Floron organiseert jaarlijks de eindejaars plantenjacht; tussen kerst en 3 januari kijken welke bloeiende (wilde) planten je zoals tegenkomt in deze periode. Heb je de actie gemist, volgend jaar weer een kans. De top 10 van dit jaar:
Rozetten
Ook nu nog prima te doen (in eigen tuin bijvoorbeeld) is de rozettenjacht. Veel planten maken eerst een laagblijvend bladrozet. Ze blijven groen in de winter en omdat ze zo laag zijn hebben ze minder last van evt bevriezing. En als er sneeuw valt hebben ze meteen een warm dekentje. Onderstaande collage maakte ik van foto’s die ik binnen 15 minuten maakte in eigen tuin, net voor de kerst. Het leuke van rozetten vind ik dat ze in eerste instantie veel op elkaar lijken. Maar als je ze een jaar/ paar jaar volgt herken je al heel snel welke plant bij welke rozet hoort. Van de derde van links op de onderste rij (ooit van Ernst gekregen), las ik recent dat het (ook) een kamerplantje is. Ga ik toch eens een exemplaar binnen zetten.
Langzamerhand komen alle vogelvoer silo’s en mandjes weer te voorschijn. Nu is het nog stil wat betreft mussen, wandt de silo met zonnepitjes staat er nog niet. De paal heb ik inmiddels naast de budleija in de grond gezet, die silo wil ik eerst nog even goed schoonmaken met soda. Om een beetje plek te hebben voor de silo (en beter zicht te hebben op de vogeltjes vanaf de bank, STRAKS, heb ik de budleija een lichte snoeibeurt gegeven. Op een van de oude snoeistompen kwam ik een paar wat half ingedroogde, gerimpelde paddenstoeltjes tegen. Nu heeft het weer flink geregend en de judasoortjes zijn weer stevig. Stevig is eigenlijk niet het goede woord. Als je het aanraakt voelt het een beetje als gelatine of een siliconen bakvormpje.
De judasoor is eetbaar en wordt gebruikt in oosterse keukens. Die van ons laat ik lekker aan de struik zitten. Het is een parasitaire plant die meestal op vlier groeit.
De werkzaamheden aan de informatieborden van het evolutiepad-in- wording in Hortus Haren vordert gestaag. Meeste foto’s en figuren zijn al bijelkaar verzameld door Roel. Van een paar hele vroege plantensoorten, die deels al zijn uitgestorven, bestaan de illustraties uit foto’s van fossielen. WE hebben zo nog niet allemaal, of niet van allemaal een supergoed foto. Ik help Roel, ecoloog, die het leeuwendeel van schrijf en verzamelwerk doet, met het zoeken naar de laatste plaatjes. Onder andere door een afspraak te maken bij het depot van het universiteitsmuseum, met Jan Waling Huisman. Jn Waling had eigenlijk al vakantie, maar was bereid even terug te komen om Roel en mij vrijdagmiddag een eerste blik te gunnen.
Snoepwinkel
Zo’n depot is echt een snoepwinkel als je van oude spulletjes houdt. We zijn er maar kort geweest, en Jan Waling had rij 36b van de rijdende archief kasten open gezet. Hier lagen ongeveer 60 dozen met fossielen van planten. Afkomstig van het vroegere botanische lab; eerst in de rozenstraat in centrum Groningen, bij de oude Hortus; toen verhuisd naar het biologisch centrum in Haren. Roel, vertelde dat toen hij hier biologie studeerde, de fossielen in mooie houten ladekasten in het biologisch centrum stonden. Die laden raakten langzaam leger (destijds publiek toegankelijk). Toen de biologische faculteit is gesloten zijn de fossielen in kartonnen dozen gegaan en naar het depot. De kasten zijn verdwenen en helaas is er geen goede inventarisatie van wat er is aan fossielen en welke informatie erbij hoort.
Jan Waling liet ons een paar dozen zien, en we werden helemaal enthousiast. Roel herkende er al een paar waar hij naar op zoek was; ikzelf herken het vooral als ‘een varentje’, of ‘een blaadje’ . Als een soort lopende band hebben we met zijn drieën alle 60 dozen even van de plank gehaald, geopend, gefotografeerd, gesloten en weer op de plank terug gezet. Half uurtje. Hiermee kan Roel thuis kijken van welke fossielen hij – begin volgend jaar- nog meer/ betere foto kan maken. Dan is het goed nog een extra lamp mee te nemen.
