Bloeien mag

Begin juni kocht ik een potje paarsbladige basilicum. Als je zo’n potje voor gebruik als keukenkruid koopt zitten er vaak tientallen zaailingen in 1 potje. Het eerste dat ik bij thuiskomst deed was de zaailingen uit elkaar halen. Een vijftal individueel opgepot en de rest in kleine kluitjes in een brede ondiepe bak geplant. De losse zaailingen zijn mooie kleine struikjes geworden, twee heb ik er nog, de andere zijn met enthousiaste bezoekers meegegeven.

Paarse basilicum
Paarsroze met witte meeldraadjes
Bloemtrosje komt eraan

De grote bak puilt uit van de basilicum. Nu de zon minder fel schijnt is het knalpaarse blad een beetje aan het verkleuren naar groenpaars. De bloeitoppen heb ik tot een paar weken geleden consequent verwijderd, dan blijft het blad wat malser. Maar nu mag de plant zijn eigen gang gaan. Op de tafel in de serre is het nu een feest van knalpaarse kleine bloemetjes.

Lavendelzakjes (1)

Paar weken lavendel geplukt. En laten drogen. Gister de bloemjes van de kurkdroge stengels gerist. Met tuinhandschoenen aan, die nu helemaal naar lavendel geuren.
Af en te was de geur bij het ‘rissen’zo sterk dat het bijna op mijn keel sloeg. Nu heb ik een flinke bak vol met fijngeurende bloemblaadjes (en nog een verdwaald takje). De stengeltjes heb ik op een tuinpaadje gestrooid, elke keer als ik daar over heenloop ook nog wat geur.
Dinsdag ochtend ga ik naar Hilde, endje verderop in de straat. Samen gaan we lavendel geurzakjes maken. Resultaat volgende week.

Net geplukt, half juli.

In de serre

Ondanks, nee dankzij, de warmte afgelopen week doen sommige planten het heel goed. Zelfs als ze in de serre staan die aantal dagen tegen/boven de 40 graden warm was. Natuurlijk wel omdat deze planten in potten ook elke dag water kregen.

Vijf planten wel 50 pepers in aantocht. Dat wordt veel nasi eten.
Wat een elegantie, zo’n gloriosa bloem
In de hoek van de serre, drie boenstaken als steun, zeker 1,80 m hoog.
Rode Basilicum, bijna niet tegen op te eten.

Clematis op de Vaas

Veel bloemen in de tuin, maar bijna nooit binnen. Als we een bosbloemen hebben in een vaas, dan is dat meestal een kado. Zoals deze fraaie clematissen van Sigrid (die een heleboel oude jaargangen tuintijdschriften meenam).

Ik wist helemaal niet dat je ook clematissen voor op de vaas had, dat de stengels lang genoeg waren om ze in een vaas neer te zetten. Nou kan prima. Ze zijn bijzonder elegant. Op zoek naar een vaas met smalle hals kwam ik bij de tinnen kan, een erfstuk.


Schoon!

We hebben een heerlijke serre, glazen wanden, glazen dak. Vanaf april tot oktober plek om te lunchen en te eten. Bij temperaturen die hoog genoeg zijn, verder naar buiten, naar de -met glas- overdekte veranda.
Er is wel een maar…. veel glas = veel ramen= veel vies.
Toen we de serre lieten bouwen maakten we de serre regelmatig (dwz 1 x per jaar) schoon. Zwaar werk, en vooral het glazen dak is erg moeilijk te bereiken. Allengs werd de serre meer bevuild, met algen e.d.

Dit jaar voor het eerst een schoonmaakbedijf ingeschakeld. Rene, van DSR cleaning, kwam afgelopen week langs. Het kostte flink wat tijd, de ochtend en eerste helft middag, maar toen was het ook weer prachtig. Blinkend en wat een licht. Zeer tevreden met het resultaat.

Lente binnen

Viel even tegen dat het weer grijs , kouder en winderiger werd.
Na die prachtige lente dagen in februari.
Binnenblijven.

