Boekengift

De Hortus kreeg een bericht van Alexandra, dochten van Audrey. Of de Hortus geïnteresseerd was in de tuinboeken- collectie van Audrey. Ja hoor, goed plan.
Zo kwam het dat we afgelopen vrijdag, met fietstassen en fietskar op pad gingen naar Eelde, de laatste resten ijzel ontwijkend. Verwarmd door een kopje thee, beginnen we de fietstassen en – kar vol te laden. Nog net te tillen. Audrey was Amerikaanse van afkomst en had veel Engelstalige boeken, ook een flink aantal die nog niet zo bekend zijn hier in Nederland.

Audrey was jarenlang lezer van dit blog ’t Groentje en ik ben verschillende keren in haar tuin geweest, een klein half uurtje fietsen hier vandaan. Haar tuin is opgezet als vogeltuin, met veel bomen, struiken, bessen. En in de loop van ruim 40 jaar gevuld met allerlei bijzondere cultivars. Audrey was groot tuin liefhebber (en Hortus- fan) en bezat ook veel planten in potten. Heel gesjouw elke winter om de niet-winterharde exemplaren in de garage te laten overwinteren, vertelt Alexandra. Audrey overleed vorig jaar op 92-jarige leeftijd, en dochter Alexandra zag de tuinboekencollectie graag op een groene plek terechtkomen. Audrey zou blij geweest zijn met de Hortus als bestemming.

De tuin van Audrey

De Tuinen van Renoir

De schilder Pierre-Auguste Renoir (1841-1919) bracht zijn laatste levensjaren door op Les Collettes, bij Cagnes-Sur-Mer. Op een rustig landgoed, met prachtige olijfbomen, rozentuin, en uitzicht op de Middellandse Zee.
Renoir had het tweede deel van zijn leven steeds meer last van reuma, het wonen in het milde klimaat in Zuid Frankrijk bracht wat verlichting. Vanaf 1910 had hij geen kracht meer in zijn benen en werd met stoel/ rolstoel en al steeds naar buiten gebracht. Bijna dagelijks schilderde hij, in de tuin. Door de reuma waren zijn handen helemaal vergroeid, maar dat stopte hem niet: hij bond de penselen met strippen stof vast aan zijn handen en schilderde door.

Hoe werkt dat bij mij als als ik zo’n tuinboek in handen krijg?
Eerst de voorkant bekijken en de voor- en achterflap lezen.
Dan het voorwoord, in dit geval van een achterkleinzoon van Renoir.
Dan plaatjes kijken, op internet zou je het ‘browsen’ noemen.
Mijn oog blijft lang hangen op de prachtige eeuwenoude olijfbomen, in foto en schilderij.
Middenin beginnen, dan een beetje naar voor en een beetje naar achter bladeren.
Dan even terug naar de index: 5 hoofdstukken en hele serie bijlagen.
Ik begin weer vooraan en sla nu elke bladzijde om: foto’s van tuin, boerderij en omgeving; afbeeldingen van schilderijen van Renoir.
Ik lees de figuur teksten en af en toe een alinea tekst.
En passant krijg ik een en ander mee over het leven van Renoir, in de laatste jaren.
Over zijn vrouw Aline, zijn jongste zoon Coco (Renoir was al 60 bij zijn geboorte), over Gabrielle zijn favoriete model die bij de familie Renoir inwoonde, over Baptisten (tuinman en chauffeur). Over bevriende kunstenaars als Monet, Cézanne en Rodin die op bezoek kwamen.
Ik eindig op bladzijde 100: daar staat een getekende plattegrond van de tuin. Daar pas ik alle fragmenten die ik gelezen en gezien heb in elkaar. Het wordt een geheel. Of zoals de ondertitel van het boek luidt: Een paradijs in Frankrijk.

In dit boek staan plaatjes van de tuinen: naast olijfgaarden en siertuinen, ook een uitgebreide moestuin. Het huishouden Renoir was zelfvoorzienend wat dat betreft. De Nederlandse uitgave is van 1992. Nog steeds lezenswaardig.

A century in photographs

Gardening – 1900-2000. 100 foto;s, 1 per jaar. Het is een Engels book, de meeste foto’s komen dan ook uit het Verenigd Koninkrijk. Grotendeels zwart wit, de laatste paar in kleur.

Bij elke foto een korte toelichting en een kadertje met extra tuingerelateerde feiten : de aanleg van een belangrijke tuin, het verschijnen van een bekend tuinboek, het bouwen van een kas of ‘een royal visit’.

