Inzakken en omvallen

De halmen van de miscanthus siergrassen staan nog behoorlijk goed overeind. Dat is niet zo met de bijna 2 meter lange halmen van het siergras molinia. Die hebben de neiging om pardoes om te vallen, van de ene op de andere dag, en waar dat over een pad heen gebeurt , halmen los trekken of even een knippertje erbij. De grote bladeren van de darmera peltata zijn nu ook allemaal omgevallen. De grote bos bladeren van de koningsvaren had ik met een stukke stroomdraad bij elkaar gebonden. Aan een paaltje. In de zomer. Die zijn nu -en masse- als 1 grote bos omgevallen (tweede foto, midden links)

En tussen de bruinen en gelen…. opeens stralend oranje rood.
Een paar beschutte takken van een grootbladige cotoneaster staan nog prachtig te stralen in gekleurd blad. Met het vochtige weer ook nog hoogglanzend. Even genieten.

Vrolijke voorkant

Laatst ging ik een nieuw blok kopen met blanco papier.
Om te oefenen met tekeningetjes maken.
Ik zou een 1 daagse tekencursus gaan volgen.
Even naar de action.
Dit is de voorkant van het blok, zo vrolijk.

Als ik het gebruikt heb, doe ik de voorflap weer terug en leg het blok met de voorkant naar boven in de la van mijn bureau.
Elke keer als ik het blok weer ga gebruiken, moet ik weer glimlachen.
Het leuke is dat de spreuk voor iedereen kan gelden.
Ieder met zijn eigen ‘ happy’.

Maandfoto november 2018: madelief-fijnstraal

Dit exemplaar van de zomerfijnstraal staat half december nog enthousiast te bloeien.  Stuk later begonnen met bloeien dan de andere exemplaren, die van juni-augustus bloeien.
NB. Als je denk, hmm, die foto, deze compositie, komt me bekend voor. Klopt. Zie hier.

Het is meestal een eenjarige, de pluizige zaadjes kiemen in de herfst en vormen rozetten. De rozetten van de exemplaren van volgend jaar zitten al volop tussen de voegen van het ronde terrasje naast ons huis. Bovenstaand  exemplaar heeft het geluk gehad dat ze niet in de loop van straat naar fietsenschuur staat, maar er net naast. Veel van de zaailingen, nu nog platte rozetten waar we overheen kunnen lopen, hebben een plek midden in het pad gevonden. Dat wordt wat volgend jaar. Verplanten is lastig, ze zitten in de voegjes en als ik rozet er uit probeer te krijgen breekt de penwortel af. We zullen zien.

Lydia

Meestal begin ik elk blogje met een foto. Eerst een plaatje, dan er wat tekst omheen bedenken. In voorjaar en zomer is dat super makkelijk: dan een kort rondje door de tuin met fototoestel of telefoon(camera) en ik heb een heleboel bronnen van inspiratie.

Op een natte herfst- of winterdag is dat minder voor de hand liggend. Het is lastiger om snel mooie foto’s te maken, minder kleuren, minder licht. Tuurlijk kun je ook nu mooie foto’s maken, maar dat vereist meer voorbereiding, goede belichting of evt. bijlichten, statief. En dat komt er nu niet zo van.

Het blijft bij een kort tuinrondje. Kraag hoog opgetrokken, handen in mijn warme jaszakken. Een kort tochtje met het schillenbakje naar de composthoop achter in de tuin. Een snelle beweging van de hark om afgevallen blaadjes van het pad in de borders te vegen. Dat is nu ook zo goed als klaar, de bomen zijn vrijwel kaal en de meeste bladeren liggen nu op een grote stapel in een reusachtige plastic zak: bladaarde in wording.

De enkele foto die ik nu maak, heb ik al eerder gemaakt. De knaloranje vuurdoornbesjes. Die langzaam maar gestaag worden weggewerkt door de verzameling merels. Begin 17e eeuw (1) verscheen deze struik in Europese tuinen.

Vuurdoorn, pyracantha coccinea. Aan de vrucht, de sterretjes met 5 punten, zie je dat de vuurdoorn tot de rozenfamilie behoort. Ga maar eens een willekeurige rozenbottel bekijken!
Lydia, midden onder in beeld. Beetje onscherp, want moest snel en zonder te veel beweging om haar niet te verschrikken, mijn telefoon pakken en foto maken. Midden boven, de witte vlek, is een pindacake, waar voornamelijk kleine vogeltjes op komen.

Vanuit een ooghoek zie ik beweging. Op een meter afstand van waar ik zit te schrijven, op de vuurdoorn juist achter het raam zit Lydia, een mereldame. Besje na besje verdwijnt in haar snavel. Alsof ze door heeft dat ik net over haar schrijf…

Vuurdoornweetje van wikipedia
Alice M. Coats, Garden Shrubs and Their Histories (1964) 1992, s.v. “Pyracantha” notes that it does not appear in John Gerard’s Herball of 1597 but was in gardens before 1629, when John Parkinson mentions it, as the “ever greene Hawthorne or prickly Corall tree”.

Meer
hier.

