Agrius convolvuli

Uit wandelen met Margreet en Hilde. Er loppt echt een paadje hoor!

Afgelopen donderdagmiddag gedrieen gewandeld. Hilde wilde het ‘geheime’ paadje wel eens zien, waar ik een paar weken geleden over blogde. Zo gezzegd zo gedaan. het pad was nu nog wat meer dichtgegroeid. Toen we weer uit de jungle kwamen op het fietspad zagen we dit vreemde groene geval.

Een groen worteltje?

Ik was al doorgelopen, toen Hilde en Margreet mij riepen om even terug te komen. Ze blokkeerden een stukje van het fietspad, voor deze grote groene rups. Ik herkende het meteen als de rups van een pijlstaart. Tja, die haak achterop is een echte ‘give away’. Ik pakte het beestje op om veilig aan de andere kant van het fietspad neer te zetten Ondertussen zocht Hilde op welke pijlstaart het was: een windepijlstaart-rups. Je hebt ze in groen, maar soms ook bruinig, tot tegen heel donker bruin aan.

De windepijlstaart is een trekvlinder uit Zuid-Europa die in jaarlijks wisselende aantallen naar Nederland komt. In 2015 was het een goed jaar voor de windepijlstaart en werden ze veel gezien. Normaal gesproken kunnen de eitjes die deze vlinders leggen bij ons niet overleven: de Nederlandse winters zijn te koud. Maar door de zachte winter hebben waarschijnlijk toch veel rupsen het overleefd. De rupsen zijn flink gegroeid en gaan binnenkort verpoppen. De vlinders die uit de pop kruipen zullen weer naar het zuiden vertrekken. De rups leeft van haagwinde of akkerwinde en wordt vaak langs fietspaden of dijken, waar wide groeit, gezien.

Bij Hilde – tihima

Goedemiddag dames, hoe gaat het met julli? De hittegolf is over, de twee kleine bosuiltjes zijn weggevlogen en de bijen terug in de korf. Tijd voor een kopje thee in de tuin? Bij regen onder het afdakje.”
Dat was appje vorige week van Hilde, en afgelopen maandag waren we bij haar in de tuin. Inderdaad ondewr het afdakje en met jas aan. Stuk frisser dan eerst. Vorige week een appje van Hilde, aan Margreet en mij.

In het appje heel kort aangestipt, nu kregeh w e het hele verhaal van de bijen. Dat er gezoem was in de tuin. Dat ze Marcle, de jonge imker die een paar huizen verderop bijen had inseinden. Dat Marcel even kwam kijken en wat vertwijfeld naar de hoge plek keken wara de bijen in de boom zat. Dat ie zei, even een paar uur aanzien, soms vliegen ze snel weer verder. ‘s Avonds hingen ze er nog, en Marcel kwam met een vriend terug, goed in de imker kleren. Ladder, wat takken snoeien, een geimproviseerd vangnet: een laken over een open staande kliko: hoog in de boom aan de tak schudden (Hilde binnen!) bijenkluit viel omlaag in het vangnet/mand. Half uurtje wachten totdat alle bijen bij de koningin in de mand gingen zitten. En Marcel heeft er een nieuw volkje bij. Waar ze vandaan kwamen weet ie niet, ze waren niet bij hem vertrokken. Zachtaardig volkje, vond ie.

Beestjes op scabiosa

Halverwege de achtertuin is een perkje waar nu volop bloemen groeien waar allerlei beestjes dol op zijn. Verbena bonariensis, en een leuk bolvormige lila scabiosa bolletje. Alles door elkaar.

Als de zon er op schijnt,
is het een feest van zoemertjes.
Ik ga er vaak naast staan,
genieten van het leven.
Soms met ogen dicht,
luisteren alleen,
gezicht in de zon.

Hoe het er ongeveer uitziet als het beweegt: klik hier.

Doeke, de imker, kwam langs. Hij kwam met een potje honing en ging weg met een heleboel plantjes, plantjes voor bijen en vlinders, om in de tuin bij zijn bijenkasten te zetten. Ook deze scabiosa bolletjes.

