Winterbloei: jade

In de tijd dat er weinig bloeit is elk bloemetje welkom. Elk jaar weer genieten van de witte sterretjes bloemen van de jadeplant, crassula ovata, een vetplant. De moederplant staat in de vensterbank in de voorkamer, her en der zijn nakomelingen te vinden. Super makkelijk te stekken, doet de plant eigenlijk zelf. Een blad of een takje valt af/ breekt af als je er tegen aan stoot. Paar weken laten liggen, dan komen er kleine worteltjes aan. Dan in de grond stoppen. Klaar is kees.

Reeboom- voornemen

Op ons meest gewandelde rondje, variërend in lengte 40-60 minuten afhankelijke van het tweede deel, wandelen we langs de Moarweg, en blijven altijd even staan bij een hek grenzend aan een weiland. Verderop in het weiland staat een prachtige solitaire boom, en daar langs kijkend -bijna pal naar het westen- een struiken-bomen -and met wat ruiger gebied. Elke keer kijken we of we een of meerdere reeën kunnen zien. De grootste kans is eind van de middag, dan komen ze uit het ruigere gebied te voorschijn. Het record is vier tegelijk, vaker een of twee.

Voornemen voor 2026: elke keer als we hier langs lopen een foto nemen.
Het is nu 4 januari, en we hebben al 3 foto’s…

Aan de stand van de zon kun je zien dat op 1 jan (nog geen sneeuw) we tweede helft middag langs wandeleden, op 3 januari eind van de middag. En vandaag tegen 11 uur ‘ morgens, zon nog meer i. het zuiden (en weer een sneeuwbuitje op komst).

Nog geen reeën gezien dit jaar, door de lage stand van de zon eind van de middag ook best lastig te zien. Als we ze zien is dat meestal rechts van de grote boom, een enkele keer onder de boom.

Kaardebol

Regelmatig sneeuw en tegelijkertijd bijna-dooi. Vandaag werd het bij ons 1 graad. Tussen de buien door schijnt de zon flink, achter glas heerlijk warm. De zon zorgt er voor dat de steilere daken binnen de kortste keren van de sneeuwlaag ontdaan worden. En ook de (kale) bomen zijn al gauw sneeuwvrij. Op de grond, in de schaduw, over planten heen kan de sneeuw wat langer blijven liggen. Of bijvoorbeeld tussen de stekels van een kaardebol. De stekels houden het hoedje can sneeuw blijkbaar goed vast.

De kaardebol is een tweejarige plant die zich heel goed uitzaait op wat stenige plaatsen, in de kieren van het tuinpad bijvoorbeeld. In de volle grond/ volle border gaat dat minder makkelijk. Daarom peuter ik elk jaar een aantal zaailingen uit het pad en plant de rozetten ergens in de border. Het is een lapmiddel, want zaailingen die hun eigen plek gevonden hebben, worden altijd een stuk hoger dan de verplantte exemplaren. De kaardebol heeft een penwortel en houdt niet van verplanten.

Zes kleuren thee

Met een aantal andere vrijwilligers ben ik bij de Hortus bezig met een kleine tentoonstelling rond het thema thee. In de Chinese Ming tuin in de Hortus was een van kleine paviljoens speciaal bedoeld voor het drinken van thee.
Wij richten het paviljoen nu in rond het thema thee. Met in aantal vitrines thee servies, uit verschillende soorten klei. En natuurlijk komt er ook een verhaal over thee. Ik ben me een beetje aan het inlezen, en voor ik het wist was ik zo weer twee uur verder. Reuze interessant. En heel veel informatie te vinden op internet.

Een mooi verhaal over de eerste vermelding van thee (5000 jaar geleden volgens de overlevering), link met de VOC, met uitleg over soorten thee, oorsprong , maar ook verschillende manieren van verwerking, sommige heel arbeidsintensief. Kijk bv. eens naar dit filmpje.

Thee wordt gemaakt van de plant camelia sinensis. De bereidingswijze bepaalt onder welke naam, welke kleur, thee verhandeld wordt. En dan zijn er tientallen, nee honderden, variaties op de soort thee.

De hoofdindeling is

  • groene thee
  • zwarte thee
  • witte thee
  • oolong thee (ook: ‘blauwe thee’)
  • gele thee
  • pu erh thee (ook: ‘donkere thee’)

Wij kennen van oudsher meer de zwarte thee , via de Britten. Pas halverwege de 20ste eeuw nam verkrijgbaarheid van groene thee ook in Europa toe. Dat had te maken met de verkorte transporttijd : soms vliegtuig, of veel snellere bootverbinding (weken droog en koel, ipv maanden in hete en vochtige omstandigheden).

Voorbode van geur

Tijdens een wandeling ruik ik ze al af en toe, de geurende vroege bloemen van de toverhazelaar. Zeker als de zon er op staat geven de gele sliertbloempjes een heerlijke geur af.
Wij hebben een andere deurplant in de tuin staan, vlak bij de deur. Geurt nog niet, maar de knoppen worden steeds groter en krijgen een roodachtige kleur. (foto rechts). De besjes zijn het resultaat van de bloei van vorig jaar. Herken je de plant?

Het is de sarcococca.

Groot Kalkschuim wandelt

Van een afstandje leek het op vogelpoep, van de reiger of zo. Toegegeven, het is het soort ding waar je zomaar aan voorbij zou kunnen lopen, het lijkt op een vogelpoep. Maar het is geen vogelpoep, geen braaksel, geen alg en geen schimmel.

