Kievitsbloemen

Vorige week nog een ‘slangekopje’, nu een bolrond ‘lampekapje’. De kievitsbloem heet in het Engels ‘shake head fritillary’, en is de enige inheemse soort in ons land van het geslacht fritillaria. Achter in het grasveld hebben we er een paar. Altijd weer spannen hoelang de bloemen blijven hangen, hangt van het weer af. Heel vochtig, dan hangen de slakken soms de stengel door net onder de bloemknop. En in sommige jaren hebben de leliehaantjes op deze elegante en bijzonder gekleurde bloemen gemunt. Dit jaar gaat het goed, nog geen aangeknaagd spul. Gewoon genieten.

De kievitsbloem of fritillaria meleagris is in 1573 geïntroduceerd. Het is een stinzenplanten, dus niet echt inheems. De kievitsbloem komt voor in vrijwel geheel Europa, in Nederland op de uiterwaarden langs de IJssel, massaal in Hasselt en bij de Reeuwijkse plassen. Bij uitstek geschikt voor verwildering. De bladeren zijn langwerpig en de bloemsteel heeft vrijwel altijd één klokvormige bloem per stengel.
Naarmate de planten langer op een plaats vast staan, kan dit aantal oplopen tot drie. De bloemen zijn wit tot paars met vele tussenliggende nuances, vaak met een gespikkeld en/of blokvormig patroon. Wij hebben tot n u toe alleen de paarse, in de Laarmantuin in de Hortus komen ook veel witte voor.

Lentekleuren

Koende dagen wordt het weer wat warmer, en ook vanmiddag was het al lekker en dronken we thee op het terras. De tuin wordt intussen opgevrolijkt met lage kleur. De bomen zijn nog kaal of beginnen een hele licht groenzweem te krijgen, maar laag bij de grond is er volop kleur. Een selectie in onze tuin.

De kleine narcisjes zijn bij ons al uitgebloeid en de grote komen nog. Een straat verderop staat een enorme hoeveelheid narcissen wel enthousiast te bloeien. Daar wordt ik elke keer weer vrolijk van.

Aanwaaiers

Bij de botanische tuinen van Utrecht doen ze een ‘citizen science’ project, in goed Nederlands burgerwetenschap, waarbij onderzocht wordt welke zaden, via de wind verspreid worden. Hiervoor kregen de deelnemers een potje met schone potgrond, die iedereen van 5 april tot 16 mei 2026 op een plek met voldoende zon en wind in de tuin zet. Wel zorgen dat de grond een beetje vochtig blijkt als het niet tussendoor regent.

Op 16 mei worden de deelnemers gevraagd hun potje te gaan inleveren bij de Botanische tuinen. Da’s een beetje ver, vanuit Groningen. Maar gelukkig mag je de zaailingen ook digitaal doorgeven, inclusief foto. Het zakje met grondtablet 3 april al klaar gemaakt, water toevoegen, randje omvouwen. Vandaag 4 april een mooi plekje gezocht, boven op het oude paaltje waar de regenmeter stond. Met een bloempotje vastgemaakt aan het paaltje eromheen, anders waait het papieren potje misschien te makkelijk weg.

En nu maar kijken welke aanwaaiers er de komende 6 weken inkomen.
De verwachting is dat er verschillen zijn tussen binnenstedelijk en dorpen.
Wij gaan het zien.
Wij hebben nummer 165 (er doen 700 mensen mee).

Kwartet- appelboom

Walter is de tuinbaas van de Hortus en ook een groot liefhebber van fruitbomen, vooral oude en bijzondere rassen. Er is een levendige ruil van takken om te enten onder liefhebbers. Vorig jaar had Walter allerlei appels van eigen oogst meegebracht en bood aan een paar enten op een stam samen te voegen van soorten die ik mooi vond.
Op een stevige onderstam kun je verschillende soorten appels enten, een dan komen er aan elke talk gewoon verschillende appels. Aan één boom! Heel bijzonder dat dat zo werkt in de natuur.