Transgender kat

Kom eens kijken, riep Eddy, herken je deze kat?
Eddy liet me een paar foto’s van een lokale facebook pagina. Van een kat die in de hete dagen ruim een week geleden door de dierenambulance was opgehaald.
Ja Natuurlijk, dat is Suzanne.
De poes die al jaren lang en uren per dag bij ons in de tuin ligt. Vroeger helemaal achter in, heel voorzichtig. Later op de picknicktafel, en nu gewoon pal voor de deur op het pad. Een oud katje, met een huppelend loopje. We weten niet precies waar ze woont, een klein stukje verder op in de straat is het vermoeden. Maar vaak thuis zal ze niet zijn.

Elke avond laat komt ze zich een melden door voor de buitendeur langs te lopen en met de bewegingsmelder het buitenlicht aan te doen. Toen het zo heet was lag de poes bijna in coma, op het pad of de oprit half onder een struikje. Af en toe gingen we kijken ‘of ze het nog wel deed’.

Ook de buurkleindochter was erg ongerust toen poes ook vaak op een vast plekje achter de garage bij opa (onze buurman) lag. Op apegapen in de hitte. Na een paar dagen heeft ze Opa overgehaald om de dierenambulance te bellen en die heeft Suzanne dus opgehaald. Voelde toch als schok, dat een poes die we zo vaak gezien hebben ineens weg is.

Wel kwamen we er door de beschrijving op facebook achter dat Suzanne geen poes is, maar een (ex)-kater! Niet gechipt, dus de eigenaren konden niet gebeld worden. Maar gelukkig kwam het goed en kwamen de eigenaren na een paar dagen haar/hem weer ophalen, lazen we op facebook.

Wij weten nog steeds niet precies op welk huisnummer hij/zij officieel woont. Het duurde ruim een week voordat Suzan weer eens langs kwam (misschien even huisarrest, of gewoon geschrokken van het avontuur).
En sinds gister heeft ze/hij weer een nieuwe favoriete vaste plek. Zie de foto’s. Ruikt nog lekker ook: in het bedje met roomse kamille, half onder een grote lavendelstruik. Alleen bij een dikke bui even schuilen. Dat is vandaag af en aan.

Meer Suzanne Sukke o.a. hier en hier en hier.

Fruitschaal voor vlinders

Toen de eerste vlinderstruik begon te bloeien eind juli vlogen er heel wat dagpauwogen rond. Toen werd het augustus en heet. Te heet blijkbaar voor de vlinders. Behalve de koolwitjes die in grote aantallen in de tuin vliegen, vrijwel geen enkele andere gezien. En inmiddels is de eerste bloei van de budleija zo goed als voorbij. Ik heb de vlinders gemist….

Daarom maar een paar fruitschalen voor vlinders neergezet. Met de valpruimpjes die onder de heg lagen en een paar valappeltjes. En op een plek gezet waar ik ze makkelijker kan bekijken. Nog geen overvloed maar alvast wel een atalanta.

NB. Vandaag maar liefst 4 atalanta’s gezien, wellicht zijn ze met de oostenwind van gister aangewaaid. Niet bij de vlinderstruik trouwens, maar in de serre. Daar vliegen heel vaak vlinders naar binnen, naar de nok, enproberen daar naar het licht/ de zon te vliegen. Zonde van de energie en op warme dagen wordt het er ruim boven de 35 graden.

Geconstateerd dat dagpauwogen de slimste vlinders zijn. Zij ontdekten dat je via de dakraampjes naar buiten kon. De atalanta’s en de witjes lukte dat meestal niet.

De hele dag bezig geweest vlinders naar buiten te laten. Op dit moment (acht uur ‘s avonds zie ik niets meer fladderen in de serre. Voor de zekerheid een schoteltje met suikerwater neergezet, als ik er vannacht per ongeluk 1 opsluit. Misschien lusten ze dat.

Kleinste vijver ooit

Met de warmte afgelopen weken is het goed opletten op de opgepotte plantjes nog genoeg water hebben. Ze staan grotendeels in de schaduw dat scheelt. DE plantjes voor de fietsenschuur staan op de betonnen onderplaat en daar groeit aardig wat mos. Da’s mooi omdat dat een soort spons is, dus de plantjes die daar op staan hebben dan een voorraadje water. Ook aangenaam plekje voor bruine kikkers. Als ik met de gieter in de weer ben springen er meestal wel een paar rond. Bijvoorbeeld net bij de bovenste punt van de grijze vierkante bak. Daar staat een oude mok met water.

