Klinkt als zwtitserland, maar is de streek in Oost-Duitsland, ten zuid oosten van Dresden, vlk tegen de Tsjechische en Poolse grens aan. Hier waren we op wandelvakantie afgelopen week. Wat een prachtig gebied. Veel, heel veel rotsen, de kronkelende Elbe en bossen getooid in lentegroen. Veel beuken, bij sommige wandelingen veel dode dennen, geveld door de bastkever (extra in opmars door aantal droge jaren), en soms branden. Triest, soms , als die bomen als mikadostokjes door elkaar en ov er elkaar liggend. En tegelijkertijd op veel plekken een waas van het lichtgroen van jonge berken, zo’;n twee meter hoog, die hun kans schoon zien om uitbundig te groeien. We hadden ongelofelijke bof met het weer (ook hier in Nederland trouwens lazen we in het weerbericht. Voor wandelliefhebbers een aanrader.
En wil je nog wat meer: overal zagen we mensen klimmen met touwen, tegen de vaak bijna loodrechte rotswanden. De naam voor die streek is niet toevallig, al ruim 150 jaar komen hier toeristen genieten van de bergachtige indrukken. Door een combinatie van harde gesteenten en zachte zandsteen, en de eindeloze stroom van de Elbe zijn er fraaie tafelbergen ontstaan.













