Zaaien in zand

Tip uit het boek Wilde Planten in eigen tuin . Zaai je zaadjes in zuiver (grof) zand. De kiemplantjes hebben in eerste instantie geen voedsel nodig (zelfs beter van niet): ze halen hun kracht uit het zaadje. Deel twee van de tip was: doe eerst een laag potgrond in de potjes of bakjes, dan 2 cm grof zand met de zaadjes. Als de zaailingen dan groter worden en hun wortels dieper de grond in sturen komen ze in aanraking met de potgrond waarin meestal wel wat voeding zit. Kunnen ze wat langer doorgroeien voor je ze verspeent.

Tip van Tineke: zaai niet te laat in het seizoen.
Ik heb het pas in augustus gedaan, en dat is misschien te laat om stevige plantjes te krijgen voor najaar en winter invallen.

Verrassing in de brievenbus

Afgelopen week zat er een pakketje in de brievenbus. Met daarin een hartstikke leuk boek. Ik kon me niet herinneren dat ik iets besteld had, dus was blij verrast. Vroeg aan Eddy of hij het besteld had. Nee, ook niet. Toen bedacht ik me dat ik de aankondiging van dit boek gelezen had in de nieuwsbrief van het stoepplantjes initiatief in Leiden. En in de laatste nieuwsbrief kom ik het boek weer tegen!
Ahh, nu weet ik het weer, je kon je aanmelden als je interesse had in dit boek. Gewonnen!


Met veel plezier al door het boek gebladerd. Praktisch, prettig geschreven, mooie foto’s. En feest van herkenning, flink wat van de beschreven planten hebben we al in onze tuin (Dat heb je als je al lang lid bent van een wilde planten tuin kring, met twee x per jaar plantjes ruil). Ook nog wel een paar op mijn verlanglijst.

Pomologia

In een katern van de NRC uit oktober – die nog ‘op een stapeltje lag’- las ik in de rubriek ‘Parkzicht’ van Wim Pijbes een artikel over landgoed Pábema. Nooit van gehoord, terwijl het hier niet ver vandaan ligt, in Zuidhorn.

In de helemaal in oude staat herstelde boerderij is ook overnachtingsmogelijkheid. Ziet er wel mooi uit, maar het gekke is dat je bijna nooit ergens gaat overnachten als het dicht bij je eigen huis is. Denk je eens in. Op een zomeravond, met een glaasje wijn op het terras, uitkijkend over de oude boomgaard. Of beter nieuwe boomgaard vol met oude appel- en perenrassen. Wim en Annie-Evie, de huidige bewoners planten deze boomgaard aan met alleen historische rassen die beschreven zijn in het boekwerk Pomologia (1766) van Johann Hermann Knoop.

Opvallend is de in driehoeken gesnoeiede heg, waar er -volgens de website- nog maar 1 in de wereld bestaat. Er staat bij ‘naar historisch voorbeeld’, maar niet welk historisch voorbeeld dat dan is.

@ Allen: kerstvakantie tip: speuren in de tuinhistorie naar meer driehoekige heggen.

Foto van website ‘het tuinpad op’.

Landgoed Marienburg

Het landgoed is onder andere bewoond geweest door Maria Louisa van Hessen-Kassel, weduwe van stadhouder Johan Willem Friso. In een periode van ongeveer 10 jaar vanaf 1721 kocht Maria Louise verschillende stukken land iets ten zuiden van Leeuwarden. Om eenheid te brengen in het tuinencomplex met diverse gebouwen huurde ze rond 1731 Johann Hermann Knoop in om als hovenier dienst te doen. Maria Louise – zelf afkomstig uit Kassel – kende Knoop al als de zoon van de tuinman van haar vader.

@ Jitske: Een mooie tuin tip voor zomer 2022!

Appels met peren vergelijken

De van oorsprong Duitse hovenier Johann Hermann Knoop (1700 (of 1706)-1769) deed als eerste systematisch onderzoek naar verschillende appel- en perenrassen en ook naar andere vrucht- en plantensoorten. Vanaf het midden van de 18de eeuw publiceerde hij daar allerlei wetenschappelijke boeken over. Die publicatiedrift was min of meer uit financiële nood geboren: volgens de overlevering werd Knoop namelijk rond 1749 vanwege drankmisbruik ontslagen als tuinman van het Friese landgoed Mariënburg …

Heukels 24e druk

Lezing Boomker

Afgelopen vrijdag avond ben ik naar een lezing geweest in onze boekhandel Boomker in Haren. Over de nieuwe uitgave van de Heukels Flora van Nederland met een voordracht van Leni Duistermaat: over de totstandkoming van de nieuwe -24ste- uitgave van de flora. Nieuw is in dit geval begin 2020; de lezing was in maart 2020 gepland, maar dat liep even anders door Corona….
Nu was Leni er wel (en de corona check app ook).

