Gerania

Er zijn meer dan vijfhonderd varieteiten van de tuingeranium of ooievaarsbek. Inmiddels hebben wij er best al een aantal in de tuin, van de meeste weet ik de naam niet. Vrolijke planten is allerlei kleuren: van wit tot roze, van blauw tot paars. Sommige heel lang doorbloeiend, andere kort maar krachtig. Met hun open bloemen zijn zi een feest voor hommels, bijen en andere insecten.

Er zijn ook een stuk of tien soorten die in Nederland in de natuur voorkomen. Volgens wikipedia:

Daar hebben we er ook een flink aantal in de tuin, maar als ik het zo bekijk nog net niet allemaal….

Incarnaatklaver

Op een van de reguliere ommetjes komen we langs een met wilde bloemen ingezaaide berm. Door de bewoners van de straat. Met allerlei bordjes ‘ niet maaien’ en afgezet met lintjes zodat mensen er niet in parkeren. Inmiddels volop in bloei en hoog opgeschoten. Vandaag zagen we bijvoorbeeld de mooie dieppaarse hoge aren van veldsalie. Een paar weken geleden was alles nog laag en toen vielen de knal rode langwerpige bloemen van een soort klaver op. Niet de ‘rode klaver’ die eigenlijk meer paars tot paars rood is. Maar echt rood-rood. Dat bleek inkarnaat klaver te zijn en Eddy bestelde een zakje voor me bij happyseeds. Genoeg voor 20 vierkante meter. Ahum… zoveel vrije ruimte hebben we niet in de tuin. Wel heb ik een paar zaadjes in de smalle grasstrook direct tegen het terras aan gezaaid. Moet nog kunnen in juli. En een paar in een potje om in de gaten te houden hoe snel ze zich ontwikkelen.

De klavers in de wildebloemenberm zijn inmiddels bijna uitgebloeid, zagen we vandaag.

Kikkerdriltelling

Elke keer weer nieuwe natuurtellingen waar je aan kunt mee doen. Deze keer vond ik via de IVN site de kikkerdriltelling Tussen 8 maart en 4 april kun je doorgeven hoeveel kikkerdril je in de vijver in je tuin vindt. Gelukkig gaat dat per blob of homp. Die tel je als ‘1 ei’, terwijl het in werkelijkheid tussen de 1000 en 2500 eieren per blob zijn.

Foto van IVN site: kikkerdril (de blobs) en paddensnoeren. op 1 foto. Paddensnoeren heb ik nog nooit bij ons in de vijvers gezien. Wat zou dat mooi zijn.

Woensdag zag ik de eerste bruine kikkers bewegen in de vijver. Afgelopen vrijdag en zaterdag, was het zo nat en stormachtig dat ik niet tot aan de vijver ben gekomen. Zondag even gaan kijken. Ik zag geen kikkers bij elkaar in het ondiepe stuk. Maar ik hoorde wel een paar bruine kikkers knorren. Tussen de dichte begroeiing in het diepe deel van de vijver. Nog eventjes.

De kikkerdriltelling is een zogenaamde ‘event-telling’: korte tijd. Via dezelfde site www.tuintelling.nl kun je je ook aanmelden om jaarrond met verschillende tellingen mee te doen. Ga ik me toch maar registreren. Je heb ook een tuincategorie die ‘tuinreservaat’ heet. Daar voldoet onze tuin vast aan.

Tuin&Coor: vrolijk

 

Corianne zette de stap om alle aandacht te geven aan waar ze blij van wordt: het ontwerpen van tuinen en adviseren over tuinontwerpen. De tuin, planten en beesten hadden altijd al haar aandacht. En ze ontdekte dat ze heel veel energie en voldoening krijgt uit het helpen van anderen met hun tuin. met advies of een ontwerp. Voor een hele tuin of alleen een moeilijke hoek. Op haar website vind je voorbeelden.

Paar citaten van Corianne:

Ik probeer te behouden wat mooi is en wil  hergebruiken wat goed is. En ik heb een tuinkas waarin ik eindeloos zaai, verspeen en stek.

Ik heb een persoonlijke voorkeur voor geurige, bruikbare en/of eetbare planten, voor afwisseling in vorm en voor tuinen vol leven, waarin altijd wat te zien, ruiken, proeven of plukken valt.

Hoe kom ik nu bij Corianne. Zij woont in Well in Limburg en ik in Groningen. Nogal een eind uit elkaar, De link is goede vriendin en Groentjelezer Ingrid, die ongeveer halverwege woont. Ingrid heeft al heel wat plantjes vanuit Groningen meegenomen naar Maarssen. EN stekjes daarvan gaan nu weer door naar haar zoon, die binnekort nog meer ruimte (eerste huis en tuin) heeft. Corianne is de schoonzus van Ingrid en krijgt ook al 5 jaar de weekmails met de nieuwste stukjes op dit weblog. Hoewel we elkaar dus nooit live gesproken hebben, is er wel digitaal contact.

