Fazantenbes

Als ik 1 plant moet noemen, die dit jaar de aandacht trok van verschillende bezoekers van onze tuin, dan is het wel de fazantenbes. Leicestera Formosa. 1 exemplaar staat wat verstopt in de heesterborder vlak bij de vijver. De andere, staat meer in het zicht, en is dit jaar uitzonderlijk groot geworden. Deze foto’s zijn van vandaag. Steeds komt er een niuewe krans van bloempjes, en zo ontstaan steeds langere trosjes. DE schitbladen blijven mooi donkerrod en op de plek van de witte bloempjes vormen zich glimmend paarse besjes. Eetbaar ook, en ze ruiken naar …. caramel.

Paar ‘bestellingen’ opgenomen voor stekjes van deze heester. Dat moet wachten tot het voorjaar, volgens de stekinstructies op internet.

Druiven en spreeuwen

Spreeuwen
Slordige eters
Slordige schijters

Het druivensap is bijna op. De afgelopen twee weken eet ik mijn ontbijtmuesli niet met melk, maar met druivensap van eigen druiven. In de kelder staan inmiddels een paar potjes met verse gelei/jam van druiven en een beetje wijnbes. Tot twee weken geleden plukten we bijna elke dag een paar trosjes druiven als toetje. De merels waren al lang bezig met her er der een druifje te snoepen.

Maar twee weken geleden begon de grote aanval van groepen spreeuwen. 1 middag heeft Eddy ze weggejaagd en ben ik snel nog een voorraadje druiven gaan plukken, 2 vergieten vol. Hence, de druivensap en gelei. De rest was voor de vogels. Dat lieten de spreeuwen zich geen twee keer zeggen. In 1 middag was alles zo goed als leeg. Het pad onder de pergola was bezaaid met afgevallen druifjes. Slordige eters. En verschillende van de net gewassen ruiten hadden ook een druivensouvenir. Slordige schijters.

Minstens 5 op een kluitje en 1 vliegt net rechts uit beeld
Druivengelei op het slaapkamerraam

Tayberry

Meestal ben ik met blote handen aan het werk in de tuin. Maar niet als ik bezig ben met de Japanse wijnbes, bramen, of de tayberry. Enorm veel stekeltjes hebben die. Ik heb jaren geleden een tayberry stek meegenomen van Jan en Yvonne Wieringa uit Eelde. Zij doen ook altijd mee met het Open Tuinen weekend. Naast een mooie rotstuin, dus ook veel (klein)fruit.
Vaag meen ik mij te herinneren dat Yvonne zei dat de tayberry best een wilde groeier is. Dat klopt.
Eigenlijk is de heester beter voor een moestuin of fruittuin, waar je de (meters) lange takken die in een seizoen gevormd wordt kunt aanbinden. Als je dat doet is de oogst formidabel. De tayberries zien er uit als frambozen , maar dan twee keer zo lang. vruchten in de zomer.
Ik had de struik aan de rand van een kweekbed gezet en de eerst jaren bleef die daar ook. Maar afgelopen twee jaar werd het wat woester in dat kweekbed, en is de tayberry zijn eigen gang gegaan. Heel wat vruchten geplukt, maar eigenlijk kon ik er niet meer goed bij. Net als bramen maakt de tayberry in het groeiseizoen lange nieuwe takken, die -als ze ergens de grond raken- makkelijk wortelschieten. Dan heb je een nieuwe struik.
Dit weekend besloten de tayberries te ruimen.

Voor liefhebbers met een moestuin of fruittuin, heb ik ongeveer 10 struikjes, met kale wortel, in een kuip staan. Diezelfde kuip die net was vrijgekomen door het verhuizen van de minivijver. Het is nu prima tijd om ze in de tuin te zetten.
Deze week ga ik ook ingrijpen in de herfstframbozen. Die groeien niet ‘bovenlangs’ zoals de tayberries, maar ‘onderlangs’ met worteluitlopers. Van de meeste struikjes heb ik de laatste frambozen geplukt vandaag. Zag wel dat een paar takken nog bloemen in wording hebben. Die heb ik binnenkort dus ook in de ‘aanbieding’.

