Lenteweekend in maart

Zo warm was het niet eerder op 8 maart (*), ver in de dubbele cijfers, op zaterdag 18 graden in Groningen, zondag een fractie koeler met 16 graden. Na de winter en grijze dagen, is het heerlijk om in T shirt in de zon te zitten. s Middags dan, vannacht nog lichte vorst hier. Ook geweldig om in de tuin aan de gang te gaan. De winter is klaar, afgestorven plantenresten mogen weg. Een beginnetje daarmee gemaakt, en stukjes van de tuin zien er al weer opgeruimder uit.

Is de tuin klaar?
Nee, natuurlijk niet!
We beginnen pas.
We beginnen nu pas echt.

De tuinstoelen erbij en na een lange tuindag (zaterdag) en fijne wandeling (zondag) is het heerlijk toeven. Nu nog even op het grasveld, de zon bereikt het terras nog niet.

(*) Klimaattechnisch niet zo’n goed nieuws: dat er al weer een warmterecord is gebroken. ‘Record’ klinkt als goed, en dat is het ook in de sport. Maar om de hoger en hoger wordende temperaturen te beschrijven is het misschien niet het beste woord.

Nervatuur

De nervatuur, of nerfstructuur, van een blad zorgt voor de versteviging van het blad én voor de aanvoer van water en voedingsstoffen en de afvoer van afvalstoffen. De hoofdnerf loopt van de voet van een blad naar de punt, en verdeeld het blad in twee, vaak gelijke, helften. Uit de hoofdnerf komen zijnerven, die zich weer vertakken in de fijnste nerven, de aderen.

Je hebt handnervige vormen, vedernervig, drie-nervig, vijfnervig , netnervig, voetnervig, rechtnervig en kromnervige bladeren. Bij sommige planten blijft de nervatuur behouden, ook als het blad in de herfst en winter verteert. Dat kan bij bladeren , maar ook bij bloembladeren gebeuren. Met als bekend voorbeeld: de uitgebloeide bloemen van een (boeren) hortensia. Denk dat dit netnervig is.

Moskei

Zwerfstenen vormen een goede ondergrond voor korstmossen en mossen. De korstmossen op plekken waar het wat droger (en vaak wat hoger boven de grond) is. Mossen op plekken waar de stenen steeds beschaduwd blijven en vochtig.
Vandaag troffen we een mooie grote kei, ongeveer een meter in diameter die bijna altijd in de (half) schaduw ligt. Met het gevlekte zonlicht door de nog wat kale boom erboven een mooi gezicht. Ik kon niet anders dan de kei even te ‘aaien’ over de zachte vacht van mos. Middenin zie je een ‘gat’ in het mos. Ook andere bezoekers kunnen hun handen niet van het mos afhouden (en sommigen pulken een stukje eraf).

Deze bijna ronde kei maakt onderdeel uit van het hunebed bij Midlaren (of eigenlijk 2: de D3 en de D4). Elke keer als we in de buurt zijn, lopen we er even langs. Langs een heel smal paadje tussen twee boerderijtjes naar achteren lopen. Het was ons niet eerder opgevallen dat de keien / het hunebed zo groen waren van het mos. Misschien door de laagstaande maart-zon. Of omdat het nog niet zo droog is geweest.

Krokus in overvloed

De Brink in Zuidlaren, lila paars van de krokussen.
Met de zon erop vanmiddag, stonden alle bloemen open.
Hoeveel?

Vele duizenden.
Misschien wel tienduizenden.
Veel x mooi.

In de tuin hebben we er tientallen. Jaren geleden waren het er veel meer. In de zijborder aan de westkant van de tuin stonden ze. Verder stond er daar toen weinig. Na de krokussen, gevolgd door de blauwe bosanemonen, was het het hele jaar kaal in die border. Zeker 15 jaar geleden heb ik een aantal siergras-pollen geplant. Mooi in late zomer, herfst en winter. Pas vorige week heb ik de pollen afgeknipt. Ze moeten hoognodig gedeeld worden, breiden zich steeds verder uit. Inmiddels ook wat andere planten neergezet in deze border. Mooi gedurende het jaar, maar de overvloed aan krokussen is hierdoor wel wat verloren gegaan…..

Kijk omhoog

Galanthofielen (*) lopen vaak met een spiegeltje aan een lange steel rond. Om ombeschaamd onder de rokken van sneeuwklokjes te kunnen kijken. Zonder te hoeven bukken of het bloemetje naar boven te draaien.

