HORTUS Appelen

Via tuinbaas van de Hortus Walter stonden de Vrienden van het oude fruit met een kraam op het festival. Het vele mandjes vol met appels en peren van oude fruitrassen. Met veel enthousiasme en ervaring helpen zij mee de oude rassen in stand te houden, ook door het geven van informatie op markten als deze.

De Zoete Kroon is een toevalszaailing, gevonden door S. Brouwer in de tuin van een mevrouw uit Zuidbroek. Het is een betrouwbaar ras en de bomen kunnen heel oud worden. De appels zijn lang houdbaar, en goed geschikt voor hete bliksem. Je herkent ze, aldus Lubbert achter de kraam, door het nat rondom het klokhuis.

HORTUS Festival

Voor het eerst sinds jaren organiseerde Hortus Botanicus Haren een tweedaags evenement. Het Hortus festival onder de naam 400 jaar groei x De smaak naar meer. In het weekend van 26 en 27 september, begin van de herfst. En wat hadden we een geluk met het weer. De zaterdag was ik er (overwegend) als bezoeker. rondzwierend, kijkend genietend. Bijvoorbeeld de Vrienden van het Oude Fruit , een kenniscentrum voor oude fruitrassen. Of de workshop fermenteren, de Keltische verhalenvertelster in de Keltische tuin, de houten kuipen, of de warenman, met honderden varens voor in de tuin. Veel muziek, een heus foodcourt met lekker hapjes. Voor de kids Happy Stones maken (tip volgend jaar: meer stenen!) en meer.

In het kader van de historie: een serie historische bordjes en foto’s uit de oude hortus en oude foto’s uit de Hortus Haren. En voor wie er nog geen genoeg van heeft volgt op 14 oktober een Hortus lezing over (een deel van ) de geschiedenis van de Hortus. Inschrijven kan nog.

HORTUS-kwadraat

Op 25 september heb ik met een groep vrijwilligers een wandeling georganiseerd van de oude Hortus in de binnenstad van Groningen naar de huidige Hortus Botanicus Haren. Allemaal in het teken van 400 jaar groei, vanaf het prille begin met de aankoop van een stuk grond door Gronings apotheker Henricus Munting in 1626. De eerste 16 jaar als privé tuin, later ingezet voor de academie en het publiek. Tot de huidige Botanische tuin in Haren.

Een wandeling in groepen, met historie, onverwachte paadjes en parkjes en geweldig weer. Eind van de wandeling was in de Kruidentuin van Henricus Munting, waar de groepen werden verwelkomd door Henricus Munting, zoon Abraham Munting en kleinzoon Albertus Munting. Met kruidenthee en berenklauw-citroen bonbons van Sanne. Met toespraakjes door Bestuursvoorzitter Arike, Wethouder Rik, Kinderburgemeester Lotta en Henricus Munting. Samen plantten ‘het verleden, het heden en de toekomst’ munt en tijmplantjes in twee kuipen: op naar nog vele jaren groei en groen in de Hortus.

Dit was een wandeling met gidsen, we zijn aan het bekijken in hoeverre we de route ‘self guided’ kunnen maken. Op korte termijn door de ‘kale’ route op de Hortus website te plaatsen, voor volgend jaar de route van meer achtergrond informatie te voorzien.

RTV Noord kwam langs eerder in de week, en interviewde twee vrijwilligers in de kruidentuin. Erg leuk om te doen. Zie filmpje.

HORTUS Vrienden en Dahlia’s

Op de tweede dag van het festival stond ik achter de Vriendenkraam. Op de zaterdag hadden we een quiz met takken van vogelvriendelijke struiken (bessen), samengesteld door Nynke. Op de zondag een quiz waarbij de bezoekers konden bepalen welke van een aantal houtschijven en stammetjes bij welke boom hoorde. Dat bleek erg lastig. We hebben een flink aantal nieuwe Vrienden van de Hortus mogen verwelkomen met een mooie festival actie.

Vlak naast de Vriendenkraam ligt een wisseltuin, die deze zomer weer vol stond en nog steeds staat met een wild kleurig mengsel van bloeiende dahlia’s. bezoekers aan het festival konden – nu de bloemen nog zichtbaar zijn – een knol kopen. Begin november als de knollen uit de grond zijn kunnen ze die komen halen. Vrijwilliger Tita zorgde ervoor dat alle juiste labels bij de juiste planten terecht kwamen.