Jan en Yvonne Wieringa
Een tuin van 1600 m2 met een soortenrijke aanplant van vaste planten in de eilandborders, die door het gebruik van kronkelpaadjes ontstaan zijn. Naast de vaste planten slingeren rotstuinen, opgebouwd uit zwerfstenen, tufsteen en met saxifraga’s, door een gedeelte van de tuin. Tevens zijn een tweetal turftuinen aangelegd. In de moestuin wordt op biologische wijze getuinierd. De 3 kassen worden vooral gebruikt voor tomaten. Behalve vruchtbomen zijn ook talrijke vruchtstruiken aanwezig. Het totale oppervlak van het perceel is 2600 m2.

Fruit inmaken

Woensdag ochtend stond ik in de keuken appeltjes in dunnen schijfjes te snijden. Om eens te roberen hoe het gaat om gedroogde appeltjes te maken. DE appels van onze Groninger Rode Kroon zijn zo droog, dat ze niet lekker zijn uit de hand. En er zijn er nu wel heel veel. I x hete bliksem gemaakt, een handvol appeltjes in de werkkamer: want-ze-ruiken-zo-lekker. En nu dus gedroogde appeltjes: ringetjes, op sateprikkers (en Chinese eetstokjes, in de over. Op 50 graden en ruim drie uur in de oven, dan goed laten afkoelen en in luchtdichte bus wel een jaar te bewaren.
Waarschijnlijk toch niet lang genoeg (geduls is een schone zaak), en ik vertrouwde het niet helemaal, dus ik heb de bus met semi-gedroogde appels in de koelkast gezet. En doe nu elke ochtend een flinke portie in mijn kefir met muesli als ontbijt. Niks 1 jaar bewaren, flink dooreten zodat ze binnen een week of twee op zijn.

Het volgende project kan zijn : rozebottelgelei van de botteltjes van de egelantier. Een paar takken waren opzij over het tuinpad gewaaid en heb ik verwijderd. Takken in de kliko, en de botteltjes in een grote emmer. Of toch maar eerst stoofpeertjes maken? Vanmiddag waren we een stukje fietsen/ wandelen en toen we thuis kwamen stond er een stoffen tasje vol met stoofpeertjes op de terrasrafel. Die combinatie: stoffen tasje en stoofpeertjes, dat kan maar 1 persoon zijn: Hilde!

Boomgaard

We hadden tijdens onze vakantie via Natuurhuisje.nl geboekt in Ulrum. OP fietsafstand van de haven van Lauwersoog, zodat we ook een dagje naar Schiermonnikoog konden.

Het was een appartement (1van 2) met openslaande tuindeuren naar een boomgaard die we de eerste dagen voor ons zelf hadden. In de boerderij is ook nog een bed en breakfast mogelijkheid (met 3 kamers), maar die waren op de eerste nacht na leeg. Hellen en Willem runnen de B&B, ze wonen sinds 2019 op de Hugt. De boerderij staat op een boerderij-wierde en steekt een stukje boven het omringende boerenland uit. Eigen gracht erom heen met riet als helofyten filter voor de zuivering van het eigen afvalwater.

Voldoende voor hete bliksem voor een weeshuis…

De grootste appelboom, een rode kroon, moet nog gesnoeid worden, vertelt Hellen, als ze met een stukje pompoentaart aan komt wandelen. De andere fruitbomen zijn al gesnoeid maar deze reusachtige oude boom nog niet. Misschien al wel 20 jaar niet. Boordevol appels, maar wel kleintjes. Contimu plofjes van appeltjes, die uit de boom vielen. (Newton in actie!).

De rode appeltjes (van een andere boom), voor onderweg, lekker friszuur en supersappig.
De groene appeltjes zijn geen appeltjes, maar peren. Die waren nog een beetje hard, dus mee naar huis genomen, om de komende dagen bij het ontbijt op te smikkelen.
Ochtend van vertrek, 23 september, nog even een bericht voor Hellen achtergelaten…

En bij heldere nacht… prachtige sterrenhemel met de melkweg als een nevelige band zichtbaar. Bij ons thuis lukt dat niet vaak meer, met het vele strooilicht van straatlantaarn.

