Muntingia

Voor wie dit blog vaker leest is het niet onbekend dat ik veel tijd als vrijwilliger besteed aan Hortus Botanicus Haren. O.a. als organisator van lezingen, cursussen en kleine tentoonstellingen. Van alles wat met (publieks)educatie te maken heeft, maar ook projecten zoals het evolutiepad en activiteiten rond de Hondsrugtuin.
Sinds eind 2022 ben ik bestuurslid van de Vriendenvereniging van de Hortus. De Vriendenvereniging is genoemd naar de grondlegger van de Groningse Hortus Henricus Munting. In 1626 kocht hij zijn eerste tuin, eerst nog privé tuin, waar hij van alles verbouwde. En in 1642 (gedwongen door financieel nood) droeg hij de tuin over aan de Academie, de latere universiteit. Na Henricus volgden zoon Abraham en later kleinzoon Albert hem op. Nou ben ik dol op feitjes en weetjes, van bijzonderheden van planten in eigen tuin (of Hortus), maar ook van herkomst en geschiedenis van planten of tuinen.

Zo maar een paar voorbeelden, als je even de tijd hebt.
https://mijngroentje.nl/2024/11/10/levende-steentjes/
https://mijngroentje.nl/2024/02/04/kamerlinde/
https://mijngroentje.nl/2023/02/19/galanthus-nivalis-recurvus/
https://mijngroentje.nl/2022/12/04/van-leenii/
https://mijngroentje.nl/2019/11/17/schatkamer-biodiversiteit/
https://mijngroentje.nl/2025/08/24/gibbosum/

Terug naar nu.
Voor het Vriendenbericht, het tijdschrift dat 2 x per jaar verschijnt voor Hortus Vrienden heb ik voor het mei 2026 nummer een artikel geschreven over de Muntings, de aartsvaders van de huidige Hortus. O.a. over tulpenmanie, maar ook over een plant genoemd naar de middelste van de drie hortulanussen: Abraham Munting: de Muntingia Calabura.

In de vroegere tropische kas in Hortus Haren hadden we destijds ook een Muntingia. Je hebt een tropische kas nodig, want de plant vraagt om een minimum temperatuur van 15 graden. Navraag bij andere Botanische tuinen in Nederland leert dat er zowel Botanische Tuin Delft als in Hortus Overzee in Den Helder een Muntingia groeit. Juul en Eveline, dank voor de foto’s.

Latijnse naam: Muntingia calabura
Algemene naam: suikerspinbes, calaburboom, capulien, festivalbes, Jamaica-kers, Panamabes, aardbeiboom, sierkers, jamfruitboom, Singapore-kers, West-Indische kers
Familie: Muntingiaceae
Geslacht: Muntingia

Het is een snelgroeiende boom met zich uitspreidende, vrijwel horizontale takken. De boom kan 8 tot 12 meter hoog worden. De bladeren zijn langwerpig, donkergroen en beetje behaard aan de onderkant. De bloemen groeien in groepjes van twee of drie direct vanuit de tak, waar ook het blad begint. De witte bloemen zijn klein en bloeien minder dan een dag. De eetbare vruchten zijn rond en klein, met een rode of gele, gladde, dunne schil. Den schijnen naar vijg te smaken (ook veel kleine zaadjes, net als een vijg).

De Muntingia calabura is inheems in Zuid-Mexico, Midden-Amerika, tropisch Zuid-Amerika, de Grote Antillen, Saint Vincent en Trinidad. Hij wordt geteeld in warme gebieden van de Nieuwe Wereld en in India, Zuidoost-Azië, Maleisië, Indonesië, de Filipijnen en Thailand. Het is een typische pioniersoort op verstoorde locaties in tropische laaglanden tot 1000 m hoogte, bij voorkeur op licht zure grond.

De vruchten van de Muntingia calabura worden vaak zo uit de hand gegeten door kinderen of ze worden verwerkt in taarten en tot jam. Een aftreksel van de bladeren wordt gedronken als een thee-achtige drank. De bloemen zouden antiseptische eigenschappen bezitten. Een aftreksel van de bloemen wordt gebruikt als krampstillend middel, tegen hoofdpijn en om de eerste symptomen van een verkoudheid te verlichten.