Afgelopen donderdag zag ik er een die het zich wel heel gemakkelijk had gemaakt. Zijn prive vijvertje. 1 persoons (1-kikkers).

Lekker hangen in het bad

Groot Avondrood

Groot Avondrood

Jaren geleden eens een rups van groot avondrood in de tuin gevonden. Een joekel van een rups, die niet voor niets olifantenrups wordt genoemd. De vlinder, een nachtvlinder, kende ik alleen van plaatjes. Tot gisterochtend, toen zat ie op de binnenkant van het glazen dak van ons terras. Ladder erbij om hem van iets dichter bij te fotograferen. Net een plaatje gelukt en toen vloog ie weg.

De avond ervoor, was het tot heel laat ‘s avonds warm en we zaten tot het dondekr worden buiten. Te kijken naar de vleermuizen die rondjes vlogen vlak voor het terras langs ook. Even dachten we dat een vleermuis onder de overkapping van het terras was gevlogen, zo’n grote schaduw van een fladderend beest boven ons hoofd. Dat was aan de vorm te zien duidelijk een grote nachtvlinder, we zagen alleen het silhouet in het halfdonker.
Dat zou best wel eens een groot avondrood kunnen zijn, zeiden we tegen elkaar. En de vlinder vloog weer weg. Dat was vrijdag avond. En zaterdagochtend zat dit exemplaar onder de overkapping.

De rups zit op fuchsia, kattenstaart en waterdrieblad. We hebben alledrie in de tuin, vooral veel kattenstaarten. Toch maar eens goed in de gaten houden of daar aan geknaagd wordt.

Kleine Kaardebol

Kleinere bloemhoofdjes, dat wel. Ronde stekelballetjes, van ongeveer 2 cm in doorsnee met witte bloempjes. Maar een van de exemplaren van de kleine kaardebol in onze tuin is als gehele plant een stuk groter dan de grote kaardebol. De kleine kaardebol is ook meer vertakt en iets minder stug. Dit grote exemplaar staat niet helemaal handig, midden op het pad langs de meidoornhaag, dat we vrij houden voor het snoeien. Toch laten staan en er elke keer een beetje onderlangs voorbijgaan. Is een tweejarige, dus na dit jaar is ie hier weg.

Kleine Kaardebol, dipsacus pilosus, zeker drie meter hoog.
Grote kaardebol met lilapaarse bloemhoofden van 6-8 cm lang en 4 cm in diameter.

Badkuipjesplant
Langs de stekelige stengel van de grote kaardebol, of dipsacus fullonum, staan de bladeren in tweetallen aan de stengel. Ze zijn met elkaar vergroeid en vormen zo een bakje, waar regenwater in blijft staan.
Mieke, mijn zus nam vorig jara een stekje mee. Hoe heet die ‘badkuipjesplant’ ook weer, vroeg ze, toen de plant dit voorjaar de hoogte in begon te gaan.

2 x Jakob, 1 x Sint Jan

In de Hortus vandaag veel Jakobskruiskruid in bloei gezien, met daarop de olijk geel zwart gestreepte Jakobs-vlinder-rups. Een stukje verderop bloeiden grote hoeveelheden oregano, met daarop de Jakobsvlinders zelf. Niet geel-zwart, maar rood zwart.
Altans dat dacht ik! Totdat Ben me er op wees dat de afgebeelde vlinder weliswaar (ook) rood zwart was, maar niet de Jakobsvlinder. Het is namelijk de St. Jans vlinder.

Rups van Jakobsvlinder op Jakobskruiskruid

We hebben in de achtertuin in het bloemenweitje 1 Jakobskruiskruid staan. En we hebben ook veel bloeidende oregano. Als ik nou volgende keer als ik naar de Hortus ga een klein potje meeneem, en een of twee rupsen meeneem en die op onze ene bloemstengel zet….
In mijn broekzak meenemen -vandaag- vond ik toch niet zo handig.

Sint Jans Vlinder

Ben gaf me nog deze tip:
Op NatureToday heeft nog niet zo lang geleden een stukje gestaan waarin de beide vlindersoorten die inderdaad veel op elkaar lijken naast elkaar zijn gezet. Op de site van de Vlinderstichting staat ook een stukje over de relatie Jakobskruiskruid en Jakobsvlinder (https://www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbericht/giftige-sint-jacobsvlinder-waarschuwt-vogels) met een duidelijke foto van deze soort.