Paar dagen geleden stond Ina opeens op de stoep.
Ina leest al vanaf het begin dit blog ’t Groentje’.
Ina woont op fietsafstand,
heeft een mooie tuin aan de rand van het open Drentse land.
Langs de lengte van haar tuin loopt een enorme forsythia-haag.
En die hadden ze gesnoeid.
En een bosje snoeisel kwam Ina langsbrengen.
Als bedankje voor de vele ‘groentjes’.

Nu is het ook een beetje lente binnen.
Dank je, Ina.

2 maart

5 maart

Zoek de verschillen

Twee foto’s, genomen vanaf mijn favoriete plekje op de bank.
Zoek de verschillen tussen de foto’s (en meld ze als reactie op dit blogje).

Foto 1

Foto 2

Op deze plek zit ik meestal deze blogjes te typen.
Behalve het raam op de foto, uitkijkend op de zijborder, is er iets naar rechts op de foto de voorruit. Van daaruit kijk ik over een laag stukje van de vuurdoorn (met vorige week een merel) naar een boompje waarin een dikke kluit kamperfoelie groeit en waar we vaak de vetbollen voor de vogels inhangen.

Vrolijke voorkant

Laatst ging ik een nieuw blok kopen met blanco papier.
Om te oefenen met tekeningetjes maken.
Ik zou een 1 daagse tekencursus gaan volgen.
Even naar de action.
Dit is de voorkant van het blok, zo vrolijk.

Als ik het gebruikt heb, doe ik de voorflap weer terug en leg het blok met de voorkant naar boven in de la van mijn bureau.
Elke keer als ik het blok weer ga gebruiken, moet ik weer glimlachen.
Het leuke is dat de spreuk voor iedereen kan gelden.
Ieder met zijn eigen ‘ happy’.

Lydia

Meestal begin ik elk blogje met een foto. Eerst een plaatje, dan er wat tekst omheen bedenken. In voorjaar en zomer is dat super makkelijk: dan een kort rondje door de tuin met fototoestel of telefoon(camera) en ik heb een heleboel bronnen van inspiratie.

Op een natte herfst- of winterdag is dat minder voor de hand liggend. Het is lastiger om snel mooie foto’s te maken, minder kleuren, minder licht. Tuurlijk kun je ook nu mooie foto’s maken, maar dat vereist meer voorbereiding, goede belichting of evt. bijlichten, statief. En dat komt er nu niet zo van.

Het blijft bij een kort tuinrondje. Kraag hoog opgetrokken, handen in mijn warme jaszakken. Een kort tochtje met het schillenbakje naar de composthoop achter in de tuin. Een snelle beweging van de hark om afgevallen blaadjes van het pad in de borders te vegen. Dat is nu ook zo goed als klaar, de bomen zijn vrijwel kaal en de meeste bladeren liggen nu op een grote stapel in een reusachtige plastic zak: bladaarde in wording.

De enkele foto die ik nu maak, heb ik al eerder gemaakt. De knaloranje vuurdoornbesjes. Die langzaam maar gestaag worden weggewerkt door de verzameling merels. Begin 17e eeuw (1) verscheen deze struik in Europese tuinen.

Vuurdoorn, pyracantha coccinea. Aan de vrucht, de sterretjes met 5 punten, zie je dat de vuurdoorn tot de rozenfamilie behoort. Ga maar eens een willekeurige rozenbottel bekijken!

Lydia, midden onder in beeld. Beetje onscherp, want moest snel en zonder te veel beweging om haar niet te verschrikken, mijn telefoon pakken en foto maken. Midden boven, de witte vlek, is een pindacake, waar voornamelijk kleine vogeltjes op komen.

Vanuit een ooghoek zie ik beweging. Op een meter afstand van waar ik zit te schrijven, op de vuurdoorn juist achter het raam zit Lydia, een mereldame. Besje na besje verdwijnt in haar snavel. Alsof ze door heeft dat ik net over haar schrijf…

Vuurdoornweetje van wikipedia
Alice M. Coats, Garden Shrubs and Their Histories (1964) 1992, s.v. “Pyracantha” notes that it does not appear in John Gerard’s Herball of 1597 but was in gardens before 1629, when John Parkinson mentions it, as the “ever greene Hawthorne or prickly Corall tree”.

Meer
hier.