Fraaie Schijnbok

De eerste bloemen van de geranium Rosanne zijn net open. Vandaag zat daar een fraaie metallic groene tor op. Dat ‘fraai’ klopt ook, de Nederlandse naam is fraaie schijnbok. De wetenschappelijke naam is oedemera nobilis. Een inheemse en vrij algemeen voorkomende soort in Nederland.

Het is een mannetje.
Leuk om dat te kunnen zeggen van een kever.
Hoe ik dat weet?
Het mannetje heeft van die dikke kuiten, het vrouwtje niet.

Kleine watersalamander

Onze vijver is weer behoorlijk dichtgegroeid met waterplanten. Maar zittend op het bruggetje is het mooi waarnemen. Neus vlak boven het water en kijken naar alles wat daar onder het wateroppervlak gebeurt. Hier de kleinen watersalamander. Zwevend in het water, remmen en sturend met de kleine pootjes met ‘handjes’.

Dit is een vrouwtje. Even later was ze bezig eitjes af te zetten: eitje voor eitje, steeds een tegelijk; eitje aan waterplantje ‘plakken ‘en dan paar blaadjes erom heen buigen. Bijzonder om dat van zo dichtbij te kunnen zien.

Libellentelling

Zoek een zonnig kwartier en ga bij de vijver staan. Tel alle libellen en waterjuffers die je ziet. Dat is de instructie bij de libellentelling dit weekend. Zonnig kwartier, hmmm. Ik weet niet of dat nog lukt vandaag. Op dit moment (11 uur ’s morgens, zondag, een serie buitjes achter elkaar. Misschien vanmiddag nog.

De afgelopen weken veel libellen gezien , zie hier en hier. En deze rode vuurjuffer was van vorig week. Die hebben jullie alvast. een van de weinige soorten die overwegend rood is. Vaak zijn juffers (en libellen) groenig, bruinig, blauwig. En soms deels rood. Bekijk libellen eens van dichtbij (of probeer een scherpe foto te maken). Ze hebben hele opvallende uitpuilende ogen. Daarmee kunnen ze , ook als ze in rust op een blad of tak zitten, bijna alle kanten uitkijken. Deze foto’s zijn nog niet optimaal scherp, maar volgende keer probeer ik het gewoon nog eens.

Gewone Grootoor

Midden overdag lag ie op de grond, op zijn rug. Een vleermuisje. Hij leek uit de nok van het dak van een galerijtje zijn gevallen. Voorzichtig gaf ik hem een zetje. Hij bewoog! Omdat ie op een onhandige plek lag, pakte ik hem op, niet met blote handen, maar met mijn plastic boterhamzakje. Vleermuizen kunnen nabies, hondsdolheid overbrengen als ze je bijten. Ik zette hem van het pad af, bij een struik. En hij scharrelde weg.

Samen met mij namen verschillende bezoekers een foto. Obsidentify meldde: gewone grootoor vleermuis, Plecotus auritus . Grote oren heeft ie zeker.

Terugkijkend heb ik twee fouten gemaakt in mijn poging het beestje te redden.

Fout 1: vleermuizen hebben neiging te bijten als je ze pakt, dus minstens dikke tuinhandschoenen aan trekken. Het plastic boterhamzakje dat ik gebruikte had natuurlijk niets uitgehaald als de vleermuis had gebeten…

Fout 2: vleermuizen niet op de grond zetten (laten) maar op een hoge plek. Als je geen trap bij de hand hebt, zet ze dan wat hoger in een struik. Vleermuizen beginnen te vliegen door zich van een hoge plek te laten vallen, en kunnen niet/ moeilijk van de grond opstijgen …

Tja. De volgende dag was ie weg van de plek waar ik hem had neergezet.

Distelvlinders in de tuin

Eerder deze week zag ik er weer een vliegen uit een ooghoek. Een distelvlinder. Een van onze grotere dagvlinders, oranje met zwart en wit. Gister eind van de middag zaten er opeens drie exemplaren op een bos bloeiende damastbloemen. Eddy greep zijn kans en maakte er een paar mooie plaatjes van. De vlinders hebben een lange roltong, waarmee ze prima de nectar uit lange buisbloemen kunnen halen. Zoals de licht lila damastbloemen in de achtertuin, en de witte spoorbloemen in de voortuin.

De distelvlinder heet in het Engels ‘painted lady’, vanwege de fijne tekening op de onderkant van de vleugels.
De damastbloem geurt ook nog eens allerheerlijkst, vooral zo tegen de avond. Lokt zo ook veel nachtvlinders.

Juffers in de tuin

Dagelijks gaan we wel een paar keer naar de vijver, om te tellen hoeveel groene kikkers we maximaal zien. teller staat nu op 31. Vaak een hele stapel kikkers op een waterlelieblad. Tijdens een van die telmomenten eerder deze week, zag ik opeens wat rare velletjes aan een boven het water uitstekend blad van een krabbesncheer-rozet. Even door de knieën om goed te kijken.

Het waren net uitgeslopen waterjuffers! Vier stuks op een kluitje. De juffers waren net uit hun larvenhuidje gekropen en hingen ’te drogen’ boven het wateroppervlak. Ze waren nog helemaal kleurloos.

Hommels in de tuin – hommeltuintelling

Oei, bijna te laat. De hommeltuintelling 2026 was van 29 tot en met 31 mei. Vandaag hadden we weer een lange wandeling gemaakt en pas tegen een uur of 4 thuis. Lekker uitpuffen op het terras, toen me ineens te binnen schoot: ik wil nog hommels tellen!. Hommels vliegen nog wel, maar een flink deel van de tuin lag inmiddels in de schaduw.

Op één plek is het nu het allerdrukst met hommels in de tuin: rond de bloeiende Bulgaarse uien ‘miegelt’ het van de weidehommels (foto 1 en 3), minstens 20. Wel lastig op de foto te krijgen, zo zitten ze binnen in een klokje, en floep , dan zijn ze weer weg. Dus veel foto’s met nét weggevlogen weidehommels.

Honingbijen vinden de nectar in de klokjes bloemen trouwens ook erg lekker. Waar we eerder in het jaar heel veel aardhommels zagen, die hele grote met gele band en wit kontje, zag ik niet veel meer. Eentje maar (foto 2). Verder wat akkerhommels (foto 4) gezien – bruine jasjes. Gemist heb ik op mijn rondje vandaag de steenhommels, pikzwart met een rood kontje.

Libellen in de tuin

Met het warme weer opeens sluipen libellen in grote aantallen uit. Hoekig vliegen ze rond door de tuin, haakse bochten makend tijdens het vliegen. Het zijn enorme jagers , zowel in larvevorm (2-3 jaar onder water in de vijver), als na hun metamorfose als vliegend insect. In de namiddagzon kunnen we vanaf het terras genieten van de libellen die steeds dezelfde hoge zitplaats, met goed uitzicht gaan zitten. Op een bamboestok (speciaal daarvoor op die plek in de tuin gezet) of oude kale frambozentak (express niet afgeknipt). Als je dichtbij komt heb je kans dat ze wegvliegen, maar na een rondje vliegen komen ze meestal terug.

Bruine korenbout

Platbuik – vrouwtje