Een volgende keer weer eens een stukje over de geurgeraniums, die eigenlijk pelargoniums zijn. Maar nu een collegae van tuingeraniums, vaste planten, die het uitstekend doen in de tuin. Dit zijn relatief vroeg bloeiende. Herken je de wilde soorten?






Foto 1 en 4 zijn van het robertskruid, de gewone roze bloeiende, waar de stengels van het blad later rood kleuren. En de (veel minder vaak voorkomende) witbloeiende variant. Robertskruid (geranium robertianum) is een wilde plant met kleine roze bloemen, ongeveer een cm groot. ZE plant 1 meestal 1 jarig, soms tweejarig, en zaait zich uitbundig uit. Op een goede plek kan ze steeds groter worden, continu vertakkend, tot wel 40-50 cm. Weet je niet zeker of het robetskruid is? Kneus dan een blaadje in je hand en je vergeet die -wat eigenaardige- geur nooit meer. Vroeger werd robertskruid ook wel stinkende ooievaarsbek genoemd.
De plant bloeit eindeloos, van april tot soms wel november.
En de naam Robert?
Sommige bronnen zeggen dat het een verbastering is van rood, de kleur diepe stengels worden als het droog is. Anderen suggereren dan Robert van Molesme, de stichter van de kloosterorde der Cistercienzers in de 11e eeuw de naamgever is. Robert van Molesme beval dit kruid als geneesmiddel aan. Het bouwen op bladeren zou helpen bij keelontsteking; een aftreksel van de bladeren wordt in de kruidengeneeskunde genoemd als middel bij nier- en blaasklachten. Het zou bloedstelpend en desinfecterend zijn (alle delen van de plant); én: versgeplukte en fijngewreven bladeren zouden – op het lichaam gesmeerd- muggen afstoten.