Afgelopen week van dinsdag tot vrijdag was de tweede editie van de Groningse wandelvierdaagse.
We hebben niet mee-gewandeld , maar wél gewandeld.
En met de wandeling wel even gekeken of we niet per ongeluk op de vierdaagse route terecht kwamen.
Op vrijdag 7 augustus liepen we een wandeling die je in allerlei seizoenen kunt doen, maar niet als het snikheet is. Er is namelijk vrijwel geen schaduw. Vrijdag was het grijzig, een heerlijk koele 20 graden, wel kans op een spatje regen. Prima wandelweer dus.
De wandeling loopt van onze woonplaats Haren naar het stationnetje van Kropswolde. En van daaruit met trein/bus weer terug. Het traject gaat door de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder. Nu klink ‘polder’ mij altijd erg ‘groen’ in de oren, een beetje het egaal-groene laken van weilanden met Engels raaigras. Dat is hier absoluut niet zo. Het is een waterrijk gebied, en ontwikkelt zich steeds meer tot een prachtige ‘natte natuur’ omgeving. Het gebied is een natuurgebied van het Groninger Landschap
In de Westerbroekstermadepolder en de Kropswolderbuitenpolder was tot 2003 veeteelt en akkerbouw. Nu broeden er weer zeldzame vogelsoorten, zoals de steltkluut en de geoorde fuut, struinen er bevers rond, en vliegt de zeearend regelmatig over. De polders zijn zo ingericht dat er in geval van nood veel water geborgen kan worden, zodat de inwoners van de stad Groningen droge voeten houden.
Deze keer zijn we ook in de vogelkijkhut gaan kijken. Bijna is Kropswolde, het laatste bochtje voor de molen waren grote oppervlakten met bloeiend koninginnenkruid, Eupatorium Cannabrium. Van de week las ik een lijstje bloemen van de vlinderstichting om vlinders in je tuin te krijgen, en de enige van de 10 soorten op dat lijstje die we nog niet in de Teun hebben is dit koninginnenkruid.
En zaten er vlinders op? Ongelooflijk. Zoveel atalanta’s hebben we nog nooit bij elkaar gezien. Vele tientallen, misschien wel honderden. Scheelt ook dat voor het koninginnenkruid ook brede stroken met (bloeiende) brandnetels stonden: waardplanten voor de rupsen en vrachtplanten voor de vlinders. Wat wil je nog meer: vlinderparadijs.





