Knoopkruid is zeer in trek bij hommels en bijen.
Alles in en om onze tuin
Knoopkruid is zeer in trek bij hommels en bijen.
Wat was het warm afgelopen donderdag en vrijdag.
Hier in Haren ruim 35 graden, met temperaturen in huis oplopend tot 30.
Dat was niet echt fijn. In de middag bleven we binnen., kwam mooi uit want er waren bergetappes van de tour de france te bekijken. Languit op de plavuizen, die normaliter nog een beetje koel zijn, maar nu ook lauw.
Inmiddels een (klein) buitje gehad op zaterdag, en vandaag, zondag flink wat bewolking. Temperatuur een aangename 27 graden (en binnen nog 25, da’s prima).
In de tuin hebben verschillende planten de deur achter zich dichtgetrokken voor het groeiseizoen 2018. De droogte heeft ze in de herfst en winterstand gebracht.
Van Digitale letters naar letters op papier.
Dat ga ik ook nog wel een keer doen.
Rob van der Linden heeft dat al gedaan. Een hele tijd was ik geabonneerd op zijn digitale columns, de Groenflits. Elke twee weken verscheen die in mijn mailbox. De meeste columns waren groen-gerelateerd, met wetenswaardigheden en bijzonderheden, soms over de planten, soms uit de geschiedenis, soms over een bijzondere plek. Ruim 300 colums heeft Rob in 10 jaar geschreven, en nu is een selectie van 55 stuks verschenen op papier.
‘In het Groen, over paardebloemproblemen, kraaivrees, groen grind, de witte vrouw met de groene sluier en nog veel meer… 55 columns’?
Het boek kan worden besteld in boekwinkels en ook bij bol.com. Als je het bij Rob zelf bestelt, dan kan hij het eventueel nog signeren 🙂 . Zie link.
Waarom heet een Cleome in het Nederlands kattensnor?
Nou, daarom. Kijk naar de foto!
Dit is een van de drie zaailingen die ik van Wouter kreeg. Ruim een meter hoog. Wel in pot en op tafel laten staan. Buiten bereik van slakken. Ik had zelf nog wat kleinere zaailingen, deel ervan is opgeknaagd in de afgelopen maanden. IK dacht dat een exemplaar van ruim 50 cm wel sterk genoeg zou zijn om ze te weerstaan. Nee dus. Daar staat nu nog een restantje ingedroogde stengel.
De mirabilis japonica bloeit al een week of twee.
Avond- en nachtgeurend zou ie moeten zijn.
Nachtschone is de Nederlandse naam.
Niet met de overweldigende geur die ik had verwacht, overigens.
Twee planten in potten aan de rand van het terras, de ene bloeit de ander nog niet. Van dichtbij is de geur wel sterk en aangenaam, een beetje prikkelend bijna, maar dan moet ik er bijna mijn neus in stoppen.
De drie andere wortels die ik had geplant in volle grond hebben de slakken-aanvallen niet overleefd.
Etappe Pronkjewail-wandelroute van Zoutkamp naar Wehe den Hoorn.
Rond lunchtijd waren we in Houwerzijl. Daar heb je een theemuseum, met theehuis en theetuin. Het museum bezochten we niet, wel een kopje thee op het terras van het theehuis. In de schaduw van dakplatanen, heel genoeglijk.
Na de thee schoven we op naar een bankje in de theetuin. En daar aten we onze boterhammetjes op. Met uitzicht op een rechthoekige vijver met een grote theepot als ‘water feature’.
Via de rariteitenoproep zijn deze binnengekomen.
Van Paula uit Beetsterzwaag.
Inzendingen welkom.
De wandeletappe van 22 juli ging (voor ons) van Wehe den Hoorn naar Winsum. In Eenrum sloten Pieter en Mirjam aan. Na het halen van een stempeltje bij cafe Bulthuis (” We zijn heel zuinig op onze kerk“, zei de cafebaas, wachtte even en vervolgde “we gebruiken hem nooit“), op naar de Kleine Plantage. De planten stonden er prachtig bij, en de kleuren knalden ons tegemoet. Toen we de kwekerij opliepen, en ook de rest van de dag, waren er tientallen minikleinebeestjes in de lucht en op ons. Kriebelig, volgens Mirjam. Onweersbeestjes, zei de man van de Kleine Plantage. Hij hoopte vurig op onweer, eigenlijk regen, want het water geven van de planten de afgelopen periode op de kwekerij was inmiddels een dagtaak geworden.
Begin mei waren Eddy en ik ook al in Eenrum, toen op de fiets en rhodondendrons kijken in de Notaristoen, en ook even langs de Kleine Plantage. Daar hadden we het eerste stukje Pronkjewailpad gelopen, de route gaat namelijk over het terrein van de kwekerij.
Al jaren pot ik in voorjaar de commelinawortelstokken apart op. Het worden er steeds meer, dus steeds meer potten. Een paar jaar terug gaf ik een paar wortelstokken aan de buren. Die hebben ze een aantal weken later pas opgepot, en ze ook allemaal bij elkaar gezet in een grote witte pot. En in het hoekje bij de deur gezet, voor een witgepleisterde muur.
Afgelopen week kwam iik s morgens langs en stond perplex van de enorme bos blauw. Bij ons zijn ze allang uitgebloeid.
Kloosterburen heet natuurlijk niet zomaar Kloosterburen. Is genoemd naar het klooster. De monniken in het klooster konden niet alleen heel goed dijken bouwen (daarom waren ze ook naar het noorden gekomen), maar ook tuinen onderhouden. Daar teelden ze allerlei medicinale planten, en eten natuurlijk.
De tuin is weer in ere hersteld, en opvallend is dat er steeds grote perken van ongeveer 4 x 4 meter met een en dezelfde plant waren beplant. Hier een oranje veld van goudsbloemen op de voorgrond, en een perk oostindische kers het bed erachter.
Als je heel goed kijkt is er ook nog iets vreemds op de foto te zien….
Gevonden?