Koeiendans zonder publiek

Boer Durk van Obio stuurde zaterdag een mail. Dat zijn koeien waarschijnlijk de 28ste de wei in zouden gaan. Normaliter nodigt hij veel mensen uit om daar van mee te genieten.. Deze keer niet.
Maar wel een filmpje.

Jaren geleden waren we er wel een keer bij. DIt was ons eigen filmpje van 30 maart 2014. Blijft leuk om die grote beesten te zien huppelen. En wat een mensenmassa!

Gele plastic zakken

Bezoek is nu wat lastig, dat geldt ook voor tuinbezoek. Terwijl dit juist het seizoen is waar heel veel plantjes te delen en dus uit te delen zijn. Sommige had ik al vorig jaar aan tuinvrienden beloofd, en nu is het tijd om ze uit te spitten. Hoe te handelen?

Plantjes voor Paul

Gewoon de plantjes op de oprit klaar zetten en af spreken met de tuinvrienden om ze op te halen. Afgelopen week stonden dus een paar keer gele plastic zakken met pollen planten klaar.
Voor Ina en haar schoonzus: miscanthus sinensis en molinia
Voor de zoon van Sophie: twee soorten miscanthus.
En bij Paul bracht ik een paar planten en zette ze op de stoep: smeerwortel, gerania en bosanemoontjes.

Dit is een mooie schaduwplek voor de plantjes.

Estoi

Een kilometer of tien ten oosten van Faro ligt Estoi, een klein plaatsje met ongeveer 3000 inwoners. Estoi is bekend vanwege het Palacio de Estoi, een roze gepleisterd paleis, in Roccoco stijl. Gebouwd in de 19e eeuw en gerestauteerd begin 20ste eeuw. Inmiddels in eigendom van de gemeente Faro en toeristentrekpleister. Wij waren er twee jaar geleden, begin april, in Zuid Portugal op fietsvakantie.

Het was een aardig klimmetje om er te komen, naast de foto’s van de tuin heb ik er ook nog een van mezelf met een nogal rood aangelopen hoofd. Warm herinner ik me, en heerlijk afkoelen in een beschaduwd plekje, uitkijkend over de geometrische tuinen, met de rug tegen de koele blauwwittetegeltjes. Die tegeltjes worden als iets heel bijzonders beschreven, wij dachten: da’s toch gewoon Delfts blauw.

Stenen huis

Stinzenplanten zijn genoemd naar de plaatsen waar ze vaak in enorme aantallen zijn aangeplant (en later verwilderd) : een Stins is een stenen huis, een landhuis. In Groningen noemen we zo’n landhuis of kasteeltje vaak een borg, Stinzenplanten heten hier dan ook borgbloumkes.
Zo mooi, vroeg in het voorjaar en dan liefts velden vol van dezelfde: de sneeuwklokken in Amelisweerd, de aconieten in Wedde, of zoals hier de holwortel.

Bij ons is het veldje sneeuwklokjes uitgebloeid, onder de wilde roos staat de daslook. Zal niet lang duren voordat die in bloei staan. Inmiddels ook een respectabel oppervlak. Met uiengeur.

Stapelmuur

Zondag wat grijs en deels regen. Eind van de middag nog even een frisse neus gehaald, klein rondje vanuit huis. OP een van die rondjes kom ik langs een huis met een hele mooie stapemuur. Voor jullie even op de foto gezet. Ongeveer een meter hoog, de begrenzing van een aarden wal. 1 meter hoog en zo’n anderhalve meter breed. Rode bakstenen zijn tegen de schuine rand van de wal gestapeld, en ertussen groeien allerlei plantjes, en vooral in dit seizoen, aan het eind van de winter: heel veel mos. Op de wal zelf ook een aantal grote struiken die in de zomer het huis aan het zicht van de langslopende wandelaars onttrekt. De muur kunnen we dan nog wel zien.

Overcingel

Midden in Assen is een landgoed dat lang van de familie van Lier en later van Lier-Lels was. Vorig jaar in september is de laatste van Lier-Lels overleden. Het huis is akado gedaan aan het Drents Landschap, met de voorwaarde dat de jaarlijkse krokuswandelingen, waar de oude van Lier-Lels zo dol op was, door zouden gaan. Duizenden en duizenden krokussen, en iets later ook andere stinzenplanten.

In het Dagblad van het Noorden zagen we de aankondiging van de wandelingen staan, ook op vrijdag 21 februari. Dat leek de beste dag wat neerslag betreft. Vrijdagmiddag togen we met de trein naar Assen. Het was droog, dat wel. Maar door de harde wind erg koud. Wel leuk om even door het nu nog 5 hectare grote park te lopen. Het voorste deel is in 1824 (her)aangelegd in Engelse landschapsstijl door Roodbaard, het deel meer naar achter heeft nog de rechte lijnen en ‘grand canal’ van het oorspronkelijke Franse ontwerp. Drie gidsen van IVN begeleiden de drie groepen door de zeer natte tuin. Onze gids was niet bepaald de meets boeiende spreker, dus na een halfuurtje namen we onze eigen route. Toen even Assen in om ergens warme chocomel te drinken.

