Dit weekend zo druk bezig geweest met zaterdag concert van het koor waarin ik zing en zondag de plantenmarkt in de Hortus. Helemaal niet aan toegekomen om mee te doen met de nationale bijentelling, dit weekend.
Het blijkt morgen ook nog te kunnen dus ik ga morgen nog een poging doen! Bijen genoeg, vooral metselbijtjes. En uiteraard hommels, die zijn makkelijk(er) te identificeren.
Bijgaand filmpje is van afgelopen woensdag middag, de middagzon valt dan precies op het bijenhotel. Volop klandizie! Maar wel lastig tellen. Tot hoeveel komen jullie?
Een heel team van vrijwilligers is de afgelopen maanden bezig geweest met het organiseren van de jaarlijkse plantenmarkt in de Hortus. Zondag 19 april was het zo ver. Zo’n 30 kramen van dichtbij en ver, veel planten, paar groene organisaties; lezingen en verkoop tweedehands tuinboeken (een aantal kende ik, stonden tot voor kort bij ons thuis in de kast) en oud gereedschap.
Zelf stond ik in de ochtend in de Vriendenkraam, met een aantal potjes met stekken van geurgeraniums voor de liefhebber. We konden vandaag 36 nieuwe (hernieuwde) Vrienden bijschrijven.
Foto nr 1 is gemaakt door Wiebo, medevrijwilliger.
Het toppunt van lente in geel: hele weilanden vol met geel bloeiende paardenbloemen tussen het verse lentegroen. Een paar dagen maar, op zijn geelst, daarna zijn de eerste bloemen al weer uitgebloeid en een tot twee weken later is het veld zilver van de pruikenbollen met zaadjes.
In de tuin hebben we op allerlei plekken paardenbloemen, ik laat ze bloeien, en vanaf nu loop ik regelmatig door de tuin om de uitgebloeide knoppen af te plukken (om een deel van nieuw pluis te voorkomen).
Er is veel meer geel te zien in deze tijd van het jaar. Onderstaande foto’s zijn allemaal van afgelopen week. En ik ben niet eens bewust op zoek gegaan naar geel bloeiend spul.
Op een zonnige woensdag middag zaten we op het terras, en naast mij op de grond zat een wilde bij in de zon. Een half uur later nog steeds. Ik gaf een voorzichtig zetje en er volgde een voorzichtige reactie van de bij. Halve draai, maar meer niet. Bij vergeten, maar de volgende dag weer in gedachten. Zou ze er nog zitten? Ja, ze zat er nog, en nog steeds -bij aanstoten- enige beweging.
Misschien wel een ‘hongerklap’ dacht ik, dus bijtje opgepakt en voor buisbloem van bloeiende gele dovenetel gehouden. Ze stapte over en begin meteen te smullen. Weer energie opdoen. En een tijdje later vloog ze weg.
Goede daad van de dag: voedselhulp voor hongerige bij.
Al eerder schreef ik over een groeiende collectie geurgeraniums. Ze staan nog net in de serre (na binnen overwinterd te hebben), en gaan binnenkort naar het overdekte terras buiten. Vandaag stond ik de planten eens te bekijken en toen viel met op dat ze groen waren. Nu is dat niet zo gek, voor een bladplant. Het bijzondere is dat twee van de soorten in het verleden opvallende verkleuringen aan het blad hadden. En de nieuw bladeren zijn steeds groener geworden.
Links pelargonium ‘fragrant frosty’ , waar vorig jaar alle blaadjes een wit randje hadden. Nu zie je dat alle nieuwe blaadjes effen groen zijn.
Rechts pelargonium ‘royal oak’. stekken van een wat eigenaardig geurende pelargonium, die toen ik hem kocht dieprode vlekken in het hart van het blad had.
Mooi om in de tuin rond te kijken nar wat allemaal boven de grond komt, en razendsnel groeit in deze tijd van het jaar. Ook tijdens een wandeling of in de berm langs het fietspad, kun je allerlei bijzonder gevormde planten zien. Herken je deze?
De hele winter hadden we de zaden silo naast het huis staan. Vlak bij de heg. Favoriete plek voor de musjes. Het is een wat oudere kunststof silo, met een plastic schotel eronder. Niet nodig voor de mussen, wel voor de dikke houtduiven die regelmatig langskomen. En vanaf de schotel makkelijk van de zaden konden pikken. Door ‘plastic’-moeheid is de plastic schroef van de schotel afgebroken. Ik probeerde de schotel met een klem op de stang waar de voedersilo op staat op de plaats te houden. Blijkbaar is De Duif zo zwaar dat de schotel heel langzaam omlaag is gezakt. Van eerst 1,5 meter hoogte, naar zo’n 60 centimeter. En nu hangt de. schotel vlak boven de grond op minder dan 20 centimeter. Had me leuk geleken om te zien hoe de houtduif gerrittje , zittend op de schotel, langzaam omlaag zakte… Ik kan me een beteuterde duif voorstellen….
