Toverhazelaar

Toverhazelaars, Hamamelis, bloeien in de winter, ongeacht koude of sneeuw. En ook hier in de buurt staan zeweer in bloei. Met de knalgele lintbloempjes op kale takken kun je de toverhazelaars niet missen. De echte, de soort, geurt heerlijk. Bij sommige cultivars is de kleur doorgekweekt naar licht of donker oranje tot bijna bruinrood. In het proces van veredelen is soms de geur verdwenen, da’s wel jammer.

De verzameling toverhazelaars in Arboretum Kalmthout bij Antwerpen is de grootste in Europa en bevat enkele erg oude struiken.

In Hortus Haren zijn vorig jaar een tiental stekken, gekweekt in Kalmthout , in de geelblauw tuin, geplant. Het duurt nog wel een paar jaar (toverhazelaars groeien langzaam) voordat ze zo uitbundig zullen bloeien als op de foto hierboven…

Tuinbaas Walter van Hortus Haren laat de nieuwe aanwinst, een toverhazelaar, zien. Januari 2025

Nico de Haan

Afgelopen week is Nico de Haan overleden. In Vroege Vogels op de radio werd er ook bij stilgestaan. Nico was de supervogelaar van Nederland. Heel veel mensen hebben interesse gekregen in het kijken (en vooral luisteren) naar vogels. Tuinvogels of vogels in het vrije veld. Ik heb vaak (in de winter, als er weinig in de tuin te doen was) geluisterd naar de CD’s van Nico met de vogelgeluiden en zijn uitleg en ezelsbruggetjes hoe je de verschillende vogels -op geluid- uit elkaar kon houden. “Het fietspompje”, wie kent die niet. Dat is de koolmees in de lente.

In 2010 zijn we (in een opwelling en meteen geboekt) meegegaan met een 3 daags vogelreisje met Nico de Haan en een collega van de vogelbescherming. Het was april, maar ijskoud, dat weet ik nog. Drie dagen de mooiste plekjes, bezocht en een soort ‘wedstrijd’ om in deze drie dagen -als groep- zo veel mogelijk vogels te spotten. Met de fiets het eiland over, schuilend achter dijkjes tegen de ijzige wind.
Overdag vogels luisteren (die kleine mitrailleur, zei Nico, is de braamsluiper) en kijken (die witte vlek in de nek zie je al van verre, dat is de houtduif). ’s Avonds de tellijst langslopen (JA, we hebben de 100 net gehaald!) en op de laatste avond een vogelquiz. Ik heb de foto’s nog even teruggekeken.
Mooie herinneringen aan een bijzonder man. Dag Nico.

Le coq est mort.

Pluk de dag

180 graden panorama, links pad waar we naar toelopen (het westen),
rechts pad waar we vandaan kwamen (oosten)

Als het mooi weer is, en je hebt de gelegenheid, ga vooral een stuk wandelen.
Afgelopen zaterdag was het koud, en zonnig. Met een extra laagje kleding aan, boterhammetje in de rugzak, wandelschoenen aan, gingen we lekker op pad.
Een rondje vanuit huis, rond het vlak bij ons gelegen Friesche Veen, een meer ontstaan door vroegere veenafgravingen, en naar de Onlanden, een prachtig natuurgebied bvan Natuurmonumenten.

De foto’s zijn gemaakt vanaf de zuidkant van het Friesche Veen, richting het noorden.

Op de laatste twee foto’s het nieuwe nest van de zeearenden. Het rommelige bosje bij het Friesche veen is sinds een paar jaar een broedplek voor een paar zeearenden. Kort geleden bij hevige wind was het oude nest uit de boom gewaaid. Mooi te zien dat het broedpaar weer aan het bouwen geslagen is. Vroeger was er een wandelpad door dit bosje heen, mede vanwege de zeearenden is dat niet meer voor publiek toegankelijk. Om de spectaculaire vogels rust te geven. Het wandelpad loopt nu over een dijkje om het bos heen, en vanuit de verte (de zuidkant van het meer) kun. je het nest bekijken. In de zomer kunnen we hier regelmatig de majestueuze vogels ook over het dorp zien vliegen. Prachtig.

Reeboom – 2

Elke keer als we ons meest-gewandelde ommetje doen maken we even een foto van de ‘reeboom’ . Hieronder de ‘opbrengst’ tot half februari.

De meeste veranderingen in de wolken aan de hemel en in het aantal molshopen in het weiland. Het is paarseizoen, en de mollen die grootste deel van het jaar solitair wonen in hun eigen gangenstelsel, zijn nu in het wilde weg aan het graven en tunnelen in de hoop elkaars tunnelsysteem te bereiken.

