Op de foto, zo van onder genomen, zie je vooral het silhouet van deze virginische ereprijs. Dit is de witbloeiende versie, die veronicastrum virginicum ‘alba’ (of soms ‘album’ ). Ze is wat slanker en sierlijker en blijft (bij ons in de tuin) een stuk beter rechtop staan dan de gewone soort, die een beetje laf roze paars bloeit. Bij grote stortbuien in de nazomer gaat ze uiteindelijk toch wel vaak hangen, als je haar dan niet een beetje steunt. 140 – 160 cm hoog, afhankelijk van weer en standplaats. Hoog genoeg om ook eens van onder te fotograferen, voor de vorm.
De foto is al later op de dag, nu zie je niet hoe de bloemen een waar feest voor bijen en hommels vormen. Alhoewel, net rechts van het midden op de foto zie je, net onder de bovenste bladerkrans nog een hommel vliegen.
Met een aantal vrijwilligers organiseren we jaarlijks een Hortus-wetenschapstent, als onderdeel van het kinderfestival in Hortus Haren. Dit jaar was dat op 29 augustus. Niet helemaal droog, maar we hadden een mooie tent. Gelukkig genoeg ruimte, zodat tijdens een bui een heleboel bezoekers even bij ons in de tent konden schuilen, met kinderwagens en al.
Lotte, Sander, Wendy, Tineke, Tjerk, Gerard, Miriam, Kamiel, Ingeborg, Desiree, Gré en Tita. Allemaal leverden we een bijdrage om iets van verwondering over te brengen op de vaak jonge kinderen. En uiteraard ook hun ouders.
Ik had dit jaar een aantal geurgeraniums (eigenlijk: geur-pelargoniums) van huis meegenomen. De opdracht voor de jonge bezoekers van het festival was om aan de geur van de bladeren (zachtjes wrijven) te raden welke geur de plant afgaf. Met een aantal plaatjes die de geur omschreven: pepermunt, citroen, zeep, dennenboom, cola… Als vraagteken had ik de geranium maccrorhyzim, vaste winterharde tuinplant. Ik vroeg iedereen hoe ze die geur van het geurende blad zouden omschrijven. Daar kwam geen eensluidend antwoord op: variërend van : zeep, kruidig, scherp, eigenaardig tot geurig en fris. Tja, daar kan ik geen plaatje (tekening bij zoeken).
Groot succes waren weer de waterbeestjes, lekker kliederen met schepnetjes en de microscopen (zaden, houtschijven en kindervingers of gevonden frommeltjes). Dit jaar hadden we ook weer een aantal slakken en (nieuw) een kast met verschillende rupsen. Ook nieuw: zwerfstenen, verzameld in de Hortus. De kalksteenfossielen trokken ook veel aandacht. Het viel ons echt op hoeveel ouders verteleden dat hun kinderen dol op stenen waren, en ze overal en nergens va mee namen.
Een lokkertje was dat elk kind een van de stenen mocht uitzoeken uit een grabbelbak. Zoals steenkenner Harry Huisman van het hunebedcentrum al had voorspeld: de vuursteentjes waren het eerst verdwenen! Vandaag tijdens een wandeling weer twee broekzakken vol vuursteentjes van de Hondsrug verzameld, voor een volgende keer.
De zomervakantie is voorbij. Augustus is bijna voorbij. De zomer is nog niet voorbij.
Af en toe zomers, af en toe koeler. Perfect om af en toe nog een wandeldagje mee te pikken. Drenthe dichtbij, toptijd voor hei.
Afgelopen maandag wandeleden we over het Hijkerveld (voordat het wellicht definitief afgeloste wordt (of deels?) voor uitbreiding defensieterrein. Deze keer geen Wielewaal, zoals vorig jaar in het voorjaar. Weinig vogel te horen eind augustus.
Kleur in overvloed. Allemaal paars. Ik was weer vergeten hoe sterk de heide geurt als ze in volle bloei staat. Alsof je in een pot honing rondloopt.
Er waren een paar stukken waar de heide verbrand was door het droge, hete zomerweer deze zomer, maar iets meer naar het zuiden op het hijkerveld alleen paars. Dit is een gebied van natte heide, met verschillende vennen en meertjes.
Van kamerplant tot struik of boom. De Hibiscus. De grote bloemen meestal in kleuren variërend van wit, tot roze tot dieprood. Met altijd een opvallend hart, vaak donkergekleurd, dat de meeldraden en stamper omsluit. Overvloedig stuifmeel bepoedert de bloemblaadjes.
Deze twee staan in de Chinese tuin de Hortus Haren. Afgelopen jaren hadden we regelmatig de Hibiscus trionum in eigen tuin, in pot op terras. En voor wie wel eens stokrozen in de tuin heeft gehad, of kaasjeskruid, die herkent meteen de sterke familiegelijkenis van de bloemen.
Er bloeit nog genoeg, de honingbijen zijn nog volop aan het verzamelen. Hier op de bloemen van de helenium Tura.
