Donderdag ochtend op weg naar het werk kom ik langs een berm waar vorig jaar mensen van de gemeente bezig waren met het leggen van plaggen. Niet zomaar gras, maar bloemen matten. Eren week of drie geleden volop wit van de madeliefjes, maar nu is het bloemen mengsel omhoog geschoten. Met een enorme hoeveelheid koekoeksbloemen. Prachtig, als elfjes in het vroege ochtend licht (dit was half 8 ’s morgens).
Op een regenachtige dag in bij, grijze luchten, buiig, dan weer even droog. Met of zonder een zonnestraal kan je oog dan vallen op een wolk van kleur, mooi afstekend tegen een loodgrijze lucht.
Het is weer de bloeitijd van de azalea’s. In geel, oranje, allerlei roze tinten. Ze bloeien niet lang, maar als ze bloeien, jongens wat een feest. Wij hebben een kleinen Japanse roze (wintergroen), en twee bladverliezende soorten: zachtgeel en roodoranje. Iets verder op in het dorp een heel straatje met kleurige bloeiers.
Sommige azalea’s zijn ook nog eens heerlijk geurend (azalea lutea). Die van ons niet, die ruiken een beetje naar hasj.
Anthriscus sylvestris of fluitenkruid is een plant uit de schermbloemenfamilie. Eerste helft mei prachtig in bloei. De blei begint soms al in april en kan doorlopen tot juni; ongeveer nu, half mei , vind ik het wel het mooist. Hele wolken langs de kant van sloten, en in bermen. Uit zachtgroen diepgevoelde bulten blad, komt in een paar dagen de bloemstengel met steeds verder vertakkende witte schermbloemen te voorschijn. En heb je wel eens gezien dat elk individueel bloempje in zo’;n scherm een aparte vorm heeft. Let maar eens op. Alle bloempjes hebben 5 blaadjes. Maar niet alle bloemblaadjes (kroonblaadjes) zijn even groot. Als je heel goed kijkt zie je dat er een grootste blaadje is, twee blaadjes die iets kleiner zijn, en de laatste 2 nog kleiner.
Ik heb al eens geprobeerd fluitenkruid uit een berm in onze tuin te zetten, de plek was waarschijnlijk te droog, en fluitenkruid met haar penwortel houdt niet van verplanten. Ook wel eens geprobeerd de roodstelige variant over te houden (plantje van Willy gekregen), maar helaas, mister slak kwam in de eerste nacht al langs: mjam, hap slik weg. Misschien verder op in het seizoen een zaadscherm uit de berm halen en de plant ter plekke proberen te zaaien. Zo mooi als een grote vlakte met wuivende schermen zal het wel niet worden, maar een eigen fluitenkruid in de tuin heeft wel wat. Ogen dicht en de fluitenkruid geur van de lente opsnuiven.
Laatste vakantie dag : smorgens om half 7 op om nog -voor het ontbijt- een keer naar de Kuhstall te klimmen, een mooie rotsboog. Op dat tijdstip was er niemand, een paar dagen eerder (1 mei, vrije dag/ feestdag in Duitsland) was het hartstikke druk. tegen 8 uur weer in ons hoytel voor het ontbijt, toen met bagage en bus naar Königstein, het dorpje waar we onze wandelvakantie waren begonnen en waar de auto stond. De laatste dag voerde ons naar Dresden, een rustig hotel in de Neustatt. Met een draaie tuin waar nachtegaal en merel om het hardst zingen. Op de andere Elbeoever de Altstatt (mooi herbouwd na de verwoestingen van WOII). Echt zomers, 25 graden! We hadden maar een middag en die besteedden we aan de botanische tuin, het Stads museum (koel en om wat meer van de geschiedenis van de stad te leren), en een leuk italiaans restaurantje voor het diner.
Thunbergia Mysorensis uit zuid India, in de tropische kas. Pas op de foto op het compouterscherm zag ik de miertjes die in de bovenste open bloem rondwandelen.