Van dichtbij zijn de kleine witte ‘vingertjes’ te zien. Dat is geen toeval, hier zit organisatie achter. Obsidentify, een determinatie app, wist het zeker: dit is groot kalkschuim of Mucilago crustacea, een slijmzwam.

Een slijmzwam is geen dier, geen plant en ook geen schimmel. Ze vallen onder het rijk Protista, protozoa of eencelligen, net als de amoebe.

Een deel van hun leven leven slijmzwammen als eencellige organismen in de grond; ze zijn dan veel te klein om met het blote oog te zien. Ze eten bacteriën in rottend hout en dode planten.
Als ze zich willen voortplanten of als hun gewone voedsel schaars is dan gebeurt er iets bijzonders: de eencelligen klonteren samen tot een grote slijmerige massa. Slijmzwammen kunnen zich voortbewegen! Ze communiceren en coördineren hun bewegingen door chemische stoffen aan te maken die het gedrag van elk eencellige veranderen.

Er zijn twee soorten slijmzwammen: cellulaire soorten, waarbij de afzonderlijke eencelligen blijven bestaan, zelfs wanneer ze samenkomen, en de zogenaamde acellulaire soorten: hier verliezen afzonderlijke protozoa hun celwand en samen vormen ze  één grote amoebe met veel celkernen in een grote slijmerige zak. De technische term voor deze gigantische massa is een plasmodium.

Een plasmodium gedraagt ​​zich als één enkel organisme en spreidt zijn ’tentakels’ uit om voedsel te vinden. Mucilago crustacea is ook een van deze acellulaire slijmzwammen en vormt een van de grootste plasmodia in Europa.

Een ander acellulaire slijmzwam, de soort Physarum polycephalum, wordt vaak in laboratoria bestudeerd. Deze soort blijkt zich door een doolhof heen te kunnen bewegen om voedsel te vinden. Ook kan deze slijmzwam netwerken bouwen die voedselbronnen met elkaar verbindt.

Een mooi filmpje op de website van Hortus Amsterdam.

In welk soort omgeving kun je deze slijmzwammen ook nu, in de winter, tegen komen?
Vochtig, hoog gras, onder bomen. Zoiets.

IJsflesjes

Twee ijskoude kerstdagen en zeer zonnig. Op eerste kerstdag veel (ijskoude) wind. Op heel ondiepe slootjes of goed geprepareerde ijsbanen kon geschaatst worden. Onze beide vijvers waren dichtgevroren, maar voorzien van de ijsvrijhouder voor de ontluchting.

De combinatie van vorst en wind maakt soms mooie vormen. Pannenkoekenijs zagen we al eens eerder, nu een soort ijsflesjes, aan de voet van riethalmen.

Hulst

Kerstkleuren bij uitstek. Glanzend donkergroen, met glanzend rood. In de voortuin hebben we een vrouwelijke en mannelijke hulst struik naast elkaar staan. Handig voor de bestuiving. De vrouwelijke hulst zit als elk jaar tjokvol met bessen. Of eigenlijk ‘zat’ . De hele bovenste helft is al leeggegeten door de merels. Het lagere deel van de struik, ter hoogte van de brievenbus, vinden ze iets spannender. Dus daar zitten nu nog wat bessen aan. Zal nu wel hard gaan. Ook alle bessen van de vuurdoorn zijn inmiddels opgepeuzeld, dus deze hulstbessen zullen ook wel snel in de meelmagen verdwijnen.

Een heel enkel jaar, als de vorst vroeg invalt, soms al eind november, hebben we ook kramsvogels en koperwieken in de hulst gezien. Als het later in de winter koud wordt, dan is deze struik al leeg. En in veel jaren wordt het niet koud genoeg en zien we helemaal geen kramsvogels en koperwieken in onze tuin.

Toen ik de foto maakte viel met hier ook weer cirkelvormige vlekken op. Een virus? Heb het niet zo snel kunnen vinden. Tips welkom (in de reactie).

Bijna-einde-jaar

Tussen kerst en voor 3 januari kun je meedoen aan de eindejaarsplantenjacht van Floron. Een uur lang tijdens een wandeling kijken welke bloeiende wildeplanten je tegen komt. Als voorproefje vandaag al even door de tuin gelopen. Veel bruin, strokleur, groen. Kale stengels, uitgebloeide bloedhoofden, nieuw bladrozetten voor volgend jaar, de eerste ‘neusjes’ van de sneeuwklokken.

Bloeiend kwam ik alleen de grote maagdenpalm en de winterheide tegen. Op een plekje waar narcissen staan een dikke , al geel doorschijnende bloemknop. Allemaal geen wilde planten.

Niet het madeliefje in het grasveld, niet de paarse lipbloempjes van de dovenetel, niet de scherpe boterbloem, niet de kleine veldkers, geen winteraconiet (zelfs geen blad) of paardenbloem.
Wel een slaphangende teunisbloem met nog knoppen (zou die weer overeind komen nu de vorst over is) en een slaphangende bloemstengel van de eenjarige zomerfijnstraal. Maar geen bloemetjes.

Morgen maar eens een wandeling in de omgeving, vooral op zonnige en beschutte plekjes. En dan heel goed kijken.