Winterheide

Wil je bloeiende planten in de winter, dan is de winterheide een prima kandidaat. Bloeit van november-december tot aan april, soms zelfs mei. Als er weinig andere bloemen te zien zijn dan zijn de paarse, roze of bijna witbloeiende heuveltjes van de winterheide, erica carnea, mooie blikvangers. En een uitkomst voor vroeg hommels en insecten die op een warme , zonnige winterdag ontwaakt zijn. Andere namen zijn alpenheide of lenteheide. De winterheide is inheems in bergachtige gebieden van Midden-, Oost- en Zuid-Europa, waar de lage heesters groeien in naaldbossen en op stenige hellingen.

Beetje winterhei in onze zijtuin (87) en een uitgebreider stuk in de achtertuin, langs het tuinpad. Op deze plek ook de woonplaats van een nest bruine bosmiertjes die elke zomer in het hart van de plant een grote mierenhoop bouwen. Nu zitten ze diep in de grond.

In de jaren 70 waren ze superpopulair (*) in allerlei heidetuinen, een echt tuin-fashion statement destijds. Sindsdien een beetje in de vergetelheid geraakt.

Heather is the most seventies of plants, aldus Frances Tophill die de gemoderniseerde heidetuinen in RHS Wisley bezoekt. Gardeners World Special van 16 december 2022. Met tussen de verschillende soorten heide ook een aantal stekelige bolvormige yucca’s. Die komen uit een heel andere deel van de wereld, houden van dezelfde soort omstandigheden, en passen er wonderwel bij. Via de youtube link twee regels hiervoor kun je de hele aflevering terug kijken.

Jaar van de Merel

18 december in een van de Vroege Vogel items op de radio gaat het over de merel. 2022 was het jaar van de merel. Van schuwe bosvogel naar een van de meest prominente tuinvogels. Bij iedereen bekend vanwege de fraaie zang. Man glanzend zwart met gele snavel. Vrouw, bruin met bruin. Het gaat niet zo goed met de merel, langzaam aan neemt de populatie af. Dit najaar weer een -hopelijk beperkte- opleving van het Usutu virus , dat een aantal jaren geleden voor een sterfte van 30% zorgde. De achteruitgang is vooral terug te zien, aldus de vertegenwoordiger van Sovon op de radio, in het steeds teruglopende nestelsucces. Merels zijn niet echt goed in het komen tot een hoge slaagkans voor hun jongen. Veel nesten worden niet eens in gebruik genomen.

Meneer Stip, de merel met op zijn flank een witte stip, bezoekt nog steeds vaak onze tuin. Hij heeft het nu wel druk, met al die indringers uit noordelijker streken in ‘zijn’ territorium. Regelmatig zit hij in de tuin met uitgewaaierde staartveren ‘imposant te wezen.

Jaar van Merel

Van Leenii

Na het snoeien van de citroengeraniums een paar weken geleden, zocht ik nog wat achtergrond informatie voor deze enthousiaste geurgeranium. Op de website van Dave, Daves Garden , kwam ik een intrigerende verwijzing tegen naar ene Dirk van Leenen. Een Nederlander die eind 1980 naar de Verenigde Staten verhuisde en daar furore maakte met de verkoop van een citroen geranium Pelargonium citrosum ‘Van Weenii’. meer dan 10.000 planten verkocht hij in korte tijd voor USD 4,99 per stuk. Mooie handel. Hij claimde dat hij een pelargonium graveolens had gekruist met citroengras (cymbopogon nardus). Citroengras is de basis van de citronella olie, die veelgebruikt wordt in insectenwerende middeltjes. Ik heb geprobeerd nog meer informatie te vinden over deze Dirk van Leenen, maar kon weinig vinden.

Achtertuin 25 sept: een citroengeranium in de vollegrond. Waar?
Ongeveer in het midden van de foto, links van de hoge gele bloemen, rechts van het varentje, ongeveer onder het vlaggetje aan de waslijn. De hele zomer en herfst een frisgroen bolrond struikje. Nu even niet: de vorst heeft er (bovengronds) weinig van overgelaten. Afhankelijk van verloop van de winter kan ie na snoei in het voorjaar weer uitlopen. In ieder geval genoeg stekmateriaal binnen.

Later bleek het trouwens een broodje aap te zijn. De plant was gewoon een geurgeranium, met een geur die sterk lijkt op citronella. Uit onderzoek bleek dan minder dan 0,09 procent citronella in de plant aanwezig was. Bij de experimenten gingen muggen gewoon op de plant zitten en mensen in de buurt van citroengeraniums werden niet minder gestoken dan mensen die verder weg zaten. Toch wordt het verhaal van de vermeende muggenwerendheid nog steeds veel verteld. Op sommige websites staat er bij ‘vermeend’, maar op de meeste sites waar je de planten kunt kopen wordt het woord weggelaten.