Eind maart was het nog koud. Was dat misschien de reden dat we alsmaar geen bruine kikkers zagen verschijnen voor hun voorjaarsorgie. Of was er iets anders aan de hand. Nadat ik weer een reiger met een kikker bungelend uit zijn snavel wegjoeg van de vijver was ik het zat. Dezelfde middag stokken rond de vijver in de grond gezet, en met roze touwtjes kris kras over de vijver gespannen. Als extra afschrikking stukken aluminiumfolie aan de touwen vastgemaakt. De reiger niet meer gezien, wel deze twee eenden, voor een kort bezoek.
Was dit een geval van de put dempen nadat het kalf verdronken is? Nog steeds geen kikkers in het ondiepe deel van de vijver, waar ze al meer dan 20 jaar hun dril afzetten. Begin april kwam de ontknoping. Toch nog een flink aantal kikkers zijn langs geweest, in het diepe stuk van de vijver, tussen allerlei waterplanten. Dus stuk minder makkelijk te zien voo ons (en voor de reiger?). Het bewijs lag in grijze blobs in het diepe deel, kikkerdril. Inmiddels beginnen de eiwit balletjes op te lossen en komen de mini kikkervisjes vrij. Dit is het dril van de bruine kikkers. En nu het warmer wordt komen de groene kikkers op weer op de rand zitten.
Voor wie dit blog vaker leest is het niet onbekend dat ik veel tijd als vrijwilliger besteed aan Hortus Botanicus Haren. O.a. als organisator van lezingen, cursussen en kleine tentoonstellingen. Van alles wat met (publieks)educatie te maken heeft, maar ook projecten zoals het evolutiepad en activiteiten rond de Hondsrugtuin. Sinds eind 2022 ben ik bestuurslid van de Vriendenvereniging van de Hortus. De Vriendenvereniging is genoemd naar de grondlegger van de Groningse Hortus Henricus Munting. In 1626 kocht hij zijn eerste tuin, eerst nog privé tuin, waar hij van alles verbouwde. En in 1642 (gedwongen door financieel nood) droeg hij de tuin over aan de Academie, de latere universiteit. Na Henricus volgden zoon Abraham en later kleinzoon Albert hem op. Nou ben ik dol op feitjes en weetjes, van bijzonderheden van planten in eigen tuin (of Hortus), maar ook van herkomst en geschiedenis van planten of tuinen.
Terug naar nu. Voor het Vriendenbericht, het tijdschrift dat 2 x per jaar verschijnt voor Hortus Vrienden heb ik voor het mei 2026 nummer een artikel geschreven over de Muntings, de aartsvaders van de huidige Hortus. O.a. over tulpenmanie, maar ook over een plant genoemd naar de middelste van de drie hortulanussen: Abraham Munting: de Muntingia Calabura.
In de vroegere tropische kas in Hortus Haren hadden we destijds ook een Muntingia. Je hebt een tropische kas nodig, want de plant vraagt om een minimum temperatuur van 15 graden. Navraag bij andere Botanische tuinen in Nederland leert dat er zowel Botanische Tuin Delft als in Hortus Overzee in Den Helder een Muntingia groeit. Juul en Eveline, dank voor de foto’s.
Het is een snelgroeiende boom met zich uitspreidende, vrijwel horizontale takken. De boom kan 8 tot 12 meter hoog worden. De bladeren zijn langwerpig, donkergroen en beetje behaard aan de onderkant. De bloemen groeien in groepjes van twee of drie direct vanuit de tak, waar ook het blad begint. De witte bloemen zijn klein en bloeien minder dan een dag. De eetbare vruchten zijn rond en klein, met een rode of gele, gladde, dunne schil. Den schijnen naar vijg te smaken (ook veel kleine zaadjes, net als een vijg).
De Muntingia calabura is inheems in Zuid-Mexico, Midden-Amerika, tropisch Zuid-Amerika, de Grote Antillen, Saint Vincent en Trinidad. Hij wordt geteeld in warme gebieden van de Nieuwe Wereld en in India, Zuidoost-Azië, Maleisië, Indonesië, de Filipijnen en Thailand. Het is een typische pioniersoort op verstoorde locaties in tropische laaglanden tot 1000 m hoogte, bij voorkeur op licht zure grond.
De vruchten van de Muntingia calabura worden vaak zo uit de hand gegeten door kinderen of ze worden verwerkt in taarten en tot jam. Een aftreksel van de bladeren wordt gedronken als een thee-achtige drank. De bloemen zouden antiseptische eigenschappen bezitten. Een aftreksel van de bloemen wordt gebruikt als krampstillend middel, tegen hoofdpijn en om de eerste symptomen van een verkoudheid te verlichten.