Broedbolletjes

Binnenkort zou het wel eens koud kunnen worden, hoewel je dat met het zonnige weer vandaag met 10 graden, niet zou zeggen. De buitenkraan is afgesloten, en ik heb de blaadjes uit de vijver gevist. De piepschuimen ‘ijsvrijhouders’ liggen klaar voor de twee vijvers. En gekeken welke plantjes nog in de serre staan , die niet tegen vorst kunnen. Want als het echt koud wordt, kan het ook in de serre gaan vriezen (ligt op het noorden, in de schaduw van ons huis). Mooie tijd om de bollen van de abbesijnse gladiolen in potten eens te bekijken. Eerst laat ik het bovengrondse deel helemaal afsterven (nog in de pot), terwijl de potten al bijna twee maanden binnen staan en behoorlijk droog zijn. De bollen van de Abessijnse gladiool zijn plat, niet ui-vorming zoals van tulpen. Soms verdubbelen de bollen zich en is er een tweeling bol, verbonden door een wortelschijfje. Die wortelschijf is makkelijk te verwijderen na indrogen, en dan blijven twee platte bollen over. Soms groeit er een klein zijbolletje naast. En bij grote bollen groeien er ook een soort knolletjes, broedbolletjes, aan de bol. Andere kleur, ander velletje, en zonder een duidelijk puntje dat boven- of onderkant aangeeft. Deze broedbolletjes kun je jaren lang bewaren, droog, zonder dat ze in het voorjaar uitlopen. Een investering in de toekomst. De bollen staan nu nog even na te drogen in de (verwarmde) bijkeuken, en gaan dan na het verwijderen van de oude bloeistengel de kelder in.

Dit jaar heb ik in het voorjaar in elke pot niet alleen een aantal grotere bollen geplant, maar ook een aantal van de broedbolletjes. Daar is dit jaar een klein groen sprietje uitgegroeid. Bij het oprooien van de gladiolen zijn naast de grote bollen nu ook een aantal minibolletjes naar boven gekomen. Duurt nog wel een aantal jaren voordat die gaan bloeien!.
Meestal hebben we 4 potten op het terras staan. Mooie elegante bloemen in de zomer, wit met dieppaars hart, en een overheerlijke geur.

Zeelelie

Opgeraapt bij bouwplaats een paar 100 meter verder op in het dorp: een platte steen met een opvallende witte cirkel, een cm of 8 in diameter. De steen ligt op onze koffietafel en ik pak hem regelmatig op om eens goed te bekijken. Leuk met een loepje. De ring is een fossiel van de stengel van een zeelelie. Er zijn fossielen van zeelelies bekend van 500 miljoen jaar geleden. In Nederland en Duitsland worden zwerfstenen gevonden met de fossielen van zeeleliestengels in de Pleistocene keileemlagen (250 miljoen jaar geleden tot 11.000 jr geleden).

In de loop der millennia zijn de afgestorven resten van allerlei zeeleven op de zeebodem terechtgekomen en langzaam ingeklonken tot steen: afzettingsgesteente. Deze zwerfstenen zijn met gletsjerijs van de voorlaatste ijstijd vanuit Scandinavie naar ons land gekomen. Als je zo’n steen een beetje nat maakt zijn de fossiele resten veel beter te zien: niet 1 ring, maar een heleboel afdrukken van van alles en nog wat.

In dit soort zwerfstenen worden niet alleen de steenschijfjes gevonden. Ze zitten vaak ingebed in kalkstenen samen met andere fossielen zoals koralen, ammonieten en mosdierkolonies.

Een zeelelie is geen plant maar een dier, een stekelhuidige. Veel soorten zeelelies zijn al lang uitgestorven, maar er bestaan er nog zo’n 600. Relatief recent ontdekt, tot de 2e helft van de 19e eeuw dacht met dat alle zeelelies waren uitgestorven. Je hebt soorten die hun hele leven op een stengel, vastgeklonken aan een koraal leven (lijkt dan wel beetje op een plant die ook een vast plek heeft), andere soorten die een deel van hun leven vrij kunnen bewegen.

De meeste levende soorten leven in tropische zeeën, veelkleurig en met veel armen. 5, 10, 40 of zelfs 200! Wil je meer lezen over fossiele zeelelies: kijk hier en hier.

Mandarijnen

November, december, een tijd dat je volop mandarijnen in de winkels kunt kopen. Zelf vind ik de mandarijnen waar nog een paar blaadjes aan zitten leuk. En ze hoeven ook niet knaloranje te zijn. Ze kunnen best groenig zijn, en toch rijp en sappig.
Van de mandarijnen op de schaal zijn de grote die van de Ekoplaza, en de kleintjes de rijpe vruchtjes van ons mandarijnenboompje. Klein, sappig, heel dun schilletje en extreem zuur. En tegelijk echt een mandarijnensmaak.

Het boompje is inmiddels naar boven naar de koele logeerkamer verhuisd om te overwinteren. De rijpe vruchten en een deel van de groene vruchten heb ik er afgeknipt. Energie sparen in de rust periode.

Korte dag bloeiers

De wintertijd is ingegaan.
Het is vroeg(er) donker.

De dagen worden korter,
en het waait en stuimt.

Kortedag bloeiers vinden het prima.
Als ze maar binnen staan.