Iemand geïnteresseerd in geologie, die dat een mooie klus lijkt ?
Edda, Els en Hiltje zijn de ‘nestkastjesvrijwilliger’ in Hortus botanicus Haren: voor de winter schoonmaken en controleren van de kastjes en vanaf het voorjaar door het broedseizoen heen monitoren of en waar en hoe er gebroed wordt. Zij vonden het leuk om mee te werken aan een folder voor een themawandeling over vogels. De folder is nu in concept klaar, opgemaakt door onze vaste vormgever Harry, (ook vrijwilliger). Met een kaart met ‘stippen’, een aantal mooie foto’s van Frans en een korte beschrijving, meestal bij een nestkastje of een bankje, per stopplaats. “Vraag me af of mensen de kastjes wel kunnen vinden”, mailt Edda. “Misschien eens uitproberen met proefwandelaars.“, oppert ze.
Goed plan. Bij de balie in de Hortus liggen voor vrijwilligers , maar ook voor bezoekers een aantal clipboards met de folder en een waarneemformulier klaar. In de maand december kun je de route uitproberen. Aangeven welke plekken je kunt vinden, wat duidelijk is, hoe lang je over de wandeling doet. We hebben al goede feedback gekregen: bv. geef aan op de kaart waar de wandeling begint (entreegebouw en horecagelegenheid markeren).
Zelf uitproberen Vrijdag was ik in de Hortus en besloot zelf ook de route te lopen. Clipboard onder de arm, handschoenen aan (koude wind) en op weg. Begon al mooi met een Groene Specht die in de Hondsrugtuin zat. Nummer 1, 2 en 3 (pleintje met bankjes) kon ik prima vinden. Toen werd het lastig.
Punt 2 van de wandeling, nestkast voor een pimpelmees.
Waar is nestkast punt 4? Ik stond bij de plek op de kaart, op een heel smal paadje, rechts van me blauw paaltje met nummer 52, links een enorme thuja. Omhoog kijkend, in de takken, zocht ik tevergeefs naar een kastje. Terwijl ik een halve stap opzij zette om beter te kunnen kijken, gleed mijn voet weg.
Paniek! Naast het paadje loopt een greppel die nu vol met water staat. Ik zag al een nat pak voor me, languit in de greppel. Terugstappen lukte niet meer, ik begon al om te vallen met clipboard in ene hand, pen in de andere. Met een ‘elegante’ sprong lukte het me om over de greppel heen te springen. Op handen en voeten stond ik uit te hijgen aan de overkant. Voeten maar een klein beetje in het water. Handig dat ik mijn bergschoenen aan had. Snel keek ik om me heen: was er iemand die mijn capriolen gezien had? Volgens mij niet. Met de licht vochtige kaart in de hand verder gelopen. Geen nummer 4. Ook nummer 5 bleek lastig: er moest een spechtenhol te zien zijn, maar welke boom wordt bedoeld? Er staan overal bomen om me heen. …
Bankje Punt 7, bij het gele bankje, is een mooie plek om te gaan zitten en luisteren en kijken. Het is een metalen bankje dus een tikje koud aan de billen. Met een lange jas ook op een koude grijze dag als vandaag prima te doen. Merels en mezen, spechtenhol gevonden (waar spreeuwen in gebroed hebben), er ritselt van alles.
Herkansing punt nummer 4 Toch nog terug gegaan naar punt nummer 4. Ik moest die nestkast toch kunnen vinden! Nu kwam ik van de andere kant, over een iets breder pad, en ja hoor. Daar zag ik de -nog nieuwe- driehoekige boomkleverkast hangen, aan de achterkant van de enorme Thuja Standishii. Het nummer kun je niet zien van de zijkant. Weer even de bocht om naar de plek waar ik bijna te water ging. Ja, ook van die kant te zien, zie foto.
Het nieuwe driehoekige nestkastje aan de linkerstam van de grote conifeer.
Vanmorgen was het eerst zonnig, in de loop van de middag werd het bewolkt, wel droog. En wat doen we dan…. lekker stukje wandelen. Met de bus naar Zuidlaren en vandaar het Drensche Aa gebied heen, uiteindelijk via Anlloo naar Annen en daar weer de bus terug.