En een beetje extra reclame voor de Hortus, waar ik veel tijd besteed als vrijwilliger en bestuurslid Vrienden van de Hortus.

Een Botanische Tuin als die in Haren, kan alleen maar bestaan dankzij hulp van ruim 150 vrijwilligers. Die week in week uit, het hele jaar door de kleine groep vaste medewerkers aanvullen. In de tuinen , bij de receptie, in de horeca, de facilitaire activiteiten, bij de plantenkraam en in projecten. Bij de vriendenkraam hebben we met heel wat potentiële nieuwe vrijwilligers gesproken. Meer informatie op de website www.hortusharen.nl

En dan de Vrienden van de Hortus. Wij zijn de fanclub van de Hortus. Met ruim 3000 vrienden , en hun lidmaatschap hebben, zijn wij in staat de Hortus financieel te ondersteunen. Door een significant deel van de inkomsten uit Vriendenbijdragen over te dragen en door specifieke projecten te ondersteunen. Meer informatie op de website https://www.vriendenhortusharen.nl .

Er is altijd ruimte voor meer Vrienden, of je nu in de buurt van haren woont en vaak kunt komen, of verder weg woont, niet zo vaak komt, maar wel -ook deze- Hortus een warm hart toedraagt.

Hortulanus: bezoek en archief

Afgelopen week kwam een van de vroegere Hortulanussen van de Hortus in Haren op bezoek. Hij is inmiddels 90, en woont in Brabant. Af en toe komt hij naar Haren (zoon/schoondochter wonen hier), en bezoekt dan ook vaak de Hortus. Ik had met hem afgesproken om een interview te houden over zijn tijd in de Hortus (begin zestig tot eind jaren 80 van de vorige eeuw). Cees Verloop bleek vol verhalen: over de verhuizing van de oude naar de huidige Hortus, over de bouw van de tropische kas, de aanleg van de rotstuin en het ven. Ook wat smeuïge verhalen over onenigheid die er binnen de universitaire wereld regelmatig is : onder professoren.

Op de foto staat Cees op het steile paadje in de rotstuin. Bij de oorspronkelijke aanleg vond de hoogleraar botanie destijds dat zo’n steil paadje niet kon. Veel te gevaarlijk. Cees zette door, en laat zien dat je ook als 90jarige nog (voorzichtig) de berg op kan.

Cees Verloop op het ‘brekebeenpaadje’

Cees had ook twee flinke dozen meegebracht met zijn archief. Een serie plakboeken en multomappen vol met krantenknipsels , boekjes, posters van activiteiten en foto’s. Een stukje Hortus geschiedenis.

Foto uit archief Cees Verloop, 1983. De vaas in de kruidentuin had toen nog het tuitje (puntje) er boven op. Ergens tussen toen en nu is dat tuitje verdwenen/ eraf gevallen.

Speurneuzen

Met een aantal vrijwilligers organiseren we jaarlijks een Hortus-wetenschapstent, als onderdeel van het kinderfestival in Hortus Haren. Dit jaar was dat op 29 augustus. Niet helemaal droog, maar we hadden een mooie tent. Gelukkig genoeg ruimte, zodat tijdens een bui een heleboel bezoekers even bij ons in de tent konden schuilen, met kinderwagens en al.

Lotte, Sander, Wendy, Tineke, Tjerk, Gerard, Miriam, Kamiel, Ingeborg, Desiree, Gré en Tita. Allemaal leverden we een bijdrage om iets van verwondering over te brengen op de vaak jonge kinderen. En uiteraard ook hun ouders.

Ik had dit jaar een aantal geurgeraniums (eigenlijk: geur-pelargoniums) van huis meegenomen. De opdracht voor de jonge bezoekers van het festival was om aan de geur van de bladeren (zachtjes wrijven) te raden welke geur de plant afgaf. Met een aantal plaatjes die de geur omschreven: pepermunt, citroen, zeep, dennenboom, cola… Als vraagteken had ik de geranium maccrorhyzim, vaste winterharde tuinplant. Ik vroeg iedereen hoe ze die geur van het geurende blad zouden omschrijven. Daar kwam geen eensluidend antwoord op: variërend van : zeep, kruidig, scherp, eigenaardig tot geurig en fris. Tja, daar kan ik geen plaatje (tekening bij zoeken).