Uit de hand gelopen hobby

Dat geld voor de orchideeën van Frans Reinhart uit Haren. Van Hobby, al 50 jaar, tot orchideeënkwekerij. Orchideeën kweken is gebleven en al jaren doet Reinhart mee met Kom in de Kas. En waar veel kwekers dat alleen maar een of twee weekenden per jaar doet, laat Reinhart het bordje gewoon het hele jaar staan. Dus toen we vandaag tijdens een wandeling in het dorp het bordje zagen staan, pasten we ons rondje zo aan dat we langs de kassen wandelden.

Oh, zei Eddy, moet je deze eens zien. Met de kleur van ola-ijsjes.
Stukje oerwoud nagebouwd
Aechmea Blue Rain, een kokerbromelia

Eerst door een ontvangstruimte waar groepen tot 60 personen kunnen worden ontvangen. Voor een lezing over orchideeen en dan een rondleiding, door de kas, of bij mooi weer door de buitentuinen. Jaren geleden waren er ook anthuriums, rij na rij. Daar zijn Frans en Wilma 6 jaar geleden mee gestopt. Te veel aanbod, te lage prijs, te veel werk daarbij. We hadden al eerder gezien dat de anthuriums weg waren, maar nog niet dat er zo veel vogeltjes stonden. Hele rijen met grote volières en vliegkooien. Eerst een grote kooi met kanaries en zangvogeltjes. Mooie trillers en liedjes. Verder naar achter allerlei soorten parkieten en rosella’s, mooie kleuren, dat wel, maar die wil je niet in je huiskamer (zo schel). Nieuwste lichting is een aantal hokken met fazanten, steeds een paartje van elke soort. Gewone fazanten, goudfazanten, zilverfazanten.
Een jonge ondernemer, in vijveraanleg en onderhoud, is ook in het complex getrokken. Genoeg ruimte. En de grote vijver die hij buiten aangelegd heeft trekt weer nieuwe bezoekers. Een gesloten economie , zei Wilma. Hij kan in een deel van onze kassen zijn bedrijf starten, en helpt ons dan weer met zijn diensten als elektriciën en met de website (nieuwe webwinkel)

Slaperig weer

Slaperig weer.
Grijs.
Niet koud is het, eerder lauw.
Volgens de buienradar droog.

De vacht van de poes ziet dat anders.
Vol pareldruppels komt poes weer binnen.

Zal ik het doen, 
even de tuin in?

Ik had een plan.
Het vingerhoedskruid mag deels verhuizen.
Naar achter, bij de houtwal.

Zodat als het weer zomer is
we vanaf het terras
de roze toortsen zien.

Ah, zomer.
Dromen van de zomer.
Binnen in de luie stoel.

Kruidenboeken

Tussen 1470 en 1670 verschenen in Europa allerlei gedrukte kruidenboeken, soms beschrijvend en later steeds meer met illustraties. Drie belangrijke Duitse botanisten waren Brunsfels, Fuchs en Bock.

Hieronymus Bock, noemde zichzelf in zijn Latijnse boeken ‘Tragus’. Geboren in 1498 in Heidelsheim in Duitsland. Zijn ouders wilden dat hij het klooster in zou gaan, maar het liep anders. Bock werd een schoolmeester en later ging hij de tuinen beheren voor de hertog Paladine Ludwig in Zweibrücken. Dat deed hij van 1523 tot 1533. Toen Ludwig stierf, verloor Bock zijn baan. De nieuwe katholieke eigenaar van het landgoed wilde niet dat er een Lutherse tuinman voor hem werkte. Bock ging als Lutherse pastor aan het werk in Hornback en deed dat tot aan zijn dood in 1554. Daarnaast was hij arts en zijn vrije tijd besteedde hij aan botanie, planten bestuderen.
Hij werd door Brunsfels gevraagd om een botanisch boek te schrijven in het Duits. Dat werd het ‘New Kreutterbuch,’ een kruidenboek dat voor het eerst verscheen in 1539, toen nog zonder illustraties. Gedrukt in Straatsburg door Wendel Rihel. Een tweede editie verscheen in 1546, met veel houtsnede illustraties. De titel werd ingekort tot ‘Kreuter Bůch.’

Hieronymus Bock, Duits botanist, 1498-1554; tekening en houtsnede van David Kandel. Kleurtjes van Tineke.

Een behoorlijk aantal van de illustraties was nieuw, getekend en uitgesneden door David Kandel. Zijn initialen zie je in de figuur hierboven. Er wordt gefluisterd dat hij een groot aantal figuren heeft gekopieerd, en op kleinere schaal afgedrukt, uit een beroemd kruidenboek van Fuchs. Dat boek verscheen in 1542 tussen de eerste ongeïllustreerde druk van Bock en de tweede geïllustreerde druk. Plagiaat avant la lettre?

Het belang van Bock als plantkundige ligt niet zo zeer in zijn afbeeldingen als in zijn beschrijvingen. Hij keek als een van de eerste plantkundigen op een moderne manier, objectief, naar de planten. Hij verafschuwde alle bijgeloof rond planten, gebruikt voor bezwerende spreuken of tovenarij.