Nog zo’n gele bloeier, het boerenwormkruid. Met een historie van gebruik in de kruisgeneeskunde die teruggaat tot de oude Grieken. Het is een composiet, maar dan alleen de hartjes, niet de lintvormige blaadjes. Een leuke plant, veel in zandige , stenige plaatsen te vinden (ruderaalterreinen).
TUSSEN MIDLAREN EN ZUIDLARENWORMKRUIDBIJ
En er is zelfs een bij die gespecialiseerd is op het boerenworkkruid: de wormkruidbij of colleges adviesanus. Het lijkt dat de haartjes van de bij dezelfde gele kleur hebben als de bloemen. En dat is ook zo: niet van zichzelf, maar door al het stuifmeel dat in de haartjes blijft hangen, zie de tweede foto.
Een uitgebreid artikel over de wormkruidbij, die ook in bijenhotels nestelt, vind je op de website bestuivers.nl . Met veel foto’s.
Complex
Bij het determineren van de bij op de foto met de app obsidentify kwam eruit: wormkruidbij-complex. Er zijn drie soorten, Colletes daviesanus/fodiens/similis, die erg op elkaar lijken en alleen door de echte kenner uit elkaar gehouden kunnen worden, C. daviesanus komt het meest algemeen voor, daarom is daar de groep (het complex) naar genoemd. Het geslacht Colletes noemen we ook wel de zijdebijen, omdat ze hun gegraven nest afdekken met een soort polyester dat lijkt op zijde.
We hebben op het terras een sinaasappelboompje, nou ja meer een mandarijnboompje. De plant staat ’s winters altijd binnen, en ik had hem dit jaar voor dat ie weer naar buiten ging flink gesnoeid. Nog weinig bloemen tot nu toe, misschien omdat ie zo vol met vruchten hangt?
De vruchtjes ruiken enorm naar mandarijn, maar als je ze probeert te eten zijn ze wel extreem zuur (en zoet tegelijk).Af en toe koop ik sinaasappeljam, met van die schilletjes erin, lekker een beetje bitter. ‘Onze’ mandarijntjes hebben een dun schilletje, dat als experiment een paar potjes mandarijnenjam gemaakt, de versgeoplukte mandarijntjes gingen er met schil en al in. Wel in dunne reepjes/plakjes gesneden. Ben benieuwd hoe het smaakt. Eerst even het potje zwartebessenjam opeten, en dan breek ik een van de ‘oranje potjes’ aan.
Al wekenlang bloeien er steeds verder vertakkende kruidachtige plantjes in de kieren van ons tuinpad. 30-50 cm hoog, met heel veel gele composietbloempjes, net iets groter dan 1 cm in doorsnee. De bloemen gaan ’s morgens open, en sluiten in de loop van de middag weer.
Het is Klein streepzaad, of Crepis capillaris. Een algemeen voorkomende soort, overal in Nederland. De plant bloeit van juni tot oktober, en wordt bevlogen door onder andere de pluimvoetbij, de witgelakte tubebij en de kleinen knotswesp (volgens de site insectenplanten.nl )
De plant groeit vooral op voedselrijke en omgewerkte grond, maar komt ook in weilanden en bermen tussen het gras voor.
Naam streepzaad: vanwege de vorm van de nootjes (zaadjes), las ik ergens. Hmm, net even een foto gemaakt. Ja het zijn een beetje langwerpige zaadjes, met een beetje fantasie een streepjemaar dat is zo bij heel veel planten…
Tegenwoordig zijn grote delen van wegbermen geel van het bloeiende jakobskruiskruid. Gevaarlijk voor paarden , roept steevast iemand, moet weggehaald worden. Ja de plant is giftig, maar de paarden weten dat. De plant heeft een extreem bittere smaak, en de paarden blijven er vanaf, zelfs als ze in een wei vol jakobskruiskruid wandelen. Is het dan angsthazerij, die waarschuwing? Niet helemaal: als de plant in het hooi terecht komt, dan is dat wel een probleem. De bittere smaak is dan verdwenen , maar de gifstoffen niet. Een interessant artikel vind je hier. De afgelopen tientallen jaren is jakobskruiskruid flink toegenomen, op de Veluwe, maar ook in wegbermen. Dat komt omdat het een pioniersplant is, die graag groet op zandige (stenige) terreinen en verstoorde grond. Op de Veluwe is dat door de wilde zwijnen die steeds in de grond wroeten, kale stukjes maken, waar de plant weer makkelijk kan ontkiemen. In wegbermen , doordat er vaak met een koepelmaaier gemaakt wordt, waar delen van de grond open komen te liggen. Bij een volledig gesloten plantendek heeft het kruiskruid veel minder kans, en zal langzaam verdwijnen (niet mee zo dominant zijn).
