is groot kalkschuim of Mucilago crustacea, een slijmzwam.

Een slijmzwam is geen dier, geen plant en ook geen schimmel. Ze vallen onder het rijk Protista, protozoa of eencelligen, net als de amoebe.

Een deel van hun leven leven slijmzwammen als eencellige organismen in de grond; ze zijn dan veel te klein om met het blote oog te zien. Ze eten bacteriën in rottend hout en dode planten.
Als ze zich willen voortplanten of als hun gewone voedsel schaars is dan gebeurt er iets bijzonders: de eencelligen klonteren samen tot een grote slijmerige massa. Slijmzwammen kunnen zich voortbewegen! Ze communiceren en coördineren hun bewegingen door chemische stoffen aan te maken die het gedrag van elk eencellige veranderen.

Er zijn twee soorten slijmzwammen: cellulaire soorten, waarbij de afzonderlijke eencelligen blijven bestaan, zelfs wanneer ze samenkomen, en de zogenaamde acellulaire soorten: hier verliezen afzonderlijke protozoa hun celwand en samen vormen ze  één grote amoebe met veel celkernen in een grote slijmerige zak. De technische term voor deze gigantische massa is een plasmodium.

Een plasmodium gedraagt ​​zich als één enkel organisme en spreidt zijn ’tentakels’ uit om voedsel te vinden. Mucilago crustacea is ook een van deze acellulaire slijmzwammen en vormt een van de grootste plasmodia in Europa.

Een ander acellulaire slijmzwam, de soort Physarum polycephalum, wordt vaak in laboratoria bestudeerd. Deze soort blijkt zich door een doolhof heen te kunnen bewegen om voedsel te vinden. Ook kan deze slijmzwam netwerken bouwen die voedselbronnen met elkaar verbindt.

Een mooi filmpje op de website van Hortus Amsterdam.

In welk soort omgeving kun je deze slijmzwammen ook nu, in de winter, tegen komen?
Vochtig, hoog gras, onder bomen. Zoiets.

IJsflesjes

Twee ijskoude kerstdagen en zeer zonnig. Op eerste kerstdag veel (ijskoude) wind. Op heel ondiepe slootjes of goed geprepareerde ijsbanen kon geschaatst worden. Onze beide vijvers waren dichtgevroren, maar voorzien van de ijsvrijhouder voor de ontluchting.

De combinatie van vorst en wind maakt soms mooie vormen. Pannenkoekenijs zagen we al eens eerder, nu een soort ijsflesjes, aan de voet van riethalmen.

Hulst

Kerstkleuren bij uitstek. Glanzend donkergroen, met glanzend rood. In de voortuin hebben we een vrouwelijke en mannelijke hulst struik naast elkaar staan. Handig voor de bestuiving. De vrouwelijke hulst zit als elk jaar tjokvol met bessen. Of eigenlijk ‘zat’ . De hele bovenste helft is al leeggegeten door de merels. Het lagere deel van de struik, ter hoogte van de brievenbus, vinden ze iets spannender. Dus daar zitten nu nog wat bessen aan. Zal nu wel hard gaan. Ook alle bessen van de vuurdoorn zijn inmiddels opgepeuzeld, dus deze hulstbessen zullen ook wel snel in de meelmagen verdwijnen.

Een heel enkel jaar, als de vorst vroeg invalt, soms al eind november, hebben we ook kramsvogels en koperwieken in de hulst gezien. Als het later in de winter koud wordt, dan is deze struik al leeg. En in veel jaren wordt het niet koud genoeg en zien we helemaal geen kramsvogels en koperwieken in onze tuin.

Toen ik de foto maakte viel met hier ook weer cirkelvormige vlekken op. Een virus? Heb het niet zo snel kunnen vinden. Tips welkom (in de reactie).

