Help de insecten

Door in je tuin bloemen en planten neer te zetten waar veel insecten op af komen, help je de biodiversiteit een handje. En bijna geen betere plant in deze tijd van het jaar (en een groot deel van de zomer) dan tuingeraniums! Op een zonnige eind mei-dag, rondje tuin, en bingo.

Beestjes bij de vleet.
Op tuingeraniums.
In de loop der jaren hebben we er toch een heel aantal bij elkaar verzameld.
De geraniums bedoel ik.
En de insecten, die komen vanzelf.

Stukje tuin 5 juni

Vandaag was het niet koud, wel overwegend bewolkt, afgewisseld door zon door een dikke melkachtige hemel. Na het opbinden van de tomaten, en het slakken vangen tussen de planten in potjes op verschillende plekken in de tuin, tijd voor een klein stukje nieuwe border.

Ongeveer 1 vierkante meter, vanaf het terras gezien aan de overkant (de noordkant) van het grasveld achter. In een al eerder vrijgemaakt stuk plantte ik de eerder opgepotte helianthus lemon queen uit, inmiddels 30-40 cm, hoog. In het voorjaar had ik 6 stukken helianthus opgepot, en de rest gedeeld en weer terug geplant waar ze stonden. De meest daarvan zijn niet door het slakkengeweld heen gekomen, op de beschaduwde plaats waar ze staan. Spannend of de opgekweekte planten het wel gaan redden… De helianthussen staan net links van het stukje tuin op onderstaande foto.

En dan te bedenken dat er vroeger een gigantisch bos helianthussen op deze plek stond. Ik zoek nog even een foto op. Maar toen was de roos ook nog niet zo uit de kluiten gewassen. –> zie onder.

Iets meer naar voren weer een flinke pol met spaanse boshyacint opgegraven (bakken vol bollen inmiddels in de verre schuur), en nogal woekerende planten weggehaald. In het maagdelijke , kale stukje border (en gortdroog), een palet van plantjes uit onze verzameling neergezet.

Midden achter: bieslook in pot, tijdelijk als anti kattenkeutelplek
Links achter(lichtgroen): citroengeranium
Midden voor: 5 x rudbeckia goldsturm
Rechts voor Bieslook en uiterst rechts oregano’s
Helemaal voor: paar zaailingen cerinthe major.

Op de plek van de pot met bieslook had ik een aantal; floxen bedacht, ik heb laatst van Eef een bak meegekregen. De planten in die bak vandaag ontdaan de oude wortelstokken en ongewenste inwoners, en toch nog maar even afzonderlijk opgepot. Nog een beetje aansterken. En dan over een paar weken, als de bieslook is uitgebloeid, de floxen erin. Roze moeten ze zijn.

Oude foto: september 2009, de enorme bos helianthus, volle zon.

Tomaten aan het lijntje

Weet je nog, de kleine tomatenplantjes die ik van Hilde kreeg. Nou die zijn niet zo klein meer. Ik heb ze gister ook nog eens in een grotere pot gezet. Mijn plan was – afgekeken van Monty Don – de tomaten langs een verticaal touwtje te leiden/ aan te binden (ipv ze aan te binden aan een grote bamboestok in de pot).
Maar waar kan ik zo’n touwtje aan vastmaken aan het glazen dak van de serre? En hoe doe ik dat met de poot van de parasol? In de hoek van het terras waar de vijf tomatenplanten staan moet ook de poot van de parasol staan. Voor als de zon echt losbarst.

Oplossing als volgt
a) ik laat slechts twee planten op het terras staan, en eromheen opgebouwd het frame van een klein kasje (zonder de plastic hoes. Hier kunnen twee touwtjes aan de bovenkant van het frame worden vastgemaakt.

Tomaten van Hilde

b) de resterende drie planten zet ik in de zijtuin , bij het (kale) grasveldje waar we op zeer warme dagen in de schaduw van de coniferen zitten. De tomaten staan letterlijk in de (regen)schaduw van de conifeer, en hebben toch ook een aantal uren zon per dag: de zon schijnt vanuit het zuiden onder de coniferen schijnt. Elke tomaat heeft hier ook een eigen touwtje gekregen naar een van de bovenhangende takken.

Meer tomaten van Hilde (op de foto nog zonder touwtjes)

Mooie van deze oplossing is dat alle planten overdekt zijn, beschut voor al te veel regen: door serredak of door coniferendak. Dat beschermt ze bij langdurige, hevige regenval. Betekent natuurlijk wel dat handmatig water moeten krijgen. En gister ook de eerste gele bloempjes gesignaleerd!

Ratelaarweg

Lang geleden, toen we net in haren kwamen wonen, woonden we in een huurhuis aan de Ratelaarweg. Ratelaar als in de plantjes met de ratelende zaaddoosjes, en niet het kinderspeelgoedje. Een wilde plant, in een paar soorten: de grote, de harige en de kleine ratelaar. De laatste is 1 jarig. De gele bloempjes lijken wat op lipbloempjes, maar toch is het geen familie van de lipbloemigen. Ratelaars zijn halfparasieten en horen tot de bremraapfamilie.

Vorig jaar hebben we het bloemenweitje onder de appelboom bijna gescalpeerd, met de strimmer helemaal kaal gemaakt. En toen zorgvuldig ratelaarzaad uitgestrooid en beetje ingeharkt. En warempel. Een aardig veld ratelaar inmiddels.Nog nooit zoveel gehad. Kan niet wachten tot ze later in de zomer gaan ratelen. Rammelende zaaddoosjes. Dan gaan we het recept van strimmen en zaaien nogmaals doen.

Oranje in mei

Naar aanleiding van de oranje ballen van de nu bloeiende budleija globosa was ik van plan om een blogje te maken met bovenstaande titel. Rondje door de tuin gister om oranje kleuren in de tuin te fotograferen. Dit is ‘m geworden.
De Globosa uiteindelijk ook nog een eigen blogje gegeven…

De euphorbia griffithii komt oorspronkelijk uit Bhutan, Tibet en zuidwest China. Maakt onder de grond lange uitlopers en komt dan een halve meter verderop weer boven. Kan gaan woekeren dus. Grappig aanhangseltje in het hart van de bloem, vind je niet? Dit is de euphorbia griffithii ‘Fireglow’.

Geveltuintjes

Woensdag een tripje naar Amsterdam, met een overnachting in Vestingstad Naarden. En donderdag via Odijk, waar Mieke woont, weer naar Groningen.

Altijd leuk om te kijken wat er op andere plekken groeit en bloeit. En leeft.

In Naarden ontdekten we een ooievaarsnest op de schoorsteen van het Vestinghotel. Het bleek de grote schoorsteen te zijn van de kamer (rechtsboven) waar wij sliepen. ’s Ochtends telefoon op selfie stand zo ver mogelijk uit het raam gestoken voor een foto van dichtbij: wel nest, de ooievaar niet gezien vanuit deze hoek. We hadden hem (of haar) wel horen klepperen toen we wakker werden.

Via een iets langere treinreis dan gepland naar Odijk (geen treinen tussen Utrecht Overvecht en Utrecht Centraal), Koffie en lunch en bijpraten met mijn zus. De eerste pioenen bloeiden. Die doen het heel goed bij haar in de tuin.

Wie van de drie: stippelmot

Een klein exemplaar van een kardinaalsmuts in onze tuin zat vol met spinsel waarin tientallen rupsjes rondkropen. Grijs met zwarte stippen. Ah, dacht ik. Die herken ik. Al eerder zoiets gezien in de meidoornhaag (op kleine schaal).
Het is natuurlijk de ‘kardinaalsmuts- stippel mot’!
Hoe ziet die er uit, als mot? Nou zo.

Stippelmot.

De rups nog even door de Obsidentify-app gehaald. Meidoornstippelmot dacht de app, of de appelstippelmot, maar niet de kardinaalsmutsstippelmot. Hmm. welke zou het dan zijn? Op wikipedia staan verschillende stukjes over stippelmotten. En ook dat de meidoorn- , appel- , wilgen- , en kardinaalsmutsstippelmot alleen door nauwkeurig microscopisch onderzoek van de genitaliën uit elkaar gehouden kunnen worden. Dat is in vlindervorm.

Hoe zit het met het rupsenstadium? Kun je ze dan uit elkaar houden?
Daar zijn de verschillende teksten niet helemaal eenduidig over. Ik neig naar de meidoornstippelmot, als ik wat plaatjes kijk. Weer vreemd is dat de kardinaalsmuts niet als waardplant voor de meidoornstippelmot wordt genoemd. En dat weet ik wel zeker: de inmiddels geheel kaalgegeten struik is een kardinaalsmuts. En de rupsjes zijn nu ook verdwenen (ergens verstopt om te verpoppen).