Groot succes waren weer de waterbeestjes, lekker kliederen met schepnetjes en de microscopen (zaden, houtschijven en kindervingers of gevonden frommeltjes). Dit jaar hadden we ook weer een aantal slakken en (nieuw) een kast met verschillende rupsen. Ook nieuw: zwerfstenen, verzameld in de Hortus. De kalksteenfossielen trokken ook veel aandacht. Het viel ons echt op hoeveel ouders verteleden dat hun kinderen dol op stenen waren, en ze overal en nergens va mee namen.

Een lokkertje was dat elk kind een van de stenen mocht uitzoeken uit een grabbelbak. Zoals steenkenner Harry Huisman van het hunebedcentrum al had voorspeld: de vuursteentjes waren het eerst verdwenen! Vandaag tijdens een wandeling weer twee broekzakken vol vuursteentjes van de Hondsrug verzameld, voor een volgende keer.

Chinese Roos

Van kamerplant tot struik of boom. De Hibiscus. De grote bloemen meestal in kleuren variërend van wit, tot roze tot dieprood.
Met altijd een opvallend hart, vaak donkergekleurd, dat de meeldraden en stamper omsluit. Overvloedig stuifmeel bepoedert de bloemblaadjes.

Deze twee staan in de Chinese tuin de Hortus Haren.
Afgelopen jaren hadden we regelmatig de Hibiscus trionum in eigen tuin, in pot op terras. En voor wie wel eens stokrozen in de tuin heeft gehad, of kaasjeskruid, die herkent meteen de sterke familiegelijkenis van de bloemen.

Valse voorwendselen

Een bijzondere bloem, deze rood bruinige bloem van de stapelia schinzii.
Een ster met vijf punten, van een wat vreemde kleur.
Groeiend aan een cactusachtige vetplant.
Het is een stapelia schinzii.

Stapelia is een plantengeslacht van ongeveer veertig soorten planten. Het zijn succulente planten, vetplanten, die geen bladeren hebben, maar alleen vlezige stengels. Ze groeien van nature vooral in Zuid-Afrika en het tropische deel van Afrika. Daar vormen ze een mat van stengels laag bij de grond.

Op het eerste gezicht kunnen ze verward worden met cactussen. Ze hebben echter geen stekels. De overeenkomst met een cactus is te verklaren als “convergente evolutie”: planten uit hele verschillende soorten plantenfamilies kunnen in de loop van de tijd op elkaar gaan lijken als ze in vergelijkbare klimatologische omstandigheden leven.

Aasvliegen

Veel stapelia’s hebben dit soort bloemen, met geel oranje tot roodachtig paarse tinten. Ze groeien in gebieden waar weinig bestuivende insecten als bijen en vlinders vliegen. De stapelia richt zich daarom op aasvliegen, de bloemen worden ook aasbloemen genoemd. Ze zien er door de kleur, en de harige bloembladeren en het vlekkenpatroon uit als de resten van een dood dier, rottend vlees.
Lekker, denken de aasvliegen!

Daar past natuurlijk niet een frisse rozengeur bij. Deze bloemen zien er niet alleen uit als rottend vlees, maar ruiken er ook naar. Hoewel ze goed binnen in potten te houden zijn, dus misschien toch maar niet in de woonkamer (tijdens de bloei). Het patroon van stippen en lijnen suggereert daarbij ook nog eens de aanwezigheid van vliegen op de bloem. Deze combinatie van eigenschappen zorgt ervoor dat aasvliegen deze bloemen onweerstaanbaar vinden. De aasvliegen zorgen voor bestuiving als ze van bloem naar bloem trekken.
Lekker, denken de aasvliegen!

Drama

Stapelia’s zijn eigenlijk bedriegers, die de aasvliegen onder valse voorwendselen naar de bloem lokken. De bestuiver wordt uiteindelijk niet beloond: er is geen nectar te verzamelen. Het loopt dan ook niet goed af met de eitjes van de aasvliegen. De maden van de vliegen sterven van de honger op en rond de bloem.

