Die van kabouter Spillebeen

Toch nog even deze foto’s van ‘de enige echte’ paddenstoel. De vliegenzwam, rood met witte stippen. In centrum Haren is een klein veldje, op een pleintje waar we eerdere jaren ook veel paddenstoelen zagen. Bij ons ommetje afgelopen maandag nog even langs dit veldje. En we werden niet teleurgesteld.

Nou deze dus. Ook andere soorten trouwens. Meer dan op de wandeling van de dag ervoor in het bos.

Zwellichamen

De titel van dit blog klinkt een beetje ‘Bommelachtig’, zoals de Zwelbast uit een van de Marten Toonder verhalen. Een zwelbast is familie van de blaasdraken, een soort draak die groter word als ie boos is en weer krimpt als de boosheid over is.

Maar ik heb het nu over zwellichamen, de delen van schimmels in de grond die in dit seizoen massaal de grond uitkomen en vocht nodiug hebben om goed te kunnen groeien. Dit zijn natuurlijk paddenstoelen. De term zwellichamen werd vanmorgen in een item over paddenstoelen in het zondagochtendprogramma Vroege Vogels gebruikt.

Mooie aanleiding om een wandelingetje te maken naar een bos. In ons geval een iets langere versie van een vaak gelopen ommetje, richting Glimmen en door het Quintusbos. Afwisselend felle opklaring (zonnebril) en dan weer even bewolkt. Op het nieuwe dijkje door de polder (juist daar waar even helemaal geen schuilplek was) een bui op ’t hoofd.

En wat betreft de paddestoelen… viel een beetje tegen. Nog niet heel veel gezien. Misschien doordat veel paddestoelen toch een beetje schutkleur hebben, bruinig, grijzig, en tussen het afvallend blad niet erg opvallen. Toch alvast een paar op de foto gezet. De mooiste deze keer de goudhoed, een zeldzame soort.

Het oranjegele trechtertje is mini-mini, de hoedjes maar een paar mm in diameter. De satijnzwam staat in ons eigen grasveld. De andere drie stonden in het quintusbos in Glimmen.

Plooivlieswaaiertje

Op een oude boomstronk kun je vaak zwammetjes vinden die langzaam het hout aan het opruimen zijn. Een prachtige naam vond ik vroeger altij de elfenbankjes. Als ik mijn ogen dicht deed kon ik de elfjes, van die tere Disney-achtige figuurtjes op de bankjes zien zitten. Als er geen mensen in de buurt waren.

Plooivlieswaaiertje

Een beetje hetzelfde model als elfenbankjes, maar een stuk kleiner zijn de ‘bankjes’ van het plooivlieswaaiertje. Voor mini elfjes dan. De plicaturopsis arispa of plicatura crispa komt wereldwijd veel voor: in grote delen van Europa, in Noord-Amerika (Alaska en Quebec) en AziĆ« (China en Japan). Op waarneming.nl kun je volgen hoe het plooivlieswaaiertje zich heeft verspreid in Nederland. Is hier pas in 1989 voor het eerst waargenomen en is inmiddels overal te vinden. De toename wordt toegeschreven aan de klimaatopwarming. Als ik er aan denk zal ik de volgende keer een foto van de onderkant van een van de bankjes maken, daar kun je dan mooie patronen in de plaatjes zien.

Streepsteelmycena

Nederlandse namen van paddenstoelen beschrijven vaak hoe de paddenstoel eruit ziet. Bij deze mycena polygrammna is dat natuurlijk de (vezelige) strepen op de steel. Nou ja, natuurlijk…. ik moest de foto flink uitvergroten voordat ik zag dat er inderdaad lengtestrepen op de dunne steeltjes zitten. Ik had hem misschien eerder chinees hoedje genoemd, vanwege de grappige bult in de hoed van deze paddenstoel.

Het schijnt dat ook de fraaisteelmycena zon gestreepte steel heeft ook een overstekend hoedrandje (niet bij de streepsteelmycena).

Het is een zeer algemeen soort, die groeit op oud hout, en voorkeur heeft voor eik. En er zijn nog veel meer mycena’s ! Kenmerkend voor de vele soorten mycena’s zijn de bleke lamellen en de witte sporen. De steel is lang en dun, het hoedje dunvlezig, gewelfd of klokvormig met een doorschijnend gestreepte rand. Leuke sierlijke paddenstoeltjes.

Groene knolamaniet

Vanmorgen bij Vroege Vogels op de radio een stukje over de groene knolamaniet, amanita phalloides. En in de Trouw van vorige week ook een uitgebreid artikel over deze extreem giftige paddestoel. Het is een in Nederland van oudsher al veel voorkomende soort, en -volgens het Trouw artikel- misschien wel de reden waarom in Nederland niet zo veel paddestoelen in het wild geplukt worden. Waar je van een vliegenzwam eten behoorlijk ziek kunt worden is 50 gram van deze groenige paddestoel genoeg om je naar de eeuwige jachtvelden te verwijzen. Het is een gif met een vertraging, pas 4-6 en soms wel 10 uur na het eten merk je de verschijnselen, en dan is het kwaad meestal al geschied. Lever en nieren houden er mee op.

Zoals gezegd komen ze veel voor, en in ons geval letterlijk op de hoek van de straat. Het kleine grasveldje hoek Meerweg, hoek Westerse drift, waar de hoop met afgevallen bladeren van de gemeentebomen ligt. Bij ons zondagochtenwandelrondje kwamen we ze tegen, en de app Obsidentify gaf meteen aan (met een zekerheid van 99%) dat het de groene knolamaniet was. De paddestoel begint vrij groen/ gelig en verbleekt dan wat. Daardoor schijnt ie wel eens voor eetbare soorten, als champignons, te worden aangezien. Niet giftig bij aanraken, dus geen zorg. Alleen geen hap van nemen.

Het is nog onduidelijk wat het evolutionaire nut van zo’n dodelijk gif voor mensen voor de paddestoel zelf is. Allerlei dieren als konijnen en eekhoorns, maar ook slakken en insecten kunnen de paddestoel prima eten.

Panteramaniet

Amanita pantherina. De hoed is donkerbruin met witte stippen. De paddestoel komt eerst als een gestippeld ei uit de grond en vouwt dan de hoed open. Witte steel met wit rokje. Plaatjeszwam.
Familie van de vliegenzwam. Heeft hetzelfde (zenuw)gif als de vliegenzwam, maar in grotere hoeveelheden. Daarom ook vaker met dodelijke afloop, indien gegeten. Na 1/2 tot 2 uur verschijnselen.

Foto 14 november 2021. Deze exemplaren staan op het grasveldje bij het politiebureau in Haren, aan de Vondellaan.