Niet uit de tuin maar van de ekoplaza. Wel een plant, een vrucht. Reden om opa te nemen in dit blog. Een nieuw weetje, had ik nog niet eerder gehoord. Als je de vrucht in blokjes snijd worden ze snel bruin (oxidatie). Mijn vaste actie is dan : besprenkelen met citroensap. Mieke gaf me de volgende tip: gewoon de pit er nog even bij leggen in het bakje en de stukjes blijven groen. Het werkt! Da’s geinig.
“Wat ruikt het hier zoetig” “Ruik jij ook bloemetjes?“
Bij de zijdeur, die we als hoofdingang gebruiken, heb ik jaren geleden een kleine sarcococca geplant. Klein groenblijvend struikje met roomwitte kleinen bloempjes. Van dichtbij wel mooi, maar niet heel erg in het oog springend. Maar wel ‘in de neus springend’ of ‘in de neus dringend’ als variant op dat gezegde.
Elk jaar in de winter zijn we wel weer een keer verrast bij het open of sluiten van de deur. Om dan meteen naar de sarcococca te kijken. Jaa, hij bloeit weer, zo tegen het eind van de winter.
Tuindilemma
Nu zit ik met een dilemma. Een tuindilemma. Eigenlijk wordt de struik wat te groot op deze plek. De takken hangen een beetje uit voor de ingang. Zal ik snoeien? Maar dan geen bloeien. Zal ik verplaatsen? Maar sarcococca houdt daar niet erg van. Of gewoon zo laten. En dan elke keer een beetje om de takken heen stappen. Tuindilemma.
Voor hommels en andere wilde bijen zijn bloemen in het vroege voorjaar cruciaal. Om daar aandacht aan te geven kun je in tuin of bloembak vroegbloeiende planten neerzetten. Winterheide. Of bloembollen. Kies dan voor biologisch gekweekte bollen. In de komende weken kun je dan, zeker op een zonnige dag, de vroegelingen onder de insecten op bezoek zien komen.
In de Hortus is in een bak langs een wandelpad een aantal verschillende voorjaarsbollen bij elkaar gezet. Bij het maken van een beschrijvend tekstje kon ik meteen een beetje oefenen met een nieuw tekenprogramma op mijn iPad. Tjonge, wat kan daar veel mee. Ik ben voorlopig nog niet uitgetekend.
Zo groot als een pingpong bal, maar dan met een staart. Dat is de omschrijving die ik ooit eens hoorde voor een staartmees en die in mijn geheugen is blijven hangen. Dagelijks trekken ze in kleine troepjes langs de uitstalling van verschillende vetblokken en pinda cakes in onze tuin. Zwart, wit, een beetje lichtroze. Kraaloogje en mini zwart snaveltje. Leuk vogeltjes.
Ik ben helemaal weg van de kleine geïmproviseerde kunstwerkjes die gemaakt worden door David Zinn. Vrijwel dagelijks maakt hij met stoepkrijt en houtskool nieuwe tekeningen en figuurtjes. Niet van te voren bedacht, maar geïnspireerd door een scheur in een muur, of een paaltje op de stoep. De tekeningen lijken echt driedimensionaal als je ze vanuit de goede hoek bekijkt. Met een foto of filmpje legt David zijn improvisaties vast. Gedeeld via social media en daarmee vereeuwigd. Want één regenbuitje en ze zijn weg. Een soort Snapchat-art.
Effe uitbuiken, krijttekening van David Zinn.
Hier wat meer voorbeelden in een reportage van de BBC. Soms mannetjes, maar meestal dieren. Met een paar steeds terugkomende figuurtjes: Sluggo, groen met hoorntjes; Nadine, de muis; Philomena, het varkentje met vleugels.
Net een artikeltje geschreven voor Nature Today (volgende week, 23 feb) over de taxus. Leuk om dan ook een beetje rond te kijken waar taxussen zoal staan, en welke soorten er zijn. Eigenlijk zijn het allemaal variaties op het thema van de taxus baccata. In breed-uitgroeiende vorm in tuinen en op begraafplaatsen vaak in de zuilvormige soort: fastigiata. Wij hebben in de tuin ook verschillende exemplaren. De diepdonkergroene, mooi voor hagen (of als je Brit bent: voor topiary), of meer geelkleurig of met een geel randje: aureomarginata.
