Pietje kijkt omhoog

Een zwart katje dat waarschijnlijk ergens in een van de appartementen in de flat achter ons woont komt dagelijks een paar rondjes door onze tuin wandelen. We noemen hem Pietje Bel. Vanwege het belletje aan zijn bandje , maar ook vanwege zijn ondeugende streken. Gister na het eten riep Eddy, kom eens kijken! Ik kwam voorzichtig aan en zag eerst Pietje zitten, zeer aandachtig omhoog kijkend naar het dak van onze serre.

Waar kijk hij naar? Nou dit.

Vliegende beestjes

Er vliegt nog van alles in de tuin. De atalanta’s zijn weer naar het zuiden getrokken (trekvlinders) net als de zwaluwen. Half september had ik alle uitgebloeide bloedpluimen van de vlinderstruik afgeknipt, nu zijn er weer allemaal nieuwe -wel kleine- pluimpjes. En daar zijn de dagpauwogen blij mee. Dat zijn de vlinders die we dit weekend het meeste zagen in de tuin. Niet alleen op de budleija, maar ook op schoot. Naast de dagpauw oog oog een verdwaald koolwitje en gister meende ik uit een ooghoek een gehakkelde aurelia langs te zien vliegen. Verschillende honingbijen (gister eentje gered die in mijn glaasje witte wijn was gevlogen), wilde bijen en hommeltjes nog. En wespen. Weet je waar die dol op zijn…. klimop bloemen. Tientallen vlogen er daar rond. Zie filmpje.

Libelle

Al ruim een week patrouilleert ie door de tuin.
Soms alleen, soms met twee.
Op een hoogte van een meter of 3 meestal.
Haakse bochten makend in zijn vlucht.
Op jacht naar insecten.
Af en toe even landen.
Hier op de crocosmia.

Dit is een mannetje, dat zie je aan de blauwige bovenkant van de ogen. Meer details zie hier.

3 jaar

Drie jaar geleden, in september 2018 schreef ik over de eerste buxusmot die bij ons in de tuin gearriveerd was. Nu drie jaar later -20 september 2021- hebben we de laatste buxussen uit de tuin verwijderd. Het idee was om te kijken in hoeverre er een evenwicht ontstond tussen de vogels en de rupsen en poppen. Leek een paar jaar goed te gaan, maar de laatste generatie buxusrupsen van dit jaar zorgde voor zoveel vraat aan de struiken in een paar weken dat we ze nu weggehaald hebben. Restjes buxus in de groene kliko, afgelopen week aan de weg gezet. Een paar vlinders zijn nog uitgekomen en gaan weer op zoek naar andere tuinen met buxus. Bij ons is niets meer te halen.

In het smalle strookje naast het terras dat vrij kwam was ik van plan maar een soort plant in te zetten. Voor een beetje rustig beeld. Een plant die tegen regen kan die van het dag van de serre druipt (geen dakgoot), in de winter soms een lading sneeuw van het serredak op de kop krijgt, in de zomer maar een smal strookt grond heeft dus flink kan uitdrogen, niet breed uitgroeit omdat het pad er langs loopt. Nogal wat ‘eisen’ dus….

Terwijl ik nog verder denk wat het kan zijn, die ideale plant, of dat perfecte struikje, heb ik (tijdelijk) een aantal plantjes er in gezet die ik nog in potjes had staan. Niet 1 soort dus, maar wel de verschillende soorten in groepjes bijenkaar.

Wachten op de schapen

We waren een weekje in Exloo op vakantie. Mooie omgeving om te fietsen en te wandelen. Hotelletje midden in het dorp, vlak bij de schaapskooi. Elke dag rond tien uur kwam de herder de schapen halen om naar het molenveld te brengen. Een heide veld aan de rand van het dorp. En tegen vier uur kwamen de schapen weer terug. De hele week misten we het vertrek en de aankomst. Of we waren te vroeg, al om negen uur met de fiets vertrokken. Of te laat.

De laatste dag nam ik het zekere voor het onzekere. Het was half vier toen ik naar de schaapskooi liep. Die was nog leeg. Toen liep ik als een echte speurneus de straten langs waar ik platgetrapte schapenkeutels zag. Hier moeten ze langs komen. Helemaal naar het molenveld. Kwart voor vier. Nog geen schaap. Een tijdje gezeten op een bankje. Hmm, niets te zien. Zouden ze toch een andere weg nemen? Terug maar weer naar de schaapskooi. Allerlei mensen op het grasveld rond de kooi. Ze moesten nog komen. Weer terug richting molenveld. Aan het eind van de straat zag ik de kudde. Ze zouden vast naar met toe komen….