BIjgaande foto’s kreeg ik van Corianne, als aanvulling van wat ze al op haar website plaatste. Ga gerust eens kijken.

Plantjespost

Verschillende reacties op recente blogjes.
Zo leuk!

Ina stuurde me een foto van een prachtige partij Darmera Peltata, naar aanleiding van de herfstkleuren foto.

Cadeautje van Ina

En Sjoerdtje, vriendin van Jitske, stuurde me een foto van gekiemde zaadjes in een kaardebol. Met de uitnodiging om een keer bij haar in de tuin te komen kijken. Ga ik zeker een keer doen.

Plaatje van Sjoerdtje

Sophie had een mooie bestemming voor een stuk van de komend voorjaar- overtollige miscanthussen. Bij haar zoon in Utrecht. De ‘Bestelling’ bijgeschreven op mijn voorjaars-plantjes-bestellijst.

Schatkamer biodiversiteit

Van de vleesbes, die sarcococca hookeriana heet, naar Joseph Hooker, de botanist waar de plant naar genoemd is. Van Joseph Hooker naar een van de boeken die hij geschreven heeft en dat gedigitaliseerd in te zien is. Van dit boek van Hooker naar een site tjokvol boeken over planten, dieren, biodiversiteit.


Biodiversitylibrary heet de site, en je kunt zoeken op jaartal, auteur, en andere ingangen. Vanaf 1450 zijn er boeken en documenten gedigitaliseerd in te zien. Met een link naar Flickr als je alleen de platen en tekeningen uit de boeken wilt zien: meer dan honderdduizend tekeningen.
Op deze site ga ik nog wel de nodige uurtjes doorbrengen denk ik.
Eerst maar het reisboek van Hooker gedownload. deel 1 van 2 zag ik, om te gaan lezen. Zomaar 170 jaar terug in de tijd.

Als je ook gaat bladeren in de historie en je komt een interessant boek of verhaal tegen van een -tegenwoordig gangbare tuinplant- geef het dan door als reactie op deze blog.

Het boek van Hooker vind je hier .
Opgedragen aan zijn beste vriend Charles Darwin.

Tuinkamer

Ik weet niet wie als eerste met de term tuinkamer kwam, of ‘garden room’in het Engels. Het idee erachter is dat je in verschillende delen van een (meestal wat grotere) tuin afschermd van elkaar met bijvoorbeeld heggen of struiken. Zo heb je steeds maar zicht op een deel van de tuin, een tuinkamer. Die je dan naar believen verschillend kunt inrichten. Op kleur, op sfeer, op plantensoort, van alles is mogelijk. Ik denk dan vooral aan TUINkamer.

Tegenwoordig zie je ook een ander soort tuinkamers, zeg maar tuinKAMER. Dat is niet zozeer een stukje van de tuin afscheiden, maar een stukje van het huis naar buiten toe brengen. Een terras aan huis  is de meest directe overgang, en in plaats van kamerplanten in de vensterbank, kuipplanten op het terras. Helemaal mooi als je daar geurende planten neer zet.

Steeds meer zie je -in de wat meer trendy (tuin)tijdschriften voorbeelden van hele bankstellen, haarden en keukensets voor buiten. Of een bar of schuifwandjes of tuinposters. Van die posters op canvas of zo, die je het hele jaar door buiten kunt hangen. Je hebt ze in soorten en maten, met eigen foto’s of een uitzoeken van de website. Tuinposter goedkoop of tuinposter  prijzig, dat is vooral afhankelijk van het ophangsysteem. Op de langere termijn en afhankelijk van de ophangplek (veel direct zon/ UV) ga je waarschijnlijk ook verschillen in kleurechtheid zien.
Zelf heb ik nooit zo aan posters gedacht. Die lijken me vooral handig als je een lelijke schutting  (of gewoon hele grote) muur in de tuin hebt. Je moet een plek hebben om zo’n poster op te hangen. Een tuinposter in de tuin…. ik kijk liever naar de tuin zelf.

Ik heb persoonlijk meer met TUINkamers dan met tuinKAMERS. Nu heb ik toch een idee voor zo’n tuinposter: niet in de tuin maar van de tuin. En ik hang hem binnen, aan de muur in mijn werkkamer. As ik binnen zit, of het regent buiten, of het is winter, dan kan ik naar de tuin kijken. Toch een tuinkamer. Nu alleen nog een mooie tuinfoto uitzoeken. Inmiddels bijna 40000 (!) foto’s in ons digitale fotoarchief, waarvan de grote meerderheid tuinfoto’s… Genoeg om iets moois te vinden.

