Eerder deze week zag ik er weer een vliegen uit een ooghoek. Een distelvlinder. Een van onze grotere dagvlinders, oranje met zwart en wit. Gister eind van de middag zaten er opeens drie exemplaren op een bos bloeiende damastbloemen. Eddy greep zijn kans en maakte er een paar mooie plaatjes van. De vlinders hebben een lange roltong, waarmee ze prima de nectar uit lange buisbloemen kunnen halen. Zoals de licht lila damastbloemen in de achtertuin, en de witte spoorbloemen in de voortuin.
De distelvlinder heet in het Engels ‘painted lady’, vanwege de fijne tekening op de onderkant van de vleugels. De damastbloem geurt ook nog eens allerheerlijkst, vooral zo tegen de avond. Lokt zo ook veel nachtvlinders.
Dagelijks gaan we wel een paar keer naar de vijver, om te tellen hoeveel groene kikkers we maximaal zien. teller staat nu op 31. Vaak een hele stapel kikkers op een waterlelieblad. Tijdens een van die telmomenten eerder deze week, zag ik opeens wat rare velletjes aan een boven het water uitstekend blad van een krabbesncheer-rozet. Even door de knieën om goed te kijken.
Het waren net uitgeslopen waterjuffers! Vier stuks op een kluitje. De juffers waren net uit hun larvenhuidje gekropen en hingen ’te drogen’ boven het wateroppervlak. Ze waren nog helemaal kleurloos.
Oei, bijna te laat. De hommeltuintelling 2026 was van 29 tot en met 31 mei. Vandaag hadden we weer een lange wandeling gemaakt en pas tegen een uur of 4 thuis. Lekker uitpuffen op het terras, toen me ineens te binnen schoot: ik wil nog hommels tellen!. Hommels vliegen nog wel, maar een flink deel van de tuin lag inmiddels in de schaduw.
Op één plek is het nu het allerdrukst met hommels in de tuin: rond de bloeiende Bulgaarse uien ‘miegelt’ het van de weidehommels (foto 1 en 3), minstens 20. Wel lastig op de foto te krijgen, zo zitten ze binnen in een klokje, en floep , dan zijn ze weer weg. Dus veel foto’s met nét weggevlogen weidehommels.
Honingbijen vinden de nectar in de klokjes bloemen trouwens ook erg lekker. Waar we eerder in het jaar heel veel aardhommels zagen, die hele grote met gele band en wit kontje, zag ik niet veel meer. Eentje maar (foto 2). Verder wat akkerhommels (foto 4) gezien – bruine jasjes. Gemist heb ik op mijn rondje vandaag de steenhommels, pikzwart met een rood kontje.
Waar we vorig jaar geconstateerd hadden dat de eekhoorn met de zwarte staart, die we altijd Erik noemden, een vrouwtje bleek te zijn…. ….. heeft de wildham nu onomstotelijk vastgelegd dat de eekhoorn met de rode staart, die we altijd Erika noemden, en mannetje blijkt te zijn. Tja.
Vorige week was het de week van de biodiversiteit, van 18 – 23 mei 2026. WE hadden verschillende activiteiten in Hortus Haren.
Op 19 mei kwam de werkgroep toegankelijk groningen op biodiversiteit’s excursie. En en passant geven ze ons advies over de toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke beperking. Marlieke , zelf slechtziend, had de excursie georganiseerd, eerst koffie en een rondleiding door twee Hortus rondleidsters, daarna gingen ze naar de ‘buren’. OP het terrein van het vroegere biologisch centrum van de universiteit woont en werkt een grote groep mensen. Irma verzorgde een lunch met eten uit eigen moestuin in de open kas voor de groep. Ik liep van de Hortus even mee , om als ‘ogen’ te dienen voor Epke, die blind is en een schouder nodig heeft om over onbekend terrein te lopen. Een eyeopener voor mij was dat Epke adviseerde om vooral NIET met allemaal braiilebordjes in de Hortus aan de gang te gaan voor informatie bij de tuin. Ten eerste kunnen veel slechtzienden en blinden helemaal geen braille lezen, ten tweede vervuilen bordjes buiten snel, komt mos en algen op en dan kun je de bobbeltjes en puntjes van het braille schrift niet lezen. En ten derde…bordjes in de tuin zijn helemaal niet handig, want als je niet weet dat ergens een braille bordje staat kun je die als blinde ook niet vinden. Dus wél handig bv boven aan de trapleuning in een stationshal, daar kom je in ieder geval al, en niet als informatiebordje in een grote tuin of park.
Epke maakte zelf veel gebruik van een audio app, die van verschillende app’s op de telefoon de teksten omzet in gesproken woord. We gebruikten tijdens de rondleiding de vogelgeluid herken app Merlin, waar je op je beeldscherm van je mobiel te zien krijgt welke vogel je op dat moment hoort. Maar als je blind bent …. het blijkt (net opgezocht) dat je met een VoiceOver app ook Merlin zou moeten kunnen gebruiken. Klik hier. Ik geef het door aan Marlieke.
