Na één keer uitgesteld te zijn vanwege dubbele boeking van het cursus zaaltje en twee keer vanwege de ijzel en gladheid, was afgelopen week (eindelijk) de eerste les van de zwerfstenen cursus die ik volg bij het hunebedcentrum in Borger. Met twee collega-vrijwilligers van de Hortus en 30 andere geïnteresseerden. De docent is super zwerfstenenkenner Harry Huisman die -samen met collega Marja Braaksma- meerdere boeken over zwerfstenen heeft geschreven, waaronder het lijvige ‘Het groot keienboek’. Dat was uitverkocht, maar is nu weer verkrijgbaar in het hunebedcentrum.
Eerst een uurtje college en uitleg bij typen zwerfstenen en vooral hoe je ze kunt herkennen. Boeiend om te leren over de ontstaansgeschiedenis en ouderdom van gesteenten. Oeroude stenen meer dan 1,5 miljard jaar oud, ooit ontstaan in de ‘wortels’ van vroegere hooggebergten (die in de loop der vele jaren helemaal verdwenen en afgesloten zijn waardoor de stenen aan de oppervlak liggen). En veel jongere stenen die door vulkaanuitbarstingen en snel gestold magma zijn ontstaan. En wist je dat Nederland het land is waar de meeste soorten zwerfstenen voorkomen: door het ijs meegenomen vanuit Scandinavië, en door rivieren meegenomen vanuit Frankrijk, Belgie, Duitsland, Polen …
De volgende keren gaan we verder in op zogenaamde ‘migmatieten’, zwerfstenen die uit twee duidelijk verschillende soorten gesteente bestaan. En ja, als je in Drenthe of bij de kop van Drenthe (net in de provincie Groningen) woont, dan kom je om in de zwerfstenen. Over al en nergens, op straathoeken, perkjes, langs opritten, rijtje als tuinafscheiding. Je kunt ze niet missen als je er eenmaal op begint te letten.


Tweede deel van de cursus: op elke tafel met 5-6 personen stond een tablies met een hele verzameling zwerfstenen, allemaal van de Hondsrug. De eerste opdracht was: zoek alle gneizen bij elkaar. Gneis een een soort steen waar je – bij de ene gneis duidelijker dan bij de andere- een gestreepte structuur in ziet. Harry liep bij de verschillende tafels langs om te kijken hoe we het deden: we waren maar wat trots dat we alle gneizen gevonden hadden.

Ik loop nog even de tuin in, ook wij hebben op verschillende plekken in de tuin randjes van zwerfstenen als afscheiding liggen. En -alsof ik al een volleerd stenenkenner ben na één les- loop ik mompelend langs de stenen: “ja, dat is duidelijk een gneis, die rode met de witte ringetjes is een alandrapakivi, en die effen lichtgele is een zandsteen.” Een typisch geval van: in het land der blinden is een oog koning.
Het patroon van stenen is vaak beter te zien als ze een beetje natgemaakt worden (motregen of plantenspuit). De foto hierboven is genaakt op 6 februari, code rood vanwege extreme ijzel in het noorden. Elk nadeel heeft zijn voordeel: de zwerfstenen kregen er een prachtig glanzend laagje van.



































