Amaryllis 1983

Kerst komt er aan. Dat betekent dat je overal weer de grote amaryllisbollen kun kopen. En binnen een paar weken groeit daar dan de dikke stengel uit met de enorme bloemen. Rood, roze of wit, verschillende kleuren. Deze staan bij de bloemenwinkel waar ik langs kom op weg naar de super.

Heb je zo’n bol in de vensterbank, dan een tip om (met de kinderen) te doen: maak een groei grafiek. Elke dag, liefst op dezelfde tijd meten hoe hoog de top van de plant is. Vanaf het moment dat het eerste puntje uit de bol omhoog komt. Elke dag een stipje op grafieken papier. Dat is de steile lijn. En als de bladeren gaan groeien een afzonderlijk lijntje voor de lengte van een blad, die groeien iets minder hard (minder steile lijn) en groeien wel wat langer door. Als de bloemknop open klapt en de bloemen verschijnen dan groeit de stengel een stuk langzamer. Helemaal rechtsboven zie je dat de lijntjes bijna vlak gaan lopen: dat is moment dat zich zaad begint te vormen.
Onderstaande grafiek maakte we ooit (tijdens onze studie tijd).

klik voor grotere grafiek

Muggenradar

In februari 2021 schreef ik een blogje over de ingestuurde platte muggen voor een muggenonderzoek van de Universiteit Wageningen. Kort geleden kreeg ik bericht terug over de soort mug die ik had ingestuurd.

De ene was de meest getelde mug van de ruim 4000 inzendingen.

Uw ingezonden mug behoort tot de steekmuggen van het geslacht Culiseta. Muggen binnen dit geslacht blijven gedurende de winter actief. Een van de meest voorkomende soorten binnen dit geslacht in Nederland is de geringde wintersteekmug (Culiseta annulata).

De andere kwam een stuk minder voor en is de soort die malaria kan dragen. Er stond geruststellend bij de muggen momenteel in NL geen malaria parasieten dragen.

Uw ingezonden mug behoort tot de steekmuggen van het geslacht Anopheles. Veel soorten binnen dit geslacht gaan normaal gesproken in de winter in winterrust en zoeken dan een rustig plekje om de winter door te komen.

Uitslag telling steekmuggen van onderzoek februari 2021

In de mail ook het verzoek om nieuwe muggen in te sturen. Uw inzending is extra waardevol omdat u al eerder mee deed. Dan doe ik toch weer een keer mee ! Drie muggen deze keer. Een formulier per mug, met voor elke mug een eigen uniek code. Dit zijn ze.

Mug 1 in de woonkamer gister- 738850
Mug 2 in de slaapkamer vanmorgen – 216862
Mug 3 in de douche vanmorgen – 609107

Goudgele plooiparasol

De eerste paddestoelen verschijnen al weer, vochtig genoeg. En soms op bijzondere plaatsen. Zoals dit leuke gele paddenstoeltje, prachtig geel en niet groter dan een centimeter of twee. Waar te zien?

Deze stonden gewoon in mijn werkkamer. In de potgrond van een kamerplant, een spatiphyllum. Deze goudgele plooiparasol (als ie iets verder groeit gaat het hoedje open als een soort plooirokje) komt vaak binnenshuis voor. De sporen zitten in potgrond waar bijvoorbeeld kokosresten in verwerkt zijn.

Fruitvliegjes

Het is de tijd van het jaar dat ze overal verschijnen. De fruitvliegjes. We hebben zo’n elektrische zapper in de keuken liggen, maar de vliegjes vliegen gewoon ‘door de tralies’ heen lijkt het.

Toen vond Eddy een link met een tip hoe de vliegjes te vangen. Dat gingen we natuurlijk meteen proberen. Eerste potje met honing opgelost is beetje warm water. Toen een tweede potje met een bodempje kefir. Als we weer een keer bier drinken proberen we dat ook. Ook daar schijnen de vliegjes dol op te zijn. Ze zijn nog niet allemaal weg, maar er zijn al heel wat vliegjes de trechter ingevlogen (en niet meer eruit).

Mooie tip.

Uit eigen tuin

We hebben geen moestuin. Wel eens geprobeerd om een stukje van de achtertuin vrij te maken voor wat groenten en fruit, maar dat is mislukt. Halverwege de zomer was alles overgroeid met de omringende planten. Slak-technisch ook niet helemaal jofel.

Fruitstruiken kan wel. Zoals de wijnbes, zwarte bes en -binnenkort te oogsten – blauwe bes.
Zo leuk om even naar buiten te lopen met de schaar om wat bieslook of oregano (majoraan) af te knippen. Op het terras staat een bak met gemengde kruiden: peterselie, tijm en rozemarijn. En een zestal tomaten in potten. Lekker bij de lunch in plakjes op de boterham met kaas.

Voor het ontbijt: met de slippers aan naar buiten en een handje wijnbessen voor in de muesli.
Ze zwemmen heel decoratief in de melk.

Glorieus exotisch

In de hoek van de serre staan ze weer prachtig te bloeien. De klimmende lelie wordt ze ook wel genoemd, deze gloriosa superba. Geen familie van de lelie, maar de bloem lijkt er op het eerste gezicht wel wat op. Ze komt van oorsprong voor in India en delen van zuidelijk Afrika. Absoluut niet winterhard. Groeit uit wat vreemde langwerpige knollen die ik elk jaar weer opnieuw oppot. Buiten in pot gaat ook, als je ze maar op tijd weer binnen haalt, oktober of zo. Ze blijven dan wel wat kleiner.

Bij het zoeken van wat aanvullende informatie op internet kwam ik deze foto tegen. Een gloriosa ‘plantage’ in India, denk ik. Waar de plant gekweekt wordt voor het zaad, blijkbaar heeft het ook goede ‘kruiden; eigenschappen. Wel minimaal 100 kg zaad bestellen!