Nee dus, ze namen een andere route! Parallel aan de straat waar ik ze stond op te wachten. Snel weer richting schaapskooi. En jaaaa, daar kwamen ze langs. Voorop de herder met een gulle lach die met wat handgebaren zijn hond instrueerde. Toen de hele kudde. En achteraan een tweede herder met twee schapenhonden, aan de lijn. Die waren nog in training.

Wat doet …

Wat kom je doen?, vroeg Eddy, terwijl we kopje thee op ons terras dronken. Ik keek wat rond, tegen wie praatte hij nou. Het bleek een grote groene sprinkhaan te zijn die op zijn sweater was geland. Na een minuutje vloog/sprong ie weer weg. Eerst nog even poseren in de vensterbank, toen nog even rondhangen in de roos naast het terras.

Niet zo moeilijk te identificeren. De grote, groene sabelsprinkhaan. Tettigonia viridissima. Ze komen veel voor in ons land , je kunt ze overal horen in ruige kruidenbermen. Je ziet ze niet zo vaak vanwege hun schutkleur, omdat ze stoppen met zingen (ratelen) als je dichtbij komt en omdat ze dan ook vaak aan de achterkant van stengels gaan zitten. Een echt zomergeluid.

Kleine vossen

Afgelopen week was het zeker begin van de week zonnig. perfect voor de vlinders die onze tuin bezoeken. Op de paarse budleija wemelde het van de vlinders. Een enkele citroenvlinder, een paar atalanta’s, maar dinsdag 24 augustus vooral kleine vossen. Minstens 5 telde ik er. Mooi, want afgelopen jaren waren het er beduidend minder. Met deze combinatie van grootte van de vlinder en de hoofdkleur oranje in een flits herkennen welke vlinder het is. Nou eigenlijk keuze uit twee: de distelvlinder of de kleine vos. Dan even van iets dichter bij bekijken om te bepalen welke van de twee het is: de rand van kleine lichtblauwe vlekjes aan de vleugels geeft onmiskenbaar aan dat het de kleine vos is.

Nog niet bewust gezien, maar wel een vlinder die sinds kort in Nederland voorkomt en op steeds meer plekken is waargenomen, is het scheefbloemwitje. Zie link voor informatie van de vlinderstichting over dit nieuwe ‘witje’. Ik ga er op letten. Altijd wel witjes in de tuin.

Muizenissen

Al jaren hadden we, vooral in de winter, muizen onder de vloer.
We hoorden ze in de woonkamer, en in de gang.
Een enkele keer rende er een over het plafond van de eetkamer.
We zagen ze niet, hoorden ze wel.
En nog vervelender: we roken ze.
Wat kan een muis muf ruiken zeg!

Toen is Eddy op kierenjacht gegaan, en zijn alle gaten gedicht en ventilatiespleten met roostertjes afgedekt. Twee weken geleden hoorden we opeens weer muizengetrippel, nu boven het plafond van de woonkamer. Via de klimop aan de westzijde kunnen de muizen in de dakgoot komen en zo een rondje rond het huis en dan via een gat of spleet onder de goot van Eddy’s werkkamer naar binnen. Met een luik kunnen we op de ‘vliering’ van de werkkamer van Eddy komen.

Eddy kocht muizenvallen waarmee je de muizen levend kan vangen. Lokken met pindakaas of chocola of zo. Wij gingen voor de pindakaas. Eerste avond twee vallen gezet. Volgende ochtend. Raak, muis 1. Tweede ochtend geen muis in de andere val (maar die bleek dichtgeklapt te zijn zonder muis… ). Val weer op scherp en diezelfde avond: Raak, muis 2. Derde ochtend: Raak, muis 3. Die avond hoorden we niets ‘s avonds dus geen val gezet, maar de volgende vond weer wat getrippel. Dag 5: Raak, muis 4. Op dag 6 geen muis, dus val weer weg gehaald (anders lokken we ze wellicht). Inmiddels hebben we ook de klimop fors gesnoeid, waardoor de ‘muizenwenteltrap’ naar de dakgoot niet meer gebruikt kan worden. En ook de klimroos die over de schuur groeit en overhangende takken naar de dakgoot van het huis had, teruggesnoeid. We wachten af.

In de instructie van de muizenval stond: laat de muis minstens 100 meter van je huis vrij. Dus ik wandelde steeds met de val (in een brown paper bag) naar het park een straat verderop om de beestjes vrij te laten.

Beessies

Tussen de potjes met plantjes gaan vaak huisjesslakken zitten. Eens in de zoveel tijd pak ik de potjes op om ze van de slakken te ontdoen. Deze keer trof ik naast de huisjesslakken ook twee verschillende harige rupsen aan. Met de potjes naar Eddy, die met de ObsIdentify app, mij snel kon vertellen welke beestjes het waren. Ook handig voor het determineren van (nacht)vlinders, ‘motten’, die regelmatig ergens op een raam zitten en die allemaal op elkaar lijken.