Het geslacht van de Euphorbia of wolfsmelkachtige is een van de grootste plantengeslachten, met wereldwijd zeker 2300 soorten. In bijna elke tuin te vinden denk ik. Zoals de inheemse heksenmelk (Euphorbia esula), cypreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias), de amandelwolfsmelk (Euphorbia amygdaloides) of het lage kroontjeskruid (Euphorbia helioscopia).
In droge en hete gebieden, bijvoorbeeld in Zuid Afrika heeft een aantal soorten zich zo ontwikkeld dat ze sprekend lijken op cactussen of vetplanten, convergente evolutie heet dat.



Dit is de Euphorbia woodii, onder ander te bekijken in Hortus Botanicus Haren. Nu in de bloeitijd herken je makkelijk, aan de kleur van de geelgroene bloemen, dat het een Euphorbia is. Als straks de plant weer uitgebloeid is vallen vooral de groenblijvende ‘ takken’ op, die vanaf het centrum steeds langer worden en omlaag hangen. In het Engels wordt de plant ook ‘Medusa’s head’ genoemd.