Hier een van onze graslelies. Deze chlorophytum kreeg ik als stek van Hilde. Met de oorspronkelijke stek op de kast, de ‘kinderen’ halverwege de kast. En nu de ‘kleinkinderen’ net boven de grond. Een fraaie bloem in al haar eenvoud. Naast deze soort hebben we ook een bonte vorm met iets smallere bladeren en een egaal groene. Van de meeste hoge kasten bij ons thuis, en van de schoorsteenmantel, bungelen de kindplantjes van chlorophytums omlaag. Chlorophytums komen van oorsprong uit Zuidelijk Afrika.

Wie is de dader?

Tot afgelopen woensdag hadden we Nick en jan, de schilders over de vloer. Nou ja, rond het huis. Ze hebben al het houtwerk geschilderd, witte dakkapel en dakgoot en deuren; donkerrode kozijnen. We hadden geluk met het weer, vrijwel de hele tijd drooggewest. Woensdag net voor de lunch waren ze klaar, met als laatste de drempel van de voordeur. De zon scheen, dus de deur kon lekker open staan.

Toen ik begin van de middag de gang in kwam …. rode verfsporen op de groene vloerbedekking!

MUIS, HEB JIJ DAT GEDAAN?

Moi ?

Heel onschuldig keek Muis me aan, welnee zoiets doe ik niet.

LAAT ME JE POOTJES EENS ZIEN?

Omdat de verf nog niet droog was, en de zon nog steeds scheen ben ik met een tuinstoel en boekje bij de voordeur gaan zitten. Een paar keer die middag probeerde Muis, poes van een eindje verderop in de straat, nog naar binnen te glippen.

Bramen

Twee weken terug liepen we langs een paadje in de buurt waar veel bramen zaten, toen nog deels rood. Vanmorgen eerst in eigen tuin naar bramen gekeken, maar die waren eigenlijk al overwegend ingedroogd/ deels overrijp. Te lang gewacht….

Na de lunch even langs het paadje wandelen … ook hier veel bramen verdroogd. En dit waren echte prikbramen, niet zoals de doornloze zoals bij ons in de achtertuin. Veel bramen zaten te hoog om zonder ladder bij te kunnen. En op de plek waar best wel wat zat, liep een hond in een tuin achter de heg steeds nerveus blaffend rond. Niet fijn. Uiteindelijk maar een klein bodempje in mijn bakje geplukt. Even verder gewandeld. Ik wist nog wel een hazelaar in de buurt. Nootjes verzameld, en een eindje verderop bij een voetbalveldje stond nog een forse hazelaar. Zo kwam ik toch nog met een aardige oogst thuis: hazelnoten.

Zo weinig bramen, gram of 100, dat het niet de moeite waard was om in te vriezen. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een aantal zakjes eerder ingevroren fruit (rode bessen, zwarte bessen en wijnbessen) uit de diepvries te halen en samen met de bramen tot halfzoete jam te maken. De potjes zijn zo goed als afgekoeld. Lekker.

Wildcam

Het eekhoornvoederhuisje hangt vanaf ons terras gezien aan de achterkant van de hazelaar. WE zien de eekhoorns die nootjes komen halen dus niet direct. Vaak horen we ze wel: nadat er een walnoot uit het huisje is gehaald horen we vaak ‘knaag, knaag, knaag, krak!’, dan is de walnoot open. En even later vallen de lege helften van de noot naar beneden. We wilden wel eens zien hoeveel eekhoorns er kwamen, omdat de pinda’s in zo’n hoog tempo verdwijnen; naast de twee walnoten per dag. Dus zo kwam het dat Eddy een wildcamera bestelde. Die hangt nu in de hazelaar achter in de tuin. Met een bewegingsmelder om foto’s te maken, en een SD-kaartje erin om de foto’s op te slaan.

Dit is de camera, met als stand-in de Franse eekhoorn , meegebracht uit de winkel bij de tuinen van Les Valoires.

Kleine witte sterretjes

In een plantenbak in de serre had zich onverhoopt een brandnetel uitgezaaid. Die groeit nu dus binnen. Een mooie gelegenheid om de bloemetjes eens van dichtbij te bekijken. Piepkleine witte sterretjes. Minder dan een millimeter groot. De moeite waard om eens van dichtbij te bekijken. Niet te dichtbij, je ziet de scherpe stekeltjes, de brandharen/ netelcellen van de plant op bladnerf, plaatstengel, maar ook enkele op de stengeltjes van de bloeiwijzen.

Lady Charlotte Florentine Clive

Een andere naam voor de Clivia, een plantengeslacht uit de familie van de Narcisachtigen, is de Sint-Jozefplant. De planten komen oorspronkelijk uit Zuid Afrika, en worden veel gekweekt, met bloemkleuren van licht geel, oranje tot diep rood. De planten houden van schaduw en kunnen onder andere vermeerderd worden door een bladstek van het topeinde van een blad. Dat lees ik net op wikipedia. Maar eens bij de buurvrouw gaan vragen of ik een stek mag nemen. Deze foto’s zijn van de clivia bij haar in het halletje.

Het geslacht is door botanicus John Lindley (rechts) vernoemd naar de hertogin van Northumberland, Charlotte Florentine Clive. Zij was o.a. gouvernante van Queen Victoria.