Klinkt als zwtitserland, maar is de streek in Oost-Duitsland, ten zuid oosten van Dresden, vlk tegen de Tsjechische en Poolse grens aan. Hier waren we op wandelvakantie afgelopen week. Wat een prachtig gebied. Veel, heel veel rotsen, de kronkelende Elbe en bossen getooid in lentegroen. Veel beuken, bij sommige wandelingen veel dode dennen, geveld door de bastkever (extra in opmars door aantal droge jaren), en soms branden. Triest, soms , als die bomen als mikadostokjes door elkaar en ov er elkaar liggend. En tegelijkertijd op veel plekken een waas van het lichtgroen van jonge berken, zo’;n twee meter hoog, die hun kans schoon zien om uitbundig te groeien. We hadden ongelofelijke bof met het weer (ook hier in Nederland trouwens lazen we in het weerbericht. Voor wandelliefhebbers een aanrader. En wil je nog wat meer: overal zagen we mensen klimmen met touwen, tegen de vaak bijna loodrechte rotswanden. De naam voor die streek is niet toevallig, al ruim 150 jaar komen hier toeristen genieten van de bergachtige indrukken. Door een combinatie van harde gesteenten en zachte zandsteen, en de eindeloze stroom van de Elbe zijn er fraaie tafelbergen ontstaan.
Bijzonder fraaie bodembedekkers, voor droge schaduw of halfschaduw. Ze vormen taaie dunne stengeltjes, met in het voorjaar vaak prachtig geaderd roodachtig getint uitlopend blad. Kleuren van de spinachtige bloemen variëren van allerlei geeltinten tot wit met roze. De Nederlandse naam is elfenbloem.
Epimedium behoort tot de berberisfamilie (waar ook allerlei bedragende prikkelstruiken toe behoren).Er zijn een kleine 70 soorten.
De planten komen van nature voor in Zuid Europa (2 soorten), Noord-Afrika (1 soort); verreweg de meesten komen uit Midden- en Oost-Azië.
Mooi om in de tuin rond te kijken nar wat allemaal boven de grond komt, en razendsnel groeit in deze tijd van het jaar. Ook tijdens een wandeling of in de berm langs het fietspad, kun je allerlei bijzonder gevormde planten zien. Herken je deze?
Voor wie dit blog vaker leest is het niet onbekend dat ik veel tijd als vrijwilliger besteed aan Hortus Botanicus Haren. O.a. als organisator van lezingen, cursussen en kleine tentoonstellingen. Van alles wat met (publieks)educatie te maken heeft, maar ook projecten zoals het evolutiepad en activiteiten rond de Hondsrugtuin. Sinds eind 2022 ben ik bestuurslid van de Vriendenvereniging van de Hortus. De Vriendenvereniging is genoemd naar de grondlegger van de Groningse Hortus Henricus Munting. In 1626 kocht hij zijn eerste tuin, eerst nog privé tuin, waar hij van alles verbouwde. En in 1642 (gedwongen door financieel nood) droeg hij de tuin over aan de Academie, de latere universiteit. Na Henricus volgden zoon Abraham en later kleinzoon Albert hem op. Nou ben ik dol op feitjes en weetjes, van bijzonderheden van planten in eigen tuin (of Hortus), maar ook van herkomst en geschiedenis van planten of tuinen.
Terug naar nu. Voor het Vriendenbericht, het tijdschrift dat 2 x per jaar verschijnt voor Hortus Vrienden heb ik voor het mei 2026 nummer een artikel geschreven over de Muntings, de aartsvaders van de huidige Hortus. O.a. over tulpenmanie, maar ook over een plant genoemd naar de middelste van de drie hortulanussen: Abraham Munting: de Muntingia Calabura.
In de vroegere tropische kas in Hortus Haren hadden we destijds ook een Muntingia. Je hebt een tropische kas nodig, want de plant vraagt om een minimum temperatuur van 15 graden. Navraag bij andere Botanische tuinen in Nederland leert dat er zowel Botanische Tuin Delft als in Hortus Overzee in Den Helder een Muntingia groeit. Juul en Eveline, dank voor de foto’s.
Het is een snelgroeiende boom met zich uitspreidende, vrijwel horizontale takken. De boom kan 8 tot 12 meter hoog worden. De bladeren zijn langwerpig, donkergroen en beetje behaard aan de onderkant. De bloemen groeien in groepjes van twee of drie direct vanuit de tak, waar ook het blad begint. De witte bloemen zijn klein en bloeien minder dan een dag. De eetbare vruchten zijn rond en klein, met een rode of gele, gladde, dunne schil. Den schijnen naar vijg te smaken (ook veel kleine zaadjes, net als een vijg).