Roodbloeiende aardbei

Het hart van fragaria x ananassa ‘Lipstick’

De gewone aardbei die we in de (moes)tuin gebruiken is een hybride. De botanische naam is Fragaria x ananassa. Er zijn veel varieteiten te koop, sommige soorten bloeien 1 maal , andere zijn doordragers. Al deze aardbeiden hebben witte bloemen, met vijf bloemblaadjes.

Aan het eind van vorige eeuw probeerden kwekers nieuwe hybriden te kweken die roze of rode bloemen droegen. Hiervoor moesten ze op zoek naar een andere plant dan een fragaria (die immers allemaal wit bloeien), en ze kwamen uit bij een nauw familielid: potentilla palustris, de wateraardbei. Net als de gewone aardbei, hoort de potentilla bij de rozenfamilie. Na het kruizen van beide soorten en toen weer terugkruizen met een andere aardbei leverde als eindresultaat een roze en een roodbloeiende aardbei. ‘Pink Panda’ werd gepatenteerd in 1991, ‘Lipstick’ kort daarna. Beide kunnen vruchten maken, die prima eetbaar zijn, en een beetje op de vruchten van de bosaardbei lijken. Kleiner dus dan die van de gewone aardbei, en laag in aantal.

Vanaf nu noem ik de roze aardbei bij ons in de tuin gewoon ‘Lipstick’. De kleur is opvallend, en vooral as het net geregend heeft stralend rood.

Appeltje voor de winter

In het najaar verzamel ik altijd de appels van de Groninger rode kroon in de verre schuur. In een emmer deze keur, zodat de inwonende muis ze niet allemaal opknabbelt. Met het idee om ze in kleine hoeveelheden aan te bieden aan de vogels: als het vriest en de vijver is dichtgevroren en er geen drinkwater voor de vogels is. Mooi niet, deze winter. Dus de resterende voorraad nu maar in een keer buiten neergegooid. Voor de liefhebbers. Fleurig zo, dat rood en geel.

Rechts een grote stapel oude teunisbloemstengels, nu pas weggehaald, zodat de vogel er de hele winter nog zaadjes uit konden halen.

Vruchttijd

Nazomer en vroege herfst in de tijd van het vele fruit, appels, peren, kweeperen. Maar ook vuurdoornbessen, hulstbessen, ligusterbessen, kardinaalsmutsbessen. Tijd voor vogels en ander tuinleven om zich lekker vol te stoppen.

Kweeperen
Vuurdoorn

De kweeperen kreeg ik van Willie, die bijna omkomt in de kweeperen. De vuurdoorn staat tegen de voorkant van ons huis mooi te wezen. Nu nog volop in bes, als het straks kouder wordt komen de merels de bessen een voor een weghalen.

Voedselbos op straat

Op steeds meer plaatsen worden voedselbossen aangelegd, waar steeds veel valt te oogsten van bomen en struiken. Maar ook in eigen tuin, of gewoon aan de straatkant kun je in dit seizoen het nodige verzamelen. Laast al hazelnoten (op het fietspad op weg naar de fysiotherapeut), valappels (van de buurman, in mandje bij de weg gezet), en deze week tamme kastanjes. Op het hoekje van onze straat staat een tamme kastanje, waar ik onderdoor loop op weg naar de winkels. Afgelopen week bezaaid met stekelige bolsters, die in de regen zacht werden. Tussen de stekels in, keurig beschemd, 1 2 3 of zelfs 4 kastanjes. Bij een kleine ochtendwandeling op een thuiswerkdag deze week, een ommetje gemaakt langs de kastanje boom. Met uitpuilende jaszak weer thuis.

Tamme kastanjes hebben dezelfde mooie kleur als de wilde kastanje/ de paardenkastanje. Ze zitten alleen met meer dan 1 (meestal) in de bolster en hebben een klein puntje bovenaan. En…. je kunt ze eten. Ik denk dat ik kastanjebrood ga maken.