Eerste serie reebomen: hier

Gneizen van de Hondsrug

Na één keer uitgesteld te zijn vanwege dubbele boeking van het cursus zaaltje en twee keer vanwege de ijzel en gladheid, was afgelopen week (eindelijk) de eerste les van de zwerfstenen cursus die ik volg bij het hunebedcentrum in Borger. Met twee collega-vrijwilligers van de Hortus en 30 andere geïnteresseerden. De docent is super zwerfstenenkenner Harry Huisman die -samen met collega Marja Braaksma- meerdere boeken over zwerfstenen heeft geschreven, waaronder het lijvige ‘Het groot keienboek’. Dat was uitverkocht, maar is nu weer verkrijgbaar in het hunebedcentrum.

Eerst een uurtje college en uitleg bij typen zwerfstenen en vooral hoe je ze kunt herkennen. Boeiend om te leren over de ontstaansgeschiedenis en ouderdom van gesteenten. Oeroude stenen meer dan 1,5 miljard jaar oud, ooit ontstaan in de ‘wortels’ van vroegere hooggebergten (die in de loop der vele jaren helemaal verdwenen en afgesloten zijn waardoor de stenen aan de oppervlak liggen). En veel jongere stenen die door vulkaanuitbarstingen en snel gestold magma zijn ontstaan. En wist je dat Nederland het land is waar de meeste soorten zwerfstenen voorkomen: door het ijs meegenomen vanuit Scandinavië, en door rivieren meegenomen vanuit Frankrijk, Belgie, Duitsland, Polen …

De volgende keren gaan we verder in op zogenaamde ‘migmatieten’, zwerfstenen die uit twee duidelijk verschillende soorten gesteente bestaan. En ja, als je in Drenthe of bij de kop van Drenthe (net in de provincie Groningen) woont, dan kom je om in de zwerfstenen. Over al en nergens, op straathoeken, perkjes, langs opritten, rijtje als tuinafscheiding. Je kunt ze niet missen als je er eenmaal op begint te letten.

Tweede deel van de cursus: op elke tafel met 5-6 personen stond een tablies met een hele verzameling zwerfstenen, allemaal van de Hondsrug. De eerste opdracht was: zoek alle gneizen bij elkaar. Gneis een een soort steen waar je – bij de ene gneis duidelijker dan bij de andere- een gestreepte structuur in ziet. Harry liep bij de verschillende tafels langs om te kijken hoe we het deden: we waren maar wat trots dat we alle gneizen gevonden hadden.

Ik loop nog even de tuin in, ook wij hebben op verschillende plekken in de tuin randjes van zwerfstenen als afscheiding liggen. En -alsof ik al een volleerd stenenkenner ben na één les- loop ik mompelend langs de stenen: “ja, dat is duidelijk een gneis, die rode met de witte ringetjes is een alandrapakivi, en die effen lichtgele is een zandsteen.” Een typisch geval van: in het land der blinden is een oog koning.

Het patroon van stenen is vaak beter te zien als ze een beetje natgemaakt worden (motregen of plantenspuit). De foto hierboven is genaakt op 6 februari, code rood vanwege extreme ijzel in het noorden. Elk nadeel heeft zijn voordeel: de zwerfstenen kregen er een prachtig glanzend laagje van.





Boekengift

De Hortus kreeg een bericht van Alexandra, dochten van Audrey. Of de Hortus geïnteresseerd was in de tuinboeken- collectie van Audrey. Ja hoor, goed plan.
Zo kwam het dat we afgelopen vrijdag, met fietstassen en fietskar op pad gingen naar Eelde, de laatste resten ijzel ontwijkend. Verwarmd door een kopje thee, beginnen we de fietstassen en – kar vol te laden. Nog net te tillen. Audrey was Amerikaanse van afkomst en had veel Engelstalige boeken, ook een flink aantal die nog niet zo bekend zijn hier in Nederland.

Audrey was jarenlang lezer van dit blog ’t Groentje en ik ben verschillende keren in haar tuin geweest, een klein half uurtje fietsen hier vandaan. Haar tuin is opgezet als vogeltuin, met veel bomen, struiken, bessen. En in de loop van ruim 40 jaar gevuld met allerlei bijzondere cultivars. Audrey was groot tuin liefhebber (en Hortus- fan) en bezat ook veel planten in potten. Heel gesjouw elke winter om de niet-winterharde exemplaren in de garage te laten overwinteren, vertelt Alexandra. Audrey overleed vorig jaar op 92-jarige leeftijd, en dochter Alexandra zag de tuinboekencollectie graag op een groene plek terechtkomen. Audrey zou blij geweest zijn met de Hortus als bestemming.

De tuin van Audrey

Elegante figuren in schuim

Deze bijzonder vormen kwamen we vorige week tegen tijdens een wandeling. Bij het bruggetje aan de oostkant van het Paterswolde meer stoppen we altijd even tijdens een wandeling om over het water te kijken. Een paar van te voren had er ijs gelegen, maar dat was zo goed als weggesmolten. Het was windstil. Op het wateroppervlak waren bijzondere figuren van schuimrandjes te zien, letters, hiëroglyfen, tekens van buitenaardse wezens? Heel intrigerend in ieder geval.

