Begin juni is de bloeitijd van de rozen. Zoals de fraaie Ghislaine de Feligonde. De vele regen afgelopen week is niet optimaal voor het behoud van de bloemen. Als oplossing: de bloemen gaan een beetje naar beneden hangen, zodat ze een beetje in hun eigen regenschaduw zitten. En de kleuren komen prachtig uit tegen een loodgrijze hemel. Hoge temperaturen (zoals voor eind van de week voorspeld), doen de bloei nog sneller verlopen. Voor een paar weken genieten van de bloei en de heerlijke geur.
De open bloemen van verschillende tuingeraniums maken het makkelijk voor allerlei insecten om te komen snacken. Als een soort helicopterlandingsplaats, met zo;n grote letter H geschilderd op de plek waar de helikopter kan landen. Hommels, honingbijen, zweefvliegen en vlinders. Allemaal pikken ze een graantje mee. Op dit moment hebben we in de grindborder aan de zijkant van het huis een zee van geranium pratense, zacht blauw paars. Sommige vrijwel effen, anderen wat meer gestreept. De afgevallen bloemblaadjes blijven (met het vochtige weer) zeker nog een week mooi gekleurd te wezen op het pad.
Over een week of twee is het over. De bloemstengels zijn dan zo lang geworden dat ze allemaal omvallen. Tenzij ze een beetje zijn ingebouwd door andere planten. Pratense betekent dat ze van oorsprong in bloemrijke weiden bloeien, daar hebben ze dan steun van omringende planten en grassen.
Sommige mensen hebben kunstzinnige beelden in de tuin, ornamenten, blokken marmer, frivole tuinkoepeltjes of een hele verzameling kabouters en andere kleurige objecten. Bij ons is het vooral groen. Op een paaltje waar voorheen de regenmeter stond (na jaren trouwe dienst gesneuveld) staat nu een tijdje een object netvogeltjes geparkeerd. Van Ria gekregen.
Het was even zoeken naar een goede plek. Laag op de grond, en binnen de korte keren is het opnamen tussen varens en andere planten verdwenen. Bovenop het paaltje, proberen. Met een trapje vastgemaakt.
Vanuit een goede hoek gezien, met een achtergrondje ziet het er geinig uit.
De eerste bloemen van de geranium Rosanne zijn net open. Vandaag zat daar een fraaie metallic groene tor op. Dat ‘fraai’ klopt ook, de Nederlandse naam is fraaie schijnbok. De wetenschappelijke naam is oedemera nobilis. Een inheemse en vrij algemeen voorkomende soort in Nederland.
Het is een mannetje. Leuk om dat te kunnen zeggen van een kever. Hoe ik dat weet? Het mannetje heeft van die dikke kuiten, het vrouwtje niet.
Een paar weken terug liep de de Hosta. Uit een worteldeel dat ik had meegenomen, lag aan de rand van een tuin ‘gratis meenemen’. Ik had gedacht dat het rodgersia was, maar blikkt 1 stengel rodgersia en verschillende bladeren hosta te zijn. Best spannend, een hosta in een slakkentuin. Het leek zo goed te gaan. De bladeren groot en leerachtig, en al rap een dikke vette bloemstengel. Bijna geen slakkenvraat. Toen ging het regenen, en kwam ik een tijdje niet meer in dat deel van de tuin.
En nu: twee forse bloemstengels. Met een knoedel witte bloemen. …. en geen blad. Dat is inmiddels helemaal verdwenen. Echt geen nerf meer te vinden, alleen de kale bloemstengels, met de kleine bladeren aan de stengel. Sneu. NU heeft de hosta geen bladeren meer om energie te maken voor groei.
Tja, nu weet ik weer waarom ik geen hosta’s heb. Nou ja, die ene ooit van Ina gehad, die al jaren in een pot staat, zo ver mogelijk van ander groen.
Onze vijver is weer behoorlijk dichtgegroeid met waterplanten. Maar zittend op het bruggetje is het mooi waarnemen. Neus vlak boven het water en kijken naar alles wat daar onder het wateroppervlak gebeurt. Hier de kleinen watersalamander. Zwevend in het water, remmen en sturend met de kleine pootjes met ‘handjes’.
Dit is een vrouwtje. Even later was ze bezig eitjes af te zetten: eitje voor eitje, steeds een tegelijk; eitje aan waterplantje ‘plakken ‘en dan paar blaadjes erom heen buigen. Bijzonder om dat van zo dichtbij te kunnen zien.
Zo blauw zijn bloemen niet vaak. Dit zijn de bloemen van de overblijvende ossentong, pentaglottius virens. Familie van de ruwbladige, en sterk behaard. De vijf bloemblaadjes zijn aan elkaar vergroeid. Pentaglottis – vijf tongen. Dan zijn de bloemblaadjes de tongen, en is de witte rand in het hart de keel.