Leni Duistermaat

Leni Duistermaat is als taxonoom verbonden aan Naturalis in Leiden en studeerde ’tropical botany’ en als specialisatie onder andere ‘invasieve soorten’. Leni vertelt dat ze in 2006 -na 6 jaar haar droombaan als taxonoom in Singapore te hebben uitgevoerd- weer naar Nederland kwam. Kort na haar terugkomst sprak ze met Ruud van der Meijden, haar medepromotor, die aangaf dat hij na vier edities van de Heukels Flora te hebben verzorgd op zoek wilde naar een opvolger.
Leni flapte eruit “Dat lijkt me wel wat“. Ruud viel bijna van zijn stoel van verbazing, vertelt Leni. En was tegelijk heel opgelucht. De verbazing was er omdat Ruud bij veel taxonomen had gezien dat ze na een periode in de tropen de liefde voor de eenvoudigere Nederlandse planten en flora hadden verloren. Nee dus. En de opluchting omdat Leni hem wellicht kon opvolgen. De eerste editie uit 1883 was on-geïllustreerd. Na Heukels zelf volgden Wachter, Oostrom en vd Meijden als samensteller. En nu als vijfde: Leni. Met hulp van vele anderen, vertelt ze, zoals Esmee Winkel, een geweldig botanisch tekenaar.

24ste druk

Na allerlei commissie en besluiten kon Leni aan de slag. Vaak zat er 5 tot 7 jaar tussen verschillende edities, nu bijna 15. De flora bevat een aantal nieuwe hoofdstukken en bij planten is nu ook benoemd of ze invasie zijn. Of giftig. Als het ging om (wijzigingen in) Nederlandse plantennamen dan moest dat altijd langs een speciale commissie. Het was keuzes maken, zegt Leni.

Als voorbeeld noemt ze de ganzenvoet. Zou ze alle geslachten (groepen die allemaal van elkaar te onderscheiden zijn) apart beschrijven? Of alleen de kale ganzenvoet of de klierganzenvoet of de nerfganzenvoet of de spiesganzenvoet. Leni koos er in dit geval voor alle geslachten te beschrijven. Maar bij wikke en lathyrus heeft ze dit weer niet gedaan omdat het onderzoek bij deze planten nog niet af was; daarvan zijn de de nieuwste inzichten nog niet verwerkt.
Of: wat is een soort? Er zijn meer dan 20 definities of ‘concepten’ die beschrijven wat een soort is! Planten die met elkaar kunnen kruizen noemen we een soort. Maar wat als een plant niet kruist zoals de paardenbloem. Dat is een plant zonder vader: alleen vrouwelijke klonen. (wist ik niet!)

En nu is ie dus uit. De 24 ste editie. Een dikke pil. Beetje onhandig was dat er slechts 1 exemplaar van de nieuwe flora in de boekenwinkel was. Verschillende medewerkers dachten van elkaar dat de ander ze besteld had voor de avond van de lezing .
Leni geeft aan dat ze ook de volgende uitgave weer wil begeleiden. Eens kijken hoe lang het duurt voordat die uitkomt.

Heukels 6 editie

Vlak voor de lezing over de nieuwste Heukels Flora , editie 24 liep ik nog even naar de kast met tuinboeken. Ik was er van overtuigd dat ik er een in de kast had staan, met een beetje vaalgroene rug. Ooit gekregen uit de voorraad tweede hands tuinboeken van Mieke Dekker, andere tuinliefhebber hier in het dorp. Maar nee, ik kon het boek niet vinden.

Vandaag ging ik, met goed daglicht, nog een keer in de boekenkast kijken. Voor een rijtje boeken stond een klein schilderrijtje in de kast. En ja hoor, daar stond ie natuurlijk achter. Het blijkt de zesde druk te zijn, uit 1915. Dus al ruim 100 jaar oud. De eerste 10 edities zijn door Heukels zelf samengesteld.