Ik heb inmiddels weer 10-15 stekjes in een glaasje water staan. Volgend jaar zijn dat mooie planten. Zou ik dat ook eens gaan verkopen met een mooi verhaal…. de geurgeranium ‘van der Meijii . Die geen muggen verjaagt, maar wel ijsberen.

Tuinenstruinen

De komende maanden veel ’tuin-kijk-lezen’. Ik heb nog een hele stapel niet of nauwelijks gelezen tuintijdschriften naast de bank liggen. En ook net een nieuwe website ontdekt met mooie verhalen over tuinen, vooral de architectuur van tuinen. De eerste paar bijdragen gelezen en al heel wat Ohhh, en ahhh, vanwege de mooie plaatjes. Dat wordt smullen. In de menubalk boven aan de website: een ’tab’ met columns, een tab met ‘profiel’, artikelen over tuinmensen, maar ook een link naar Floratube, waar ruim 2000 tuinvideo’s, ook veel Engelstalig , zijn verzameld. Voor de regenachtige zondagmiddagen…

De website is: www.tuinenstruinen.org.
Advies: alleen doorklikken op voorgaande link als je genoeg tijd hebt.
Voor je het weet verwaal je in al dit tuin moois en vliegt de tijd voorbij.

Webinars

Het tijdstip van webinars lijkt weer aangebroken. Werkgerelateerd, maar ook tuingerelateerd. Dit jaar bestaat Groei en Bloei 150 jaar. Eerder dit jaar zijn er verschillende webinars geweest, die ik geen van allen ‘live’ gevolgd heb. Dat was in april, mei. Toen was ik buiten. In de tuin. Afgelopen week kreeg ik een nieuwsbrief van Groei& Bloei, met nog een verwijzing naar de eerder uitgezonden lezingen. Een ervan was door Harrie Pierik. Met plezier heb ik gekeken naar een aantal van de door hem ontworpen tuinen. In vogelvlucht. Een paar plaatjes. Veel planten. Uitgesproken visie, karakteristiek taalgebruik. Niks ‘planten in blokken of groepen’, maar van alles door elkaar. En vooral heel veel planten in de hoofdrol, na 1-2 jaar zijn eerder kale stukken mooi begroeid. Leuke voorbeelden van ‘geveltuinen’, in Amsterdam, maar ook in Harrie’s woonplaats Zwolle. Een kale muur, haaks overgaand in de stenen van de straat, wordt een muur met een border van ca 1 meter breed, en dan pas de straat. ‘De planten lijkt uit de muur te spatten’, aldus Harrie. Zier er echt veel mooier uit, en minder rommelig, geen fietskrotten meer tegen de muur. Veel planten, veel wintergroen ook, in al zijn ontwerpen. Bij een stukje over zijn eigen tuin, kun je niet echt zeggen welk seizoen het is, allemaal wintergroen. Totdat je de sneeuwklokjes ziet: Harrie is nogal galanthofiel. Het is februari.

Screenshot uit webinar. Zie link.

Veel terugkomende tuinstijlfiguur: lage planten rondom een kleine gebogen paadje, oplopend naar struiken, die overgaan in kleine bomen (en evt grote bomen van naburig park of landschap). Als een klein valleitje tussen de heuvels. De mooie plaatjes waren in de webinar een beetje verkleurd (beetje blauwe gloed), maar op zijn eigen website zie je ze terug. Bv. onder de rubriek ‘columns’. Deze manier van tuinontwerpen bevalt me wel, ik ga me er eens wat verder in verdiepen.

Stoepplantjes intro

In het blaadje van IVN, afdeling Haren Groningen las ik een leuk artikel over een ‘citizens science’ project van de Hortus Leiden. De bedoeling is dat je, bijvoorbeeld in je eigen straat, inventariseert welke stoepplantjes er in de kieren tussen stoeptegels, of langs de stoeprand groeien. En dat kun je het hele jaar door doen. De soorten die je gezien hebt kun je dan -digitaal- invoeren in een app. En er is zelfs een stoepplantjes nieuwsbrief!

De Hortus heeft een grote poster uitgebracht (te downloaden of te kopen) met de meestvoorkomende plantjes. Of als je per maand wilt kijken, dan kun je ook de kleine maandposters gebruiken.

Dat lijkt me een mooie activiteit voor dit jaar, elke maand een rondje door eigen straat, en determineren maar. Kan nog net voor de maand januari.