De hele week hadden we, samen met onze buren van de Biotoop (vroegere biologisch centrum van de universiteit) een Bioblitz: zo veel mogelijk soorten in beperkte periode tellen met toevallige bezoekers en geïnteresseerden. Was een beetje kort dag om er voldoende aandacht aan te geven, volgend jaar doen we dat eerder. Via de QRcode op de folder , zie hieronder, zie je welke waarnemingen zijn gedaan.
O.a. de zeearend, door Hanneke van Hortus Leiden, en zelf maakte ik de foto van de zwartblauwe rapunzel, zie hierboven.
Met het warme weer opeens sluipen libellen in grote aantallen uit. Hoekig vliegen ze rond door de tuin, haakse bochten makend tijdens het vliegen. Het zijn enorme jagers , zowel in larvevorm (2-3 jaar onder water in de vijver), als na hun metamorfose als vliegend insect. In de namiddagzon kunnen we vanaf het terras genieten van de libellen die steeds dezelfde hoge zitplaats, met goed uitzicht gaan zitten. Op een bamboestok (speciaal daarvoor op die plek in de tuin gezet) of oude kale frambozentak (express niet afgeknipt). Als je dichtbij komt heb je kans dat ze wegvliegen, maar na een rondje vliegen komen ze meestal terug.
Donderdag ochtend op weg naar het werk kom ik langs een berm waar vorig jaar mensen van de gemeente bezig waren met het leggen van plaggen. Niet zomaar gras, maar bloemen matten. Eren week of drie geleden volop wit van de madeliefjes, maar nu is het bloemen mengsel omhoog geschoten. Met een enorme hoeveelheid koekoeksbloemen. Prachtig, als elfjes in het vroege ochtend licht (dit was half 8 ’s morgens).
Een volgende keer weer eens een stukje over de geurgeraniums, die eigenlijk pelargoniums zijn. Maar nu een collegae van tuingeraniums, vaste planten, die het uitstekend doen in de tuin. Dit zijn relatief vroeg bloeiende. Herken je de wilde soorten?
Foto 1 en 4 zijn van het robertskruid, de gewone roze bloeiende, waar de stengels van het blad later rood kleuren. En de (veel minder vaak voorkomende) witbloeiende variant. Robertskruid (geranium robertianum) is een wilde plant met kleine roze bloemen, ongeveer een cm groot. ZE plant 1 meestal 1 jarig, soms tweejarig, en zaait zich uitbundig uit. Op een goede plek kan ze steeds groter worden, continu vertakkend, tot wel 40-50 cm. Weet je niet zeker of het robetskruid is? Kneus dan een blaadje in je hand en je vergeet die -wat eigenaardige- geur nooit meer. Vroeger werd robertskruid ook wel stinkende ooievaarsbek genoemd. De plant bloeit eindeloos, van april tot soms wel november.
En de naam Robert? Sommige bronnen zeggen dat het een verbastering is van rood, de kleur diepe stengels worden als het droog is. Anderen suggereren dan Robert van Molesme, de stichter van de kloosterorde der Cistercienzers in de 11e eeuw de naamgever is. Robert van Molesme beval dit kruid als geneesmiddel aan. Het bouwen op bladeren zou helpen bij keelontsteking; een aftreksel van de bladeren wordt in de kruidengeneeskunde genoemd als middel bij nier- en blaasklachten. Het zou bloedstelpend en desinfecterend zijn (alle delen van de plant); én: versgeplukte en fijngewreven bladeren zouden – op het lichaam gesmeerd- muggen afstoten.
Zo gezellig, die hommels is de tuin, die zoemend van bloem naar bloem gaan. Niet zomaar elke bloem. Sommige bloemen zijn duidelijk favoriet. Deze akkerhommel is dol op de buisbloemen van de smeerwortel. Deels omdat dit hele vroege bloeiers zijn, als er verder nog niet zoveel is. En ze bloeien nu, 3e week mei nog steeds. De foto’s zijn van afgelopen week.
Weet je wie ook van pinda’s houdt …. de grote bonte specht. In de rangorde van dieren die aan de pindavoedersilo hangen staat de eekhoorn met zwarte staart bovenaan, gevolgd door de eekhoorn met rode staart. Dan de grote bonte specht, die baas is over kleinere vogels als koolmees en pimpelmees. De roodborst maakt het niet uit, die zit niet op de feeder, maar scharrelt op de grond eronder de gevallen stukjes pinda op.
Dit is het vrouwtje, wel een rode broek, geen rood petje. De grote bonte specht is de meest algemene specht in Nederland.