Voordat Wolters en Noordhoff in 1968 (Mammoetwet) samen gingen waren ze bijna 100 jaar altijd ruziënde concurrenten, beiden in Groningen. De parel in de Wolters-tak was de Bosatlas, de oudste serie die tot op de dag van vandaag wordt uitgegeven. De Wolters uitgeverij baalde ervan dat het nooit gelukt was een goede flora uit te geven, maar dat kwam na de fusie met Noordhoff in 1968 binnen bereik: Noordhoff bracht de Heukels Flora mee binnen de fusie en dit is nu de op-een-na-oudste serie van de combinatie uitgeverij.
Na een paar naamsveranderingen (eerst ook met Kluwer) en andere eigenaren heet de uitgeverij weer Noordhoff.

Dagpauwoog

Het verstoorde wereldbeeld

Hoe kán dat: dagpauwogen in de hof
van Breekelenkamp naast ons? – Niet te geloven.

Hun wiekenpracht gaat het verstand te boven:
vier zonnen op een veld van sterrestof.

Hij had dit jaar brandnetels in het gras,
de oude boer, wat achterop met werk,
daar er een erfenis met ruzie was:
pauwogen fladderen van perk tot perk.

Hij cijfert achter de gordijnen uren
terwijl ze nectar uit zijn tuintje puren.
Zondags zit hij – zijn zaak is vóór geweest –

stil op de bank voor huis, verkalkt en blauw;
dan zitten er pauwogen op zijn mouw,
wier tekenen hij bevreemd en bevend leest.

Ida Gerhardt,
uit de bundel De zomen van het licht (1983)

Mooie Combi – 2 – gepland

Stipa Tenuissima en rudbeckia hirta ‘cappucino’. Deze combinatie kwam ik tegen in een oud tijdschrift Home en Garden dat ik van de week meenam uit de minibief verderop bij ons in de straat. Een artikel met een aantal voorbeelden van mooie combi’s.

De foto hierboven met het rijtje stipa’s in onze voortuin.
De foto hieronder met het plaatje uit het tijdschrift.

Leuk hoor, om volgend jaar te proberen. De rudbeckia is een 1 jarige (meestal, kan als tweejarige worden gebruikt als je de planten ’s winters beschermt). Vraag me wel af hoe goed het gaat. Beiden planten houden weliswaar van een zonnige standplaats, maar….
Het grasje doet het erg goed in de kurkdroge plantenbak.
Terwijl de rudbeckia mag juist absoluut niet uitdrogen…
Toch proberen: zakje zaad op mijn verlanglijstje zetten.

Zaaien Februari – maart in potten in kamerkasje, maart – april in zaaibakje of potten onder glas. Kiemtijd 7-14 dagen. Na ontkiemen koeler zetten. Vroege zaaisels bloeien in juli. Ter plekke zaaien vanaf april. Uitdunnen op 30 cm. Bloei in augustus -september. Voor tweejarige teelt zaaien in juni de opgekweekte planten met enige bescherming de winter doorloodsen.

Hoogte even afwachten: op de ene site staat 40 cm, op een andere 80 cm.

Boek: Vogels als huisgenoten

Eerder las ik het boek Vogelhuis van Eva Meijer, over Len Howard een Britse naturalist en musicus. Ze gaf muzieklessen en speelde alt-viool in het London Symphonic Orchestra. In 1938 kocht ze een stuk grond buiten het dorp Ditchling en nam intrek in het huisje dat ze ‘Bird Cottage’ noemde. In 1949 zegde ze de muziek vaarwel en richtte zich volledig op haar grootste passie: het onderzoeken en waarnemen van de vogels in haar tuin. Ze zette de ramen van haar huis open en veel van de vogels kwamen binnen: op bezoek, om te schuilen en natuurlijk om lekkere hapjes te halen. Het boek van Eva Meijer ging over Len Howard (roman), met een paar stukjes uit eigen boeken van Len Howard.

Een koolmees bekijkt de tekening van Len Howard van dichtbij

Dit boek dat ik nu lees ‘Vogels als Huisgenoten’ is van Len Howard zelf. Erg leuk om de korte verhaaltjes te lezen. Over de individuele karakters die Len beschrijft, de namen van de vogeitjes, en de lange relatie die er soms bestond. In deze tijd van het jaar zijn ook de mezen in onze tuinen superactief. Leuk om iets dat je net gelezen hebt, dan min of meer live in eigen tuin mee te maken.