Beginnen met potten

Rond het begin van de lente is een mooi tijdstip om de bollen en knollen die in de kelder overwinteren weer te voorschijn te halen en op te potten. Vorige week al een zak potgrond van 40 liter gehaald. Zaterdag 20 maart – met fietskar- nog 100 liter gehaald. Heb ik voorraadje.

Want met grote potten vliegen de liters potgrond erdoor heen. In de grootste pot de gloriosa knollen, in de op een na grootste de begoniaknollen; 1 knol was helemaal verdwenen, van binnen uit opgegeten door iemand (?), er was alleen nog een droog leeg vliesje in de turf waar de knollen overwinteren. Dan een paar potten met die ontzettend lekker ruikende Abbesijnse gladiolen. De rest van de gladiolenknolletjes gaan straks de volle grond in. Tot slot nog de gekke spinachtige wortelknollen van de commelina. Daar waren al groene puntjes van een centimeter of 2 te zien. Ik heb er een hele stel bij elkaar gedaan in een pot (afgekeken van de buren). Al deze potten staan voorlopig nog even in de serre. Vorstvrij.
Dahlia’s heb ik niet meer. Die heb ik vorig jaar allemaal bij de buren in de tuin gezet. Zij hadden plek. En hebben daar prima gebloeid. Toen idd e buurman er aan herinnerde, snelde hij naar de garage, om een kartonnen door te voorschijn te halen, waarin de knollen keurig bewaard waren. Die kan hij binnenkort oppotten.

De tomaten van paar weken geleden waren groot genoeg om te verspenen: ze staan elk in hun eigen 9×9 potje. Ik hoop dat ze het niet te koud vonden toen ik ze aan het verspenen was; buiten was het maar 5 graden en een koude wind. Deze staan nu ook in de serre.

Tot slot ook alvast was buiten planten in potten. Lichtroze persicaria’s. Een pol bij de buren uit de voortuin gespit. Nakomelingen van een plantje dat ooit bij ons vandaan kwam; had ik er maar 1 van en di had ik opgepot om te vermeerderen. Maar ja, als je geen naambordjes bij de plantjes stopt…. Aan de bladeren kon ik prima zien welke plant het was (persicaria amplexicaulis), maar niet welke kleur. En zo belandde de lichtroze versie, samen met allerlei andere plantjes bij de buren in de tuin. Maar nu dus wat nakomelingen weer terug. Ze krijgen er de donkerrode voor terug.

Rode bloemen

Rond deze tijd van het jaar kun je ze overal kopen, voor weinig. Kalanchoe blosfeldiana Pacaya. In verschillende kleuren.

Gister (6 maart) bij de bloemenwinkel aan het einde van de straat

Een paar jaar geleden kocht ik er een paar met knalrode bloempjes. Twee jaar gebloeid en toen in de serre gezet. Daar zijn ze eerst verdroogd (heet in zomer), toen bijna bevroren (koud in winter). Maar toch hebben ze het overleefd. En ze bloeien nu uitbundig. Wel een hele andere vorm gekregen: lange, wat slungelige stengels van 30, 40 centimeter lengte, kleine blaadjes. Heel anders dan de compacte plantjes met hele grote bladeren, direct in de winkel gekocht (plofplantjes?)

Nog net in de knop, kleine balletjes.
Van heel dichtbij, bijna een roosje
Met onderaan mijn rode zweedse klompen, bijna dezelfde kleur

NB. de andere vetplanten, zoals de crassula hebben dit jaar niet gebloeid. Dat doen ze meestal tijdens de korte dagen, mara wel als ze een beetje koude periode gehad hebben. Voorgaande jaren zaten we niet vaak in de voorkamer, en was het daar een graad of 16. Nu is het mijn werkkamer, Corona thuiswerken, en is de temperatuur steeds hoger. 20 graden.
Tja, en dus geen bloei.

Eerste zaaisels 2021

28 februari zaaide ik de eerste zaden van dit jaar. Drie zakjes peper zaad en twee zakjes tomaten zaad van Diana. In potjes, 4 zaden per potje, en de potjes in een kamerkasje in de vensterbank. Potgrond met een paar flinke handen vol brekerzand, om het mengsel wat minder voedselrijk te maken. Hele jonge zaailingen halen hun energie uit het zaadje zelf, en kunnen bestens in arm mengsel worden gezaaid. Een week later is zijn de tomaten opgekomen, de pepers nog niet. Het zesde potje bevat (oud) zaad van knoflookbieslook, daar heb ik geen hoge verwachting van: uienzaad verliest snel zijn kiemkracht.

Van linksonder, met de klok mee: Tomaat Cherry Falls, Peper Cayenne purple, Peper Maui purple, peper early Jalapeno, Tomaat tomatoberry, knoflookbieslook
Op 7 maart, 1 week na het saaie: tomaat links achter en tomaat midden voor zijn gekiemd.

In een tweede kasje zaaide ik een paar oostindisch kers zaadjes, die ik vorig jaar uit een tuin wat verderop in de straat meenam. En ik kwam nog een oud zakjes gemengde klimplanten zaad tegen. Dat zakje was al van 2015, dus of het wat wordt …

Links voor en dan met de klok mee: oostindisch kers uit tuin verderop, oostindisch kers uit zakje gemengde klimplanten, suzanne met de mooie ogen, kanarishe kers, lathyrus en div soorten ipomoea.
Wauw, precies 1 week later, op 7 maart de ipomoea groeit al bijna tegen de bovenkant van het kasje aan. Al bijna gereed om in aparte potjes te zetten.