Een dankbare tuinplant, lang bloeiend in de nazomer. Mooi als flinke bos, maar pas op in te kleine borders. Al met al is het een forse, tot ongeveer 1 meter hoog, die zich geleidelijk uitbreid en over kleinere omgevingsplanten heenwalst. Bekend van allerlei Piet Oudolf-tuinen, vaak in combinatie met siergrassen. Deze tijd van het jaar een veel door insecten bezocht bloeiende plant. Wij hebben vooral de donkerrode Persicaria amplixicaulis ‘firetail’. Ook een aantal van de iets minder sterke lichtroze bloeiende Persicaria amplicaulis ‘rosea’. Het maakt de bijen niet uit.
Op de foto, zo van onder genomen, zie je vooral het silhouet van deze virginische ereprijs. Dit is de witbloeiende versie, die veronicastrum virginicum ‘alba’ (of soms ‘album’ ). Ze is wat slanker en sierlijker en blijft (bij ons in de tuin) een stuk beter rechtop staan dan de gewone soort, die een beetje laf roze paars bloeit. Bij grote stortbuien in de nazomer gaat ze uiteindelijk toch wel vaak hangen, als je haar dan niet een beetje steunt. 140 – 160 cm hoog, afhankelijk van weer en standplaats. Hoog genoeg om ook eens van onder te fotograferen, voor de vorm.
De foto is al later op de dag, nu zie je niet hoe de bloemen een waar feest voor bijen en hommels vormen. Alhoewel, net rechts van het midden op de foto zie je, net onder de bovenste bladerkrans nog een hommel vliegen.
Van kamerplant tot struik of boom. De Hibiscus. De grote bloemen meestal in kleuren variërend van wit, tot roze tot dieprood. Met altijd een opvallend hart, vaak donkergekleurd, dat de meeldraden en stamper omsluit. Overvloedig stuifmeel bepoedert de bloemblaadjes.
Deze twee staan in de Chinese tuin de Hortus Haren. Afgelopen jaren hadden we regelmatig de Hibiscus trionum in eigen tuin, in pot op terras. En voor wie wel eens stokrozen in de tuin heeft gehad, of kaasjeskruid, die herkent meteen de sterke familiegelijkenis van de bloemen.
Er bloeit nog genoeg, de honingbijen zijn nog volop aan het verzamelen. Hier op de bloemen van de helenium Tura.
Heleniums zijn, net als madelieven, paardenbloemen, margrieten en chrysanten: composieten of samengesteldbloemigen. Van een afstand denk je: ik zie één gele bloem. Maar dat is schijn! De echte bloemen zie je goed op de laatste twee foto’s. In het hart van een composiet zitten tientallen, soms honderden bloemen, dicht op elkaar. Elk met eigen stamper en meeldraden. Elke dag gaan er een paar nieuwe open, elke kleine bloem wordt apart bevrucht door de langskomende insecten.
Op de rand van de vijver in onze tuin zien vandaag een helle rij groene kikkers. Inmiddels wat later in het seizoen zijn ze flink gegroeid. Genoeg te eten. En dit is blijkbaar een mooie plek, zij aan zijn.
Hoeveel kikkers tel jij? Zet aantal in een reactie op dit stukje.
Hint: de foto’s overlappen en beetje, gebruik de rode meidoornbesjes op de muur als ijkpunt.
We hebben ook een klein filmpje gemaakt: Eddy was aan het filmen terwijl ik steeds dichterbij kwam. Een heel plonzenfestijn.Dat filmpje is te groot om om dit blog te zetten, wel erg komisch.
Inmiddels zit een liedje in mijn hoofd, dat tegenwoordig niet meer gezongen wordt. Tien kleine xxxxxx…. Een oorspronkelijk Amerikaans liedje over indianen. De oudst bekende Nederlandse versie uit 1877 rijmt op ‘kikkertjes’.
Deze zomer zijn de helianthus lemon queen en de ook geelbloeiende helenium Tura gigantisch hoog geworden. Op de foto zie je mij (niet) achter de planten staan, er loopt een klein paadje achter langs. Ik heb mijn arm helemaal uitgestrekt met mijn petje in de hand omhoog. Die zie je nét boven de bloemen uitkomen. Dat is ongeveer 2,20 meter hoog!
Van links naar rechts: helenium Tura, petje van Tineke, helianthus Lemon Queen
De Abessijnse gladiool (officiële naam: Acidanthera of Gladiolus callianthus ‘Murielae’) staat weer een bloei op het terras. Een echte zomertopper. Mooie bloemen, heerlijke geur. Daarom is het planten in potten en ze dichtbij op het terras zetten ook zo’n goed idee. Wel elke winter naar binnen halen en de bolletjes in koele kelder of zo laten overwinteren.