Bijna-einde-jaar

Tussen kerst en voor 3 januari kun je meedoen aan de eindejaarsplantenjacht van Floron. Een uur lang tijdens een wandeling kijken welke bloeiende wildeplanten je tegen komt. Als voorproefje vandaag al even door de tuin gelopen. Veel bruin, strokleur, groen. Kale stengels, uitgebloeide bloedhoofden, nieuw bladrozetten voor volgend jaar, de eerste ‘neusjes’ van de sneeuwklokken.

Bloeiend kwam ik alleen de grote maagdenpalm en de winterheide tegen. Op een plekje waar narcissen staan een dikke , al geel doorschijnende bloemknop. Allemaal geen wilde planten.

Niet het madeliefje in het grasveld, niet de paarse lipbloempjes van de dovenetel, niet de scherpe boterbloem, niet de kleine veldkers, geen winteraconiet (zelfs geen blad) of paardenbloem.
Wel een slaphangende teunisbloem met nog knoppen (zou die weer overeind komen nu de vorst over is) en een slaphangende bloemstengel van de eenjarige zomerfijnstraal. Maar geen bloemetjes.

Morgen maar eens een wandeling in de omgeving, vooral op zonnige en beschutte plekjes. En dan heel goed kijken.

21 december

De kortste dag van het jaar.
Winter?
Volgens de kalender wel.
Voor het gevoel: lente.
Zeker nu het na een paar grijze dagen mooi zonnig was.
Eerste bloesem aan de boompjes.

Mooi tijd voor een wandeling rond het Paterswolde meer. En soms kom je nog onverwacht iets tegen Zoals deze groep alpaca’s die op een (schier)eilandje stonden en nieuwsgierig met ons meeliepen. Een mevrouw liet haar hond uit. De hond stond zijn ogen uit te kijken naar die grote schapen aan de andere kant van het water. “Het is zijn eerste alpaca“, zei de mevrouw lachend.




De leukste bloemenwinkel

Vroeger was de bloemenwinkel Groeneveld bij ons in de straat. Aantal jaren terug is de winkel overgenomen door toenmalig medewerkster Clarissa, en verhuisd naar een andere plek in het dorp. Van de week liep ik er weer binnen. Met een sfeer van gezelligheid, tjokvol bloemen, en in deze tijd van het jaar kerststukjes. Achter in de winkel was een team van bloedbindsters bezig met het maken van boeketten en kerststukken. Clarissa zelf was continu bezig met het opnemen van bestellingen en in gesprek met klanten. Hier weinig schreeuwende ‘plofbloemen’ , maar smaakvol opgemaakte boeketten en stukjes.

Zoek je nog iets moois, als je met kerst op bezoek gaat, of gewoon om in eigen vensterbank te zetten. Ga vooral eens kijken bij Bloemsierkunst Groeneveld aan de Kromme Elleboog in Haren.

Om in de stemming te komen nog wat plaatjes.


Zwerfstenen en fossielen

Pas op, het is wel een beetje besmettelijk.
Als je je een beetje gaat verdiepen in stenen en fossielen zie je steeds meer en ga je steeds nauwkeuriger om je heen kijken. Dat gebeurt trouwens ook met vogels. Naarmate je ze beter leert kennen, op hun geluid, ga je op steeds meer plekken de tuinvogels herkennen, horen en ook zien. Voordeel van stenen ten opzichte van vogels: ze lopen of vliegen niet weg, en als ze klein genoeg zijn kun je ze oppakken.
Heb je het geluk dat je in de buurt van de Hondsrug woont -wij wonen er boven op- dan kun je lokaal van alles vinden. In eigen tuin, als je een stukje wandelt. En natuurlijk helemaal als er ergens gebouwd gaat worden, en een groot gat gegraven wordt.

Hier in de buurt van Haren worden veel rode zwerfstenen gevonden, graniet met de ijstijden meegenomen naar onze streken. Ik had me nooit gerealiseerd dat er ook heel veel fossielen vanuit Scandinavië hier zijn gedeponeerd: kalksteen, afzettingsgesteenten, van zeeleven dat vroeger in warme ondiepe tropische zeeën leefden. Een heel andere klimaat, toen. Ook deze begin ik beter te herkennen, zie hier.

