Bloemmodellen

Eind 19e eeuw en begin 20ste eeuw waren microscopen en fotografie nog beperkt beschikbaar. De interesse in natuurlijke historie, zowel in het onderwijs als voor het bredere publiek, nam snel toe. Bloemen en planten waren te klein of te complex om goed in een klas te laten zien. 

Daarom werden ze sterk vergroot gemaakt. Ze maakten het mogelijk om onderdelen duidelijk aan te wijzen verschillen tussen plantensoorten te begrijpen. Ze maakten het “onzichtbare zichtbaar” in de biologieles.

Deze bloemmodellen, meestal 30-50 cm hoog boden de mogelijkheid om met de hele klas tegelijk te kijken. Sommige modellen konden uit elkaar gehaald worden om de onderdelen nog beter te zien. De bloemmodellen zijn natuurgetrouw en op schaal vergroot, kleurrijk en aantrekkelijk en stevig genoeg voor herhaald gebruik in de klas. De modellen zijn gemaakt van papier-maché, hout, katoen/ textiel, glasparels (voor bijvoorbeeld stuifmeel), veren, riet en draad.

De bekendste producent was Robert Brendel uit Duitsland. Hij richtte in 1866 een atelier op voor het maken van botanische lesmodellen. Paul Osterloh zette deze traditie voort. In zijn bedrijf werden vergelijkbare anatomische modellen van planten en bloemen voor onderwijsgebruik (eind 19e–20e eeuw) gemaakt. De modellen werden gebruikt in scholen, universiteiten en musea.
Tegenwoordig hebben de modellen een dubbele waarde: als wetenschappelijk erfgoed en als verzamelobject. De modellen worden wereldwijd nog bewaard en tentoongesteld. 

De afgelopen maanden ben ik met Ciska van het Universiteitsmuseum bezig geweest om in de Hortus botanicus Haren een kleine tentoonstelling van deze fraaie modellen in te richten. In de glazen kast in de entree hal – de ‘wunderkammer’. OM 9 uur stond Ciska op de Hortus stoep met vijf kratten vol. En krap 2 uur later was alles ingericht. Alleen de naambordjes nog, die zet ik er deze week bij.

De modellen zijn tot eind september te bewonderen. Bijzonder fraai.
En het zet je -mij in ieder geval- er toe aan de bloemen in de directe omgeving eens extra goed te bekijken. In deze tentoonstelling zijn ruim 20 modellen te zien, de meeste van Paul Osterloh, en enkele van Brendel.

Hieronder vier bekende bloemen: herken je ze?

Sint-Jansvlinder

De Sint-Jansvlinder is een zwartrode vlinder. Een opvallende verschijning die als waardplant o.a. rolklaver heeft. Dus niet Sint-Janskruid, zoals de naam misschien doet vermoeden. Uiteraard is er wel een verband met Sint Jan: de vlinder wordt vaak rond Sint Jan, 24 juni, voor het eerst gezien. De foto is van 1 juli, maar de week ervoor had ik de vlinder ook al zien vliegen, rond 24 dus. Rond de vlinderbijenweide in de Hortus. Een opvallende verschijning.

De Sint-Jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder uit de familie van de Zygaenidae (bloeddrupjes). De vlinder heeft gewone rolklaver en andere vlinderbloemigen als waardplant. Sint-Jansvlinders vliegen van half juni tot begin augustus. Ze lijken een beetje op de andere zwartrode vlinder, de Jakobsvlinder: die heeft rode strepen in plaats van stippen. En de rups van de Jakobsvlinder zit nu juist weer wel op het Jakobskruiskruid.

De rups van beide zwart rode vlinders zijn. trouwens geel met zwart. Een kleur om vogels af te schrikken. De kleur zwart-geel zegt ‘pas op, ik ben een wesp, ik ben gevaarlijk, ik ben giftig’

Open Tuin Oude Hortus

Op zaterdagmiddag 20 juni was het Open Tuin in de oude Hortus in binnenstad Groningen. Hier is de Botanische tuin, 400 jaar geleden, als privé tuin van Henricus Munting begonnen. In de 20ste eeuw verhuisde de botanische tuin naar de huidige lokatie in Haren. In Groningen is nog maar een klein deel van de oorspronkelijke tuin behouden gebleven, er zijn allerlei nieuwe gebouwen neergezet door de Universiteit. Wat overgebleven is is een kleine groene oase, met veel bomen en schaduw.

Niet alles is nieuwbouw, het huidige Boumansgebouw is een mooi oud gebouw. De twee lezingen van de open middag werden gehouden in de mooie oude collegezaal (Gadourekzaal, vroeger heette het de Prof. Tammes zaal). Nadeel : geen ventilatiemogelijkheid, en buiten > 30 graden betekent… erg warm.
De korte lezingen waren erg interessant: Ida Stamhuis over haar binnenkort verschijnende biografie van Tine Tammer, en Klaas van Berkel over de vroege geschiedenis van / de oorsprong van de botanische tuin in Groningen.

