Calianthus – voor oog en neus

De Abessijnse gladiool (officiële naam: Acidanthera of Gladiolus callianthus ‘Murielae’) staat weer een bloei op het terras. Een echte zomertopper. Mooie bloemen, heerlijke geur. Daarom is het planten in potten en ze dichtbij op het terras zetten ook zo’n goed idee. Wel elke winter naar binnen halen en de bolletjes in koele kelder of zo laten overwinteren.

Kijk, Ingrid, hier bloeien ze nu.

Hei hei hei

Hier in het noorden zijn vandaag , 17 augustus, de scholen weer begonnen. Mocht je nog vakantie hebben of in de gelegenheid zijn de komende dagen naar de hei te gaan? Doen! Rond augustus is een prachtige tijd om de hei volop in bloei te zien staan. Zaterdag zijn we naar het Balloerveld geweest, ter hoogte van Assen. Ook Dwingelderveld, of delen van de Veluwe zijn prachtig. Na een buitje en met bewolkte hemel lijken de kleuren nog intenser.

Op de gro-hoote sti-hil-le heide ...

Hapje uit de zon

We konden het vanuit eigen tuin niet zien, de gedeeltelijke zonsverduistering van 12 augustus. De zon stond laag boven de horizon, start verduistering iets over 7 uur, maximale bedekking 10 over 8, en tegen 9 uur ’s avonds was het voorbij (en de zon bijna onder). Met een paar honderd andere geïnteresseerden zochten we de oostelijke oever van het Paterswoldse meer op. Gezellige boel, prachtig weer, mooie zomeravond. Vogels gingen eerder naar bed.

Als bonus die avond, wél vanuit eigen achtertuin: na het donkerworden, tot ongeveer half een ’s nachts op de achterovergeklapte tuinstoel naar de hemel liggen kijken: de jaarlijkse perseidenzwerm van 12 augustus was goed te bekijken : geen storend maanlicht dit jaar, geen wolken, aangenaam warme zomeravond. Perseiden worden ook ‘vallende sterren’ genoemd. In werkelijkheid zijn het kleine stofjes, resten van een lang geleden uit elkaar gevallen komeet. Die draaien in een grote kring rond de zon en jaarlijks rond 12 augustus beweegt de aarde door die ijle wolk van stofjes heen. Als zo’n stofje in de aardatmosfeer komt verbrand die en laat daarbij een lichtend spoor aan de hemel (‘de vallende ster’) zien voor een deel van e

Eitjes

Als het zo warm is is echt actief bezig zijn in de tuin niet zo handig.
Of alleen ’s morgens vroeg.
Dan is een beetje keutelen met kamerplanten of de planten op het terras een mooi klusje.
Naast waterwegen, dat moet nu bijna dagelijks.

We hebben inmiddels een forse verzameling geurgeraniums, nu op het terras en op een plantentafel, ’s winters binnen.
Het zijn pelargoniums, en geen geraniums, maar die naam wordt nu eenmaal veel gebruikt. Ze zijn niet winterhard, dus elke (laat) najaar, eerst naar binnen in de serre en vervolgens naar de logeerkamer en vensterbank studeerkamer. Logeerkamer is beter, want daar is het koeler ’s winters.

Het is voor mij een ‘zen’-achtig werkje om de uitgebloeide bloemen en verdorde blaadjes te verwijderen. Ik ben nu een beetje aan het experimenteren met snoeien in verschillende tijden van het jaar. En het snoeisel? Dat steek ik met 4 tegelijk in een vierkante pot. De pelargoniums stemmen zo makkelijk te stekken dat ze bijna allemaal aanslaan. Dus ik krijg er meer en meer. Oplossing: meegeven aan liefhebbers. En op de plantenmarkt eerder dit jaar in de Hortus heb ik een heel aantal meegegeven aan de IVN wildeplanten werkgroep. Voor de verkoop op de plantenmarkt. Tijd om weer een extra zak potgrond te kopen om de goed aangeslagen stekken van vorig jaar elk hun eigen pot te geven.

Tijdens het keutelen met de planten kom je nog wel eens wat tegen. Een bruine kikker die zich tussen de planten verstopt; spinnen of hooiwagens tussen de bladeren, allerlei vliegen insecten op de bloeiende bloemen. En ook een wants heeft een van de planten gevonden. Wantsen leggen hun eitjes vaak keurig in groepjes tegen elkaar. Hier de restjes van de inmiddels uitgekomen eitjes. Het is een of andere schildwants,. Welke? dat kan ik niet zeggen aan de hand van de eitjes. De beestjes zelf zijn inmiddels elders (of verborgen in het groen).

Hot hot hot

Niet alleen het weer was extreem heet afgelopen donderdag en vrijdag. Hier in Haren respectievelijk 31 en 35 graden. Ook de pepers die in een pot op het terras staan zijn zeer heet. Ze heten dan ook niet voor niets “Fiery Flame’. De eerste keer deden een hele peper in de nasi, en laten we zeggen, dat was pittige nasi! Nu doen we, afhankelijk van hoelang de peper meebakt meestal een halve peper in het eten. En heel goed oppassen om niet met je peper-handen in de ogen te wrijven, hè Eddy!

