Roodbloeiende aardbei

Het hart van fragaria x ananassa ‘Lipstick’

De gewone aardbei die we in de (moes)tuin gebruiken is een hybride. De botanische naam is Fragaria x ananassa. Er zijn veel varieteiten te koop, sommige soorten bloeien 1 maal , andere zijn doordragers. Al deze aardbeiden hebben witte bloemen, met vijf bloemblaadjes.

Aan het eind van vorige eeuw probeerden kwekers nieuwe hybriden te kweken die roze of rode bloemen droegen. Hiervoor moesten ze op zoek naar een andere plant dan een fragaria (die immers allemaal wit bloeien), en ze kwamen uit bij een nauw familielid: potentilla palustris, de wateraardbei. Net als de gewone aardbei, hoort de potentilla bij de rozenfamilie. Na het kruizen van beide soorten en toen weer terugkruizen met een andere aardbei leverde als eindresultaat een roze en een roodbloeiende aardbei. ‘Pink Panda’ werd gepatenteerd in 1991, ‘Lipstick’ kort daarna. Beide kunnen vruchten maken, die prima eetbaar zijn, en een beetje op de vruchten van de bosaardbei lijken. Kleiner dus dan die van de gewone aardbei, en laag in aantal.

Vanaf nu noem ik de roze aardbei bij ons in de tuin gewoon ‘Lipstick’. De kleur is opvallend, en vooral as het net geregend heeft stralend rood.

A riot of colours

Er groeit en bloeit van alles door elkaar in onze tuin. Niet erg rustgevend voor het oog soms, maar ik wordt er wel erg vrolijk van.

Midden achter zie je een grote bos gras opkomen. Miscanthus sinensis ‘Kleine Silberstpinne. Daarvoor en felpaarsroze bloemscherm van een allium putple sensation.

Bij het een beetje rond lummelen in onze fietsenschuur kwam ik de verpakking van bloembolle weer tegen. 4 alliums purple sensation. Op de foto lastig te zien, maar het zijn er vier, sommige met meerdere stengels uit de bol. Al weer glad vergeten, maar ik heb toen ook 1 allium mount Everest, een witte geplant. Kijken in de buurt van de purperen alliums of daar nog een vijfde opkwam. Ik zag niks. Waar zou ik die geplant hebben…

Da’s handig van een digitaal tuindagboek (zoals dit blog), je typt een woord in (‘everest’) en TADAAH, daar komt meteen de datum te voorschrijn waarop ik een stukje over de alliums heb geschreven. 29 december.
Vaak schrijf ik erbij waar ik ze geplant heb, maar deze keer niet. Toch heb ik een vermoeden wara de witte allium staat, met een ‘clue’ uit het stukje van 29 december. Wie lost het mysterie op.?

Vogelverhalen: gast

Kom snel kijken, zei Eddy, wat er nu voor vreemde vogel op de pindasilo zit. Dit is de pindasilo aan de zijkant van het huis, op een afstand van zo’n twee meter van de erker. Mooi om hier vogels te bekijken in de winter. Heel langzaam komen aanlopen, dan schrikken ze niet.

Deze hadden we nog niet eerder gezien. Eddy ging hem van dichtbij bekijken.

Vreemde vogel op de pindasilo. Klik op de link voor filmpje.

Nieuw stukje voortuin 2

Eind maart nieuw stukje voortuin ingeplant. Zo ziet het er anderhalve maand later uit.

9 mei

Van links naar recht: twee beemdkroonachtige rozetten uit de achtertuin, dan 5 grijsgroene toeven van de sedum herbstfreude, daar voor 6 lage asters. Vorig najaar bij Vivara gekocht en in potten gelaten om zo stevig mogelijk de grond in te gaan. We hebben hier slakken die asters extreem lekker vinden, en regelmatig zijn de planten -als ze nog laag zijn- helemaal opgegeten. Daar weer voor 6 x met grijsblauw blad: cerintje major planten, Toen ik ze in maart in de grond zette hadden de zaailingen nog maar twee bladeren. Nu weer naar achter: 3 pollen plataargras (chasmanthium latifolium). Net buiten beeld rechtsboven van deze foto stond een flinke pol, ik heb er in maart de helft vanaf gehakt. Ja, echt gehakt, of misschien nog beter ‘gekliefd’, de wortel kluit is enorm stug. Ik moest echt springen op de schep om ze gedeeld te krijgen. Die halve pol in drie delen in de grond gezet. De andere helft staat nog waar ie stond. Dan in de rechteronderhoek: drie kleine roosjes, gele bijenweelde. ZE gaan bijna bloeien!

