Deze bijzonder vormen kwamen we vorige week tegen tijdens een wandeling. Bij het bruggetje aan de oostkant van het Paterswolde meer stoppen we altijd even tijdens een wandeling om over het water te kijken. Een paar van te voren had er ijs gelegen, maar dat was zo goed als weggesmolten. Het was windstil. Op het wateroppervlak waren bijzondere figuren van schuimrandjes te zien, letters, hiëroglyfen, tekens van buitenaardse wezens? Heel intrigerend in ieder geval.
Een beetje zoals kijken naar de wolken en elkaar vertellen welke figuren je in de wolken ziet. Zien jullie ook het omlaag vallende fotootje? Of het mannetje dat een degen voor zich uit steekt? Of een slordige berg met handboeien? Iedereen kan er iets anders inzien.
Recept voor een sneeuwpop: men neme een dikke laag plaksneeuw, rolle er een paar grote ballen van en stapele die op elkaar.
Voor de ‘garnering’: steentjes voor de ogen, wortel voor de neus, takken voor armen en eventueel een sjaal of hoed of bezem.
Vaak twee bollen, soms drie, en een enkele keer vier, zoals bij ons op het dorpsplein. Naast de standaard sneeuwpop kun je ook andere vormen tegen komen. In onze eigen tuin stond een paar dagen een sneeuwzeehond en een sneeuwkat. Bij Roel om de hoek een reusachtige sneeuwslak en een sneeuwkomodovaraan (!), en een eindje verderop een sneeuwpoes op een autodak.
Vorig jaar hadden we een sneeuwkonijn in de buurt en om de hoek (ook door Roel gemaakt weet ik nu) een konijn en een pinguïn. Nog andere figuren gezien?
Op ons meest gewandelde rondje, variërend in lengte 40-60 minuten afhankelijke van het tweede deel, wandelen we langs de Moarweg, en blijven altijd even staan bij een hek grenzend aan een weiland. Verderop in het weiland staat een prachtige solitaire boom, en daar langs kijkend -bijna pal naar het westen- een struiken-bomen -and met wat ruiger gebied. Elke keer kijken we of we een of meerdere reeën kunnen zien. De grootste kans is eind van de middag, dan komen ze uit het ruigere gebied te voorschijn. Het record is vier tegelijk, vaker een of twee.
Voornemen voor 2026: elke keer als we hier langs lopen een foto nemen. Het is nu 4 januari, en we hebben al 3 foto’s…
1 jan3 jan4 jan
Aan de stand van de zon kun je zien dat op 1 jan (nog geen sneeuw) we tweede helft middag langs wandeleden, op 3 januari eind van de middag. En vandaag tegen 11 uur ‘ morgens, zon nog meer i. het zuiden (en weer een sneeuwbuitje op komst).
Nog geen reeën gezien dit jaar, door de lage stand van de zon eind van de middag ook best lastig te zien. Als we ze zien is dat meestal rechts van de grote boom, een enkele keer onder de boom.
Van een afstandje leek het op vogelpoep, van de reiger of zo. Toegegeven, het is het soort ding waar je zomaar aan voorbij zou kunnen lopen, het lijkt op een vogelpoep. Maar het is geen vogelpoep, geen braaksel, geen alg en geen schimmel.
Van dichtbij zijn de kleine witte ‘vingertjes’ te zien. Dat is geen toeval, hier zit organisatie achter. Obsidentify, een determinatie app, wist het zeker: dit is groot kalkschuim of Mucilago crustacea, een slijmzwam.
Een slijmzwam is geen dier, geen plant en ook geen schimmel. Ze vallen onder het rijk Protista, protozoa of eencelligen, net als de amoebe.
Een deel van hun leven leven slijmzwammen als eencellige organismen in de grond; ze zijn dan veel te klein om met het blote oog te zien. Ze eten bacteriën in rottend hout en dode planten. Als ze zich willen voortplanten of als hun gewone voedsel schaars is dan gebeurt er iets bijzonders: de eencelligen klonteren samen tot een grote slijmerige massa. Slijmzwammen kunnen zich voortbewegen! Ze communiceren en coördineren hun bewegingen door chemische stoffen aan te maken die het gedrag van elk eencellige veranderen.