Er werden die dag ook TV opnamen gemaakt voor het programma Binnenste Buiten. Ergens in Maart zal de uitzending zijn. helaas geen glimpje zon, dus alle krokussen bleven dicht. NIks geen vrolijk zoemende hommels.

Sculptuur van de natuur

Bijzonder kunstwerk in het park bij Huize Overcingel. Organische vormen van hout, midden in het gras, uit de grond komend. De hoogste punten zo’n 60 centimeter hoog. Huh?

Het blijken luchtwortels te zijn van de moerascipres die ruim 10 meter verderop in het park staat. Je moet het maar weten!

Van nature groeit de moerascipres in moerassige vlaktes, die delen van het jaar onder water staan. De boom is daaraan aangepast door het vormen van knievormige luchtwortels die boven de grond en het water uitsteken waardoor de wortels zuurstof kunnen krijgen. De moerascipres is een ‘blad’-verliezende naaldboom, net als de metasequoia (watercipres) en larix.

Peppelboom

Vorig weekend met vrienden een stormachtig weekend doorgebracht in huisje de Peppelboom, tussen Garderen en Putten. Aan de rand van de Veluwe. Zondag was binnenspeeldag, vanwege de aangekondigde storm. Zaterdag lekker gewandeld en o.a. deze keutel tegengekomen.

Wie zijn keutel?

Dat bleek niet zo moeilijk. Keutel van een wild zwijn. Er moeten heel wat wilde zwijnen zijn, overal op en vooral in de bermen van de wandelpaden zagen we grote omgewoelde plekken waar de zwijnen op zoek naar lekkere hapjes de grond omgewoeld hadden. Duidelijk verse sporen..

Een wild zwijn is -net als de mens- een alleseter. Meestal bestaan de uitwerpselen klonten van aan elkaar gekleefde bolvormige keutels, zo’n 7-8 cm breed. Als je de keutel open zou peuteren kun je allerlei restjes van planten en dieren in terugvinden. De geur zou onaangenaam en zuur. Niet zelf getest.

Geen zwijnen in het wild gezien, wel de sporen dus. Het dichtste bij kwam deze foto van de hele grote foto die in ons huisje aan de muur hing.

Lente in de hortus

Miezerregn maar niet koud. Toch een kleine wandeling gemaakt. Naar de Hortus. De sneeuwklokjes hadden hun klokjes nog gesloten, de lenteklokjes niet. Een veldje vol lenteklokjes, dansend in hun witte hoepelrokjes.

Lenteklokjes, Leucojum vernum
Wat zit er onder het rokje?

Terugwandelend van de Hortus zagen we een hoopje wegggegooide bloembollen onder een boom, waarschijnlijk vorig gjaar in een bloempot gezetten, en in de berm leeggegooid. Twee handenvol van de uitlopende bolletjes meegenomen en langs de gevel van ons huis geplant. Zo te zien kleine tulpjes en krokussen.

Sumak

Voor zondag een recept uitgezocht met pompoen en za átar en sumak. Pompoen eten we vaak, maar de andere twee ingredieneten moest ik opzoeken. Za átar blijkt een kruidenmengsel te zijn, oragano-achtig, En sumak is gemaakt van gedroogde gemalen besjes, heeft een friszure smaak. Zaterdagmiddag waren we in Groningen (dank voor de flimkaartjes , Jitske) en op de terugweg liepen we door de Folkingestraat. Als je Groningen niet kent en er op bezoek komt… aanrader. Vol met leuke, alternatieve winkeltjes. Onze favoriet: Le Souk. Daar gaan we altijd kruiden kopen. En nu kijken of ze ook za’atar en sumak hebben. Natuurlijk!

Net links van het midden, mand met groen spul: za ‘atar

Leuk in deze winkel is dat je de kruiden zelf in zakje schept uit grote manden en bakken. Ook onze voorraad peperkorrels weer aangevuld.

Thuis opgezocht aan wat voor struik de sumak besjes groeien. De naam komt me vaag bekend voor. Sumak blijkt een hele familie van kleinen struiken en bomen te zijn. De wetenschappelijke naam is Rhus.
Ja die ken ik: de fluweelboom in onze tuin is een rhus, rhus typhina. De struik waar sumak, de besjes , van worden gebruikt heet rhus coraria. Als je plaatjes kijkt lijkt de plant er erg op. Zeker de rode kaars van de (vrouwelijke) bloempluim.

Kun je ook iets met de (harige) steenvruchtjes van de fluweelboom? De verschillende sites zijn daar niet eenduidig in. Regelmatig kom ik tegen dat je een donkerrode bloempluim in koud of warm (niet kokend!) water legt en dat je dat een heerlijke verfrissende friszure drank over houdt. Een andere naam voor de fluweelboom is azijnboom. Als ik er aan denk, over half jaar, op een warme zomerdag proberen…

Vruchtjes fluweelboom , halverwege juli