Taxus kan soms een beetje somber lijkt, zo donker in een grijs seizoen. Maar met een laag sneeuw ziet het er ook in de winter prachtig uit. Een witte deksel op de haag, witte kussentjes op de takken. Voor de zuilvormige taxus is veel sneeuw wel een risico. Vooral als het een beetje dooit, weinig wind is, en dan weer opvriest. De luchtige sneeuw verandert dan in een compacte ijslaag, die de takken doet ombuigen en met een beetje pech breken ze zelfs af. In eigen tuin schud ik de dikste sneeuwlaag, vers gevallen, van de uitbuigende takken af. Een lange bezem is dan handig om de hogere takken te bereiken.
Toen we gister nog even foto’s gingen maken van taxussen in de Hortus deed Eddy nog een poging om sneeuw van de uitbuigende takken te schudden. Maar deze exemplaren bleken veel te hoog, een meter of vijf. Links op de voorgrond de Taxus baccata ‘Fastigiata Aureomarginata’, met uitbuigende tak. Verder naar achter staat Eddy onder de Taxus baccata ‘Dovastonii Aurea’ . Beiden in de Laarmantuin.
Droog en deels zonnig, maar erg schraal buiten met de koude wind. Vandaag opgelost door ’s morgens , in de bijkeuken, allemaal kamerplanten te vermeerderen, stekken op te potten. Zak van 20 liter potgrond schoon op. Maar dan heb je ook wat. Lastiger is voldoende vensterbanken vinden.
Chlorophytum comosum (een paar van de stekken van de planten die overal in de woon- en studeerkamer onze boekenkasten bevolken)
Saxifraga stolonifera (ik had er een boel buiten staan, kletsnat in pot, en las ergens dat ze ook als kamerplant gebruikt konden worden.)
Aloe Aristata (alle zijrozetjes uit 1 pot apart opgepot).
’s Middags de thermo-onderbroek met lange pijpen en en forse wandeling gemaakt. Door de Onlanden, waar we onder andere een vogelaar troffen die enthousiast was over de ruigpootbuizerd die hij gezien had, en de visser die net een gevangen snoek aan het opmeten was. Bij dit koude weer kunnen ze wel een kwartier boven water blijven. Zolang de kieuwen maar vochtig blijven. Met een lange tang haalde hij de haak uit de bek van de vis, legde haar (buik vol met kuit) op een lang meetlint voor vissen en maakte een foto. 72 cm schoon aan de haak. ’s Morgens had ik er een van 128 cm, zei ie.
Dinsdag ochtend kwam ik de lokale ekoplaza binnen en werd vrolijk van de mooi opgestapelde groenten. Bijna kocht ik een rettich (linksboven), alleen maar omdat ie er zo mooi bij lag. Daar heb ik geen recept voor. Dus toch terug naar links onder, de venkels. Daar maakten we een heerlijke risotto van.
Ze waren zoekgeraakt, de zakjes met bolletjes voor bijen, in de Hortus. En recent weer teruggevonden. Daarom zijn ze niet voor de winter, maar nu pas in een grote bak gezet door tuinbaas Walter. Afgesproken dat hij ze plant en dat ik er een bijbehorend bordje voor maak. Zodat langslopende bezoekers, maar vooral kinderen, de komende maanden, een blik kunnen werpen op de bloempjes en de bijtjes. En waarom vroege bloeiers als bollen en stinzenplanten zo belangrijk zijn voor (wilde) bijen
Gister ochtend ging ik de bijkeuken in om koffie te zetten. Vanuit de bijkeuken kan ik door de serre heen de achtertuin in kijken. Iets was gek. Nog even kijken. En wat zie ik? De blauwe reiger zat op de houten pi. Een meter rechts van de pi ligt onze grote vijver. Deze pi, drie houten balken in de vorm van de Griekse letter pi hebben we een paar jaar geleden daar neergezet om de roos die daar groeide wat omhoog te houden. Deze roos, Pauls Himalayan Musk, bleek echter zo’n wilde klimmer dat ook de pi niet genoeg was om hem tegen te houden. Met enorme uitlopers van meer dan 4 meter per jaar, poetste we elk jaar weer de vijver ontzetten, die helemaal door de roos werd overgenomen tegen het einde van een groeiseizoen. Roos bij de grond afgezaagd, en de pi bleef over. Een mooie plek voor de reiger, naar nu blijkt. Meestal ging ie eerst op het garagedak van de buren zitten, voordat ie naar het bruggetje over de vijver vloog. Als ik de reiger zie, wapper ik even met mijn armen. Toe nou, laat die kikkers gewoon lekker zitten. KSSJJJJT