Gister, net even voor de kerstsluiting, in de Hortus Haren geweest om naambordjes bij de zwerfstenen en fossielen te zetten. In de mooie oude kast in de entree hal van de Hortus zijn de stenen uitgestald.
De kasttentoonstelling, Wunderkammer of rariteiten kabinet, is te zien tot eind maart 2026.

Enkele stenen zijn gevonden in de Hortus, de meeste in bruikleen van het Hunebedcentrum/ UNESCO geopark de Hondsrug. Op de onderste plank o.a. een aantal brokken keileem, een steen met gletsjerkassen en gletsjer-molenstenen (rond geworden, rondtollend in rivieren onder het ijs) en vuursteen. Op de middelste plank allerlei fossielen in kalksteen. Op de bovenste plank: doorgezaagde en gepolijste stenen.

Broedbolletjes

Binnenkort zou het wel eens koud kunnen worden, hoewel je dat met het zonnige weer vandaag met 10 graden, niet zou zeggen. De buitenkraan is afgesloten, en ik heb de blaadjes uit de vijver gevist. De piepschuimen ‘ijsvrijhouders’ liggen klaar voor de twee vijvers. En gekeken welke plantjes nog in de serre staan , die niet tegen vorst kunnen. Want als het echt koud wordt, kan het ook in de serre gaan vriezen (ligt op het noorden, in de schaduw van ons huis). Mooie tijd om de bollen van de abbesijnse gladiolen in potten eens te bekijken. Eerst laat ik het bovengrondse deel helemaal afsterven (nog in de pot), terwijl de potten al bijna twee maanden binnen staan en behoorlijk droog zijn. De bollen van de Abessijnse gladiool zijn plat, niet ui-vorming zoals van tulpen. Soms verdubbelen de bollen zich en is er een tweeling bol, verbonden door een wortelschijfje. Die wortelschijf is makkelijk te verwijderen na indrogen, en dan blijven twee platte bollen over. Soms groeit er een klein zijbolletje naast. En bij grote bollen groeien er ook een soort knolletjes, broedbolletjes, aan de bol. Andere kleur, ander velletje, en zonder een duidelijk puntje dat boven- of onderkant aangeeft. Deze broedbolletjes kun je jaren lang bewaren, droog, zonder dat ze in het voorjaar uitlopen. Een investering in de toekomst. De bollen staan nu nog even na te drogen in de (verwarmde) bijkeuken, en gaan dan na het verwijderen van de oude bloeistengel de kelder in.

Dit jaar heb ik in het voorjaar in elke pot niet alleen een aantal grotere bollen geplant, maar ook een aantal van de broedbolletjes. Daar is dit jaar een klein groen sprietje uitgegroeid. Bij het oprooien van de gladiolen zijn naast de grote bollen nu ook een aantal minibolletjes naar boven gekomen. Duurt nog wel een aantal jaren voordat die gaan bloeien!.
Meestal hebben we 4 potten op het terras staan. Mooie elegante bloemen in de zomer, wit met dieppaars hart, en een overheerlijke geur.

Siergrassenborder

Dáárom is een siergrassenborder in een stukje van de tuin een goed idee.
Zelfs op de korste dag van het jaar, het begin van de astronomische winter, ziet het er mooi uit. Tinten geel en lichtbruin, ijle halmen, prachtige plek voor mistdruppeltjes of rijp. Erg mooi met een donkergroene achtergrond van taxus of klimop. Kies grassen die lang rechtop blijven staan, afgewisseld met bloemen waar de uitgebloeide bloemhoofden aan de plant blijven. Van sommige schermbloemigen blijft het hele bloemscherm mooi, van anderen juist het donkere bloedhart: zonnehoeden of rudbeckia fulgida.