Kraanvogels

Weer een leuke app, deel van het jaar (NU!) interessant. Een beetje afhankelijk waar je woont. Het is de kraanvogelradar. In het zuiden van ons land vliegen van oudsher grote aantallen kraanvogels, luid roepend over, op weg van de winterplaats naar hun broedplekken. De radar ziet dan letterlijk zwart van de kraanvogels, zie de laatste twee schermafbeeldingen.

In het noorden broeden sinds 2012 kraanvogels in het Fochterloërveen, en we zagen ze vorig jaar al eens bij het Dwingelderveld.

Woensdag had ik de radar aan, terwijl ik thuis aan het werk was. Zie foto hierboven. Een groep kraanvogels kwam in de buurt, maar vloog net aan de westkant van stad Groningen langs.
Donderdag, Eddy in een tuinstoel in de tuin in de zon, riep: kijk drie ooievaars.
Maar het waren drie kraanvogels!
Snel de kraanvogel radar erbij. Ja, daar stonden ze ook op! Groep van 3.

Zes kleuren thee

Met een aantal andere vrijwilligers ben ik bij de Hortus bezig met een kleine tentoonstelling rond het thema thee. In de Chinese Ming tuin in de Hortus was een van kleine paviljoens speciaal bedoeld voor het drinken van thee.
Wij richten het paviljoen nu in rond het thema thee. Met in aantal vitrines thee servies, uit verschillende soorten klei. En natuurlijk komt er ook een verhaal over thee. Ik ben me een beetje aan het inlezen, en voor ik het wist was ik zo weer twee uur verder. Reuze interessant. En heel veel informatie te vinden op internet.

Een mooi verhaal over de eerste vermelding van thee (5000 jaar geleden volgens de overlevering), link met de VOC, met uitleg over soorten thee, oorsprong , maar ook verschillende manieren van verwerking, sommige heel arbeidsintensief. Kijk bv. eens naar dit filmpje.

Thee wordt gemaakt van de plant camelia sinensis. De bereidingswijze bepaalt onder welke naam, welke kleur, thee verhandeld wordt. En dan zijn er tientallen, nee honderden, variaties op de soort thee.

De hoofdindeling is

  • groene thee
  • zwarte thee
  • witte thee
  • oolong thee (ook: ‘blauwe thee’)
  • gele thee
  • pu erh thee (ook: ‘donkere thee’)

Wij kennen van oudsher meer de zwarte thee , via de Britten. Pas halverwege de 20ste eeuw nam verkrijgbaarheid van groene thee ook in Europa toe. Dat had te maken met de verkorte transporttijd : soms vliegtuig, of veel snellere bootverbinding (weken droog en koel, ipv maanden in hete en vochtige omstandigheden).

Fritillaria

Ik moest even goed kijken hoe ik het woord schrijf, Fritillaria. Met 1 x t en 2 x l. Voor mij is de meest bekende soort de Fritillaria meleagris, de kievitsbloem. Dat mooi geblokte (of roomwitte) ‘eitje, dat in vochtige weiden in april bloeit. Vroeger heel veel langs de grote rivieren, nu minder algemeen in de vrije natuur. Hier hebben we er een paar van in d tuin. Wel altijd spannend of ze goed bloeien of te grazen worden genomen door slakken of het leliehaantje. Jaren geleden had ik een paar exemplaren van de fritillaria uva-vulpes, maar die heb ik na het eerste jaar niet meer teruggezien.

Er zijn ongeveer 100 soorten kievietsbloemen, vaak uit bergachtige rotsige gebieden. Veel kleine, tengere , sierlijk bloempjes. Met soms wat bijzondere kleuren, bruinachtig paars, tintjes geel erbij. Deze kun je in een bak of rotstuin planten, een beetje in de gaten houden of ze niet door anderen overgroeid worden. Dat zou jammer zijn, want de bolletjes van de meer bijzondere soorten zijn behoorlijk prijzig.

De fritillaria imperalis, of keizerskroon, is heel anders. Een forse plant, dikke stengel en knaloranje of knalgele hangende klokken in een ‘kroon’. Die zie je niet over het hoofd.

Komend voorjaar is de ‘bollentuin’ in de Hortus Haren omgetoverd tot een fritilariatuin. En ook elders in de Hortus zijn verschillende soorten te vinden. Een paar voorbeelden (foto nu van de website van de verkoper) van bolletjes die zijn geplant.

Als je de bloemen onder hun rokjes kijkt zie je ook allemaal verschillende vormen meeldraden en stampers. Als je daar foto’s van maakt en op een reusachtig infobord zet, dan krijg je dit.

