Witte reiger

Meestal zien we de gewone reiger. Aan slootkanten bij een nadeling, of regelmatig bij ons in de tuin (snacken bij de vijver). Regelmatig zien we nu ook een zilverreiger, in het natte weidegebied aan de oostkant van het Paterswoldse meer. Een grote witte vogel. Zoals op onze ochtendwandeling vanmorgen. Op de tweede en derde foto is ie net opgestegen, met een reflectie in het water. Dit is rond 10 uur ’s morgens.

Aangezien de grote zilverreiger vaker voorkomt dan de kleine zilverreiger, ga ik ervan uit dat het de grote zilverreiger is. Er is een verschil in snavelkleuer; de grote zilverreiger heeft een gele snavel, de kleine een zwartgrijze. Op de foto is niet te zien welke kleur de snavel is en we hadden geen kijkertje bij ons. Maar goed, gezien de zeldzaamheid van de kleine (nu nog rode lijst), gaan we ervan uit dat dit de grote is (sinds 2017 niet meer op de rode lijst.) Van de grote zilverreiger zijn er een kleine 200 broedparen in Nederland, voornamelijk de Oostvaardersplassen. In de winter zijn er 2500 tot 2800 exemplaren in ons land, voornamelijk afkomstig uit Oekraïne/Polen, de alpenlanden of Zuid Frankrijk.

vliegbeeld, spanwijdte 140-170 cm
In winterkleed, 80-100 cm hoog

Tekst vogelbescherming:
De aantallen grote zilverreigers zijn de afgelopen jaren sterk toegenomen in Europa als gevolg van wettelijke bescherming en het netwerk van Natura 2000. Tegenwoordig behoren ze tot de gebruikelijke invulling van ons Hollands winterlandschap. De soort is als broedvogel gebaat bij groot, nat en rustig rietland in combinatie met een rijke fauna van kleine vissen en ongewervelde dieren. De Oostvaardersplassen zijn en blijven vooralsnog het belangrijkste broedgebied voor de grote zilverreiger.

Streepsteelmycena

Nederlandse namen van paddenstoelen beschrijven vaak hoe de paddenstoel eruit ziet. Bij deze mycena polygrammna is dat natuurlijk de (vezelige) strepen op de steel. Nou ja, natuurlijk…. ik moest de foto flink uitvergroten voordat ik zag dat er inderdaad lengtestrepen op de dunne steeltjes zitten. Ik had hem misschien eerder chinees hoedje genoemd, vanwege de grappige bult in de hoed van deze paddenstoel.

Het schijnt dat ook de fraaisteelmycena zon gestreepte steel heeft ook een overstekend hoedrandje (niet bij de streepsteelmycena).

Het is een zeer algemeen soort, die groeit op oud hout, en voorkeur heeft voor eik. En er zijn nog veel meer mycena’s ! Kenmerkend voor de vele soorten mycena’s zijn de bleke lamellen en de witte sporen. De steel is lang en dun, het hoedje dunvlezig, gewelfd of klokvormig met een doorschijnend gestreepte rand. Leuke sierlijke paddenstoeltjes.

Groene knolamaniet

Vanmorgen bij Vroege Vogels op de radio een stukje over de groene knolamaniet, amanita phalloides. En in de Trouw van vorige week ook een uitgebreid artikel over deze extreem giftige paddestoel. Het is een in Nederland van oudsher al veel voorkomende soort, en -volgens het Trouw artikel- misschien wel de reden waarom in Nederland niet zo veel paddestoelen in het wild geplukt worden. Waar je van een vliegenzwam eten behoorlijk ziek kunt worden is 50 gram van deze groenige paddestoel genoeg om je naar de eeuwige jachtvelden te verwijzen. Het is een gif met een vertraging, pas 4-6 en soms wel 10 uur na het eten merk je de verschijnselen, en dan is het kwaad meestal al geschied. Lever en nieren houden er mee op.

Zoals gezegd komen ze veel voor, en in ons geval letterlijk op de hoek van de straat. Het kleine grasveldje hoek Meerweg, hoek Westerse drift, waar de hoop met afgevallen bladeren van de gemeentebomen ligt. Bij ons zondagochtenwandelrondje kwamen we ze tegen, en de app Obsidentify gaf meteen aan (met een zekerheid van 99%) dat het de groene knolamaniet was. De paddestoel begint vrij groen/ gelig en verbleekt dan wat. Daardoor schijnt ie wel eens voor eetbare soorten, als champignons, te worden aangezien. Niet giftig bij aanraken, dus geen zorg. Alleen geen hap van nemen.