Ik zal de rode exemplaren een dezer dagen oogsten en in kleine porties in de diepvries doen. Lekker warmte voor op een koude winterdag.

Kolibrie gespot!

Ze was al af en toe langsgekomen, en deze week weer.
Toen we op het terras zaten.
Eddy spurtte naar binnen om de camera met grote telelens te halen.
Met hieronder een paar resultaten.

De kolibrievlinder kan met haar lange tong (op de foto’s grotendeels opgerold) heel goed nectar uit diepe buisbloemen halen. De lichtroze bloemen van het zeepkruid zijn hier al aan het verwelken (van de warmte/droogte) dus niet zo makkelijk om uit te drinken.

Groot Friesland Pad

We liepen op zaterdag 8 augustus een etappe van het Groot Frieslandpad, van Annen naar Veendam, kilometer of 20.
Heel gevarieerd, soms stukje bos, dan weer graanvelden of een bietenakker (foto1), stroompje in beekdal van de Hunze (foto 2) of juist de lichte verhoging van de Hondsrug (foto 3). Door een stukje waterwingebied, waar het kwelwater klaterend de grond uit spoot (foto 4), aan de voet van een omgevallen wilg, met onwaarschijnlijk oranje grond (ijzerhoudend , maar volop in blad, en een erg leuk stukje bij Annerveen : een haventje, beschermd dorpsgezicht, leuke kleine camping.
Alleen tegen het eind even een lang stuk (1,5 km) langs een kanaaltje, net toen het rond het middaguur wat warmer begon te worden. Advies als je deze etappe loopt, ga van Veendam naar Annen.

Verlate lunch in centrum Veendam, op het ‘promenadeplein’. Heel veel mensen daar, in het centrum, gezellig druk. Tijdens de wandeling waren we alleen een paar kanoers tegengekomen, het grootste stuk hadden we het weidse landschap voor ons zelf.

Groninger wandelvierdaagse

Afgelopen week van dinsdag tot vrijdag was de tweede editie van de Groningse wandelvierdaagse.
We hebben niet mee-gewandeld , maar wél gewandeld.
En met de wandeling wel even gekeken of we niet per ongeluk op de vierdaagse route terecht kwamen.

Op vrijdag 7 augustus liepen we een wandeling die je in allerlei seizoenen kunt doen, maar niet als het snikheet is. Er is namelijk vrijwel geen schaduw. Vrijdag was het grijzig, een heerlijk koele 20 graden, wel kans op een spatje regen. Prima wandelweer dus.

De wandeling loopt van onze woonplaats Haren naar het stationnetje van Kropswolde. En van daaruit met trein/bus weer terug. Het traject gaat door de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder. Nu klink ‘polder’ mij altijd erg ‘groen’ in de oren, een beetje het egaal-groene laken van weilanden met Engels raaigras. Dat is hier absoluut niet zo. Het is een waterrijk gebied, en ontwikkelt zich steeds meer tot een prachtige ‘natte natuur’ omgeving. Het gebied is een natuurgebied van het Groninger Landschap

In de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder was tot 2003 veeteelt en akkerbouw. Nu broeden er weer zeldzame vogelsoorten, zoals de steltkluut en de geoorde fuut, struinen er bevers rond, en vliegt de zeearend regelmatig over. De polders zijn zo ingericht dat er in geval van nood veel water geborgen kan worden, zodat de inwoners van de stad Groningen droge voeten houden.

Deze keer zijn we ook in de vogelkijkhut gaan kijken. Bijna is Kropswolde, het laatste bochtje voor de molen waren grote oppervlakten met bloeiend koninginnenkruid, Eupatorium Cannabrium. Van de week las ik een lijstje bloemen van de vlinderstichting om vlinders in je tuin te krijgen, en de enige van de 10 soorten op dat lijstje die we nog niet in de Teun hebben is dit koninginnenkruid.

En zaten er vlinders op? Ongelooflijk. Zoveel atalanta’s hebben we nog nooit bij elkaar gezien. Vele tientallen, misschien wel honderden. Scheelt ook dat voor het koninginnenkruid ook brede stroken met (bloeiende) brandnetels stonden: waardplanten voor de rupsen en vrachtplanten voor de vlinders. Wat wil je nog meer: vlinderparadijs.

Terrasvaas

Veel bloemen die omvallen, omdat ze te groot zijn, omdat het zo warm is, of omdat we er tegen aanlopen, knip ik af. Aan de rand van het terras staat zoals elk jaar, een grote vaas, waar elke geknipte bloem ingaat. Zo zag de vaas er afgelopen week uit.

Nu zitten er nog een paar knaloranje crocosmia’s in. Lekker contrast met het intens paarsrode van de kattenstaarten.