Pauw, Wauw!

Bij een van onze dorpsommetjes komen we langs een park, het Boeremaparrk. Een park zoals je je een park voorstelt. Grote vijver, grote fontein, eenden en ganzen, een hertenkamp. Bochtige paden, grasvelden, boomgroepen.

Dit jaar bestaat het Boeremapark 100 jaar en wordt er van alles georganiseerd. Onder andere een fotowedstrijd. Toen we er vorige week langsliepen rondgekeken naar een onderwerp voor een foto. Het hertenkamp heeft niet alleen herten maar ook een aantal pauwen. Een daarvan lag op een rustige strook, binnen het hek van het hertenkamp, maar aan de andere kant van een slootje. Een van de wandelpaden loopt net achter het schuine hek op de onderstaande foto links. Wandelaars lopen dus vlak langs de pauw, zonder dat ze elkaar zien. Tenzij…. je tussen de spijlen van het hek door kijkt. De pauw zat er rustig bij, en draaide zijn kop eens om, verder geen sjoege. Iets inzoomen met de telefooncamera en dan krijg je bovenstaande foto. Een pauw van heel dichtbij.
Deze foto stuurde ik in voor de wedstrijd (sluitingsdatum 1 oktober).

In de instructie van de fotowedstrijd las ik dat je ook een AI foto kon insturen. Ahh, vooruit, eentje dan. Onderstaande figuur van de pauw met regenboogstaart is met hulp van AI aangevuld.

Collage

Deze foto ziet er- toeval- een beetje uit als een collage. Je ziet een hommel hangen, een los bloempje links onder, en de bloemtuil van een verbena aan de rechterkant van de foto. De hommel en het lossen bloempje lijken erin de zijn ‘gefotoshopt’. Een beetje onwerkelijk.

Is niet zo. De hommel had zich net te goed gedaan aan de nectar in de bloemen, en heeft zich net weer afgezet om weg te vliegen, tong nog uitgestoken. Het bloempje waar ze zich vanaf afzette viel af en zweeft nog net in het beeldveld van de foto.

Nog volop verzamelen

Er bloeit nog genoeg, de honingbijen zijn nog volop aan het verzamelen.
Hier op de bloemen van de helenium Tura.

Heleniums zijn, net als madelieven, paardenbloemen, margrieten en chrysanten: composieten of samengesteldbloemigen. Van een afstand denk je: ik zie één gele bloem. Maar dat is schijn! De echte bloemen zie je goed op de laatste twee foto’s. In het hart van een composiet zitten tientallen, soms honderden bloemen, dicht op elkaar. Elk met eigen stamper en meeldraden. Elke dag gaan er een paar nieuwe open, elke kleine bloem wordt apart bevrucht door de langskomende insecten.

Hoeveel groene kikkertjes ?

Op de rand van de vijver in onze tuin zien vandaag een helle rij groene kikkers. Inmiddels wat later in het seizoen zijn ze flink gegroeid. Genoeg te eten. En dit is blijkbaar een mooie plek, zij aan zijn.

Hoeveel kikkers tel jij?
Zet aantal in een reactie op dit stukje.

Hint: de foto’s overlappen en beetje, gebruik de rode meidoornbesjes op de muur als ijkpunt.

We hebben ook een klein filmpje gemaakt: Eddy was aan het filmen terwijl ik steeds dichterbij kwam. Een heel plonzenfestijn.Dat filmpje is te groot om om dit blog te zetten, wel erg komisch.

Inmiddels zit een liedje in mijn hoofd, dat tegenwoordig niet meer gezongen wordt.
Tien kleine xxxxxx….
Een oorspronkelijk Amerikaans liedje over indianen.
De oudst bekende Nederlandse versie uit 1877 rijmt op ‘kikkertjes’.

Kolibrie gespot!

Ze was al af en toe langsgekomen, en deze week weer.
Toen we op het terras zaten.
Eddy spurtte naar binnen om de camera met grote telelens te halen.
Met hieronder een paar resultaten.

De kolibrievlinder kan met haar lange tong (op de foto’s grotendeels opgerold) heel goed nectar uit diepe buisbloemen halen. De lichtroze bloemen van het zeepkruid zijn hier al aan het verwelken (van de warmte/droogte) dus niet zo makkelijk om uit te drinken.

Wormkruidbij

Nog zo’n gele bloeier, het boerenwormkruid. Met een historie van gebruik in de kruisgeneeskunde die teruggaat tot de oude Grieken. Het is een composiet, maar dan alleen de hartjes, niet de lintvormige blaadjes. Een leuke plant, veel in zandige , stenige plaatsen te vinden (ruderaalterreinen).