We konden het vanuit eigen tuin niet zien, de gedeeltelijke zonsverduistering van 12 augustus. De zon stond laag boven de horizon, start verduistering iets over 7 uur, maximale bedekking 10 over 8, en tegen 9 uur ’s avonds was het voorbij (en de zon bijna onder). Met een paar honderd andere geïnteresseerden zochten we de oostelijke oever van het Paterswoldse meer op. Gezellige boel, prachtig weer, mooie zomeravond. Vogels gingen eerder naar bed.
Foto’s van Eddy, met een speciaal zonnefilter voor de camera.
Als bonus die avond, wél vanuit eigen achtertuin: na het donkerworden, tot ongeveer half een ’s nachts op de achterovergeklapte tuinstoel naar de hemel liggen kijken: de jaarlijkse perseidenzwerm van 12 augustus was goed te bekijken : geen storend maanlicht dit jaar, geen wolken, aangenaam warme zomeravond. Perseiden worden ook ‘vallende sterren’ genoemd. In werkelijkheid zijn het kleine stofjes, resten van een lang geleden uit elkaar gevallen komeet. Die draaien in een grote kring rond de zon en jaarlijks rond 12 augustus beweegt de aarde door die ijle wolk van stofjes heen. Als zo’n stofje in de aardatmosfeer komt verbrand die en laat daarbij een lichtend spoor aan de hemel (‘de vallende ster’) zien voor een deel van e
Als het zo warm is is echt actief bezig zijn in de tuin niet zo handig. Of alleen ’s morgens vroeg. Dan is een beetje keutelen met kamerplanten of de planten op het terras een mooi klusje. Naast waterwegen, dat moet nu bijna dagelijks.
We hebben inmiddels een forse verzameling geurgeraniums, nu op het terras en op een plantentafel, ’s winters binnen. Het zijn pelargoniums, en geen geraniums, maar die naam wordt nu eenmaal veel gebruikt. Ze zijn niet winterhard, dus elke (laat) najaar, eerst naar binnen in de serre en vervolgens naar de logeerkamer en vensterbank studeerkamer. Logeerkamer is beter, want daar is het koeler ’s winters.
Het is voor mij een ‘zen’-achtig werkje om de uitgebloeide bloemen en verdorde blaadjes te verwijderen. Ik ben nu een beetje aan het experimenteren met snoeien in verschillende tijden van het jaar. En het snoeisel? Dat steek ik met 4 tegelijk in een vierkante pot. De pelargoniums stemmen zo makkelijk te stekken dat ze bijna allemaal aanslaan. Dus ik krijg er meer en meer. Oplossing: meegeven aan liefhebbers. En op de plantenmarkt eerder dit jaar in de Hortus heb ik een heel aantal meegegeven aan de IVN wildeplanten werkgroep. Voor de verkoop op de plantenmarkt. Tijd om weer een extra zak potgrond te kopen om de goed aangeslagen stekken van vorig jaar elk hun eigen pot te geven.
Tijdens het keutelen met de planten kom je nog wel eens wat tegen. Een bruine kikker die zich tussen de planten verstopt; spinnen of hooiwagens tussen de bladeren, allerlei vliegen insecten op de bloeiende bloemen. En ook een wants heeft een van de planten gevonden. Wantsen leggen hun eitjes vaak keurig in groepjes tegen elkaar. Hier de restjes van de inmiddels uitgekomen eitjes. Het is een of andere schildwants,. Welke? dat kan ik niet zeggen aan de hand van de eitjes. De beestjes zelf zijn inmiddels elders (of verborgen in het groen).
Niet alleen het weer was extreem heet afgelopen donderdag en vrijdag. Hier in Haren respectievelijk 31 en 35 graden. Ook de pepers die in een pot op het terras staan zijn zeer heet. Ze heten dan ook niet voor niets “Fiery Flame’. De eerste keer deden een hele peper in de nasi, en laten we zeggen, dat was pittige nasi! Nu doen we, afhankelijk van hoelang de peper meebakt meestal een halve peper in het eten. En heel goed oppassen om niet met je peper-handen in de ogen te wrijven, hè Eddy!
Ik zal de rode exemplaren een dezer dagen oogsten en in kleine porties in de diepvries doen. Lekker warmte voor op een koude winterdag.