Het is nog onduidelijk wat het evolutionaire nut van zo’n dodelijk gif voor mensen voor de paddestoel zelf is. Allerlei dieren als konijnen en eekhoorns, maar ook slakken en insecten kunnen de paddestoel prima eten.

Panteramaniet

Amanita pantherina. De hoed is donkerbruin met witte stippen. De paddestoel komt eerst als een gestippeld ei uit de grond en vouwt dan de hoed open. Witte steel met wit rokje. Plaatjeszwam.
Familie van de vliegenzwam. Heeft hetzelfde (zenuw)gif als de vliegenzwam, maar in grotere hoeveelheden. Daarom ook vaker met dodelijke afloop, indien gegeten. Na 1/2 tot 2 uur verschijnselen.

Foto 14 november 2021. Deze exemplaren staan op het grasveldje bij het politiebureau in Haren, aan de Vondellaan.

Plantenruil najaar 2021

In verband met Corona was de plantenruil van de Wilde planten Tuinkring (IVN afdeling Haren) een aantal keer niet doorgegaan. Maar dit najaar kon het weer, en werd de ruil gehouden in de achtertuin van Willie Bakker. Koud was het niet, maar nat wel. Juist tegen 10 uur begon het te regenen, en de ruil was van 10:30 tot 12:00.

Dus regenbroek aan, laarzen en en paraplu mee. Planten had ik op de vrijdagmiddag ervoor al verzameld en klaargezet in bak en emmer. En met vooruitziende blik had ik ook een lijstje van de meegenomen planten gemaakt.

Dat bleek handig. Want waar de andere keren iedereen eerst naar de plantjes rent om te kijken wat er voor moois bij zit, kwam iedereen nu meteen op de koffie/ thee af, onder het grote afdak bij Willie. Genoeg plek daar, en mooi om elkaar weer even te zien. Met natuurlijk ook zelfgebakken taart: appeltaart of perentaart (met de laatste peren die Willie de dag er voor nog in 1 van de perenbomen ontdekte). Rustig de tijd om het plantenlijstje te bekijken.

En zo werd het meer een reünie en even ‘live’ bijpraten, dan een evenement waar veel geruild werd. Ook prima.

Toen stopte de regen en liepen we een rondje door de tuin. Bijna een park, met alle fruitboompjes en kleine paadjes. En voor de loopeenden een nieuw hok (middelste foto), getimmerd door de zoon van Willie.

Rariteit: pinguïn

Nou kom ik toch al heel veel jaren in de tuin bij Willie, maar deze pinguïn had ik nog nooit gezien. Of ben ik het gewoon vergeten, dat kan natuurlijk ook.
Het lijkt er in ieder geval op dat hij al heel lang zit op dit plekje zit. Met een beetje verbaasde blik, aan de rand van een van de paadjes. Hij lijkt erg op Tux, de mascotte van Linux.

Heb je ook een beeldje, ornament of ander object in de tuin (of bij iemand gezien)? Stuur foto naar me op, en wie weet verschijnt ie in deze rubriek.

Raadplantje – selaginella

Op de plantenruil van de (wilde) planten tuinkring IVN – Haren kwam ik een klein plantje tegen. Meegebracht door Ernst. Dunne mosachtige sliertjes. Ze groeien als een soort tapijt over de grond, heel ondiep wortelend. steeds een stukje verder. De naam wist ie niet. Ik nam er een mee, om op een later moment eens rustig uit te zoeken wat het is.

Enig idee?

Aanvulling 7 november:
het is een selaginella. Gazonmos heet het ook wel. En volgens de oude Heukels flora van 1915 heet het Engels mos.

Zo paars, dat geloof je niet

En toch is dit een echte onbewerkte foto.
Toen ik zaterdagochtend voor onze boodschappen bij de Ekoplaza binnenliep werd ik verrast door de intens paarse kleur van deze bloemkolen. Door de anthocyanen die het bevat, stoffen die je ook in grote hoeveelheden vind in rode kool en bloedsinaasappelen.

Of ze hun kleur behouden na het koken?
Even opgezocht: nee bij koken verdwijnt de kleur (jammer), maar als je ze stoomt schijnen ze hun bijzondere kleur te houden. En ook als je ze rauw eet, als rauwkost. Er zijn ook oranje varianten (met caroteen).