Fritillaria

Ik moest even goed kijken hoe ik het woord schrijf, Fritillaria. Met 1 x t en 2 x l. Voor mij is de meest bekende soort de Fritillaria meleagris, de kievitsbloem. Dat mooi geblokte (of roomwitte) ‘eitje, dat in vochtige weiden in april bloeit. Vroeger heel veel langs de grote rivieren, nu minder algemeen in de vrije natuur. Hier hebben we er een paar van in d tuin. Wel altijd spannend of ze goed bloeien of te grazen worden genomen door slakken of het leliehaantje. Jaren geleden had ik een paar exemplaren van de fritillaria uva-vulpes, maar die heb ik na het eerste jaar niet meer teruggezien.

Er zijn ongeveer 100 soorten kievietsbloemen, vaak uit bergachtige rotsige gebieden. Veel kleine, tengere , sierlijk bloempjes. Met soms wat bijzondere kleuren, bruinachtig paars, tintjes geel erbij. Deze kun je in een bak of rotstuin planten, een beetje in de gaten houden of ze niet door anderen overgroeid worden. Dat zou jammer zijn, want de bolletjes van de meer bijzondere soorten zijn behoorlijk prijzig.

De fritillaria imperalis, of keizerskroon, is heel anders. Een forse plant, dikke stengel en knaloranje of knalgele hangende klokken in een ‘kroon’. Die zie je niet over het hoofd.

Komend voorjaar is de ‘bollentuin’ in de Hortus Haren omgetoverd tot een fritilariatuin. En ook elders in de Hortus zijn verschillende soorten te vinden. Een paar voorbeelden (foto nu van de website van de verkoper) van bolletjes die zijn geplant.

Als je de bloemen onder hun rokjes kijkt zie je ook allemaal verschillende vormen meeldraden en stampers. Als je daar foto’s van maakt en op een reusachtig infobord zet, dan krijg je dit.

Kort, lang, recht, uitwaaierend, veelkleurig. De voortplantingsorgaantjes van fritillaria.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *