Een stevige jongen, de grote bonte specht. Nog weer groter dan de merel, gedrongen van bouw en met een dijk van een snavel. Nodig ook zo’n zwaar gereedschap, want daar hakt de specht holen mee uit in dode bomen, of bomen met zacht hout. Op de bovenste foto zie je nog niet zo goed of het man of vrouw is, beide geslachten hebben een rode ‘broek’. Op de foto’s hieronder zie je dat het een man is, herkenbaar aan de rode vlek in de nek. Op de tweede foto hieronder zie je ook net dat de specht ‘knippert’, een vlies trekt even over zijn zwart glimmende oog om het oog vochtig te houden. Toen ik de foto vorige week maakt (11 jan), was het erg koud én droog, regelmatig knipperen was nodig.
Merels zijn een slagje groter dan de mussen en mezen. Ze hippen vaak over de grond, en frutselen tussen het afgevallen blad op zoek naar beestjes. Bessen en appels vinden ze ook erg lekker. Onze taxus en vuurdoorn waren al wat langer helemaal leeg, de hulst is afgelopen vorstweek van besjes ontdaan door de merels. Moeilijk te zeggen of het onze ‘zomermerels’ zijn, of bezoekers vanuit Scandinavië. De afgelopen jaren hadden we een heel herkenbare man-merel, met een opvallende witte plek op zijn rechtervleugel. Mister stip is of verhuisd in de zomer van 2025 of is niet meer. Hem hadden we wel jaarrond gezien.
Wél makkelijk is het onderscheid tussen man en vrouw merel. Hij is glanzend zwart met gele (soms oranje) snavel en oogring; zij is overwegend bruin, met bruine snavel. Nog net te vroeg voor de zang. Maar strakjes , als het weer lente is….. het hemelse lied van de merels.
Zaterdag 10 januari, al een week ligt er sneeuw en deze zaterdag is het net onder nul en er is uren lang zon. Prachtig licht en een mooie dag om vogels te gaan fotograferen. Binnen vanuit de woonkamer. We hebben aan de zuidkant (voorkant) van het huis een groot raam, en aan de oostkant (zijkant) twee ramen in de woonkamer en ook nog een grote glazen pui in de werkkamer van Eddy. Met de 600 mm (!) telelens van Eddy op het toestel én met een statief. De camera+ lens weegt namelijk 2,6 kg. Veel te zwaar om uit de losse hand te fotograferen. Het statief is een een- pootstatief, reuze handig om de camera op te zetten.
We maakten ruim 150 foto’s en ’s avonds nog een hele kluif om de foto’s te selecteren. Niet meer dan 10 foto’s per soort, sprak ik met mezelf af. Nou ja, per soort en per geslacht, als je dat aan de buitenkant makkelijk kan zien. Zoals bij de vink, de merel en de zwartkop. Vooral bij de zeer fotogenieke vogels zoals de pimpelmees en roodborst gingen ook op zich goede foto’s de digitale prullenbak in. Niet alles bewaren.
Als eerst de vink. Op de foto’s zie je het mannetje. De vinkenman is heel opvallend met de roze borst en wangen, grijze kop en halsband en zwarte vleugels met beetje wit. Helemaal als je de vogel in de zon op de sneeuw ziet zitten. De kleur spat er van af. Vinken foerageren vaak in groepen en houden er van op de grond rond te scharrelen. Onder onze zadensilo’s, waar de mussen en mezen op af komen, scharrelen altijd verschillende vinken rond om de afgevallen zaadjes van de grond te pikken. En nu: om ze uit de sneeuw te pikken. Aan de stevige driehoekige snavel zie je dat de vink echt een zaadeter is: met dit stevige gereedschap kan hij ook had zaden, als graankorrels stukpikken. Vinken zijn ook dol op allerlei knoppen van bomen en platen.
Wat een leuk vogeltje, de zwartkop. Zomers zijn pas zomers als je de zwartkop in de tuin hoort zingen. Als een snelle merel klinkt het liedje luidkeels. Al jaren bij ons in de tuin, ook in de winter. Wel heel opvallend, tot nu toe hebben we deze winter alleen een vrouwtje gezien. Zij heeft een roodbruin petje, roomwitte borst en donkerbruine vleugels. Vrij territoriaal, deze vogels. Mevrouw hierboven vindt dat een van de vetblokken van haar is, en probeert waar mogelijk andere vogels weg te jagen. Benieuwd of zich nog een meneer zwartkop komt melden. Vorig jaar hadden we twee meneren.
