Zwerfstenen en fossielen

Pas op, het is wel een beetje besmettelijk.
Als je je een beetje gaat verdiepen in stenen en fossielen zie je steeds meer en ga je steeds nauwkeuriger om je heen kijken. Dat gebeurt trouwens ook met vogels. Naarmate je ze beter leert kennen, op hun geluid, ga je op steeds meer plekken de tuinvogels herkennen, horen en ook zien. Voordeel van stenen ten opzichte van vogels: ze lopen of vliegen niet weg, en als ze klein genoeg zijn kun je ze oppakken.
Heb je het geluk dat je in de buurt van de Hondsrug woont -wij wonen er boven op- dan kun je lokaal van alles vinden. In eigen tuin, als je een stukje wandelt. En natuurlijk helemaal als er ergens gebouwd gaat worden, en een groot gat gegraven wordt.

Hier in de buurt van Haren worden veel rode zwerfstenen gevonden, graniet met de ijstijden meegenomen naar onze streken. Ik had me nooit gerealiseerd dat er ook heel veel fossielen vanuit Scandinavië hier zijn gedeponeerd: kalksteen, afzettingsgesteenten, van zeeleven dat vroeger in warme ondiepe tropische zeeën leefden. Een heel andere klimaat, toen. Ook deze begin ik beter te herkennen, zie hier.

Gister, net even voor de kerstsluiting, in de Hortus Haren geweest om naambordjes bij de zwerfstenen en fossielen te zetten. In de mooie oude kast in de entree hal van de Hortus zijn de stenen uitgestald.
De kasttentoonstelling, Wunderkammer of rariteiten kabinet, is te zien tot eind maart 2026.

Enkele stenen zijn gevonden in de Hortus, de meeste in bruikleen van het Hunebedcentrum/ UNESCO geopark de Hondsrug. Op de onderste plank o.a. een aantal brokken keileem, een steen met gletsjerkassen en gletsjer-molenstenen (rond geworden, rondtollend in rivieren onder het ijs) en vuursteen. Op de middelste plank allerlei fossielen in kalksteen. Op de bovenste plank: doorgezaagde en gepolijste stenen.

Wunderkammer

Een Wunderkammer of rariteitenkabinet werd populair in de 17e en 18e eeuw. Het was de tijd van de ontdekkingsreizen en van die (zee)reizen werd van alles mee naar huis genomen: fossielen, mineralen, schelpen en opgezette dieren. Deze rariteiten werden thuis in een mooie kast en later in speciaal daarvoor ingerichte kamers tentoongesteld. Meestal was zo’n Wunderkammer bedoeld om mee te pronken, alleen rijke mensen konden het zich veroorloven. Later werd het ook gebruikt voor educatie.
En nog later, toen de verzamelingen te groot werden, groeiden ze uit tot musea.

Musei Wormiani

De naam rariteitenkabinet lijkt aan te geven dat het allemaal rare dingen zijn. Het woord rariteit heeft in de meeste gevallen (*) niets te maken met raar. Het is afgeleid van het Latijnse woord rarus dat zeldzaam of schaars betekent.

Natuureducatie

Vandaag waren we in het Natuurmuseum van Klaas Nanninga in Groningen. Een uit de hand gelopen hobby van een bevlogen verzamelaar en verteller. Zijn hele huis staat en hangt hutje-mutje vol met het prachtigste natuurhistorisch materiaal. De privé collectie is op afspraak te bezichtigen. Klaas haalt het materiaal overal en nergens vandaan, als individueel specimen komt elk vogeltje of vlindertje of botje binnen. En dan gaat Klaas aan het werk om er een mooie voorstelling van te maken, in kleine diorama’s, zelfgetimmerde kasten, en met aandacht voor details en esthetiek. Een rondleiding door het museum (het huis) duurt al gauw anderhalf uur, en Klaas zit vol met boeiende verhalen. “Er komen veel schoolklassen langs“, zegt Klaas, “maar ook internationale studenten, toeristen en gezinnen“.

Veel mensen zullen een kleine collectie hebben, stenen van vakantie meegenomen, schelpen, of een collectie zand of dennenappels. Zo was Klaas ook begonnen: als 10 jarige jongen had hij een paar verzamelbakken met schelpjes. Bij ons thuis is het beperkt gebleven tot een paar planken in een vitrinekast, bij Klaas is zijn hele huis een Wunderkammer geworden.