Gefotografeerd in de Hortus Haren, tip van tuinbaas Walter.
Die mij uitnodigde eens aan de bloem te ruiken….
Blèèèh, dat stinkt!

Wormkruidbij

Nog zo’n gele bloeier, het boerenwormkruid. Met een historie van gebruik in de kruisgeneeskunde die teruggaat tot de oude Grieken. Het is een composiet, maar dan alleen de hartjes, niet de lintvormige blaadjes. Een leuke plant, veel in zandige , stenige plaatsen te vinden (ruderaalterreinen).

En er is zelfs een bij die gespecialiseerd is op het boerenworkkruid: de wormkruidbij of colleges adviesanus. Het lijkt dat de haartjes van de bij dezelfde gele kleur hebben als de bloemen. En dat is ook zo: niet van zichzelf, maar door al het stuifmeel dat in de haartjes blijft hangen, zie de tweede foto.

Een uitgebreid artikel over de wormkruidbij, die ook in bijenhotels nestelt, vind je op de website bestuivers.nl . Met veel foto’s.

Complex

Bij het determineren van de bij op de foto met de app obsidentify kwam eruit: wormkruidbij-complex. Er zijn drie soorten, Colletes daviesanus/fodiens/similis, die erg op elkaar lijken en alleen door de echte kenner uit elkaar gehouden kunnen worden, C. daviesanus komt het meest algemeen voor, daarom is daar de groep (het complex) naar genoemd.
Het geslacht Colletes noemen we ook wel de zijdebijen, omdat ze hun gegraven nest afdekken met een soort polyester dat lijkt op zijde.

Bloemmodellen

Eind 19e eeuw en begin 20ste eeuw waren microscopen en fotografie nog beperkt beschikbaar. De interesse in natuurlijke historie, zowel in het onderwijs als voor het bredere publiek, nam snel toe. Bloemen en planten waren te klein of te complex om goed in een klas te laten zien. 

Daarom werden ze sterk vergroot gemaakt. Ze maakten het mogelijk om onderdelen duidelijk aan te wijzen verschillen tussen plantensoorten te begrijpen. Ze maakten het “onzichtbare zichtbaar” in de biologieles.

Deze bloemmodellen, meestal 30-50 cm hoog boden de mogelijkheid om met de hele klas tegelijk te kijken. Sommige modellen konden uit elkaar gehaald worden om de onderdelen nog beter te zien. De bloemmodellen zijn natuurgetrouw en op schaal vergroot, kleurrijk en aantrekkelijk en stevig genoeg voor herhaald gebruik in de klas. De modellen zijn gemaakt van papier-maché, hout, katoen/ textiel, glasparels (voor bijvoorbeeld stuifmeel), veren, riet en draad.

De bekendste producent was Robert Brendel uit Duitsland. Hij richtte in 1866 een atelier op voor het maken van botanische lesmodellen. Paul Osterloh zette deze traditie voort. In zijn bedrijf werden vergelijkbare anatomische modellen van planten en bloemen voor onderwijsgebruik (eind 19e–20e eeuw) gemaakt. De modellen werden gebruikt in scholen, universiteiten en musea.
Tegenwoordig hebben de modellen een dubbele waarde: als wetenschappelijk erfgoed en als verzamelobject. De modellen worden wereldwijd nog bewaard en tentoongesteld. 

De afgelopen maanden ben ik met Ciska van het Universiteitsmuseum bezig geweest om in de Hortus botanicus Haren een kleine tentoonstelling van deze fraaie modellen in te richten. In de glazen kast in de entree hal – de ‘wunderkammer’. OM 9 uur stond Ciska op de Hortus stoep met vijf kratten vol. En krap 2 uur later was alles ingericht. Alleen de naambordjes nog, die zet ik er deze week bij.

De modellen zijn tot eind september te bewonderen. Bijzonder fraai.
En het zet je -mij in ieder geval- er toe aan de bloemen in de directe omgeving eens extra goed te bekijken. In deze tentoonstelling zijn ruim 20 modellen te zien, de meeste van Paul Osterloh, en enkele van Brendel.

Hieronder vier bekende bloemen: herken je ze?