Als een speer

De uitdrukking “als een speer” betekent dat iets of iemand heel snel gaat (*). Misschien kan het spreekwoord aangepast worden naar “als een bamboespeer”.

Drie weken geleden maakte ik een foto van een nieuw bamboe stengel, punt net 21 cm boven de grond. Nog geen week later ruim 80 cm. En op drie juni kon ik hem bijna niet terug vinden. In plaats van één nieuwe stengel , die zijn donkergroen, veel donkerder dan de geelgroene stengels van vorig jaar, stonden er drie, de blauwe en groen ongeveer 180 cm hoog. (foto 3) . En toen ik foto 2 erbij pakte om de precieze plek te bepalen zag ik daar inderdaad al weer twee nieuwe stengels (blauwe en groene pijl omhoogkomen,
De eerste stengel (rode lijnen) was ruim 2 meter, misschien wel 3 m. Ik had geen meetlat en ladder bij me om het exact te meten, maar een heel eind boven mijn hoofd!.

De bovenstaande foto, oostkant de de Chinese Tuin in de Hortus, is ook van 22 mei, al deze bamboesperen zullen nu inmiddels een heel bos van bonbonstengels vormen. …

(*) In het Hawaiiaans heet iets dat heel snel gaat “wiki wiki” , zo heten de bussen op Oahu, het hoofdeiland van Hawaii. Met die snelheid viel het overigens wel mee, wel snel, vergeleken met loopsnelheid.

Gewone Grootoor

Midden overdag lag ie op de grond, op zijn rug. Een vleermuisje. Hij leek uit de nok van het dak van een galerijtje zijn gevallen. Voorzichtig gaf ik hem een zetje. Hij bewoog! Omdat ie op een onhandige plek lag, pakte ik hem op, niet met blote handen, maar met mijn plastic boterhamzakje. Vleermuizen kunnen nabies, hondsdolheid overbrengen als ze je bijten. Ik zette hem van het pad af, bij een struik. En hij scharrelde weg.

Samen met mij namen verschillende bezoekers een foto. Obsidentify meldde: gewone grootoor vleermuis, Plecotus auritus . Grote oren heeft ie zeker.

Terugkijkend heb ik twee fouten gemaakt in mijn poging het beestje te redden.

Fout 1: vleermuizen hebben neiging te bijten als je ze pakt, dus minstens dikke tuinhandschoenen aan trekken. Het plastic boterhamzakje dat ik gebruikte had natuurlijk niets uitgehaald als de vleermuis had gebeten…

Fout 2: vleermuizen niet op de grond zetten (laten) maar op een hoge plek. Als je geen trap bij de hand hebt, zet ze dan wat hoger in een struik. Vleermuizen beginnen te vliegen door zich van een hoge plek te laten vallen, en kunnen niet/ moeilijk van de grond opstijgen …

Tja. De volgende dag was ie weg van de plek waar ik hem had neergezet.

Week van de biodiversiteit


Vorige week was het de week van de biodiversiteit, van 18 – 23 mei 2026. WE hadden verschillende activiteiten in Hortus Haren.

Op 19 mei kwam de werkgroep toegankelijk groningen op biodiversiteit’s excursie. En en passant geven ze ons advies over de toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke beperking. Marlieke , zelf slechtziend, had de excursie georganiseerd, eerst koffie en een rondleiding door twee Hortus rondleidsters, daarna gingen ze naar de ‘buren’. OP het terrein van het vroegere biologisch centrum van de universiteit woont en werkt een grote groep mensen. Irma verzorgde een lunch met eten uit eigen moestuin in de open kas voor de groep. Ik liep van de Hortus even mee , om als ‘ogen’ te dienen voor Epke, die blind is en een schouder nodig heeft om over onbekend terrein te lopen. Een eyeopener voor mij was dat Epke adviseerde om vooral NIET met allemaal braiilebordjes in de Hortus aan de gang te gaan voor informatie bij de tuin. Ten eerste kunnen veel slechtzienden en blinden helemaal geen braille lezen, ten tweede vervuilen bordjes buiten snel, komt mos en algen op en dan kun je de bobbeltjes en puntjes van het braille schrift niet lezen. En ten derde…bordjes in de tuin zijn helemaal niet handig, want als je niet weet dat ergens een braille bordje staat kun je die als blinde ook niet vinden. Dus wél handig bv boven aan de trapleuning in een stationshal, daar kom je in ieder geval al, en niet als informatiebordje in een grote tuin of park.