En er is zelfs een bij die gespecialiseerd is op het boerenworkkruid: de wormkruidbij of colleges adviesanus. Het lijkt dat de haartjes van de bij dezelfde gele kleur hebben als de bloemen. En dat is ook zo: niet van zichzelf, maar door al het stuifmeel dat in de haartjes blijft hangen, zie de tweede foto.

Een uitgebreid artikel over de wormkruidbij, die ook in bijenhotels nestelt, vind je op de website bestuivers.nl . Met veel foto’s.

Complex

Bij het determineren van de bij op de foto met de app obsidentify kwam eruit: wormkruidbij-complex. Er zijn drie soorten, Colletes daviesanus/fodiens/similis, die erg op elkaar lijken en alleen door de echte kenner uit elkaar gehouden kunnen worden, C. daviesanus komt het meest algemeen voor, daarom is daar de groep (het complex) naar genoemd.
Het geslacht Colletes noemen we ook wel de zijdebijen, omdat ze hun gegraven nest afdekken met een soort polyester dat lijkt op zijde.

Jakobskruiskruid

Tegenwoordig zijn grote delen van wegbermen geel van het bloeiende jakobskruiskruid. Gevaarlijk voor paarden , roept steevast iemand, moet weggehaald worden. Ja de plant is giftig, maar de paarden weten dat. De plant heeft een extreem bittere smaak, en de paarden blijven er vanaf, zelfs als ze in een wei vol jakobskruiskruid wandelen. Is het dan angsthazerij, die waarschuwing? Niet helemaal: als de plant in het hooi terecht komt, dan is dat wel een probleem. De bittere smaak is dan verdwenen , maar de gifstoffen niet. Een interessant artikel vind je hier. De afgelopen tientallen jaren is jakobskruiskruid flink toegenomen, op de Veluwe, maar ook in wegbermen. Dat komt omdat het een pioniersplant is, die graag groet op zandige (stenige) terreinen en verstoorde grond. Op de Veluwe is dat door de wilde zwijnen die steeds in de grond wroeten, kale stukjes maken, waar de plant weer makkelijk kan ontkiemen. In wegbermen , doordat er vaak met een koepelmaaier gemaakt wordt, waar delen van de grond open komen te liggen. Bij een volledig gesloten plantendek heeft het kruiskruid veel minder kans, en zal langzaam verdwijnen (niet mee zo dominant zijn).

De jakobsvlinder heeft jakobskruiskruid als waardplant. De vlinder is rood-zwart. En de rups: gezellig gestreept geel zwart. De kleuren van gevaar. “Eet mij niet“, roept dat naar vogels, “Ik ben giftig“.

Er zijn zo’n 200 insecten op kruiskruid af komen. Een echte insectenmagneet. We hebben ze in de tuin gehad, maar weinig kans omdat hier alles bedekt is, geen kale grond. Er staat een plant, aan de buitenkant van de heg, in de stoep, waar vorig een stukje uit de stoep gezaagd is en glasvezelkabels zijn gelegd: verstoring, stenig. perfecte plek voor kruiskruid. Als ik er aan denk knip ik de bloedhoofde – na de bloei- af voordat ze allemaal zaadpluis vormen.

Grote Koekoekshommel

In Nederland komen ruim 20 soorten hommels voor en daarnaast 7 soorten koekoekshommels. Net als de koekoek (de vogel) legt een koekoekshommel haar eitjes in het nest van een andere hommel. Vaak doodt ze daarbij de koningin van het gastnest.

De grote koekoekshommel is een zogenaamde broedparasiet: ze legt haar eitjes in het nest van een aardhommel. De larven van de koekoekshommel worden dan verzorgd door de werksters van het hommelnest. Vaak lijkt koekoekshommels erg op de hommel waarop ze parasiteren. Zo kunnen ze ‘ongemerkt’ binnenkomen.

De verschillen tussen beide vallen niet erg op, de kleuren zijn bijna hetzelfde, de antenne’s zijn iets meer gebogen bij de koekoekshommel. Een aardhommel heeft haartje/ korfjes aan de achterpoten om stuifmeel te verzamelen en te vervoeren. Bij de koekoekshommel ontbreken die: de koekoek hoeft immers zelf geen voedsel te verzamelen. Dat doet de gasthommel voor haar larven.