Picknickbank

We hebben een oude picknicktafel met twee banken. In 1997, 20 jaar geleden alweer, gemaakt door Gerd.

Die staat rustiek te wezen in een hoek van de tuin.

In de beginjaren hebben we de tafel veel gebruikt. ‘s Zomers buiten eten aan de tafel. We hielden ons bord wel goed vast beetje goed vasthouden want de tafel was niet overal helemaal vlak. Gemaakt van in de lengte doorgezaagde kastanjehouten palen. Toen er een serre met overdekt terras bij kwam aan de andere kant van het huis, raakte de bank en tafel in onbruik. Althans bij ons mensen.
Af en toe kwam er een bak met bloemen op te staan. Het tuingereedschap werd er op gelegd als ik in de buurt bezig was. Bij de poezen, met name Suzan, is de bank echter zeer in trek. Bijna dagelijks zit of ligt ze erop. Blijkt ook een prima krabpaal te zijn. Mede daarom zijn de banken niet echt goed meer om op te zitten, met een dunne zomerse broek aan: risico van splinters in de billen. Ook steeds meer kleine kruipertjes weten de bank te vinden, van onder en van binnen. Mosjes en zwammetjes helpen mee de bank en picknicktafel langzaam op te ruimen.

Uitgedund

 

Wilg 5 oktober

Als je deze foto bekijkt van de grote wilg achter in onze tuin dan zou je niet zeggen dat ie flink uitgedund is. Maar als je de volgende foto’s bekijkt zie je dat de korte heftige herfststorm van woensdag 4 oktober flink wat takken en blaadjes van de wilg heeft gesnoeid.

Grote tak op roos; lichtgrijze onderkant van wilgenblaadjes goed te zien.
Tapijt van kleine takjes op pad
Bespikkeld dak van de serre

Madelief op stelten

Als je alleen naar het bloemetje kijkt, lijkt het wel een madeliefje.

Maar dat is het niet. Geen plat rozetje van bladeren in grasveld. Met een (1) bloempje per rozet, op een bloemstengeltje van nog geen 10 centimeter. Deze madelief staat op stelten: 80 cm hoog, vertakt, tientallen bloemetjes, maandenlang bloeiend. Dit is de zomerfijnstraal, een eenjarige, een wilde plant. Andere naam is madelieffijnstraal, dus eigenlijk toch een madelief.

Kwam oorspronkelijk uit Noord-Amerika en is als sierplant in andere delen van de wereld (18e eeuw) ingevoerd en daarna verwilderd en ingeburgerd als wilde plant.

Houdt van zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige tot natte, voedselrijke, vaak omgewerkte grond (zand, leem, klei en stenige plaatsen).

Geweizwam

Vorig jaar hebben we het dak van de ‘verre’ schuur laten repareren. Dakbalken vervangen, paar dakpannen vervangen die door een afgevallen tak van de wilg waren gebroken, nieuwe daklijsten. De schuur staat aan de rand van een greppel, de grens van onze tuin aan de achterkant. Tussen greppel en schuur is maar een smalle strook waar je achterlangs kunt lopen, centimeter of 60-70, links de schuur, rechts de greppel. Door de ladders die gebruikt zijn om het dak te repareren is een stukje van de ‘oever’ van de greppel afgebroken. Om dat weer een beetje op te hogen hebben we er oude graszoden opgestapeld. Die zijn inmiddels vergaan, maar op die plek is nu opeens een woud aan geweizwammetjes gaan groeien. Ik brak een klein stukje af om wat beter te kunnen fotograferen.

Geweizwam op de picknicktafel in volle zon
Geweizwam in de schaduw, kleur nu veel minder ‘oranje’

Jobs to be done this weekend

Gardeners’ World op vrijdagavond eindigt altijd met ‘Jobs to be done this weekend’. Vorige week was een van de klusjes die Monty Don, de hoofdpresenator noemde: verticuteren van het grasveld. Daar ben ik mee begonnen, driekwart af, van ons niet al te grote grasveld. Zwaar werk! Grote emmers vol met mos en grasrestjes. Plus een blaar op mijn linkerduim. Van het trekken aan de draadhark. Het ziet er even niet uit, maar trekt snel weer bij, vertelde Monty geruststellend.