Mijn idee was, zet de telefoon op selfie stand, leg de telefoon op de grond naast een sneeuwklokje en maak een foto. Dan kun je de onderkant goed bekijken. Idee was leuk, maar afstand te kort, waardoor de bloem zelf niet helemaal scherp is. De bomen erachter zijn wel.

Galanthus nivalis, de ‘gewone’ en wonderschone sneeuwklok.
Foto in voortuin van kantoor Groninger landschap genomen.

(*) Galanthofiel = sneeuwklokjes- liefhebber

Mollenveld

Vorig weekend was de mollentelling, of eigenlijk molshopen-telling. In grote aantallen zie je in deze tijd van het jaar de bruine hoopjes aarde in de weilanden, langs bermen en soms in tuinen.
Al de hopen op de foto’s zijn waarschijnlijk van 1 mol. Of misschien 2, als ze elkaar even gevonden hebben. Albertina Mol en Momfer de mol wonen namen het hele jaar in eigen gebied, met eigen gangen. Maar rond deze tijd, de paartijd, gaat Momfer graven in de hoop bij het gangenstelsel van Mevrouw Albertina uit te komen. Even paren, en hop, weer terug naar huis.
Bij het mollentellen tel je dus vooral groepen van hopen (of zelfs: zijn er wel of geen hopen in een veld), en niet de individuele hopen.

Links op de bovenste foto zie je een van de twee ooievaars vliegen. Net rechts van het huis aan de bosrand staat de paal met het ooievaarsnest. Bij een wandeling eerder deze week (dit is 10 minuten van ons huis) zaten beide vogels op het nest.

Over mollen gesproken. Vorige week stond dit filmpje op de Vroege Vogels website.
Mol op ijs.
Ahhh, wat zielig.

Gelukkig komt het goed, als je de tekst bij het filmpje leest. De mol weet weer vaste grond onder de graafpoten te krijgen en onder de grond te duiken.

Voorjaarsvakantie

Wat een variatie in het weer de afgelopen week. Van volop winter (wij hadden nog lang sneeuw) en vorst tot een riante 15 graden en zon en zingende vogels. Nog een motregen dag tussendoor, en vanmiddag na een grijze ochtend een heerlijk zonnige middag met een een uurtje in de tuin. 12 graden werd het. Morgen weer veel nattigheid voorspeld.

Figuurzagen

In een dag ook het ijs verdwenen van de vijver. Het ondiepe opwarmende water begint weer te leven. Een groene kikker zagen we even op het randje zitten. Bootsmannetjes zwemmen weer aan de onderkant van het wateroppervlak hun rondjes ringslag. In de oude , halfvergane bladeren van het snoekkruid verschijnen mooie ronde gaten. Als of iemand aan het figuurzagen is. Als je goed kijke zie je de figuurzagen in actie, : een half uitgesneden boogje. Dit is het werk van de kokerjuffers, die weer verse rondjes uitsnijden om hun beschermende kokers van een nieuwe laag te voorzien. Kokerjuffers zijn de larven van schietmotten. Schietmotten lijken een beetje op nachtvlinders, maar ze hebben geen geschutte , maar behaarde vleugels. In het larve-stadium leven ze vaak in water. De kokertjes worden gemaakt om het zachte lijf te beschermen. De kokerjuffers gebruiken materiaal dat ze kunnen vinden: bij onze in de vijver rondjes uit plantmateriaal, maar soms ook zand of kleine schelpjes, of schildjes van andere waterbeestjes. Jean-Henri Fabre, een Frans entomoloog, noemde de larven zichzelf aankledende insecten. De kokers zijn van achter open, het is dus een soort rolletje. De belangrijkste eters van kokerjuffers zijn vissen. Die pakken vaak zo’n kokertje, blazen van achter de larve uit het kokertje, en eten het dan op.

Heel veel meer informatie op deze link van wikipedia. Daar staat een lang artikel met allerlei weetjes. Bv. wat er met hun kaken gebeurt als ze verpoppen en dat het een hele oude insecten soort is. DE

Citroenvlinder

Vrijdag middag lente achtig. Bij het naar buiten lopen door de serre zag ik een citroenvlinder op de zij liggen. Winter niet overleefd, dacht ik eerst. Maar toen ik het beestje oppakte zat er nog een beetje leven in. Voorzichtig op een bloeiend winterheide struikje gezet. Langzaam kwam ze weer tot leven.

Verder op in de tuin volgens twee mannetjes citroenvlinders.