Het geluk van den tuin

Een boek uit 1945, geschreven in de hongerwinter, door P. Verhagen. Het boek is 80 jaar oud, met het typische ‘oude boeken luchtje’. Een bijzonder boek. Gedachten over de tuin-als-geheel, een serie losse bespiegelingen. Piet(er) Verhagen, architect, stedenbouwkundige, wandelaar, tuinier, was al heel lang van plan een tuinboek te schrijven. Vele jaren lang verzamelde hij informatie, keurig gerubriceerd, als basis voor zijn toekomstige boek. Nadat zijn aantekeningen onder het puin van de bombardementen van Rotterdam waren vernietigd, zat ie even in de put. Om daarna in de hongerwinter 1944-45 dit boek uit het hoofd te schrijven. Een geluk bij een ongeluk, aldus Verhagen, hij had in de loop der jaren veel; te veel informatie verzameld om tot een boek te kunnen komen. Nu het ‘uit het hoofd’ ging, kon hij zich beperken tot de essentie voor hem.

Verhagen is voorstander van eenvoud en simpelheid in de tuin, niet te vol, niet allerlei nieuwigheden en hypes, geen trappetjes, design bankjes, knalkleuren variëteiten planten. De boerentuin, met regelmaat, herkenbaarheid, combinatie van schoonheid en nut. Dat vond ie mooi. In het zesde hoofdstuk getiteld ‘de 12 apostelen’: het principe om in een tuin niet meer dan 12 sterke basisplanten te gebruiken die de de ruggengraat vormen. 12 en niet 11 of 13. Ze moeten zich kunnen handhaven, niet woekeren, het hele jaar zichtbaar zijn (dus geen bollen), gezamenlijk het hele jaar bloeien. Welke 12 het precies zijn hangt van grootte van de tuin af en hoeveelheid zon/ schaduw/ vocht.

Het Geluk van den Tuin van P. Verhagen is in 2004 opnieuw uitgegeven. Carabas, de tuin van Piet Verhagen in Rockanje, is soms te bezichtigen op afspraak.

Apple Blossoms

Out in the orchard dwell wee little fairies,
Busy with bud and with blossom at last.
See how they work with their palettes and brushes,
Tinting the apple-trees brightly and fast

Pink and white blossoms, so dainting and fragrant
Laden with promise of good things to come,
Softly the breezes are stealing their perfume,
While o’er their beauty the busy bees hum.

Fair are the treasures which come with spring-time,
Fields full of daisies, and grasses so green,
Sweet are the zephyrs from rose gardens blowing,
Lovely the earth in the sun’s golden sheen.

But out in the orchard amid the white blossoms,
The pink and white blossoms that garland the trees,
We find the best charm of the beautiful spring-time,
And welcome the touch of the sweet-scented breeze.


Gedicht van Mary Dow Brine (1816 -1913), Amerikaans kinderboekenschrijfster en dichter.
Mooi beeld., de elfjes die met kleine verfkwastjes de knoppen van de appelbloesem een kleurtje geven.

100 jaar

Ik kreeg een bijna 100 jaar oud herbarium in handen. Bijna 100 jaar, de datum aan de binnenkant van de kaft is 9 juni 1925. Het herbarium bestaat uit losse bladen, met een instructie hoe het te gebruiken. De instructie is van K. Siderius, en sommige aanwijzingen zijn grappig.

Eén regel ontbrak helaas in de instructies. Dat is: schrijf altijd op wanneer en waar je de plant hebt verzameld. Dan kan ook later iemand wellicht nog interessante informatie uit de planten in het herbarium halen.
Bij het herbarium zaten ook bladen met voorgedrukte namen van planten, die kon je uitknippen en er bij plakken. Leuk voor de verzamelaar van planten misschien, de bladzijden waar er handgeschreven iets bij de specimen staat vind ik interessanter. Krokus en sneeuwklok heeft de oorspronkelijke eigenaar heel mooi ingeplakt, inclusief een dun plakje van het bolletje.

Groene gedachten en herinneringen

Dit boek kreeg ik van Holly en ben ik nu aan het lezen. Een gewichtig boek, niet om even in de trein mee te nemen. Marina Schinz is in Zwitserland geboren, woonde een groot deel van haar leven in de Verenigde Staten, en nu in Italie. Ze schreef verschillende tuinboeken, maar is vooral bekend als fotografe van planten, tuinen en landschappen. In dit lijvige boek komen jeugdherinneringen en terugblikken naar voren van haar leven met planten. Op hoogglanspapier komen haar vele foto’s mooi uit. Een combinatie van een kijk- en leesboek. Nog lang niet uit, maar een mooie afleiding vol kleur, als het weer zo grijs blijft als afgelopen week.