Was het dan snertweer? Nee , prima wandelweer. Lees de titel van deze blog als twee woorden: snert weer, of te wel: nog een keer snert, weer snert. Een paar maanden terug waren we in het zelfde restaurantje en at ik snert. Een stevig soepje: de lepel bleef staan!
Aanvankelijk waren we van plan van Anloo naar het westen te lopen, het dal van de Drentsche Aa oversteken en dan weer naar het noorden. Het water stond zo hoog, dat we dat maar niet gedaan hebben. ’s Zomers is het grasveld van het terras bij Café De Drentsche Aa zeker dubbel zo breed (nu half onder water). Het asfaltweggetje dat van het cafeetje naar het westen loopt was ook afgesloten voor auto’s.
Bladerend door mijn digitale foto’s , december 2024 , kwam ik er een paar tegen van een gaasvliegenhotel. Had ik op TV gezien , en vond ik leuk om na te maken. Met een paar van de vele honderden bloempotjes die ik ooit van Ome Job, onze vroegere buurman, had geërfd.
Hotel in aanbouw
Het hotel hangt er nog steeds. Of er gaasvliegen in zitten, of gezeten hebben, is moeilijk te zeggen. In dezelfde hazelaar hangt ook het eekhoornvoederhuisje, waar Eddy nog steeds dagelijks wat nootjes in doet voor Erik. En voor mensen die nu voor het eerst bij ons achter in de tuin zouden komen… die herkennen het schuurtje van de foto niet. Helmaal groen en overgroeid met klimop. De gaten van het raam snoei ik elk jaar open. De dakpannen zijn uit beeld verdwenen. Inmiddels is de groei gestopt, hoger kom de klimop niet, en nu is de plant volwassen: dat wil zeggen dat er eerst bloemen en later bessen aankomen. Erg goed voor insecten en vogels.
Met de stevige wind en koude nachten afgelopen week zijn veel bomen opeens vrijwel kaal. De vogels en binnenkort de eekhoorn worden steeds zichtbaarder. ’s Morgens is het een vrolijk gekrakeel als de vogeltjes hun ontbijt komen halen . Erik (de eekhoorn) maakt nog ook elke dag zijn bakje leeg: twee walnoten, tamme kastanjes en pinda’s. De komende periode kunnen jullie weer meer en meer vogelfoto’s verwachten. De planten gaan in rust, de vogels komen dicht bij huis.
Zoals deze parmantige pimpelmees (cyanistes caeruleus, synoniem: Parus caeruleus). Foto’s van 1 december. Superhandig in het manoeuvreren rond pindabollen en vetblokken. Had je teunisbloemen in de tuin, laat ze vooral staan, zeker als ze vlak bij het raam staan. Dan zie je deze acrobaatjes-met-blauwe-pet het hele winterseizoen zaadjes uit de uit de verdroogde zaaddoosjes pikken.
De hazelaar in de tuin heeft lang zijn blad gehouden. De sneeuwlaag van afgelopen weekend heeft ervoor gezorgd dat veel van het blad er nu af is. Als een geel tapijt lag het op het pad naar achter en op het schelpenterrasje. Vanmiddag na de wandeling nog even met de hark de bladeren van het pad geveegd en op een grote hoop geharkt. Dat gaan weer fijne bladcompost worden.
Vrijdagochtend nog voor het ontbijt naar buiten. Hoe zit het met de kwaliteit van de sneeuw? Uitstekende plaksneeuw. Meteen aan het werk en kwartiertje later… … was Sneeuwtje geboren.
Soms een eendagsvlieg, soms meer dan een week. Deze keer was Sneeuwtje een tweedagsvlieg.
Donderdag middag kwam ik tegen 5 uur thuis. Nog net niet donker en tijd om een paar foto’s te maken van de sneeuwlaag in de tuin. ’s Nachts werden we vanaf een uur of 4 af en toe wakker als er weer een flinke sneeuwlaag naar beneden schoof. Het dooide leen beetje. Pas de volgend verdween de meeste regen. Het begon warm water te regenen, en dat uren achter elkaar. En vandaag, zondag, is het 15 graden! Vanmorgen gingen we wandelen en naar Groningen, soms zelfs de jas uit. En net bij het buiten zetten van de kliko om 20:30 was het nog steeds bijna warm, 14 graden. Wel veel wind. De korte winter is al weer over en de vijver weer goed bijgevuld.