Naar de kapper

Ja, deze week mocht het weer. Naar de kapper gaan. Niet dat dat voor mij zo bijzonder is. Ik ga, als ik er aan denk, 1 x per jaar. Ja , echt waar. Maar voor veel mensen was het lastig om bijna twee maanden niet naar de kapper te gaan. En uiteraard was het erg zwaar voor de kappers zelf. Fijn dat die weer, in kleine poties, klanten kunnen ontvangen. Hier in het dorp was, om de lokale ondernemers te steunen een ‘voucher’ actie op poten gezet. Je kon bij verschillende winkels vouchers kopen die je al wel betaalde, en waar je later in het jaar de diensten voor afnam. Onze kapper David deed ook mee. Dus eerstvolgende kap-beurt kan via reeds gekochte voucher.

Waarom dit kapperverhaal, als dit blog eigenlijk over de tuin gaat. Omdat vandaag onze ligusterbol langs de oprit naar de kapper is gegaan. Ik heb hem een snoeibeurt gegeven en de bol staad er weer kortgeknipt bij.

NB. Ooit is hier een ligusterbesje uitgepoept door een vogel, en daar kwam een struikje uit, en die begon ik te snoeien, en nu is het een forse bol. Ter plekke is de oprit nu wel een halve meter smaller.

Glas-in-lood

In een pot op het terras hebben we een lavendel, een kuiflavendel. Twee jaar bij een bezoekje aan de Grote Markt in groningen gevonden. Zonder potje, droge kluit. Had wars iemand onder de snelbinder gedaan en toen spring de lavendel pardoes uit haar potje. Nu staat ze als twee jaar bij ons op het terras. In een terracottapot. Kleurt heel mooi, wel goed in de gaten houden. Een terracotta pot, en dan ook nog een die de hele middag de zon heeft droogt snel uit. Een lavendel moet daar wel enigszins tegen kunnen, maar het moet niet te gek worden. DE kuifjes van de bloemen zijn nu mooi open, de hommels hebben de plant gevonden. ‘s Middags bij de thee schijnt de zon door de kuifblaadjes heen, net glas in lood.

Potjesman

Onze tuin is aan de straatkant ongeveer 20 meter breed. De ene helft heeft een ligusterhaag papalel aan de stoep. De andere helft begint met een grote gele taxus, dan een ilex crenata, nog wat andere struikjes en dan richting de oprit allemaal laag spul. Vorig jaar een muur van teunisbloemen, maar ook een rij met pollen pitrus. Een heel taai ‘gras’, inheems , dat het uitstekend doet in vochtige, venige gebieden. En ook in venige tuinen.
In de afgelopen weken heb ik eerst de uitgebloeide teunisstengels weggehaald, een grote berg. Daarna steeds een stukje van de pitrussen opgeruimd. Stukje bij beetje want het is hard werken om de pollen eruit te krijgen (zonder de schep te breken) en op de aarde zo veel mogelijk van de pollen af te hakken/kloppen. Vandaag nog een stuk van het adderwortelperk afgestoken. Ook een wilde plant, zeldzaam tot zeer zeldzaam in Nederland in het wild. Vooral langs veenriviertjes en vochtige zure plekken. Ook veel in tuinen omdat de plant als stinsenplant is gebruikt en zo op meerdere plekken terecht is gekomen.

Potjesman, zoveel potjes heb ik vandaag leeggemaakt.

En zo had ik een strook van 4 meter lang en 60 cm breed, langs de stoep vrij. Tja, wat zal ik daar inzetten. Niet de tere plantjes want de strook ligt bij de stoep, op het zuiden, en omringende planten als kleine japanse duizendknoop en adderwortel (ofwel opdringerig). Gelukkig had ik nog heel wat planten eerder dit voorjaar opgepot. Zo kon ik de streep grond inplanten en ontstond tijdelijk de ‘potjesman’. Totdat het zo hard ging waaien dat de potjes in het rond tolden.