Insectenhuisjes

Van Margriet kreeg ik een nieuwsbrief doorgestuurd, van Bastiaan Meijer, kunstenaar en bouwer van roodstenen insectenhuisjes. En niet zomaar een huisje! Want naast liefde voor insecten en de wens daar goed voor te zorgen, heeft Bastiaan veel interesse in architectuur. De insectenhuisjes die hij maakt zijn dan ook vaak replica’s van bestaande gebouwen. Ooit begonnen als een kunstproject: in een tuin in Amsterdam werd een heel ‘dorp’ van enkele tientallen insectenhuisjes geplaatst. Daarna is Bastiaan er mee door blijven gaan. Bij elk huisje dat hij verkoopt vraagt Bastiaan aan de nieuwe eigenaar een foto te sturen waar het huisje is komen te staan of hangen. Op een kaart op zijn website insectenhuisjes.nl zie je de verspreiding van de huisjes. Ook buiten Nederland.

Even zoeken om het huisje van Margriet op de kaart te vinden. Dit is em denk ik.

Van 2 april t/m zondag 26 juni 2022 zal bij Jan Wilde een Tuin in Westerlee, een expositie van een aantal Groninger huisjes gehouden worden. Ik kan je een bezoekje aan de tuin zeker aanbevelen, vooral in de tijd dat de elfenbloemen – epimediums – bloeien. Daar staan er een heleboel van. Hier een paar foto’s uit de tuin toen ik die ik juni 2016 bezocht. Toen waren de epimediums grotendeels uitgebloeid.

Boven: Entree begraafplaats Esserhof (laatste rustplaats van Ome Job, onze voormalige buurman; na zijn overlijden hebben we zijn helft van het huis bij onze helft van een dubbel getrokken).
Onder: Gereformeerde kerk in Kantens.

Welke hommel is dit?

Die vraag kreeg ik via Jitske binnen van Sjoerdtje. Met deze mooie foto van de hommel op een zonnehoed. Uhhm, een gewone sachembij?, opperde ik. En toen ik een paar dagen later een andere hommel aan het opzoeken was, dacht ik: welnee, het is de akkerhommel. Bij de beschrijving van de hommel (toevallig een Belgische website) stond ook een app genoemd: ObsIdentify. Zoiets als de app PlantNet waar mee je vanaf een foto een plant kunt identificeren, maar dan ook voor beestjes. Je kunt een bestaande foto gebruiken of ter plekke een foto maken in de app. Meteen ObsIdentify gedownload en uitgeprobeerd op deze foto.
Driemaal is scheepsrecht. De app zegt dat het een veldhommel is (93% zekerheid.) Daar ga ik nu maar van uit.

Voor de gein heb ik de foto groot uitvergroot op het bureaublad van mijn computer gezet en met de app ObsIdentify ook een foto gemaakt van het kleine insect linksonder op de foto. Nu weet ik ook wat dat is. Geen wesp maar een vliegje, een wenkvliegje: Sepsis fulgens. Het weekvliegje wordt ook wel wappervliegje genoemd, zit vaak met de vleugels uitgespreid op een plant, en beweegt zijn vleugels continu. Daar ga ik op letten!

Planten voor rupsen

Als je vlinders in de tuin wilt, dan is het goed om naast vlinderplanten ook planten voor rupsen neer te zetten. Hier een link naar een pagina van de vlinderstichting met voorbeelden van rupsenplanten.
De Vlinderstichting | Planten voor rupsen

Welke hebben jullie al in de tuin staan?

Deze hebben wij:
Damastbloem, look zonder look , pinksterbloem
Judaspenning, aalbes
klimop, heide , hulst, kattestaart, vlinderstruik
diverse distelsoorten (grote en kleine kaardebol, kogeldistel), kaasjeskruid.
En Vooral brandnetels!

Van de meest rupsvriendelijke planten in de link van de vlinderstichting hebben we eigenlijk alleen de vuilboom (wegedoorn) niet in de tuin. Dat is een belangrijke waardplant voor citroenvlinders. Er moeten hier wel ergens vuilbomen in de buurt staan, want we zien vaak citroentjes in de tuin.

Gerania

Er zijn meer dan vijfhonderd varieteiten van de tuingeranium of ooievaarsbek. Inmiddels hebben wij er best al een aantal in de tuin, van de meeste weet ik de naam niet. Vrolijke planten is allerlei kleuren: van wit tot roze, van blauw tot paars. Sommige heel lang doorbloeiend, andere kort maar krachtig. Met hun open bloemen zijn zi een feest voor hommels, bijen en andere insecten.

Er zijn ook een stuk of tien soorten die in Nederland in de natuur voorkomen. Volgens wikipedia:

Daar hebben we er ook een flink aantal in de tuin, maar als ik het zo bekijk nog net niet allemaal….