Er zijn twee soorten slijmzwammen: cellulaire soorten, waarbij de afzonderlijke eencelligen blijven bestaan, zelfs wanneer ze samenkomen, en de zogenaamde acellulaire soorten: hier verliezen afzonderlijke protozoa hun celwand en samen vormen ze één grote amoebe met veel celkernen in een grote slijmerige zak. De technische term voor deze gigantische massa is een plasmodium.
Een plasmodium gedraagt zich als één enkel organisme en spreidt zijn ’tentakels’ uit om voedsel te vinden. Mucilago crustacea is ook een van deze acellulaire slijmzwammen en vormt een van de grootste plasmodia in Europa.
Een ander acellulaire slijmzwam, de soort Physarum polycephalum, wordt vaak in laboratoria bestudeerd. Deze soort blijkt zich door een doolhof heen te kunnen bewegen om voedsel te vinden. Ook kan deze slijmzwam netwerken bouwen die voedselbronnen met elkaar verbindt.
Een mooi filmpje op de website van Hortus Amsterdam.
In welk soort omgeving kun je deze slijmzwammen ook nu, in de winter, tegen komen? Vochtig, hoog gras, onder bomen. Zoiets.
Twee ijskoude kerstdagen en zeer zonnig. Op eerste kerstdag veel (ijskoude) wind. Op heel ondiepe slootjes of goed geprepareerde ijsbanen kon geschaatst worden. Onze beide vijvers waren dichtgevroren, maar voorzien van de ijsvrijhouder voor de ontluchting.
De combinatie van vorst en wind maakt soms mooie vormen. Pannenkoekenijs zagen we al eens eerder, nu een soort ijsflesjes, aan de voet van riethalmen.
De kortste dag van het jaar. Winter? Volgens de kalender wel. Voor het gevoel: lente. Zeker nu het na een paar grijze dagen mooi zonnig was. Eerste bloesem aan de boompjes.
Mooi tijd voor een wandeling rond het Paterswolde meer. En soms kom je nog onverwacht iets tegen Zoals deze groep alpaca’s die op een (schier)eilandje stonden en nieuwsgierig met ons meeliepen. Een mevrouw liet haar hond uit. De hond stond zijn ogen uit te kijken naar die grote schapen aan de andere kant van het water. “Het is zijn eerste alpaca“, zei de mevrouw lachend.
Vroeger was de bloemenwinkel Groeneveld bij ons in de straat. Aantal jaren terug is de winkel overgenomen door toenmalig medewerkster Clarissa, en verhuisd naar een andere plek in het dorp. Van de week liep ik er weer binnen. Met een sfeer van gezelligheid, tjokvol bloemen, en in deze tijd van het jaar kerststukjes. Achter in de winkel was een team van bloedbindsters bezig met het maken van boeketten en kerststukken. Clarissa zelf was continu bezig met het opnemen van bestellingen en in gesprek met klanten. Hier weinig schreeuwende ‘plofbloemen’ , maar smaakvol opgemaakte boeketten en stukjes.
Zoek je nog iets moois, als je met kerst op bezoek gaat, of gewoon om in eigen vensterbank te zetten. Ga vooral eens kijken bij Bloemsierkunst Groeneveld aan de Kromme Elleboog in Haren.
Een Wunderkammer of rariteitenkabinet werd populair in de 17e en 18e eeuw. Het was de tijd van de ontdekkingsreizen en van die (zee)reizen werd van alles mee naar huis genomen: fossielen, mineralen, schelpen en opgezette dieren. Deze rariteiten werden thuis in een mooie kast en later in speciaal daarvoor ingerichte kamers tentoongesteld. Meestal was zo’n Wunderkammer bedoeld om mee te pronken, alleen rijke mensen konden het zich veroorloven. Later werd het ook gebruikt voor educatie. En nog later, toen de verzamelingen te groot werden, groeiden ze uit tot musea.
De naam rariteitenkabinetlijkt aan te geven dat het allemaal rare dingen zijn. Het woord rariteit heeft in de meeste gevallen (*) niets te maken met raar. Het is afgeleid van het Latijnse woord rarus dat zeldzaam of schaars betekent.