Crocus angustifolius

Een goudgele krokus met roodbruine strepen aan de buitenkant, in een gevlamd patroon. In het Engels Gold of Cloth, in het Nederlands de goudlakense krokus. Dat in de crocus angustifolius, letterlijk vertaald smalbladige krokus. Goudlaken is een met gouddraad en zijde doorweven stof, die al in de Middeleeuwen gebruikt werd voor bijzondere gewaden. Deze krokus komt van oorsprong voor in berggebieden in de Krim, en groeit daar in lichte bossen en bergweiden boven 1500 meter. Sinds het einde van de 16e eeuw komt de krokus voor in Nederlandse tuinen. De eerste krokussen bolletjes zijn rond 1560 uit Constantinopel (nu Istanboel) mee naar Europa gebracht en een paar zijn toen bij Clusius, van de botanische tuinen in Leiden terechtgekomen. Clusius gaf ze in 1601 de naam crocus vernus latifolius flavo-vario flore, letterlijk vertaald wordt dat dan de breedbladige lentekrokus met bloemen in geelvariatie. Opvallend dat Clusius de term latifolius gebruikte (breedbladig), terwijl de blaadjes juist heel smal zijn.

De tekening dateert van ongeveer 1920 en is van Ambrosius Bosschaert, de eerste in een familie van bloemenschilders. Voor een schilderij van een grote vaas met bloemen schijnt hij destijds 1000 gulden gevraagd te hebben (en gekregen), terwijl een flink kunstwerk van Rembrandt destijds 500 gulden deed. Goede business dus.

De krokus bloeit nog niet in onze tuin, zal ergens eind februari/begin maart zijn. Dit blogje is geïnspireerd op een column in tijdschrift Onze Eigen Tuin – Lente 2020. Ik ben achterstallige tijdschriften uit de krantenbak aan het bijlezen…

In de column lees ik dat de krokus zich makkelijk vermeerdert en op een zonnige plaats moet staan. Mmm, bij ons staat ie achter een schapenhek, onder de pergola. Daar komt nooit direct zonlicht. Zou dat de reden zijn dat het nog steeds zo’n klein polletje is?

Kijk ’s winters uit voor natte voeten

Eddy dacht dat ik het letterlijk meende, de titel van dit blogje. Ja logisch geen natte voeten in de winter, dat wil niemand. Ik las een stukje voor uit het oktobernummer van het tuintijdschrift Groei&Bloei. Daarin staat onder andere een artikel over salvia’s in de tuin van Wim Swinkels uit Helmond. Wim heeft zijn tuin vol staan met salvia’s: 10 tallen soorten, in allerlei kleuren. Volgens Wim zijn het makkelijke planten, die het in het (nieuwe) Nederlandse klimaat met droogte periode’s goed doet.

Voor de zekerheid dekt Wim de Salvia’s wel af in de winter met een mulchlaag. En hij had nog een leuke tip om natte voeten -voor de salvia’s – in de winter te voorkomen. Van de buurman krijgt hij elk najaar de uitgebloeide pluimhortensiabloemen, die hij dan rondom de salvia’s in de grond steekt. De salvia’s zijn dan beschermd tegen de ergste kou en het grondvocht kan goed verdampen. Leuke tip.

Ik heb geen salvia’s, af en toe eens geprobeerd, maar inderdaad meestal in de winter overleden. Last van natte voeten. Als ik nu eens in de voortuin – die op het op het zuiden ligt en van de zomer errug droog was – een of meer salvia’s zet, die ik dan omring met de bloemhoofden van de schapekophortensia’s…. Die heb ik al wel in de tuin. Kleurige bloei van begin juni tot diep in de herfst, belooft Wim.

Jaren geleden gefotografeerd in de tuin van Heiki Hoeksma, tijdens een tuinexcursie. Dit blauw ben ik nooit meer vergeten.

In hetzelfde nummer staat een artikel van Modeste Herwig, over de bossalie, salvia nemerosa in verschillende varianten.
bv salvia nemerosa ‘blauhugel’ (40-50 cm), samen met de hogere, ijlere donkerblauwe salvia nemerosa ‘caradona’ (60-80 cm). En als ik ze in het zonnige zuiden van de voortuin zet, overleven ze wellicht de slakken die eerdere salviapogingen in onze weelderige volle (slakvriendelijke) tuin weinig succesvol maakten. Zie bv. het stukje uit maart 2019. Drie salvia caradona aangeschaft. Ze waren weliswaar een beetje verfrummeld toen ik ze kreeg, maar zou moeten kunnen. Ik zette ze in de border vlak bij de vijver, in maart na de voorjaarsschoonmaak heel laag en open. Maar toen de vaste planten die daar al stonden begonnen uit te lopen, was het gedaan met de caradoa,s. Niet eens tot bloei gekomen, geheel opgeknaagd.