Ik zou de bladeren beschrijven als groen met witte vlekken, maar als je goed kijkt zijn ze helemaal niet wit, wel lichter van kleur dan het omringende groen. Ze zijn kortlevend, paar jaar, maar zaaien zich enigszins uit op goede plekken. Gewoon een paar laten staan, waar je ze wilt hebben, en de rest weghalen. Verplanten gaat minder goed door de grote zwarte wortel bij volwassen planten.
Langbloeiend, letterlijk. De stengels met bloemen worden steeds langer. We hebben er wel eens een aan de voet van de beukenhaag gehad, die op ruim een meter hoog door de heg kwam piepen met de blauwe bloempjes. De uitgebloeide en ingedroogde stengels met handschoenen weghalen, de haartjes op de verdroogde stengels blijven lang prikken.
Zoek een zonnig kwartier en ga bij de vijver staan. Tel alle libellen en waterjuffers die je ziet. Dat is de instructie bij de libellentelling dit weekend. Zonnig kwartier, hmmm. Ik weet niet of dat nog lukt vandaag. Op dit moment (11 uur ’s morgens, zondag, een serie buitjes achter elkaar. Misschien vanmiddag nog.
De afgelopen weken veel libellen gezien , zie hier en hier. En deze rode vuurjuffer was van vorig week. Die hebben jullie alvast. een van de weinige soorten die overwegend rood is. Vaak zijn juffers (en libellen) groenig, bruinig, blauwig. En soms deels rood. Bekijk libellen eens van dichtbij (of probeer een scherpe foto te maken). Ze hebben hele opvallende uitpuilende ogen. Daarmee kunnen ze , ook als ze in rust op een blad of tak zitten, bijna alle kanten uitkijken. Deze foto’s zijn nog niet optimaal scherp, maar volgende keer probeer ik het gewoon nog eens.
De uitdrukking “als een speer” betekent dat iets of iemand heel snel gaat (*). Misschien kan het spreekwoord aangepast worden naar “als een bamboespeer”.
Drie weken geleden maakte ik een foto van een nieuw bamboe stengel, punt net 21 cm boven de grond. Nog geen week later ruim 80 cm. En op drie juni kon ik hem bijna niet terug vinden. In plaats van één nieuwe stengel , die zijn donkergroen, veel donkerder dan de geelgroene stengels van vorig jaar, stonden er drie, de blauwe en groen ongeveer 180 cm hoog. (foto 3) . En toen ik foto 2 erbij pakte om de precieze plek te bepalen zag ik daar inderdaad al weer twee nieuwe stengels (blauwe en groene pijl omhoogkomen, De eerste stengel (rode lijnen) was ruim 2 meter, misschien wel 3 m. Ik had geen meetlat en ladder bij me om het exact te meten, maar een heel eind boven mijn hoofd!.
De bovenstaande foto, oostkant de de Chinese Tuin in de Hortus, is ook van 22 mei, al deze bamboesperen zullen nu inmiddels een heel bos van bonbonstengels vormen. …
(*) In het Hawaiiaans heet iets dat heel snel gaat “wiki wiki” , zo heten de bussen op Oahu, het hoofdeiland van Hawaii. Met die snelheid viel het overigens wel mee, wel snel, vergeleken met loopsnelheid.
Midden overdag lag ie op de grond, op zijn rug. Een vleermuisje. Hij leek uit de nok van het dak van een galerijtje zijn gevallen. Voorzichtig gaf ik hem een zetje. Hij bewoog! Omdat ie op een onhandige plek lag, pakte ik hem op, niet met blote handen, maar met mijn plastic boterhamzakje. Vleermuizen kunnen nabies, hondsdolheid overbrengen als ze je bijten. Ik zette hem van het pad af, bij een struik. En hij scharrelde weg.
Samen met mij namen verschillende bezoekers een foto. Obsidentify meldde: gewone grootoor vleermuis, Plecotus auritus . Grote oren heeft ie zeker.
Terugkijkend heb ik twee fouten gemaakt in mijn poging het beestje te redden.
Fout 1: vleermuizen hebben neiging te bijten als je ze pakt, dus minstens dikke tuinhandschoenen aan trekken. Het plastic boterhamzakje dat ik gebruikte had natuurlijk niets uitgehaald als de vleermuis had gebeten…
Fout 2: vleermuizen niet op de grond zetten (laten) maar op een hoge plek. Als je geen trap bij de hand hebt, zet ze dan wat hoger in een struik. Vleermuizen beginnen te vliegen door zich van een hoge plek te laten vallen, en kunnen niet/ moeilijk van de grond opstijgen …
Tja. De volgende dag was ie weg van de plek waar ik hem had neergezet.