Het heeft even wat langer geduurd voordat ik het boompje kreeg, want een kleinzoon van Walter is nogal een wildebras en hij had een paar enten van het boompje afgelopen.

Maar nu is ie er. Het boompje kan nog wel een jaar in de pot blijven, en het is vooral dit eerste jaar voorzichtig aan doen, de ent-verbindingen zijn nog vers. Ik kreeg de instructie mee om alles wat aan blad en takjes groeit onder de entplekken consequent weg te snoeien. En eventuele bloemen die dit jaar al verschijnen moet ik er uit halen: dan kan het boompje alle energie stoppen in het genezen van de entplekken. Over een jaar of twee-drie zouden er de eerste appels aan kunnen komen.

Op de 4 labels staat van links naar rechts

In een ander licht

Vanmiddag in de Hortus voor de lezing over fluorescentie in de natuur, een van de HORTUS lezingen die ik dit seizoen heb georganiseerd. Ik had al voorkennis , omdat ik een paar weken geleden al met de spreker, Frank Huisman, op een avond foto’s was gaan nemen in de Hortus, gewapend met UV lamp en camera. We zagen toen o.a. de blauwe spin, zie boven.


Super enthousiast verhaal van Frank, over zijn worsteling om tot de juiste UV lampen te komen, en de beste manier van foto’s maken te ontdekken. Nog niet veel mensen beoefenen deze tak van fotografie. Dus Frank struint behoorlijk het internet af om er achter te komen waarom sommige organiseren wél fluoresceren en andere niet. Of sommige in de ene kleur en andere weer in een andere kleur. Frank liet een foto zien van twee regenwormen, de ener fluoresceerde blauw, de ander groenig. De groenige blijkt een gestresste regenworm te zijn, de blauwe een blije worm.
Inmiddels is Frank er achter dat bepaalde chemische stoffen fluoresceren die ofwel een plant beschermen tegen het UV licht uit de zon – gewoon overdag en vaak de jonge blaadjes- ofwel een plant beschermen tegen vraat.

Frank liet ook een foto zien van blokken (tropisch) hout die er in daglicht gelijk uitzien, maar onder UV licht in hele verschillende kleuren fluoresceren. Hij heeft proefondervindelijk uitgevonden dat net gesnoeid hout, van heesters of bomen waar de sapstroom op gang is, ook mooi oplichten onder UV licht. Zie de foto van de net gesnoeide knotwilg, in de Hortus, derde foto boven.

Voor degene die de HORTUS lezing gemist hebben. Op 12 mei is er een herkansing, een IVN lezing in Vries. Dan een langere versie. 2 uur, ipv 1 uur en een beetje.

Ahh, gister zelf wat gesnoeid in de tuin!. Ik ben meteen in het laatste daglicht een paar stukjes afgesnoeid hout gaan halen en maakte zojuist onderstaande foto’s. Grappig!
Drie takken op aanrecht bij lamplicht: van links naar rechts een stronk budleija, een stukje tak van een viburnum, en een verhout deel van een rozentak. Onder Uv licht zie je de delen waar vocht of harsachtige substantie is lichtblauw fluoresceren

Met een ’t’ en twee ‘l’-en

Het woord Fritillaria schrijf je met een t en 2 x een l. Ik moet dat steeds voor mezelf hardop zeggen om niet 2 x t en 1 x l te typen. Fritillaria is het geslacht waar ook de kievitsbloem toe beheert. Een geslacht met een aantal forse grote soorten, en ook bijzondere, kleinere exemplaren, vaak met een slanke nek. De kievitsbloem, fritillaria meleagris is de enige inheemse soort. Bij ons in de tuin zie ik net de eerst bloemknop een beetje paars doorschijnen. Morgen weer even gaan kijken.