Zo ziet het er uit direct na verticuteren
Na verticuteren van dichtbij
Dit is het laatste -nog niet geverticuteerde- stuk: lijkt beter, maar is veel mos

Reprise

Als kadootje aan het begin van de herfst, de herbloei van een aantal planten die hun hoofdbloei eerder in de zomer hebben.
Even waan je je in de hoogzomer.
Zelfs een merel fluit een beetje voor zich uit.

Een verbascum
Een hertshooi
Al overdekt met rozenbotteltjes, perst de Ghislaine de Feligonde er toch nog een trosje rozen uit
Een geranium

Aan de roodkleurende bessen en bottels.
Aan de vele spinnenwebben.
Aan de dauwdruppeltjes ‘s morgens op alles in de tuin.
Zie je dat de herfst niet ver is.

Vurige duizendknoop

Een paar jaar geleden een kleine stukje van een persicaria met rood blad meegekregen van Eef. Het is de Persicaria microcephala ‘Red Dragon’ of vurige duizendknoop.
Ik las ergens dat hoewel het geslacht van de persicaria’s strikt genomen niet meer bij de polygonums=duizendknopen hoort.

De red dragon in volle zon
Red dragon wordt meer green dragon als ie wat meer schaduw heeft

 

Zeer makkelijk te vermeerderen als de plant goed aan de groei is. Knip een paar stengels af, net onder een knoop. Zet ze in een glas water (of vaas; de red dragon is ook decoratief in een bos gemengde bloemen). Al na korte tijd groeit er een massa worteltjes uit de stek en kun je die zo oppotten.

De bloeiwijze van de deze persicaria is een trosje hele kleine witte bloempjes, vanaf half juni tot in september.  Toch vind ik het blad de meeste sierwaarde hebben, heel donkerrood  met een fraaie tekening in de volle zon, iets meer donker groene tinten in een beetje schaduw of wat dieper in de plant. Het is een enthousiaste groeier, wordt 70-80 cm hoog. De plantenstengels groeien steeds een knoopje verder en worden steeds langer, gaan daarbij over omringende planten heen hangen. Dus niet naast tere plantjes zetten en gewoon deel van overtollige stengels afknippen.Na de eerste vorst stort de rode draak in.

Kabbes 2: triloba

Nieuwe aanwinst met bloei in de nazomer. Een rudbeckia triloba. De onderste bladeren zijn drielobbig, triloba, ach so. Gekocht op haar uiterlijk.
Een vrolijke plant met gele bloemen en een donker hart. Hoger dan de rudbeckia nitida, 90 cm tot 1,5 meter en flink vertakt. Bloeitijd van juli tot september.

Toen ik nog wat meer informatie opzocht zag ik pas dat de plant tweejarig is of een kortlevende vaste plant. En matig winterhard is, maar dat heeft vooral met natte wintervoetjes te maken. Ik laat het kaartje er in ieder geval bijstaan.

Deze rudbeckia zaait zich prima uit, lees ik. En ergens anders staat: uitgebloeide bloemhoofden verwijderen als je niet wilt dat de plant zich uitzaait. Niet afknippen dus. De uitgebloeide bloemhoofdjes hebben veel sierwaarde, zeker met een beetje rijp in de winter.

Om risico te spreiden zal ik wel een beetje zaad verzamelen. Zaaien in september-februari in potten of in koude bak. Verspenen, verpotten en koel opkweken. In het najaar, als de plant voldoende ontwikkeld is, uitplanten. Kiemt langzaam en onregelmatig, als temperatuur lager dan 5 graden is, soms pas in het voorjaar na zaaien in najaar. Dus bakje niet weggooien. Geduld.

Zaaien ter plaatse kan ook, vanaf augustus. Geef zaad dan een koudebehandeling in de koelkast.