Natuureducatie
Vandaag waren we in het Natuurmuseum van Klaas Nanninga in Groningen. Een uit de hand gelopen hobby van een bevlogen verzamelaar en verteller. Zijn hele huis staat en hangt hutje-mutje vol met het prachtigste natuurhistorisch materiaal. De privé collectie is op afspraak te bezichtigen. Klaas haalt het materiaal overal en nergens vandaan, als individueel specimen komt elk vogeltje of vlindertje of botje binnen. En dan gaat Klaas aan het werk om er een mooie voorstelling van te maken, in kleine diorama’s, zelfgetimmerde kasten, en met aandacht voor details en esthetiek. Een rondleiding door het museum (het huis) duurt al gauw anderhalf uur, en Klaas zit vol met boeiende verhalen. “Er komen veel schoolklassen langs“, zegt Klaas, “maar ook internationale studenten, toeristen en gezinnen“.
Veel mensen zullen een kleine collectie hebben, stenen van vakantie meegenomen, schelpen, of een collectie zand of dennenappels. Zo was Klaas ook begonnen: als 10 jarige jongen had hij een paar verzamelbakken met schelpjes. Bij ons thuis is het beperkt gebleven tot een paar planken in een vitrinekast, bij Klaas is zijn hele huis een Wunderkammer geworden.
spotvogelvoeder voert koekoeksjongwoonkamer met onderaan eettafel
(*) Er zijn uitzonderingen: In het rariteitenkabinet Gribus op Schiermonnikoog zie je wel degelijk hele vreemde samenvoegsels van dieren. Soms doet de natuur dat zelf, zoals bij een vogelbekdier, maar bij Gribus hebben de mensen een handje geholpen.
Een omgevallen boom, die al een tijdje ligt. Schors afgeknabbeld, opgegeten, weggeschimmeld in de loop der jaren. Dan kun je mooi de nerfstructuur in het hout bekijken.
Of er een tekening van maken. Versimpeling van de werkelijke structuur, met gebruikmaking van de natuurlijke kleuren.
Ik was er al heel vaak langs gelopen, maar nog nooit binnen geweest: de LEDs grow plantenfaciliteit op het EnTranCe terrein van de Hanze. Afgelopen donderdag ging ik er in de lunchpauze op bezoek, rondgeleid door mijn Hanze college Desiree den Os (tevens medebestuurslid van Vrienden van de Hortus. Ook Gerard Renardel , mede bestuurslid, en op de campus Groningen aanwezig voor het geven van een gastcollege, schoof aan.
De LEDs Grow Plants faciliteit is een hypermodern onderzoekslab waar gebruik wordt gemaakt van LED-verlichting om planten te bestuderen. Studenten, onderzoekers en bedrijven kunnen gebruik maken van deze innovatieve technieken. In de video zie je verschillende technieken die je in de faciliteit kunt gebruiken.
Op de linkerfoto zie je aardappels, hier zijn alleen de rode LED’s aan, met het idee dat ze schimmelvorming onderdrukken en makkelijker uitlopers maken. “Helaas ging het niet snel genoeg“, zegt Desiree, “onze stagiaire is aan zijn laatste onderzoeksweken bezig en komt er niet meer aan toe hier onderzoek aan te doen“. Op de rechterfoto zie je boontjes. De stagiair gebruikte deze plantjes om gedoseerd op verschillende plekken op een blad hoeveelheden licht te schijnen, om de efficiency van fotosynthese in het blad als functie van de lichtintensiteit te meten. Een student was in het lab bezig om sensoren klaar te maken om metingen te gaan doen in de bodem. De verschillende bodemmonsters kregen water met verschillende zoutconcentraties en voeding, en dan wordt er met de sensoren gemeten hoe veel zout er in de bodem zit (kalibreren sensoren), maar ook hoeveel wortelgroei er aan de planten is.
Ik zag ook een paar ‘verlepte’ plantjes staan. Vergeten water te geven dacht ik, en deel van blaadjes waren verdord. Maar dat bleek express te zijn. De plantjes stonden niet droog, maar waren juist aan het afrijpen. Het was een speciale soort erwt, pisum sativum L. var. Argenteum, met een beetje blauwgroen achtig blad. Jaren geleden is Desiree gepromoveerd o.a. aan onderzoek van deze erwten. Het bijzondere is dat de bovenlaag van het blad makkelijk te verwijderen is, waardoor het geschikt is om onderzoek aan te doen. Deze erwtjes zijn niet makkelijk te krijgen, dus al jaren lang wordt het zaad weer verzameld. Het komt de groeikracht ten goede als je de zaden langzaam laat afrijden. En dus niet in een keer de plantjes droogzetten.