De Muntingia calabura is inheems in Zuid-Mexico, Midden-Amerika, tropisch Zuid-Amerika, de Grote Antillen, Saint Vincent en Trinidad. Hij wordt geteeld in warme gebieden van de Nieuwe Wereld en in India, Zuidoost-Azië, Maleisië, Indonesië, de Filipijnen en Thailand. Het is een typische pioniersoort op verstoorde locaties in tropische laaglanden tot 1000 m hoogte, bij voorkeur op licht zure grond.
De vruchten van de Muntingia calabura worden vaak zo uit de hand gegeten door kinderen of ze worden verwerkt in taarten en tot jam. Een aftreksel van de bladeren wordt gedronken als een thee-achtige drank. De bloemen zouden antiseptische eigenschappen bezitten. Een aftreksel van de bloemen wordt gebruikt als krampstillend middel, tegen hoofdpijn en om de eerste symptomen van een verkoudheid te verlichten.
Vorig weekend was Ingrid op bezoek, we gingen bergwandelen. In Drenthe! Daar heb je de hoogste (afval)berg van Nederland, inmiddels omgetoverd tot een fraai natuurgebied. Op de oude afvalbulten lopen nu schapen, en zijn er verschillende wandelpaden, en aparte fietswegen. Met forse hellingen van 13-15%, en vlak onder de top, de col, een heuse kasseienstrook. Als er wilgentours in de buurt zijn gaan deze ook steevast over de VAM-berg. Op deze foto’s zie je de grote installaties van het Attero terrein niet, en net over de heuveltop is nog een deel van de afvalberg die nog niet helemaal bedekt is. Mooi op het ook, wel met de vage vuilniswagen geur die uit de ontluchtingskokers komt die her en der op de heuvel te zien zijn. Leuk detail: de hoogte van de Col du Vam op het bord: 4800 ! Dat lijkt een enorme berg (tot dat je ziet dat de hoogte in centimeters is aangegeven).
Onder aan de heuvel kun je doorlopen langs het Oude Diep, en loop je zo het kleinschalige Drentsche landschap in. Aan te bevelen uitje!
Vanmiddag in de Hortus voor de lezing over fluorescentie in de natuur, een van de HORTUS lezingen die ik dit seizoen heb georganiseerd. Ik had al voorkennis , omdat ik een paar weken geleden al met de spreker, Frank Huisman, op een avond foto’s was gaan nemen in de Hortus, gewapend met UV lamp en camera. We zagen toen o.a. de blauwe spin, zie boven.
Zo ziet de platte wielwebspin er in daglicht uit
Super enthousiast verhaal van Frank, over zijn worsteling om tot de juiste UV lampen te komen, en de beste manier van foto’s maken te ontdekken. Nog niet veel mensen beoefenen deze tak van fotografie. Dus Frank struint behoorlijk het internet af om er achter te komen waarom sommige organiseren wél fluoresceren en andere niet. Of sommige in de ene kleur en andere weer in een andere kleur. Frank liet een foto zien van twee regenwormen, de ener fluoresceerde blauw, de ander groenig. De groenige blijkt een gestresste regenworm te zijn, de blauwe een blije worm. Inmiddels is Frank er achter dat bepaalde chemische stoffen fluoresceren die ofwel een plant beschermen tegen het UV licht uit de zon – gewoon overdag en vaak de jonge blaadjes- ofwel een plant beschermen tegen vraat.
Frank liet ook een foto zien van blokken (tropisch) hout die er in daglicht gelijk uitzien, maar onder UV licht in hele verschillende kleuren fluoresceren. Hij heeft proefondervindelijk uitgevonden dat net gesnoeid hout, van heesters of bomen waar de sapstroom op gang is, ook mooi oplichten onder UV licht. Zie de foto van de net gesnoeide knotwilg, in de Hortus, derde foto boven.
Voor degene die de HORTUS lezing gemist hebben. Op 12 mei is er een herkansing, een IVN lezing in Vries. Dan een langere versie. 2 uur, ipv 1 uur en een beetje.
Ahh, gister zelf wat gesnoeid in de tuin!. Ik ben meteen in het laatste daglicht een paar stukjes afgesnoeid hout gaan halen en maakte zojuist onderstaande foto’s. Grappig! Drie takken op aanrecht bij lamplicht: van links naar rechts een stronk budleija, een stukje tak van een viburnum, en een verhout deel van een rozentak. Onder Uv licht zie je de delen waar vocht of harsachtige substantie is lichtblauw fluoresceren
Snijvlak van een dikke buddleiya tak, een dag eerder gesnoeid, knal- lichtblauw.