Heleniums zijn, net als madelieven, paardenbloemen, margrieten en chrysanten: composieten of samengesteldbloemigen. Van een afstand denk je: ik zie één gele bloem. Maar dat is schijn! De echte bloemen zie je goed op de laatste twee foto’s. In het hart van een composiet zitten tientallen, soms honderden bloemen, dicht op elkaar. Elk met eigen stamper en meeldraden. Elke dag gaan er een paar nieuwe open, elke kleine bloem wordt apart bevrucht door de langskomende insecten.
Een bijzondere bloem, deze rood bruinige bloem van de stapelia schinzii. Een ster met vijf punten, van een wat vreemde kleur. Groeiend aan een cactusachtige vetplant. Het is een stapelia schinzii.
Stapelia is een plantengeslacht van ongeveer veertig soorten planten. Het zijn succulente planten, vetplanten, die geen bladeren hebben, maar alleen vlezige stengels. Ze groeien van nature vooral in Zuid-Afrika en het tropische deel van Afrika. Daar vormen ze een mat van stengels laag bij de grond.
Op het eerste gezicht kunnen ze verward worden met cactussen. Ze hebben echter geen stekels. De overeenkomst met een cactus is te verklaren als “convergente evolutie”: planten uit hele verschillende soorten plantenfamilies kunnen in de loop van de tijd op elkaar gaan lijken als ze in vergelijkbare klimatologische omstandigheden leven.
Aasvliegen
Veel stapelia’s hebben dit soort bloemen, met geel oranje tot roodachtig paarse tinten. Ze groeien in gebieden waar weinig bestuivende insecten als bijen en vlinders vliegen. De stapelia richt zich daarom op aasvliegen, de bloemen worden ook aasbloemen genoemd. Ze zien er door de kleur, en de harige bloembladeren en het vlekkenpatroon uit als de resten van een dood dier, rottend vlees. Lekker, denken de aasvliegen!
Daar past natuurlijk niet een frisse rozengeur bij. Deze bloemen zien er niet alleen uit als rottend vlees, maar ruiken er ook naar. Hoewel ze goed binnen in potten te houden zijn, dus misschien toch maar niet in de woonkamer (tijdens de bloei). Het patroon van stippen en lijnen suggereert daarbij ook nog eens de aanwezigheid van vliegen op de bloem. Deze combinatie van eigenschappen zorgt ervoor dat aasvliegen deze bloemen onweerstaanbaar vinden. De aasvliegen zorgen voor bestuiving als ze van bloem naar bloem trekken. Lekker, denken de aasvliegen!
Drama
Stapelia’s zijn eigenlijk bedriegers, die de aasvliegen onder valse voorwendselen naar de bloem lokken. De bestuiver wordt uiteindelijk niet beloond: er is geen nectar te verzamelen. Het loopt dan ook niet goed af met de eitjes van de aasvliegen. De maden van de vliegen sterven van de honger op en rond de bloem.
Gefotografeerd in de Hortus Haren, tip van tuinbaas Walter. Die mij uitnodigde eens aan de bloem te ruiken…. Blèèèh, dat stinkt!
Op de rand van de vijver in onze tuin zien vandaag een helle rij groene kikkers. Inmiddels wat later in het seizoen zijn ze flink gegroeid. Genoeg te eten. En dit is blijkbaar een mooie plek, zij aan zijn.
Hoeveel kikkers tel jij? Zet aantal in een reactie op dit stukje.
Hint: de foto’s overlappen en beetje, gebruik de rode meidoornbesjes op de muur als ijkpunt.
We hebben ook een klein filmpje gemaakt: Eddy was aan het filmen terwijl ik steeds dichterbij kwam. Een heel plonzenfestijn.Dat filmpje is te groot om om dit blog te zetten, wel erg komisch.
Inmiddels zit een liedje in mijn hoofd, dat tegenwoordig niet meer gezongen wordt. Tien kleine xxxxxx…. Een oorspronkelijk Amerikaans liedje over indianen. De oudst bekende Nederlandse versie uit 1877 rijmt op ‘kikkertjes’.
Deze zomer zijn de helianthus lemon queen en de ook geelbloeiende helenium Tura gigantisch hoog geworden. Op de foto zie je mij (niet) achter de planten staan, er loopt een klein paadje achter langs. Ik heb mijn arm helemaal uitgestrekt met mijn petje in de hand omhoog. Die zie je nét boven de bloemen uitkomen. Dat is ongeveer 2,20 meter hoog!
Van links naar rechts: helenium Tura, petje van Tineke, helianthus Lemon Queen
Bij de bloemenwinkel op de hoek staan de bolchrysanten in grote aantallen buiten. Nu zien ze er nog bijna uit als buxusbollen. Binnenkort met vele tientallen bloemen.
Echt een plant voor de nazomer, op weg naar de herfst. Zo veel bij elkaar ziet er trouwens ook wel leuk uit. Allemaal groene bollen.
De Abessijnse gladiool (officiële naam: Acidanthera of Gladiolus callianthus ‘Murielae’) staat weer een bloei op het terras. Een echte zomertopper. Mooie bloemen, heerlijke geur. Daarom is het planten in potten en ze dichtbij op het terras zetten ook zo’n goed idee. Wel elke winter naar binnen halen en de bolletjes in koele kelder of zo laten overwinteren.