Epke maakte zelf veel gebruik van een audio app, die van verschillende app’s op de telefoon de teksten omzet in gesproken woord.
We gebruikten tijdens de rondleiding de vogelgeluid herken app Merlin, waar je op je beeldscherm van je mobiel te zien krijgt welke vogel je op dat moment hoort. Maar als je blind bent …. het blijkt (net opgezocht) dat je met een VoiceOver app ook Merlin zou moeten kunnen gebruiken. Klik hier. Ik geef het door aan Marlieke.

De hele week hadden we, samen met onze buren van de Biotoop (vroegere biologisch centrum van de universiteit) een Bioblitz: zo veel mogelijk soorten in beperkte periode tellen met toevallige bezoekers en geïnteresseerden. Was een beetje kort dag om er voldoende aandacht aan te geven, volgend jaar doen we dat eerder.
Via de QRcode op de folder , zie hieronder, zie je welke waarnemingen zijn gedaan.

O.a. de zeearend, door Hanneke van Hortus Leiden, en zelf maakte ik de foto van de zwartblauwe rapunzel, zie hierboven.

Euphorbia Woodii

Het geslacht van de Euphorbia of wolfsmelkachtige is een van de grootste plantengeslachten, met wereldwijd zeker 2300 soorten. In bijna elke tuin te vinden denk ik. Zoals de inheemse heksenmelk (Euphorbia esula), cypreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias), de amandelwolfsmelk (Euphorbia amygdaloides) of het lage kroontjeskruid (Euphorbia helioscopia).

In droge en hete gebieden, bijvoorbeeld in Zuid Afrika heeft een aantal soorten zich zo ontwikkeld dat ze sprekend lijken op cactussen of vetplanten, convergente evolutie heet dat.

Dit is de Euphorbia woodii, onder ander te bekijken in Hortus Botanicus Haren. Nu in de bloeitijd herken je makkelijk, aan de kleur van de geelgroene bloemen, dat het een Euphorbia is. Als straks de plant weer uitgebloeid is vallen vooral de groenblijvende ‘ takken’ op, die vanaf het centrum steeds langer worden en omlaag hangen. In het Engels wordt de plant ook ‘Medusa’s head’ genoemd.

Laatste benen

Sommige voorjaarsbollen zijn al weer (bijna) uitgebloeid. Wil je nog wat meekrijgen van de fritillaria’s in de bollentuin van de Hortus Haren, dan moet je snel wezen.
Ze zijn bijna uitgebloeid en …. komende week gaan de tuinmannen waarschijnlijk aan de gang om deze voorjaarsbollen op te rooien om de dahlia knollen te planten . Voor veel kleur in hoog en nazomer.

Gelukkig hebben we de plaatjes nog.

Plantenmarkt

Een heel team van vrijwilligers is de afgelopen maanden bezig geweest met het organiseren van de jaarlijkse plantenmarkt in de Hortus. Zondag 19 april was het zo ver. Zo’n 30 kramen van dichtbij en ver, veel planten, paar groene organisaties; lezingen en verkoop tweedehands tuinboeken (een aantal kende ik, stonden tot voor kort bij ons thuis in de kast) en oud gereedschap.

Zelf stond ik in de ochtend in de Vriendenkraam, met een aantal potjes met stekken van geurgeraniums voor de liefhebber. We konden vandaag 36 nieuwe (hernieuwde) Vrienden bijschrijven.

Foto nr 1 is gemaakt door Wiebo, medevrijwilliger.

Met een ’t’ en twee ‘l’-en

Het woord Fritillaria schrijf je met een t en 2 x een l. Ik moet dat steeds voor mezelf hardop zeggen om niet 2 x t en 1 x l te typen. Fritillaria is het geslacht waar ook de kievitsbloem toe beheert. Een geslacht met een aantal forse grote soorten, en ook bijzondere, kleinere exemplaren, vaak met een slanke nek. De kievitsbloem, fritillaria meleagris is de enige inheemse soort. Bij ons in de tuin zie ik net de eerst bloemknop een beetje paars doorschijnen. Morgen weer even gaan kijken.

In de Hortus is net een tentoonstelling gestart over dit plantengeslacht. In de ‘bollentuin’, een omheind stukje grond, worden 2 x per jaar bloembollen geplant. De voorjaarsbollen dit jaar zijn uitsluitend soorten uit het geslacht fritillaria. De grote borden rondom de bollentuin hebben we gekregen van een andere botanische tuin. Bij de HORTUS DOET! activiteit van 17 maart was één van de klussen het plaatsen van de borden.
Mooi om zo samen te werken en informatie uit te wisselen. In dit geval door informatieborden door te geven. Van maart tot mei kun je de bloemen bekijken. Daarna gaat alles er weer uit voor de zomerbollen.

Deze soorten zijn te zien in de Hortus in de periode maart – mei 2026.