Bijvoorbeeld zo’n super zonnige nazomer tuin

Of een fraaie helenium

Kleurige ratjetoe in de achteruin, rondom juni

BIjtjje en bloemetje (Rosa Veilchjen Blau)

Of tuinbeeld, hoogzomer, vanaf het terras….

Misdaad in de tuin

Klimaatverandering heeft ook effect op vogels in de tuin. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Jelmer Samplonius van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is gepromoveerd op de competitie tussen twee tuinvogels : de koolmees en de bonte vliegenvanger.

Koolmezen zijn standvogels, zij reageren op de verschuiving door hun eieren eerder te leggen, afhankelijk van de temperatuur. “Bonte vliegenvangers komen ook eerder terug naar Europa, maar hun aanpassing is minder goed dan die van de koolmezen. Wanneer ze aankomen hangt niet af van de actuele temperatuur in hun broedgebied.” Samplonius weet dit omdat hij en zijn collega’s al tien jaar de aankomst van vliegenvangers hebben geregistreerd, net als de start van het leggen van eieren bij koolmezen en vliegenvangers. Dat gebeurde in twee Drentse nationale parken, Dwingelderveld en het Drents-Friese Wold.

De twee soorten hebben altijd al met elkaar geconcurreerd om nestgelegenheid. “Bonte vliegenvangers proberen ook om nestkasten te stelen van mezen. Ze maken geen kans bij een gevecht in de nestkast, maar het zijn betere vliegers”, vertelt Samplonius. Vliegenvangers blijven dan rond de mezen vliegen die hun nest proberen te bouwen, totdat ze verjaagd zijn. De vraag die Samplonius onderzocht is of klimaatverandering een rol speelt bij de gevechten. “Beide soorten moeten zorgen dat hun jongen uit het ei komen wanneer er een piek is in het aantal rupsen”, zegt Samplonius. Wanneer dat is, hangt af van de verschijning van de eerste bladeren. Een hogere gemiddelde temperatuur verschuift deze gebeurtenissen naar voren in het jaar.

Klimaatverandering zorgt voor zachtere winters. Meer koolmezen overleven, dus meer koolmezen willen nestelen, dus meer concurrentie voor de vliegenvangers en dus meer conflicten. Overigens is klimaatverandering hierbij niet de enige factor: wanneer er tijdens een mastjaar meer beukennootjes zijn overleven er ook meer koolmezen de winter.

Het grootste probleem ontstaat in een koud voorjaar, wanneer koolmezen hun nesten later gaan bouwen terwijl de vliegenvangers vroeg aankomen uit Afrika. In dat geval overlapt de broedtijd voor beide soorten het meest en heb je ook de meeste gevechten. Dat kan er voor zorgen dat tot wel 10 procent van de vliegenvanger-mannetjes die op zoek zijn naar nestgelegenheid door koolmezen wordt gedood, in een periode van ongeveer twee weken. Een behoorlijk groot aantal, in verhouding tot de gemiddelde sterfte tijdens een jaar van zo’n 55 procent.

Jelmer%20Samplonius%20with%20a%20pied%20flycatcher%20new.jpg
Jelmer Samplonius met een bonte vliegenvanger: credit Rob Buiter.png

Jelmer is inmiddels overgestapt naar onderzoek met pimpelmezen bij de universiteit van Edinburgh.

Referentie: Jelmer Samplonius en Christiaan Both: Climate change may affect fatal competition between two bird species. Current Biology, 10 januari 2019

Filmfragment met uitleg in het Engels.

Bodemdieren

Het IVN organiseert de komende week weer een publieksactie in de natuur. Of eigenlijk in de tuin, op het schoolplein, of zelfs in de bloembak op je balkon. Het gaat om het tellen van de kleine beestjes, kruipertjes, glijdertjes, knabbelaars, krabbelaars, wriemelaars die je tegenkomt.
Op de website bodemdierendagen kun je alles over de actie lezen. Van 27 september tot 4 oktober kun je meedoen. Met de overzichtskaart in de hand is het niet zo moeilijk deze beestjes te herkennen. En voor ‘gevorderden’ staan op de achterkant van de kaart nog meer beestjes. Op de mol na kom ik za allemaal zeer regelmatig tegen bij ons in de tuin. 

Ik ga zeker meedoen, ook de ‘keukenpapierproef‘ proberen..