Gardeners World Magazine

Al ruim een jaar staat een linnen tas met een jaargang oude Gardeners’ World tijdschriften in de bijkeuken. Het is o.a. jaargang 1995! Ik heb ze jaren geleden van een tuinkennis gekregen, en ze stonden -deels ongelezen- in de kast met tuinboeken. Vorig jaar in een opruimbui, allemaal oude jaargangen tuintijdschriften weggedaan. Een paar jaargangen naar liefhebbers, een paar naar de minibieb, wat losse nummers op de leestafel in de Hortus. En de rest in de oudpapier kliko.
Voor de Engelse tijdschriften maakte ik een uitzondering. Die moest toch wel iemand willen, dacht ik. Maakt niet uit dat het oud is, de seizoenen komen elk jaar terug. Nu moeten ze er toch maar aan geloven. Ik ga gewoon in stukjes deze zomer alle nummers uitpluizen. Van voor tot achter lezen, plaatjes kijken, en zelfs de advertenties. Hieronder een paar voorbeelden. Best grappig.

Dit is het julinummer 1995. Opvallend vond ik dat er een artikel was van een deskundige die voorspellingen deed over de tuin van de toekomst. Bijna 30 jaar geleden. Het ging over klimaatverandering en de effecten op planten, over droogte, over overstromingen, over verdwijnende insecten en soorten, over de noodzaak ‘peat free ‘ compost te gebruiken. 30 jaar geleden!

Viooltjes

Lunch buiten op het terras Herberg van Es, Roderesch, 10 maart

Deze vrolijke oranje viooltjes zette ik vorige week op de foto toen we van Norg naar Roden wandelden (stuk van etappe 6 en 7 Drenthepad), en halverwege van een pannenkoek genoten op het terras buiten (uit de wind en met een dekentje over de benen).

En nu, naast me op de bank ligt het lentenummer van het tuintijdschrift ‘Onze Eigen Tuin’. Met op de voorpagina viooltjes in binnenin een uitgebreid artikel van Brian Kabbes.

Ze mogen dan klein zijn, onopvallend zijn viooltjes beslist niet. Hun bloemen stemmen vrolijk , hun pretentieloze karakter maakt ze tot geliefde tuinplanten.

Violen in allerlei kleuren. Maar wat hun kleur ook is, aldus Brian, alle viooltjes hebben een contrasterend geel oogje.Als ik naar de plaatjes in het artikel kijk (zeer lezenswaardig en met humor geschreven), lijken de oranje viooltjes wel op de Viola cornuta ‘Chantreyland’.


Darwin Day

Morgen 12 februari is het Darwin Day, de dag waarop wereldwijd aandacht besteed wordt aan Charles Darwin, en zijn evolutietheorie. In 2024 is het 215 jaar geleden dat Darwin geboren werd. Het bekendst is Charles Darwin, de man met de grote witte baard, van zijn reizen met de Beagle. Een reis van een paar jaar, waar de basis werd gelegd voor zijn meest bekende boek “On the Origin of Species”. Charles Darwin had een brede interesse, ook voor planten. Tijdens zijn reis met de Beagle verzamelde hij veel planten, die hij later thuis onderzocht. Hij concludeerde dat planten een veel complexer leven leiden dan iedereen tot dan toe dacht. Ze konden ‘zintuiglijk’ reageren, bijvoorbeeld op licht. Darwin schreef verschillende boeken over planten: over orchideeen , slingerplanten en vleesetende planten.

Boek

Morgen komt ook het boek “Planten en Darwin”, vertaald uit het Engels. Met een aantal van de plantenverhalen van Darwin. Ik heb de oorspronkelijke -Engelse- versie besteld.

Darwin’s bibliotheek

Vanaf nu is ook de complete bibliotheek van Darwin online in te zien. De NOS schreef er vandaag een artikel over. Via de online bibliotheek kun je ook rondkijken in een uitgebreide fotocollectie, en zie je ook een paar leuke plaatjes van hoe de bibliotheek van Darwin eruit moet hebben gezien. Heel veel boeken, breder dan biologie en ecologie. Zelfs een paar Nederlandse boeken…
John van Wyhe, een historicus , is 18 jaar lang bezig geweest om alle info on line te zetten.