Herrezen

Er is een vogel tegen het raam gevlogen, zei Eddy, kom eens kijken.
Dat was vorige week zaterdag, het was koud, ijzelde. Ik ging naar buiten en pakte het beestje op, helemaal daas, nog wel in leven, en hield het een tijdje in mijn handen om op te laten warmen. Ik had zelf geen jas aan, dus werd juist koud. Ik gebaarde Eddy om de deur open te doen, en me in de bijkeuken te laten. Daar zette ik de vogel neer, op de mat bij de achterdeur. Trillend stond ie daar, mannetjes vink, ademde erg snel, en sloot op enig moment zijn oogjes. Wat te doen? Had het beestje onherstelbare schade en heel veel pijn? Ik besloot een klusje in de bijkeuken te doen (bollen bellen), zodat ik hem in de gaten kon blijven houden. Na een minuut of 20 was de ademhaling rustiger, en ging er weer een oogje open. Heel voorzichtig haalde ik de zijdeur van het slot en zette de deur een eindje open. Fluitende vogels buiten (en kou). De vink leek alerter, oogjes helder. Nog vijf minuten later vloog ie op, eerst op de onderkant van het raam van de glazen deur, en toen omhoog de grote coniferen in.
Daag.

Als dank liet ie een vogelpoepje achter op de mat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *