Eind september

Langzaam glijdt de tuin de herfst in.
Groen wordt rood, bruin, oranje en geel.
De eerste planten zakken langzaam in.

Het donkerrood van de serum Herbstfreude is er nog wel een tijdje.
De gele rudbeckia’s hebben weken en weken achter elkaar gebloeid.
Ze bloeien nog, maar de eerste donkere hartjes zijn verschenen.
De gele lintblaadjes verdwenen.

Mooie plaatjes, om op een gure wintermiddag, te bekijken.
Zo was de tuin eind september.

Libelle

Al ruim een week patrouilleert ie door de tuin.
Soms alleen, soms met twee.
Op een hoogte van een meter of 3 meestal.
Haakse bochten makend in zijn vlucht.
Op jacht naar insecten.
Af en toe even landen.
Hier op de crocosmia.

Dit is een mannetje, dat zie je aan de blauwige bovenkant van de ogen. Meer details zie hier.

Kwekerij aan de dijk

In het tijdschrift Groei & Bloei van juli/aug 2021 las ik over de kwekerij van Jan Dijkstra en Janneke Kool. Veel schaduwplanten, bamboes en grassen. In Oudeschip, tegen de Eemshaven aan, in het uiterste noorden van Groningen ligt hun Kwekerij aan de Dijk.

Tja, hoe kom je daar?
Vorige week wandelden we weer twee etappes van de lange afstandsroute ‘Pronkjewail’ door de provincie.
Een van die etappes kwam door Oudeschip en de kwekerij was een stempelpost voor de wandeling. Kwam dat even mooi uit. Dus halverwege de wandeling van Spijk naar Rodeschool een korte pauze bij de kwekerij en kijktuin van Jan en Janneke. In oppervlak niet heel groot, maar in aantal planten enorm. Van oorspronkelijk een kaal winderig weiland aan de voet van de dijk nu een groen paradijs, vol bomen en heggen en kronkelpaadjes en bochtjes en planten, planten, planten. Ooit begonnen 22 jaar geleden met siergrassen (toen nog als een van de weinigen), later steeds meer ook richting schaduwplanten.

Thuis weer even het artikel in Groei en Bloei nagelezen. Mooi hoor.

3 jaar

Drie jaar geleden, in september 2018 schreef ik over de eerste buxusmot die bij ons in de tuin gearriveerd was. Nu drie jaar later -20 september 2021- hebben we de laatste buxussen uit de tuin verwijderd. Het idee was om te kijken in hoeverre er een evenwicht ontstond tussen de vogels en de rupsen en poppen. Leek een paar jaar goed te gaan, maar de laatste generatie buxusrupsen van dit jaar zorgde voor zoveel vraat aan de struiken in een paar weken dat we ze nu weggehaald hebben. Restjes buxus in de groene kliko, afgelopen week aan de weg gezet. Een paar vlinders zijn nog uitgekomen en gaan weer op zoek naar andere tuinen met buxus. Bij ons is niets meer te halen.

In het smalle strookje naast het terras dat vrij kwam was ik van plan maar een soort plant in te zetten. Voor een beetje rustig beeld. Een plant die tegen regen kan die van het dag van de serre druipt (geen dakgoot), in de winter soms een lading sneeuw van het serredak op de kop krijgt, in de zomer maar een smal strookt grond heeft dus flink kan uitdrogen, niet breed uitgroeit omdat het pad er langs loopt. Nogal wat ‘eisen’ dus….

Terwijl ik nog verder denk wat het kan zijn, die ideale plant, of dat perfecte struikje, heb ik (tijdelijk) een aantal plantjes er in gezet die ik nog in potjes had staan. Niet 1 soort dus, maar wel de verschillende soorten in groepjes bijenkaar.

Tuinpad

Het pad dat van het terras naar de verre schuur in de achtertuin loopt bestaat uit 1 rij stoeptegels in het midden en 3 rijen baksteentjes aan elke zijkant. Heel veel kiertjes voor plantjes om zich uit te zaaien. Zo heb ik al een hele serie verbena bonariensis stekjes en verbena hastata zaailingen tussen de stenen vandaan gepeuterd. En plukjes majoraan en natuurlijk mini stipa tenuissima. Oh, had ik de kartuizer anjers al genoemd? En de donkerpaarsbladige ajuga reptans?

Vandaag ongeveer de helft van de lengte van het pad schoongemaakt. Heb nu wel een flinke bak met tientallen zaailingen in een laagje water over. Morgen oppotten? En ook weer tien potjes met kleine hebe stekken die uit de border op het pad hingen en daar begonnen te wortelen.

Wachten op de schapen

We waren een weekje in Exloo op vakantie. Mooie omgeving om te fietsen en te wandelen. Hotelletje midden in het dorp, vlak bij de schaapskooi. Elke dag rond tien uur kwam de herder de schapen halen om naar het molenveld te brengen. Een heide veld aan de rand van het dorp. En tegen vier uur kwamen de schapen weer terug. De hele week misten we het vertrek en de aankomst. Of we waren te vroeg, al om negen uur met de fiets vertrokken. Of te laat.

De laatste dag nam ik het zekere voor het onzekere. Het was half vier toen ik naar de schaapskooi liep. Die was nog leeg. Toen liep ik als een echte speurneus de straten langs waar ik platgetrapte schapenkeutels zag. Hier moeten ze langs komen. Helemaal naar het molenveld. Kwart voor vier. Nog geen schaap. Een tijdje gezeten op een bankje. Hmm, niets te zien. Zouden ze toch een andere weg nemen? Terug maar weer naar de schaapskooi. Allerlei mensen op het grasveld rond de kooi. Ze moesten nog komen. Weer terug richting molenveld. Aan het eind van de straat zag ik de kudde. Ze zouden vast naar met toe komen….

Nee dus, ze namen een andere route! Parallel aan de straat waar ik ze stond op te wachten. Snel weer richting schaapskooi. En jaaaa, daar kwamen ze langs. Voorop de herder met een gulle lach die met wat handgebaren zijn hond instrueerde. Toen de hele kudde. En achteraan een tweede herder met twee schapenhonden, aan de lijn. Die waren nog in training.