Harry Pierik

Ik had nog een achterstandje met het lezen van Groei & Bloei nummers, en de kerstvakantie was daar een perfecte tijd voor. In de tuin niet veel te doen, er over lezen kan lekker binnen. In het november nummer veel over herfsttuinen. Helemaal betoverd werd ik door de tuin van Hannie van Hoeve, ontworpen door Harry Pierik. Een mooie reportage (BEELDHOUWEN met planten). NB. via de website van Groei&Bloei kun je nog oude nummers kopen, ook het nummer van november 2019 waar deze rapportage in staat.

Naar zo’n plaatje kan ik eindeloos kijken.

Veel meer mooie plaatjes op de website van Harry Pierik zelf, met ook verschillende filmpjes. Hij schrijft ook mooi over zijn eigen verborgen stadstuin in Zwolle, af en toe opengesteld voor publiek. Ik heb weekend van 18/19 april alvast in mijn agenda gezet. Om zelf eens te gaan kijken.

Ben (Charles) Harris

Bij de thee vanmiddag haalde ik een tuinboek uit de kast naast me.
“Gebruik de planten uit uw tuin”, van Ben Charles Harris. De bekende kruidenkenner, staat er op de binnenflap van het boek, maar ik had nog nooit van hem gehoord. Het blijkt een Amerikaan te zijn, uit new England, die vanaf ongeveer 1940 een radioprogramma over de toepassingen van kruiden had. Ook heeft ie later op lokale TV programma’s gehad. Als je op zijn naam googled kom je vooral de ongeveer 10 boeken tegen die hij heeft geschreven, waaronder bovengenoemde. Heb nog een tijd zitten zoeken of ik een foto van meneer Ben kon vinden, maar dat is niet gelukt.

Wel een link naar een interview met hem, van 23 november 1976. Amusant om naar te luisteren. De interviewer probeert Harris steeds uitspraken te ontlokken dat het gevaarlijk is om ‘in het wild’ kruiden te gaan plukken. Consequent veegt Harris die van tafel. Harris is dan (in 1976) al 37 jaar vegetarisch en fulmineert tegen de ‘american garbage’, fast food, dat ook dan al veel gegeten wordt. De hamburgers, hotdogs, slap wit brood, pickles, allemaal ‘poison’ volgens Ben Charles. En coca cola. Ook poison!
De interviewer probeert nog een vraag tussen het betoog van Harris te krijgen. Wat te doen als ik hoofdpijn heb. Don’t eat! Lie down.

Uit het interview leer ik dat Harris van 1940- 1961 “curator of economic botany” was in het Worcester museum of science/natural history.
En in zijn boek lees ik dat 1 van zijn zonen Irwin heet.

Dan over het boek Gebruik de planten uit uw tuin. Alfabetisch geordend, soms een halve bladzijde, soms een paar bladzijden per plant. De ene keer een wat feitelijke opsomming, de andere keer doorspekt met wat meer persoonlijke opmerkingen. Zoals bij de goudsbloem (calendula officinalis), helemaal lyrisch wordt Ben ervan.

O, goudsbloemen. Jullie nemen een voorname plaats in tussen alle tuinplanten. Jullie zijn het makkelijkst te kweken, vragen de minste aandacht jullie bloeien het langst tot de vorst invalt en jullie bieden een maximum aan nuttige toepassingen. Dat is nu wat ik beschouw als een goede, betrouwbare bewoner van een deel van mijn beperkte tuinruimte. Helaas, mijn arme veelgeplaagde vrouw “moet je die goudsbloemen nu werkelijk de hele herfst en winter op alle vensterbanken hebben staan? ” Wel, waarom zouden we ze niet het hele jaar door blijven kweken, de latijnse naam van de plant betekent tenslotte ‘kalender’.

blz 77
Een veld vol, in Kloosterburen, zomer 2018

Boekje lezen

Jitske bracht een tuinboek mee.
Moet je eens lezen, zei ze, vind je vast mooi.
Ze had gelijk!

Hoewel ik eerst een beetje twijfelde, het is een Duitstalig boek, en meestal lees ik Engels of Nederlands. Bleek geen probleem. AL heel snel kon ik uit de context halen dat een Amsel een Merel is en Eichelhäher een Vlaamse gaai. Veel Duitse woorden lijken op de Nederlandse, dat helpt. Maar soms zijn ze net anders. Zaun is niet tuin, maar het tuin-hek (of de omheining. Dat was helder toen de schrijfster schreef dat ze op de Zaun leunde. Er was 1 woord dat ik niet thuis kon brengen, en bijna had ik het woordenboek erbij gehaald: Efeu. Maar uiteindelijk kwam ik er achter was dat was.