Een beetje zoals kijken naar de wolken en elkaar vertellen welke figuren je in de wolken ziet. Zien jullie ook het omlaag vallende fotootje? Of het mannetje dat een degen voor zich uit steekt? Of een slordige berg met handboeien? Iedereen kan er iets anders inzien.

Sneeuwvormen

Recept voor een sneeuwpop:
men neme een dikke laag plaksneeuw,
rolle er een paar grote ballen van
en stapele die op elkaar.

Voor de ‘garnering’:
steentjes voor de ogen,
wortel voor de neus,
takken voor armen
en eventueel een sjaal of hoed of bezem.


Vaak twee bollen, soms drie, en een enkele keer vier, zoals bij ons op het dorpsplein. Naast de standaard sneeuwpop kun je ook andere vormen tegen komen. In onze eigen tuin stond een paar dagen een sneeuwzeehond en een sneeuwkat. Bij Roel om de hoek een reusachtige sneeuwslak en een sneeuwkomodovaraan (!), en een eindje verderop een sneeuwpoes op een autodak.

Vorig jaar hadden we een sneeuwkonijn in de buurt en om de hoek (ook door Roel gemaakt weet ik nu) een konijn en een pinguïn. Nog andere figuren gezien?

Reeboom- voornemen

Op ons meest gewandelde rondje, variërend in lengte 40-60 minuten afhankelijke van het tweede deel, wandelen we langs de Moarweg, en blijven altijd even staan bij een hek grenzend aan een weiland. Verderop in het weiland staat een prachtige solitaire boom, en daar langs kijkend -bijna pal naar het westen- een struiken-bomen -and met wat ruiger gebied. Elke keer kijken we of we een of meerdere reeën kunnen zien. De grootste kans is eind van de middag, dan komen ze uit het ruigere gebied te voorschijn. Het record is vier tegelijk, vaker een of twee.

Voornemen voor 2026: elke keer als we hier langs lopen een foto nemen.
Het is nu 4 januari, en we hebben al 3 foto’s…

Aan de stand van de zon kun je zien dat op 1 jan (nog geen sneeuw) we tweede helft middag langs wandeleden, op 3 januari eind van de middag. En vandaag tegen 11 uur ‘ morgens, zon nog meer i. het zuiden (en weer een sneeuwbuitje op komst).

Nog geen reeën gezien dit jaar, door de lage stand van de zon eind van de middag ook best lastig te zien. Als we ze zien is dat meestal rechts van de grote boom, een enkele keer onder de boom.

Groot Kalkschuim wandelt

Van een afstandje leek het op vogelpoep, van de reiger of zo. Toegegeven, het is het soort ding waar je zomaar aan voorbij zou kunnen lopen, het lijkt op een vogelpoep. Maar het is geen vogelpoep, geen braaksel, geen alg en geen schimmel.

Van dichtbij zijn de kleine witte ‘vingertjes’ te zien. Dat is geen toeval, hier zit organisatie achter. Obsidentify, een determinatie app, wist het zeker: dit is groot kalkschuim of Mucilago crustacea, een slijmzwam.

Een slijmzwam is geen dier, geen plant en ook geen schimmel. Ze vallen onder het rijk Protista, protozoa of eencelligen, net als de amoebe.

Een deel van hun leven leven slijmzwammen als eencellige organismen in de grond; ze zijn dan veel te klein om met het blote oog te zien. Ze eten bacteriën in rottend hout en dode planten.
Als ze zich willen voortplanten of als hun gewone voedsel schaars is dan gebeurt er iets bijzonders: de eencelligen klonteren samen tot een grote slijmerige massa. Slijmzwammen kunnen zich voortbewegen! Ze communiceren en coördineren hun bewegingen door chemische stoffen aan te maken die het gedrag van elk eencellige veranderen.

Er zijn twee soorten slijmzwammen: cellulaire soorten, waarbij de afzonderlijke eencelligen blijven bestaan, zelfs wanneer ze samenkomen, en de zogenaamde acellulaire soorten: hier verliezen afzonderlijke protozoa hun celwand en samen vormen ze  één grote amoebe met veel celkernen in een grote slijmerige zak. De technische term voor deze gigantische massa is een plasmodium.

Een plasmodium gedraagt ​​zich als één enkel organisme en spreidt zijn ’tentakels’ uit om voedsel te vinden. Mucilago crustacea is ook een van deze acellulaire slijmzwammen en vormt een van de grootste plasmodia in Europa.

Een ander acellulaire slijmzwam, de soort Physarum polycephalum, wordt vaak in laboratoria bestudeerd. Deze soort blijkt zich door een doolhof heen te kunnen bewegen om voedsel te vinden. Ook kan deze slijmzwam netwerken bouwen die voedselbronnen met elkaar verbindt.

Een mooi filmpje op de website van Hortus Amsterdam.

In welk soort omgeving kun je deze slijmzwammen ook nu, in de winter, tegen komen?
Vochtig, hoog gras, onder bomen. Zoiets.