Hier kun je bijna niet anders dan ‘aaahh’ bij zeggen. Zo vertederend is de roodborst. Met zijn grote zwarte ogen, knaloranje boven borst en bruin petje en vleugels. In deze tijd van het jaar erg opvallend, zeker als er sneeuw ligt, door zijn uiterlijk en gedrag. Roodborsten zie je ook heel vaak op kerstkaarten, let maar eens op op de kaarten van afgelopen kerst. Grote kans dat er een roodborstkaart tussen zit.
Het lijkt een heel vriendelijk vogeltje. Aan de buitenkant niet te zien of het man of vrouw is, en in territoriaal gedrag ook geen verschil te zien. Zowel man als vrouw zijn zeer fanatiek in het wegjagen van andere roodborsten. Er kunnen flinke vechtpartijen ontstaan, zeker als het straks weer wat warmer is en de lentekriebels starten. De oranje borst wekt de agressie op. Daarom zijn jonge roodborsten, heel handig, in het begin helemaal bruin. Anders zouden ze door volwassen vogels worden aangevallen.
Deze pastelkleuren- vogel, de pimpelmees, is superfotogeniek. Met zachtgeel, zachtgrijs en een hemelsblauw petje. Het gezicht krijgt met de witte wangen en zwarte belijning extra contrast. Een enorm acrobatische vogel, hangt prima op zijn kop, in een stevige grashalm of op een klein takje. Met één teen naar achter en drie tenen -dicht bij elkaar- naar voren kan de pimpelmees zich goed vasthouden. Op de foto hierboven zie je dat de pimpel tussen de pootjes een zaadje heeft vastgeklemd, waar zij steeds een hapje van nam. Zij of hij, dat is aan de buitenkant niet goed te zien. Degene die eieren legt is de zij.
De vink vrouw wordt wel eens verward met een huismus. Een bruinachtig vogel, bijna hetzelfde formaat. Toch is ze makkelijk te onderscheiden, vooral als ze wegvliegt: de buitenste twee staartpennen zijn knalwit. Ook aan het gedrag kun je ze herkennen. Vinken scharrelen vaak op de grond, terwijl mussen graag in struiken en heggen zitten. Van koude pootjes hebben ze geen last. De hele dag hipten ze rond over de sneeuw. En dan weer af en toe in een struik zitten. We hebben nog niet echt geteld (tuinvogeltelling is pas eind januari), maar een stuk of vijf vrouwtjes zeker.
Vinken trekken in de winter in groepen. Soms ook met andere soorten vinken. In sommige jaren zien we er wel eens een keep (die is meer oranje dan roze) tussen zitten, maar de afgelopen jaren niet.
De kortste dag van het jaar. Winter? Volgens de kalender wel. Voor het gevoel: lente. Zeker nu het na een paar grijze dagen mooi zonnig was. Eerste bloesem aan de boompjes.
Mooi tijd voor een wandeling rond het Paterswolde meer. En soms kom je nog onverwacht iets tegen Zoals deze groep alpaca’s die op een (schier)eilandje stonden en nieuwsgierig met ons meeliepen. Een mevrouw liet haar hond uit. De hond stond zijn ogen uit te kijken naar die grote schapen aan de andere kant van het water. “Het is zijn eerste alpaca“, zei de mevrouw lachend.
In deze tijd van het jaar kun je kleine vergroeiingen aantreffen op planten. Soms een vreemd groeisel op takken van bijvoorbeeld een egelantier. En soms als knopjes of balletjes op de onderkant van bladeren. Soms denken mensen dat de plant ziek is. Maar het is dus een gal en die wordt veroorzaakt door een parasiet. Die parasiet is een klein wespje of mugje, een galwesp of een galmug. Dit insect zet eerder in het jaar een of meerdere eitjes af en prikt daarbij de plant. Hierbij wordt een hormoon-verstorende ingeschoten waardoor de plant wat wildgroei aanmaakt. Deze wildgroei dient als een beschermend omhulsel om het eitje van de galwesp of galmug. Uit dat eitje komt een larfje, dat beschermd wordt door de gal en voedsel haalt uit de plant.
Als de gal of galappel op een blad zit valt het in de herfst gewoon af. In de strooisellaag op de grond kan het insect in wording prima doorleven om als het ‘klaar’ is, uit de gal te kruipen. Veel galappels groeien op eikenbladeren.