Kort, lang, recht, uitwaaierend, veelkleurig. De voortplantingsorgaantjes van fritillaria.

Digitaal doedelen op de iPad

Zit je ook wel een te ‘doodlen’, spreek uit ‘doedelen’. Tijdens een telefoongesprek, met de krant op schoot, en dan op een hoekje van de krant allemaal figuurtjes of lijntjes maken. Een veel voorkomend tijdverdrijf in de klas of tijdens colleges. Kan dus ook op de iPad. Met elementjes uit een foto, mozaiekjes maken. Digitaal doodlen.

Binnenkort komt er een workshop in de Hortus. Ik was de instructie van Reina aan het uittesten, met bovenstaande plaatjes als resultaat. Inschrijving geopend.

Vogelrijk

Eddy tipte me over deze website Vogelrijkestad van de vogelbescherming. Met vogellijsten en plantenlijsten die helpen om een keuze te maken in beplanting in de stedelijke omgeving om veel/ bepaalde vogels te trekken. Onder stedelijke omgeving worden overigens ook gewoon de bebouwde kommen van dorpen bedoeld. Het gaat om plantensoorten, maar ook de manier waarop ze gepland worden. Met verbindingen tussen tuinen en buitengebied, met zoveel mogelijk inheemse en liefst streekeigen planten.
Op de website kun je filters instellen , om bv snel een beeld te krijgen wat de favoriete planten van jouw favoriete vogel is.

Bijvoorbeeld het winterkoninkje: struikgewas waar ze kunnen broeden, beschutting, een takkenril is ook fijn.

Deze winterkoning bleek opeens op de webcam bij de eekhoornnest te staan.

Vroege bloemen, blije bijen

Voor hommels en andere wilde bijen zijn bloemen in het vroege voorjaar cruciaal. Om daar aandacht aan te geven kun je in tuin of bloembak vroegbloeiende planten neerzetten. Winterheide. Of bloembollen. Kies dan voor biologisch gekweekte bollen. In de komende weken kun je dan, zeker op een zonnige dag, de vroegelingen onder de insecten op bezoek zien komen.

In de Hortus is in een bak langs een wandelpad een aantal verschillende voorjaarsbollen bij elkaar gezet. Bij het maken van een beschrijvend tekstje kon ik meteen een beetje oefenen met een nieuw tekenprogramma op mijn iPad. Tjonge, wat kan daar veel mee. Ik ben voorlopig nog niet uitgetekend.

Kunst in krijt

Ik ben helemaal weg van de kleine geïmproviseerde kunstwerkjes die gemaakt worden door David Zinn. Vrijwel dagelijks maakt hij met stoepkrijt en houtskool nieuwe tekeningen en figuurtjes. Niet van te voren bedacht, maar geïnspireerd door een scheur in een muur, of een paaltje op de stoep. De tekeningen lijken echt driedimensionaal als je ze vanuit de goede hoek bekijkt.
Met een foto of filmpje legt David zijn improvisaties vast. Gedeeld via social media en daarmee vereeuwigd. Want één regenbuitje en ze zijn weg. Een soort Snapchat-art.

Effe uitbuiken, krijttekening van David Zinn.

Hier wat meer voorbeelden in een reportage van de BBC. Soms mannetjes, maar meestal dieren. Met een paar steeds terugkomende figuurtjes: Sluggo, groen met hoorntjes; Nadine, de muis; Philomena, het varkentje met vleugels.

Komende week: tellen maar

Koment weekend is weer de nationale tuinvogeltelling: op 24, 25 en 26 januari 2025 kun je meedoen.
Op de website van de vogelbescherming vind je tips en trucs. Hoe te tellen, een vogelherkenningskaart en allerlei adviezen. Leuk om thuis te doen, of met de klas. Het helpt als je de vogels voert, met pindacakes of vetbollen (let op dat je goede kwaliteit koopt).

En misschien is er in de buurt wel een rondleiding waar je met een kenner mee kunt gaan om te leren wat goede momenten en goede plekjes zijn om de vogels te zie en te herkennen. Wist je dat roodborstjes en winterkoninkjes allebei vaak laag in het struikgewas zitten. Andere vogels juist hoger in bomen.

Woon je in de buurt van Haren dan kun je mee met de vogelwandeling in de Hortus botanicus Haren. Op zaterdag 25 januari van 11-12 uur door Christiaan Both van de Rijksuniversiteit Groningen.