Gabriele schrijft met veel humor over haar ervaringen als ontluikende tuin en vooral tuinnatuurliefhebber. Na een verhuizing van centrum Berlijn, naar een klein huis-met-nogal-verwilderde tuin ontdekt ze stukje bij beetje hoe het tuinleven in elkaar zit. Mooi en herkenbaar beschreven. Hilarisch vond ik de beschrijvingen van de buren en collega’s, en reacties van manlief. Ontroerend het verhaal over de roodborstjes op haar hand en de muis die vogelvoer kwam halen.

Waldmaus: diesen Ohren entgeht nichts; Foto Gabriela Frydrych

Efeu is klimop.

Citrus

De decemberperiode is altijd mooi om wat meer te lezen dan normaal. Ik had nog twee boeken liggen, van Jitske, die beiden raken aan tuin, of planten. En die heb ik allebei uitgelezen, om en om stukjes.  Al eerder schreef ik over The Morville Year.

Nu het andere boek: The land where lemons grow. Als je van plantverhalen en geschiedenis, en landschapsbeschrijvingen houdt, dan is dit een boek voor jou. Het boek gaat over de geschiedenis van het citrusvruchten en het kweken daarvan in Italia. Over de grote verzameling van de meest vreemdgevormde vruchten van de Medici (van een aantal zijn nog afgietsels in was bewaard) en over de bloedsinaasappels op Sicilie.

Over de sucade, die een belangrijk onderdeel van de traditie uitmaakt van het Joodse loofhuttenfeest, waarbij uitzonderlijke eisen gesteld worden aan het uiterlijk van de vrucht (prijs tot paar 100 dollar voor een goede sucade!).
Ronduit schokkend vond ik het verhaal over de mafia op Sicilie, die ontstaan is in de citrusteelt en rond de enorme winsten die gemaakt konden worden met verschepen van citroenen naar de VS (tegen scheurbuik).
En over de bergamottuinen rond het gardameer, waar in het verleden enorme rijkdommen vergaard konden worden (bergamotolie tbv de parfum industrie, en ook de earl grey thee). De bergamotkweek is ingestort toen er ook synthetische varianten van bergamotolie op de markt kwamen.

Helena Attlee heeft een jaar of tien onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de citrus, en vertelt op een aanstekelijke manier over haar zoektocht en ontmoetingen met veel Italianen.

Perfect kerstvakantie leesvoer; voor een zonnig gevoel als het buiten donker en miezerig is.

Drie soorten bloedsinaasapples op Sicilie: de moro’s, de tarocco’s en de sanguinello’s. Het is nu -januari tot begin maart- weer oogsttijd van bloedsinaasappels; vanmorgen van een heerlijk glaasje versgeperst sanguinello-sap genoten.

Grond en beestjes

Het gaat niet goed met onze insecten. Veel aandacht voor de bijen, die een cruciale rol spelen in bestuiving van planten. Veel minder voor al die kleine beestjes die zorgen dat de grond, de bodem, vruchtbaar blijft. In de afgelopen nummers van het kwartaalblad van Natuurmonumenten veel over insecten. In het laatste nummer Winter 2018 van Puur Natuur, aandacht aan de beestjes in de grond.

Illustratie uit Puur Natuur , Winter 2018

Goede grond, ook in de tuin, bulkt van het leven.  Waardoor de planten ook bovengronds veel beter groeien. In de natuurgebieden krijg je ruimte voor een grote diversiteit aan wilde planten. En bijpassend weer beestjes , vogels, kleine zoogdieren.

Een paar tips voor een goede tuinbodem.
1. laat de bodem met rust, niet spitten; dan kunnen de beestjes hun gang gaan
2. gebruik geen potgrond om de bodem te verbeteren (hier worden vaak veengebieden in Ierland, Rusland en Oost Europa voor vernietigd (*)
3. laat bladeren en takjes liggen, veeg in de herfst de bladeren van de paden en grasveld in de borders.
4. geef je compost hoop te eten, zij houdt van gft afval, en geeft je er compost voor terug om in je tuin te gebruiken
5. zorg voor bedekte, begroeide grond.

Als je het tijdschrift Puur  Natuur nog in de krantenbak hebt liggen (Natuurmonummenten heeft ruim 700.000 leden, dikke kans dat jij er ook een bent), pak het er gewoon even bij. En lees over de veenmol, de springstaart, oorwormen, mieren, miljoenpoten en regenwormen.