De jakobsvlinder heeft jakobskruiskruid als waardplant. De vlinder is rood-zwart. En de rups: gezellig gestreept geel zwart. De kleuren van gevaar. “Eet mij niet“, roept dat naar vogels, “Ik ben giftig“.
Er zijn zo’n 200 insecten op kruiskruid af komen. Een echte insectenmagneet. We hebben ze in de tuin gehad, maar weinig kans omdat hier alles bedekt is, geen kale grond. Er staat een plant, aan de buitenkant van de heg, in de stoep, waar vorig een stukje uit de stoep gezaagd is en glasvezelkabels zijn gelegd: verstoring, stenig. perfecte plek voor kruiskruid. Als ik er aan denk knip ik de bloedhoofde – na de bloei- af voordat ze allemaal zaadpluis vormen.
In Nederland komen ruim 20 soorten hommels voor en daarnaast 7 soorten koekoekshommels. Net als de koekoek (de vogel) legt een koekoekshommel haar eitjes in het nest van een andere hommel. Vaak doodt ze daarbij de koningin van het gastnest.
De grote koekoekshommel is een zogenaamde broedparasiet: ze legt haar eitjes in het nest van een aardhommel. De larven van de koekoekshommel worden dan verzorgd door de werksters van het hommelnest. Vaak lijkt koekoekshommels erg op de hommel waarop ze parasiteren. Zo kunnen ze ‘ongemerkt’ binnenkomen.
AardhommelGrote koekoekshommel
De verschillen tussen beide vallen niet erg op, de kleuren zijn bijna hetzelfde, de antenne’s zijn iets meer gebogen bij de koekoekshommel. Een aardhommel heeft haartje/ korfjes aan de achterpoten om stuifmeel te verzamelen en te vervoeren. Bij de koekoekshommel ontbreken die: de koekoek hoeft immers zelf geen voedsel te verzamelen. Dat doet de gasthommel voor haar larven.
Achter de schuur strooien we altijd het gemaaide gras. een paar dagen terug zag ik daar een donker bollig paddenstoeltje, groeiend op wat leek een stukje tak of wortel. van daag ging ik terug om te kijken of het tak of wortel was. het bleek heel licht, en onderdeel van de paddenstoel. Foto gemaakt en obsidentify -app gebruikt:het bleek een aardster! De app was eerst niet zeker: was het de grote aardster (55% kans)? Of de forse aardster (43% kans) ? Paar foto’ s verder, met een extra foto waar je het ‘nekje’ goed kon zien, wist het algoritme het 94% zeker: de baret-aardster, geestrum striatum. . Vooral als het bolletje indroogt lijkt ie op een beetje ingezakte baret.
Wat wel raar is, is dat op sommige foto’s een puntje op het bolletje te zien is. Op onze aardster niet. Leuk weetje: aardsterren liggen altijd los op de grond omdat de slippen (de punten van de ster) ze omhoog duwen. Je kunt er due best een oorapen om te bekijken en dan weer terug leggen.
What’s in a name. Het ziet eruit als kleinen bolletjes, zit op een bremstruik en wordt veroorzaakt door een mijt (heel klein spinachtig beestje). Ik had het niet eerder bewust gezien. Ik vond gister bij onze bremstruik te kijken, allang uitgebloeid, de zwarte peultjes zijn zich al aan het vormen, en er was nog een verdwaald geel bloempje. Toen viel me op zat aan een kant van de struik allemaal zachtroze witte bloemetjes leken te bloeien. Nadere inspectie leverde een soort kleinen galletje/ bolletjes op. En obsidentify wist het meteen: de brembolletjesmijt of aceria genistae.
Te herkennen aan
Woekeringen op de knoppen.
Meestal vele gallen aan een plant.
De vorm is bolvormig.
De gal is sterk behaard.
Blijkt helemaal niet zeldzaam, wel de eerste keer dat ik het zie.
De hitte een week of twee geleden heeft de vlinders geen goed gedaan. Wat aantallen betreft hebben we bij deze telling bedroevend weinig exemplaren -per soort- geteld.
Zelfde dag gezien, maar niet in het telkwartier: gehakkelde aurelia, kolibrievlinder en citroenvlinder.
Met Tita, Annelies en Gre ben ik afgelopen maandag opbezoek geweest min de tuin van Geert Hoving in Exloo. We kenden Geert van de zwerfstenencursus die we alle vier dit voorjaar bij het hunebedcentrum volgden. In April waren Tita en Gre al op bezoek, we kregen een aantal Hondsrugzwerfstenen van Geert voor in de Hortus. Toen was de tuin nog bijna in rust. DE uitnodiging om in de zomer nog eens te komen kijken, namen we van harte aan. En afgelopen maandag was het zover.
Veel kleur, hoogte, plantgroepen, groot grasveld met enorme walnootboom. En natuurlijk ook veel zwerfstenen. Want ja, als je in Drenthe woont …
Veel dank aan Geert voor de gastvrijheid, en rondleiding door de tuin.