(*) Er zijn uitzonderingen: In het rariteitenkabinet Gribus op Schiermonnikoog zie je wel degelijk hele vreemde samenvoegsels van dieren. Soms doet de natuur dat zelf, zoals bij een vogelbekdier, maar bij Gribus hebben de mensen een handje geholpen.

Vuistbijl

Zeg nou zelf, dit stuk vuursteen ziet er toch echt bewerkt uit. Met scherpe randen en een punt die toch niet door toeval kan zijn ontstaan. Gevonden twee weken terug op de Marker Wadden, waar in het opgespoten zand uit het Markermeer verschillende artefacten van Neanderthalers (40.000 jr oud) zijn gevonden. Waaronder vuistbijlen.

Zou het?

Deze week voorgelegd aan steendeskundige Harry Huisman, van onder andere het Hunebedcentrum in Borger. Harry houdt ook maandelijks ‘stenen spreekuren’. Deze week was hij bezoek in de Hortus. In de zijlijn van het kijken naar zwerfstenen liet ik hem mijn mogelijke vuistbijl zien.

Nee dus. Gewoon een scherp stuk vuursteen. Zo scherp dat een Neanderthaler het nooit als bijl zou gebruiken. Zou er verwondingen in zijn handpalm van krijgen. Wel geschikt om bv als schrapertje te gebruiken bv. Maar niet een bewust bewerkt stuk steen, aldus de deskundige.

Nu ligt de steen op ons grindpad, in een hoekje waar ook een aantal andere vondsten tussen de kiezels liggen. Happy Stones (een tijdje heel populair tijdens Corona, beschilderde kiezels) en een Happy Shell (beschilderde schelp).

Huismus Nunspeet

Lang weekend in Nunspeet, in huisje Huismus op een kleinschalig vakantiepark. Vlakbij, kwartiertje lopen de Zandenplas. En net aan de andere kant van de snelweg het Zandenbos, en verder naar het oosten heidevelden, bos en een ENORME HOEVEELHEID paddenstoelen. Aantallen en soorten. Een aardster (foto 1) is altijd leuk. De oranjebruinen grote paddenstoelen op foto 2 en 3 (er stond een grote kring van midden tussen bramen en brandnetels, beetje gedoe om er dicht bij te komen), hadden fluweelzachte hoeden. Het lijkt de goudhoed te zijn, een zeldzame paddenstoel. En onderaan maakt Ingrid een foto van de omgekrulde hoed van de gewone heksenboleet, foto 4 en 5.

Rariteit, en tegelijkertijd geinig. Het kabouterpad, door een strookje bos vlakbij Vierhouten. Kabouters en ander klein bosleven in hun natuurlijke omgeving: het bos.

We hadden geluk met het weer, droog, af en toe zon. Op een nachtelijke wandeling, met zaklantaren, fotostatieven en reuzenverrekijker zochten we de eerste avond een pikdonkere open plek in het bos. Op jacht naar de komeet Lemmon, die vlak onder de Grote Beer moest staan. Grote Beer laag boven e bomen, melkweg, plejaden, dubbele open sterrenhoop, Andromeda nevel. Van alles te zien wat hoger aan de hemel.Helaas trokken er al snel lage wolken over. De komeet hebben we niet gezien. Wel zagen (eerst hoorden) we een kat, die door het bos struinde en het reuze gezellig vond dat we daar met zijn vijven stonden te kijken op het veldje. Hij kwam er gezellig bij zitten. De andere avonden helemaal geen wolkenloze plekken. Dus deze komeet is niet gelukt. Precies een jaar geleden op 20 oktober zagen we er wél een, zie hier.

En hier onze bijdrage aan het gastenboek van huisje Huismus.

Theepot

Dit kan je ook doen met een theepot!
Vraag me wel af hoe de pot vast zit op het plankje.
Gat geboord? Of gelijmd?

Of andersom: waar kun je overal een nestkastje van maken?
Een theepot bijvoorbeeld.
Deze hing bij Herberg de Fazant in Oudemolen (helaas nog niet open om half 11 ’s morgens).
Niet bekend of er ook vogels in gezeten hebben.