(*) Voornemen voor 2019: turf/veen vrije potgrond aanschaffen; dus niet meer die goedkope van de Jumbo….

Kruidenboeken

Tussen 1470 en 1670 verschenen in Europa allerlei gedrukte kruidenboeken, soms beschrijvend en later steeds meer met illustraties. Drie belangrijke Duitse botanisten waren Brunsfels, Fuchs en Bock.

Hieronymus Bock, noemde zichzelf in zijn Latijnse boeken ‘Tragus’. Geboren in 1498 in Heidelsheim in Duitsland. Zijn ouders wilden dat hij het klooster in zou gaan, maar het liep anders. Bock werd een schoolmeester en later ging hij de tuinen beheren voor de hertog Paladine Ludwig in Zweibrücken. Dat deed hij van 1523 tot 1533. Toen Ludwig stierf, verloor Bock zijn baan. De nieuwe katholieke eigenaar van het landgoed wilde niet dat er een Lutherse tuinman voor hem werkte. Bock ging als Lutherse pastor aan het werk in Hornback en deed dat tot aan zijn dood in 1554. Daarnaast was hij arts en zijn vrije tijd besteedde hij aan botanie, planten bestuderen.
Hij werd door Brunsfels gevraagd om een botanisch boek te schrijven in het Duits. Dat werd het ‘New Kreutterbuch,’ een kruidenboek dat voor het eerst verscheen in 1539, toen nog zonder illustraties. Gedrukt in Straatsburg door Wendel Rihel. Een tweede editie verscheen in 1546, met veel houtsnede illustraties. De titel werd ingekort tot ‘Kreuter Bůch.’

Hieronymus Bock, Duits botanist, 1498-1554; tekening en houtsnede van David Kandel. Kleurtjes van Tineke.

Een behoorlijk aantal van de illustraties was nieuw, getekend en uitgesneden door David Kandel. Zijn initialen zie je in de figuur hierboven. Er wordt gefluisterd dat hij een groot aantal figuren heeft gekopieerd, en op kleinere schaal afgedrukt, uit een beroemd kruidenboek van Fuchs. Dat boek verscheen in 1542 tussen de eerste ongeïllustreerde druk van Bock en de tweede geïllustreerde druk. Plagiaat avant la lettre?

Het belang van Bock als plantkundige ligt niet zo zeer in zijn afbeeldingen als in zijn beschrijvingen. Hij keek als een van de eerste plantkundigen op een moderne manier, objectief, naar de planten. Hij verafschuwde alle bijgeloof rond planten, gebruikt voor bezwerende spreuken of tovenarij.

The Morville Year

Lange avonden, warm bij de vloerverwarming.
Wat minder buiten.
De tuin glijdt zo zoetjes aan richting winterrust.
De laatste Gardeners World van het seizoen ligt al weer achter ons.

Voor je wekelijkse portie tuinvitaminen is er een oplossing. Lees eens een mooi tuinboek. Of eigenlijk een boek, waar een van de hoofdrollen door een tuin gespeeld wordt, maar waar de andere bewoners van de tuin even belangrijk zijn.
Zo’n boek als The Morville Year, van Katherine Swift. Een serie columns die ze schreef in de periode 2001 tot 2005 voor de zaterdageditie van The Times. Over haar tuin in Morville, Shropshire, UK. Vanaf de lente, gesorteerd per seizoen, beschrijft ze liefdevol wat ze zoal ziet in de tuin. Niet mooier dan het is. Ze neemt de lezer mee in haar tuinavonturen, en laat ook zien wat er niet lukt. Zoals de roos, die ze al drie keer verplaatst heeft, omdat de plek steeds niet goed bleek. Of de aanleg van de langwerpige vijver, waarmee ze de tuinman bijna gek kreeg, omdat ze tot twee keer toe de juist gemetselde muurtjes liet veranderen. Waar ik van geniet is dat ze regelmatig in de historie duikt, van een plant, van een tuinmens, van een plaats, van een land. Voor mij zijn dat vele kersjes op een taart.

Met dank aan Jitske, die me dit boek leende.

Een van Katherine’s zinnen in de inleiding sprak me bijzonder aan. Ook voor mij geldt dat schrijven in ‘t Groentje, boeken lezen, in de tuin bezig zijn, kijken, fotograferen, rondsnuffelen op internet, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Reading, writing and gardening remain for me indissoluble, the garden not simply the physical place where I spend most of my days, but a mental space built out of thoughts and emotions, associations and memories – mine and other people’s.

Een ander boek van Katherine is the Morville Hours.