Vorige week nog een ‘slangekopje’, nu een bolrond ‘lampekapje’. De kievitsbloem heet in het Engels ‘shake head fritillary’, en is de enige inheemse soort in ons land van het geslacht fritillaria. Achter in het grasveld hebben we er een paar. Altijd weer spannen hoelang de bloemen blijven hangen, hangt van het weer af. Heel vochtig, dan hangen de slakken soms de stengel door net onder de bloemknop. En in sommige jaren hebben de leliehaantjes op deze elegante en bijzonder gekleurde bloemen gemunt. Dit jaar gaat het goed, nog geen aangeknaagd spul. Gewoon genieten.



De kievitsbloem of fritillaria meleagris is in 1573 geïntroduceerd. Het is een stinzenplanten, dus niet echt inheems. De kievitsbloem komt voor in vrijwel geheel Europa, in Nederland op de uiterwaarden langs de IJssel, massaal in Hasselt en bij de Reeuwijkse plassen. Bij uitstek geschikt voor verwildering. De bladeren zijn langwerpig en de bloemsteel heeft vrijwel altijd één klokvormige bloem per stengel.
Naarmate de planten langer op een plaats vast staan, kan dit aantal oplopen tot drie. De bloemen zijn wit tot paars met vele tussenliggende nuances, vaak met een gespikkeld en/of blokvormig patroon. Wij hebben tot n u toe alleen de paarse, in de Laarmantuin in de Hortus komen ook veel witte voor.



