In de Hortus is net een tentoonstelling gestart over dit plantengeslacht. In de ‘bollentuin’, een omheind stukje grond, worden 2 x per jaar bloembollen geplant. De voorjaarsbollen dit jaar zijn uitsluitend soorten uit het geslacht fritillaria. De grote borden rondom de bollentuin hebben we gekregen van een andere botanische tuin. Bij de HORTUS DOET! activiteit van 17 maart was één van de klussen het plaatsen van de borden.
Mooi om zo samen te werken en informatie uit te wisselen. In dit geval door informatieborden door te geven. Van maart tot mei kun je de bloemen bekijken. Daarna gaat alles er weer uit voor de zomerbollen.

Deze soorten zijn te zien in de Hortus in de periode maart – mei 2026.

Trachistemon

Beetje bizarre bloem, deze ruwbladige: oosters komkommerkruid.
Bloeit vroeg in het jaar, eind februari begin maart, op stengels naast de ontluikende bladeren. Inmiddels al weer bijna uitgebloeid. De bladeren gaan nog even door, ze groeien en groeien in de schaduw van de bomenwal achter in de tuin. Sommige bladeren worden ruim een halve meter groot. Een goede bodembedekker in de schaduw die onkruid weinig kans geeft. In de latere zomer zomer als het warmer en droger wordt, al dan niet geholpen door de slakken, verdwijnen de bladeren ook weer langzaam. Van de bloemstengels is dan al lang niets meer te zien. Oriëntaals komkommerkruid komt oorspronkelijk uit Bulgarije, Turkije en de Kaukasus, waar de hemelsblauwe bloemen gegeten worden.

Van dichtbij fotogeniek, met de harige schutbladen, de uitgestoken roze ’tong’ en de blauwpaarse bloemen.

Hele velden

Liefst had ik hier hele velden van in de tuin, zoals je bij sommige borgen en stinsen kunt vinden. En trouwens ook op het Martinikerkhof, achter de Martinikerk in centrum Groningen.
De winterakonieten. We hebben er een handjevol, gekregen van Ernst, en elk jaar ben ik er weer blij mee. De foto is van ruim twee weken geleden, 25 februari. De bloem is inmiddels weg, misschien komt er nog een zaaddoos aan. Nog heel even en er is niets meer van dit leuke plantje te zien. Haar buren rukken inmiddels op. De witte bosanemonen, die inmiddels volop hun bloemen op de zon richten. En ’s avonds de bloemen weer sluiten. Ik probeer altijd een stukje grond vrij te houden tussen de bosanemonen en de winterakonieten, een soort brandgang. De eersten zijn veel sterker en lopen de akonieten misschien onder de voet. Of beter ‘onder de wortelstok’.

Begin van de strijd

Wat zie je hier midden op de foto? Rechts in detail.
Niet zo veel lijkt het, wat holle bruine stengels., van 10-15 mm doorsnee.
Maar onder de grond …. daar maken de strijdkrachten zich klaar voor de aanval.
Het wortelgestel van persicaria polymorpha. Een reusachtig uitgroeiende plant, die in een paar weken tijd van niets (boven de grond) tot ruim 150-180 cm omhoogschiet. Bloeit met roomwitte pluimen, later verbloemend naar een beetje oud roze. Jaren geleden een stuk van Jitske gehad, die de plant ook in de tuin had. Imposant en groot, prachtig in grote tuinen. Vorige zomer op onze terras zittend bedacht dat die plant er maar uit moest, neemt nu wel uitdrukkelijk veel plek in beslag. Met idee op die plek een aantal struiken, weinig onderhoud , neer te zetten. Liefst iets dat fijn voor vogels of insecten is (bloemen, bessen) en geen/ weinig onderhoud nodig heeft. Maar eerst de persicaria eruit.

Tip van Jitske: probeer hem niet uit te graven, dat is een heidens karwij. Ga de strijd aan door steeds alle opkomende scheuten consequent af te snijden. Een uitputtingsslag. Zo is ze de persicaria uiteindelijk de baas geworden. Duurt wel meer dan een jaar. Ook voor die andere persicaria , de Japanse duizendknoop, hebben we deze tactiek de afgelopen jaren met succes toegepast. Niet helemaal 100 procent weg maar nauwelijks nog in de weg zittend.